erfgoedobject

Zwartzusterklooster

bouwkundig element
ID: 76740   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76740

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek

Zwartzusterklooster, voormalige herenwoning, opklimmend tot het begin van de achttiende eeuw, sinds 1835 ingericht als zwartzusterklooster en bijhorend weeshuis, in het midden van de negentiende eeuw uitgebreid met een kleine kapel ten zuidoosten, laatstgenoemde kadastraal ingetekend in 1852; in 1894-1895 werd een grotere neogotische kapel opgericht, gedeeltelijk palend aan de oude kapel doch achteruitspringend ten opzichte van de rooilijn; ze werd kadastraal ingetekend in 1895.

De oudste iconografische voorstelling van het pand is een tekening gemaakt door landmeter Van Wel in 1727 in functie van een nieuw wegtracé; ze toont ons een fraaie herenwoning met ongeveer hetzelfde uitzicht als vandaag, met uitzondering van de twee buitentraveeën die beide voorzien zijn van een poort; de nu bestaande linkeruitbreiding ontbreekt en de muuropeningen zijn blijkbaar uitgewerkt als kruiskozijnen; een kleine steektrap voor de centrale inkom verwijst naar een verhoging van het huidige straatniveau ten opzichte van de toenmalige toestand, aangezien de trap nu is verdwenen. Aan de oorsprong van de congregatie van de zwartzusters van Asse lag een initiatief van de norbertijn Petrus Joannes Luckx (1761-1839), prior van de norbertijnen te Grimbergen. Toen zijn abdij tijdens de Franse Revolutie werd opgeheven nam hij zijn intrek in het gasthuis van Asse, Gemeenteplein nummer 26; van hieruit begon hij in 1818 met een "huys van weldadigheyd" in het kasteel van Walfergem, Wolfrot nummer 22. Hij bracht er een twintigtal behoeftige vrouwen samen die door handwerk en het uitbaten van een landbouwbedrijf voorzagen in hun levensonderhoud en tegelijkertijd elementair onderricht kregen. Deze caritatieve instelling met sterk religieuze inslag evolueerde vrij snel naar een kloostergemeenschap; in 1821 kocht Luckx hiervoor een huis "Het Magazijn" aan de toenmalige Kwakstraat. De nieuwe stichting van zwartzusters werd erkend bij Koninklijk Besluit van 1 april 1822 en kreeg toestemming om zieken aan huis te verzorgen, vermoedelijk ook om de werkdruk in het nabijgelegen gasthuis te verlichten; in dezelfde periode werd ook een weeshuis voor meisjes opgericht. In 1827 verhuisden de zusters en de weesmeisjes naar een inmiddels verdwenen kasteel op het gehucht Waarbeek, waar ze verbleven tot 1835. Van dan af vestigden zij zich definitief in het dorpscentrum in een huis schuin tegenover het pand "Het Magazijn" dat zij van 1821 tot 1827 hadden betrokken en waar ze tot vandaag nog steeds verblijven. Aanvankelijk werd het pand gehuurd, maar in 1837 werd het door de toenmalige eigenaars, de familie Lecocq, verkocht aan de congregatie van de zwartzusters die het inwendig verbouwden tot klooster en weeshuis, in 1851-1852 uitgebreid met een kloosterkapel, kadastraal ingetekend in 1852; de kapel werd toegewijd aan Sint-Jozef en ingewijd door pastoor-deken Petrus Jozef Van Hemel. Weldra was de kapel te klein geworden voor de bloeiende kloostergemeenschap en in 1894-1895 werd ze vervangen door een grotere, neogotische kapel naar ontwerp van bouwkundige Emar Collès (Brussel); de oude kapel werd echter niet afgebroken maar ingericht als zaal voor zangrepetities, muzieklessen, toneel en feesten. Vanaf de jaren 1960 werd het klooster geconfronteerd met vergrijzing en uitdunning en moesten de zusters zich geleidelijk terugtrekken uit de instellingen die rond het klooster gegroeid waren, een tehuis voor verwaarloosde jeugd, een kinderkribbe, een peutertuin, een gezondheidscentrum en een centrum voor beroepsoriëntering. Hun plaats werd ingenomen door lekenpersoneel.

