erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Lambertus

bouwkundig element
ID: 7165   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7165

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek

Sint-Lambertus werd tot parochie verheven in 1889, maar de wijk beschikte vermoedelijk al eerder over een voorlopige kapel in de Rupelstraat 50 (gesloopt omstreeks 2007). Joannes Cornelius Asselberghs (Deurne, 1850-Minderhout, 1904), vanaf 25 oktober 1888 kapelaan en van 28 november 1889 tot 20 januari 1893 de eerste pastoor van de Sint-Lambertusparochie, liet in 1891-1892 door de architect Edmond Leclef een pastorie en aanpalende lagere meisjesschool optrekken in de Lange Lobroekstraat. Op een terrein ten westen van de toekomstige kerk volgde in 1900-1901 een lagere jongensschool. Architect Jos. Evrard tekende in 1908 het ontwerp van de nieuwe Sint-Lambertuskerk op de hoek van de Lange Lobroekstraat en de nieuw aangelegde Twee Netenstraat. De bouw ging van start na de openbare aanbesteding op 7 juni 1910, en de voltooide kerk werd voorlopig aanvaard op 18 maart 1913. Vervolgens kreeg de Sint-Lambertusschool (lagere jongensschool) een nieuwe toegang in de Twee Netenstraat, in het verlengde van de kerk. Ten westen van de kerk tegen de school aan bouwde Evrard in 1929 een patronage, die als sinds 1914 gepland was. In 1934-1935 volgde een kapelaanswoning met Madonnabeeld  ten westen van het ondiepe voorplein van de kerk. De Sint-Lambertuskerk raakte beschadigd door oorlogsgeweld in 1940 en 1944, en werd hersteld in 1950-1951.

Jos. Evrard, die actief was van kort vóór 1900 tot eind jaren 1940, maakte naam met een behoudende architectuur, hoofdzakelijk burgerhuizen in beaux-artsstijl of een traditionalistisch idioom. Naast de neogotische Sint-Lambertuskerk omvat zijn religieuze oeuvre de neoromaanse Heilige-Geestkerk uit 1927-1931 aan de Mechelsesteenweg.

Architectuur

De eenvoudige, noordzuid-georiënteerde kruiskerk in neogotische stijl, heeft een basilicale opbouw. De plattegrond wordt ingeleid door de vierkante toren, geflankeerd door het rechthoekige zijportaal ten oosten en de doopkapel met vijfzijdige sluiting ten westen. Op het driebeukige schip van vijf traveeën volgen het niet uitspringend transept van één travee, en het koor met drie rechte traveeën en een driezijdige sluiting. Dit wordt geflankeerd door vierkante zijkoren, nagenoeg rechthoekige bergplaatsen en de sacristie.

Het gebouw is opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband, met spaarzaam gebruik van blauwe hardsteen en witte natuursteen voor de plint, portalen, maaswerk, waterlijsten en dekstenen, onder leien zadel- en lessenaarsdaken met afgesnuite dakkapellen en een smeedijzeren kruis op de koornok. De toren telt vier geledingen met een halfronde traptoren aan de oostzijde, galmgaten en wijzerplaten in de top, onder een ingesnoerde, leien naaldspits met een smeedijzeren torenkruis en -haan. Eenvoudige versneden steunberen markeren de hoeken en de travee-indeling van toren, schip, transept en koor, muizen- en overhoekse tandfriezen onder de houten goten vormen de gevelbeëindiging. Spitsboogvensters openen de zuidgevel, de zij- en lichtbeuken, de transeptgevels en het koor. Deze hebben geprofileerde dagkanten uit metselwerk, een sluitstenen, twee-, drie-, vier- of vijfledig maaswerk met driepassen, en een afgeschuinde lekdrempel op een doorlopende waterlijst. De spitsboogvensters in het torenfront en de transeptgevels worden geaccentueerd door waterlijsten op gestrekte uiteinden. Het korfbogige hoofdportaal in de toren is gevat in een spitsboognis met een meerledig geprofileerde archivolt, een waterlijst op mascaronconsoles en een kruisbloem. In de rondboognissen met maaswerk van het timpaan staan drie beelden opgesteld op figuratief gebeeldhouwd consoles met duivel en draken: een Christus Salvator Mundi, tussen engelen met een tekstbanderol. De puntgevel met schouderstukken van het zijportaal, wordt geopend door een kleiner spitsboogportaal met een gebeeldhouwd reliëf in het boogveld, onder een radvenster. Het reliëf verbeeldt de Parabel van de vijf wijze en en de vijf dwaze maagden. De puntgevels met schouderstukken van het transept hebben een drielicht in de top. Bewaarde houten deuren met lelievormig ijzerbeslag. Een smeedijzeren hek sluit het ondiepe voorplein af.

Interieur

Witgeschilderd interieur met bakstenen gewelfkappen, natuurstenen zuilen, boogomlijstingen, kapitelen, ribben en schalken. De kapitelen en ribaanzetten zijn gepolychromeerd. Tweeledig wandschema in schip en transept met spitsbogige scheibogen op zuilen met bladwerkkapitelen en een lichtbeuk. Het kruisribgewelf rust op schalken met bladwerkkapitelen; gebeeldhouwde figuratieve consoles bij de zijbeuken, het transept en de zijkoren.

Mobilair

Beeld van de Heilige Dimphna (?), eik, uit de eerste helft van de 17de eeuw; gepolychromeerd beeld Job op de mesthoop uit de 17de eeuw; witstenen beelden door Jan Gerrits van 1913.

Witstenen hoofdaltaar door Jan Gerrits met een geschilderd retabel door Jan Anthony van 1912; kruisweg door A. Van Poeck op houten panelen, van 1915-1921. Tien glasramen door Marc De Groot van 1951-1955.

  • Agentschap Onroerend Erfgoed, Planarchief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, plannen A0159-A0165.
  • Provinciaal Archief Antwerpen, Antwerpen, Kerken, St.-Lambertus, dossier 2, 3, 4, 5.
  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1910#1161.
  • BAKELANTS I. 1983: De glasschilderkunst in België, negentiende en twintigste eeuw, Deel 1A, Deurne, 48-49.
  • JANSEN J. 1979: Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Antwerpen. Kanton Antwerpen I tot IV, Brussel, 66-67.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo, Plomteux, Greet, Steyaert, Rita
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Parochiekerk Sint-Lambertus [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7165 (Geraadpleegd op 12-08-2020)