erfgoedobject

Jacob van Artevelde

bouwkundig element
ID: 7624   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7624

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Jacob van Artevelde
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Historiek en context

Burgerhuis in neo-Vlaamserenaissance-stijl naar een ontwerp door de architect Albert Delrue uit 1880, volgens de gevelsteen voltooid in 1881. Dat jaar werd ook het beeld van Jacob van Artevelde door de beeldhouwer Louis Dupuis boven het portaal geplaatst. Tot het bouwproject behoorde een pakhuis achteraan op het perceel. Opdrachtgever was Joseph Hubert Kockx, een handelaar in confectiekleding uit de Schippersstraat, die in 1872 op het hoekperceel van Van Arteveldestraat en De Coninckplein al twee gekoppelde neoclassicistische burgerhuizen had laten bouwen. In 1879 gaf hij Delrue een eerste opdracht voor het aanpalende burgerhuis “In den Arend”, dat een ensemble vormt met “Jacob van Artevelde”. In 1881 volgde nog een geheel van twee burgerhuizen in neo-Vlaamserenaissance- en neogotische stijl aan het De Coninckplein, waarvan Kockx zelf het eerste betrok.

De burgerhuizen Kockx behoren tot het vroege oeuvre van Jan Delrue, van wie een vijfentwintigtal nieuwbouwprojecten zijn geïdentificeerd uit de jaren 1877 tot 1894. Hij paste voor zijn burgerhuizen zowel de conventionele neoclassicistische stijl toe, als een rijk geornamenteerde tot pittoreske neo-Vlaamserenaissance, neobarokke of neogotische vormentaal. De architect was aanvankelijk vooral actief in de Stationswijk, en vanaf midden jaren 1880 ook in Zurenborg, waar hij enkele huizengroepen tot stand bracht voor de Naamlooze Maatschappij voor het bouwen van Burgershuizen in het Oostkwartier. De laatste tien jaar van zijn leven – hij overleed op vijfenveertigjarige leeftijd – lijkt Delrue niet meer actief te zijn geweest.

Architectuur

De rijwoning van het bel-etagetype met een gevelbreedte van drie traveeën, omvat vier bouwlagen onder een zadeldak (nok parallel aan de straat, pannen) met getrapte aandaken. Voor het parement van de lijstgevel is wijnrood baksteenmetselwerk in kruisverband toegepast, geaccentueerd door oranjerode baksteen voor de negblokken, ontlastingsbogen en posten van de vensters, en verankerd door smeedijzeren muurankers. Blauwe hardsteen is gebruikt voor de geprofileerde plint, witte natuursteen (beschilderd) voor speklagen, waterlijsten, kruismonelen, kraag-, boogaanzet-, sluit-, gevel- en dekstenen, de deuromlijsting met bekronend beeld en de erkerconsole. Horizontaal geleed door geprofileerde waterlijsten en asymmetrisch van opzet, legt de compositie de klemtoon op de twee rechter traveeën. Zij zijn als risaliet uitgewerkt en monden uit in een trapgevel van oorspronkelijk zeven treden met overhoekse topstukken.

De rondboogdeur in de linker travee heeft een rijk gesculpteerde neobarokke omlijsting geïnspireerd op 17de-eeuwse Antwerpse poortjes. Deze bestaat uit een geblokte archivolt met sluitsteen op imposten en bewerkte pilasters, en is gevat in een spiegelbogig boogveld op voluten, onder een gebogen en gestrekte waterlijst. Het topstuk met voluutvormige klauwstukken en een kepervormige waterlijst draagt een cartouche met het wapenschild (drie witte kaproenen) van Jacob van Artevelde. Zijn natuurstenen beeld gesigneerd en gedateerd  "L. DUPUIS 1881" bekroont het topstuk; de gebogen waterlijst draagt de inscriptie "AAN JACOB VAN ARTEVELDE". Verder wordt de lage begane grond geopend door een getralied venster met een latei en druiplijst op korbelen waarboven een blinde gevelsteen. De recent verbrede rondboogpoort met diamantkopsleutel in de rechter travee, bood oorspronkelijk toegang tot het achterliggende pakhuis.

De bovenverdiepingen zijn opgebouwd uit registers van rechthoekige vensters met geprofileerde lateien en tussendorpels, geaccentueerd door ontlastingsbogen en waterlijsten. Zij zijn in het risaliet gekoppeld tot drielichten met een centraal kruiskozijn op de eerste en derde verdieping. Daarbij onderscheidt de tweede verdieping zich door een driezijdige houten erker op een sterk geprofileerde en bewerkte console, een gevelsteen met de inscriptie “ANNO 1881” en blinde schilden op de borstwering. De eenledige geveltop wordt geopend door drielicht, samengesteld uit een lager middenvenster met een latei op korbelen tussen kloosterkozijnen, eveneens met geprofileerde dorpels. Een tondo omlijst door gesinterde baksteen hogerop, draagt de initialen “JHK” van de bouwheer. De laatste trede van de geveltop en het bekronende overhoekse topstuk met bolornament zijn verwijderd. Een houten kroonlijst op modillons beëindigt de zijtravee. Van de manke, getrapte aandaken van tien treden, heeft het rechter een gedicht spitsboogvenster in de top, en een overhoeks topstuk. De oorspronkelijke houten inkomdeur met een diamantkop en rozet is bewaard.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1880#1260 en 1881#464, 1872#268.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Jacob van Artevelde [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7624 (Geraadpleegd op 03-12-2020)