Beschrijving

Het huidige complex bestaat uit de voormalige herenwoning, ingericht als klooster met rechts aansluitend het voormalige weeshuis en de oude kapel van 1851-1852, heden in gebruik door het Centrum voor leerlingenbegeleiding, en de achteruitspringende, neogotische kapel van 1895, heden ontmanteld en leegstaand. Aan de noordwestelijke zijde werd het klooster in het derde kwart van de negentiende eeuw uitgebreid met een haakse vleugel die voorheen onder meer een feestzaal, de bakkerij en een strijkplaats omvatte en heden werd verbouwd voor de opvang van geplaatste kinderen. De aanzet van deze vleugel werd kadastraal geregistreerd in 1866; uitbreidingen volgden in 1886 en 1889. Volgens oude prentkaarten was de gevelwand aan de Weversstraat zeker tot in 1912 onbepleisterd; in de loop van de twintigste eeuw werd het geheel gecementeerd met schijnvoegen.

Klooster

Het eigenlijke klooster, een onderkelderd achttiende-eeuws breedhuis op rechthoekige plattegrond, telt zeven traveeën en twee bouwlagen onder een schilddak van kunstleien met eenvoudige dakkapellen. De classicistisch uitgewerkte straatgevel wordt gemarkeerd door hoekpilasters en een drie traveeën breed middengedeelte, eveneens geflankeerd door pilasters als het ware ter ondersteuning van het bekronende driehoekige fronton met oculus. De momenteel met schijnvoegen gecementeerde en witgeschilderde lijstgevel op gecementeerde plint wordt geopend door eenvoudige rechthoekige vensters met negentiende-eeuws schrijnwerk in een vlakke omlijsting van blauwe hardsteen; het venster rechts van de deur draagt een nog zichtbaar steenkappersteken dat volgens J. Van Belle verwijst naar de tweede helft van de zeventiende of het begin van de achttiende eeuw. Bovenvensters met ijzeren hekjes. De centrale, rechthoekige deur wordt bekroond door een schouderbogig bovenlicht met glas in lood en IHS-monogram en is gevat in een uitgewerkte schouderboogomlijsting van blauwe hardsteen met een identiek steenkappersteken. Voortgaande op hoger vermelde tekening van 1727 waren de buitentraveeën oorspronkelijk beide voorzien van een rondboogpoort. Op een foto van 1860 is nog enkel de rondboogomlijsting in de linkse travee te zien; heden zijn er geen zichtbare sporen meer en zijn beide vervangen door een rechthoekig venster zoals elders.

De verankerde en witgeschilderde achtergevel, nu gedeeltelijk verborgen achter een gevelbrede, aangebouwde veranda, bewaart in het midden een rondboogdeurtje in kwarthol geprofileerde omlijsting met vermelding ANNO/ 1703 op de imposten; eenvoudige sluitsteen, opgenomen in de waterlijst; rondboogvenster hogerop. Voorts eenvoudige rechthoekige vensters met bewaarde sponning, lateien en lekdrempels van blauwe hardsteen; het negentiende-eeuwse schrijnwerk is op enkele plaatsen vervangen. Uiterst links zijn er nog wel sporen van een gedichte rondboogpoort, waaruit kan afgeleid worden dat er oorspronkelijk een doorgang was van aan de straat naar de achterliggende binnenplaats, zie de verdwenen poort.

Sober interieur: gebint met telmerken, gewelfde kelder parallel aan de straat, enkele bewaarde marmeren schouwen en binnendeuren. Traphal met glasraam "Christus aan het kruis", getekend en gedateerd "Jos Cassier fecit 1921".

Voormalig weeshuis

Sober breedhuis van vier traveeën, oorspronkelijk twee bouwlagen met mezzanino, naderhand verhoogd tot drie bouwlagen, zie oude foto's en verankering, onder pannen schilddak en opklimmend tot de eerste helft van de negentiende eeuw. Heden met schijnvoegen gecementeerde en beschilderde lijstgevel op plint van blauwe hardsteen, geopend door rechthoekige, voorheen beluikte vensters met lateien en lekdrempels van blauwe hardsteen; bewaard schrijnwerk.

