erfgoedobject

Ensemble van zes burgerhuizen in neoclassicistische stijl

bouwkundig element
ID: 7096   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7096

Juridische gevolgen

Beschrijving

Ensemble van zes burgerhuizen in neoclassicistische en eclectische stijl, dat in drie fasen tot stand kwam naar ontwerpen door de architect Joseph Hertogs uit 1894, 1896 en 1898. Corneille David gaf in 1894 opdracht voor de bouw van gekoppelde woningen nummer 218-220. Maurice David de Gheest, allicht een naaste verwant, liet in 1896 het aanpalende nummer 222 optrekken, en in 1898 op de percelen daarnaast het symmetrisch geheel van drie gekoppelde woningen nummers 224-228. Het pand op nummer 220 werd in 1926 in opdracht van Robert De Nave aan de tuinzijde uitgebreid met een nieuwe achterbouw, en van een nieuwe gevelbepleistering in art-decostijl voorzien. Ontworpen door de architect Jan Jacobs, voerde de Entreprises Générales de Construction Van Riel & Van den Bergh deze werken uit.

Het vastgoedproject David en David de Gheest kwam relatief vroeg in de loopbaan van Joseph Hertogs tot stand, en behoort tot zijn meer bescheiden woningtypes in conventionele neoclassicistische en eclectische stijl. Eerder in de jaren 1890 had hij zich laten opmerken met de synagoge Shomre Hadass in de Bouwmeestersstraat, en het Antwerps Badhuis in de Lange Gasthuisstraat. Hertogs geldt als een van de meest succesvolle architecten in Antwerpen, actief van omstreeks 1885 tot zijn overlijden in 1930. Zijn rijke loopbaan in dienst van de mercantiele burgerij, met een hoogtepunt omstreeks de eeuwwisseling, leverde een vijfhonderdtal woningen en openbare gebouwen op. Deze evolueren van eclecticisme en neorenaissance, naar een klassiek geïnspireerde beaux-artsstijl.

Nummers 218-220. Volgens repeterend schema gekoppelde rijwoningen met lijstgevels van drie traveeën, drie bouwlagen hoog met een souterrain, oorspronkelijk onder een zadeldak. Enkel het nummer 218 behield de oorspronkelijke opstand uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband met knipvoegen, en gebruik van vermoedelijk witte natuursteen voor de geblokte pui, speklagen, hoekblokken, lekdrempels, panelen en het balkon (vandaag beschilderd), en blauwe hardsteen voor de geprofileerde plint. Geleed door de puilijst en kordonvormende lekdrempels, legt de compositie de klemtoon op de middenas, die wordt gemarkeerd door een balkon met consoles en balustrade. Verder is de opstand opgebouwd uit registers van rechthoekige muuropeningen op de begane grond, en getoogde vensters op de verdiepingen, die met diamantkoppen en bolornamenten versierd zijn. Een klassiek hoofdgestel met een fries uit cementtegels, en een houten kroon- en tandlijst op consoles, vormt de gevelbeëindiging. Nummer 220 kreeg in 1926 een cementbepleistering in imitatie-natuursteen, met een bescheiden decor van bloemenkorven, bladranken en lauwerkransen, een smeedijzeren balkonborstwering en een pseudo-mansarde. Behouden schrijnwerk van inkomdeuren en vensters, smeedijzeren traliewerk en gietijzeren voetschrapers in beide panden, in nummer 218 uit 1894 en in nummer 220 uit 1926.

Nummers 222-228. Volgens repeterend schema gekoppelde rijwoningen met lijstgevels van drie traveeën, alternerend samengesteld uit panden van drie bouwlagen onder een zadeldak, en twee bouwlagen onder een mansardedak met dakkapel tussen oeils-de-boeuf, telkens boven een souterrain. De hogere panden (nummers 222 en 226) hebben een gelijkaardige opstand als nummer 218, opgetrokken uit bak-, natuur- en hardsteen. Van de lagere panden behield enkel het nummer 224 zijn oorspronkelijke, bepleisterde en beschilderde afwerking, en werd het nummer 228 gedecapeerd. Geleed door waterlijsten en het klassieke hoofdgestel, met schijnvoegen op de begane grond, legt de compositie ook hier de klemtoon op de middenas. Deze wordt op de eerste verdieping gemarkeerd door een balkon (in nummer 226 een rechthoekige houten erker) met doorgetrokken balustrade, en is verder opgebouwd uit registers van rechthoekige deur- en vensteropeningen. Enkel in nummer 226 bleven het houten schrijnwerk van de inkomdeur en vensters, het smeedijzeren traliewerk en de gietijzeren voetschraper integraal bewaard. In nummer 222 werd het schrijnwerk vernieuwd en het souterrain aangepast tot garage; nummer 224 kreeg een nieuwe inkomdeur, in nummer 228 werden zowel inkomdeur als oeils-de-boeuf vervangen.

De zes woningen beantwoorden aan de klassieke typologie van het burgerhuis, dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. Zoals gebruikelijk beslaat de enfilade van salon, eetkamer en veranda de begane grond, met de keuken in het souterrain. De bovenverdiepingen bestaan uit een voorkamer, al of niet met flankerend 'cabinet' en een achterkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1894#1302, 1896#337, 1898#998 en 1926#24426.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Ensemble van zes burgerhuizen in neoclassicistische stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7096 (Geraadpleegd op 21-07-2019)