De oude kapel van 1851-1852

De oude kapel was toegewijd aan Sint-Jozef en profileert zich als een, gedeeltelijk ingebouwd, eenvoudig zaalkerkje met driezijdige koorsluiting onder pannen zadeldak met de nok loodrecht op de straat. Ze werd gebouwd in een neoclassicistische stijl, waardoor het uitzicht harmonieerde met het klooster. Heden met schijnvoegen gecementeerde en geel beschilderde puntgevel op zandstenen onderbouw, geritmeerd door geblokte pilasters. De oorspronkelijke rondboogpoort in een omlijsting van blauwe hardsteen werd gedeeltelijk gedicht en omgevormd tot een getralied venster. Het oorspronkelijke klokkentorentje, nog zichtbaar op oude prentkaarten, is verdwenen en in de rechtse zijgevel werden bijkomende muuropeningen gebracht.De bakstenen koorsluiting wordt gemarkeerd door zandstenen hoekkettingen.

Inwendig volledig aangepast aan de latere functies, momenteel Centrum voor leerlingenbegeleiding.

Neogotische kapel

De kapel van 1895 opgericht naar ontwerp van de Brusselse bouwkundige E. Collès. Haaks op de straat ingeplante zaalkerk met schip van vijf traveeën en koor van twee rechte traveeën met driezijdige sluiting onder zadeldak van kunstleien; kleine, rechthoekige sacristie ten zuiden van het koor. Baksteenbouw geritmeerd door versneden steunberen met dekplaat van blauwe hardsteen, waartussen al dan niet gekoppelde lancetvensters; aflijnende overhoekse baksteenfries; de bepleisterde en beschilderde puntgevel aan de straat vertoont drie lancetvensters in een spitsbogig spaarveld en eigentijdse sierankers. De voorheen aanwezige klokkentoren, zie oude foto's, werd verwijderd na een blikseminslag. Bepleisterd en beschilderd interieur overdekt door een houten tongewelf met gepolychromeerde ribben en gordelbogen, neerkomend op driekwartzuiltjes met bladwerkkapiteel en polygonale sokkel. Bewaarde glasramen met heiligenfiguren, orgel en neogotische altaartafel.

De negentiende-eeuwse haakse uitbreiding aan noordwestzijde, kadastraal ingetekend in 1866, 1886 en 1889 vertoont aan de straat twee traveeën en twee bouwlagen en sluit qua uitzicht aan op het hoofdgebouw; de binnenplaatsgevel is een eenvoudige lijstgevel met rechthoekige muuropeningen. Oorspronkelijk bevatte deze vleugel de bakkerij, een strijkplaats en een feestzaal; tegenwoordig is hij inwendig volledig aangepast voor de opvang van geplaatste kinderen.

  • Kadaster Vlaams-Brabant, mutatieschetsen Asse, afdeling II, 1852/49, 1866/31, 1886/42, 1889/49, 1895/39.
  • Asse in oude prentkaarten, samengesteld door Heemkring "Ascania", Zaltbommel, 1973, nummer 3.
  • DE GRAVE D., Geschiedenis der gemeente Assche, Gent, 1900, p. 404-407.
  • DE VRIENDT P., De Gemeenschap der Zwartzusters te Asse 1822-1971, onuitgegeven licentiaatsverhandeling KU Leuven, 1988.
  • SPANHOVE J., De oude kapel van het Weeshuis, in Ascania, jaargang 27, nummer 4, 1984, p. 99-104.
  • VAN BELLE J.L., Signes Lapidaires. Nouveau dictionnaire Belgique et Nord de la France, s.l., 1994, p. 100.
  • VANDEN BOSCH G., Monasticon van zwartzusters-augustinessen in België, Brussel, 1998.

Bron     : Kennes H. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Asse, Deelgemeenten Asse, Bekkerzeel, Kobbegem, Mollem, Relegem en Zellik,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB6, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs : Kennes, Hilde
Datum  : 2005


Relaties

  • Is deel van
    Weversstraat
    Weversstraat (Asse)

  • Is gerelateerd aan
    Kasteel van Walfergem
    Wolfrot 22 (Asse)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Zwartzusterklooster [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/76740 (Geraadpleegd op 19-05-2019)