erfgoedobject

Burgerhuizen in neoclassicistische stijl

bouwkundig element
ID: 7750   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7750

Juridische gevolgen

Beschrijving

Burgerhuizen in neoclassicistische stijl. De gekoppelde woningen nummers 34-36 werden gebouwd in opdracht van de heer Ph. Van Hoof-Willems naar een ontwerp door de architecten Emile en Modest Van Nieuwerburgh uit 1910. Het nummer 40 werd gebouwd in opdracht van de heer L. Van Haren, naar een ontwerp door de aannemer Petrus Franciscus Fierens-De Hert uit 1909.

Emile Van Nieuwerburgh was in Antwerpen actief minstens vanaf 1873, tot de overdracht van zijn praktijk aan zoon Modest Van Nieuwerburgh omstreeks 1905. Waar het gekende oeuvre van Emile vasthield aan het conventionele neoclassicisme, paste Modest vóór de Eerste Wereldoorlog zowel het eclecticisme als de art nouveau toe. Zijn laatst gekende bouwproject in Antwerpen dateert uit 1914, na de Eerste Wereldoorlog was hij in Aarschot gevestigd.

Petrus Franciscus Fierens-De Hert was in Antwerpen als aannemer en meester-metser actief vanaf 1879 tot 1922, het jaar van zijn overlijden.

Woningen Van Hoof-Willems

Drie traveeën breed omvatten de volgens repeterend schema gekoppelde rijwoningen met enkelhuisopstand drie bouwlagen onder een zadeldak (nok parallel aan de straat, pannen). De bepleisterde en beschilderde lijstgevels met een rijk stucdecor en schijnvoegen op de eerste twee bouwlagen, rusten op een hoge, geprofileerde plint uit blauwe hardsteen. Nadrukkelijk horizontaal geleed door de puilijst en cordonvormende lekdrempels, legt de compositie telkens de klemtoon op de middenas. Deze wordt op de eerste verdieping gemarkeerd door een driezijdige houten erker met colonnetten, de basis verrijkt met stafwerk, voluut- en rozetconsoles, onder een entablement met consoles en een gebuikte, gietijzeren balkonborstwering. Verder beantwoordt de opstand aan een regelmatig ordonnantieschema, opgebouwd uit registers van rechthoekige muuropeningen, gelijkvloers met vrouwenhoofden, spiraalranken en festoenen op de latei. De bovenvensters zijn gevat in een bewerkte omlijsting met cartouches op de latei, op de eerste verdieping geaccentueerd door een entablement op stafwerkconsoles, een medaillon en palmen in de borstwering. De tweede verdieping onderscheidt zich door topstukken, lekdrempelconsoles, en een casement in de borstwering. Een klassiek hoofdgestel vormt de gevelbeëindiging, samengesteld uit een architraaf, een fries met casementen en een houten kroonlijst op klossen en tandlijst. De houten vleugeldeuren met siersmeedwerk, de smeedijzeren keldertralies en gietijzeren voetschrapers zijn in beide panden bewaard, het houten vensterschrijnwerk enkel in nummer 36. De benedenvensters van nummer 34 werden verbouwd tot een winkelraam.

Beide plattegronden beantwoorden aan de klassieke typologie van het burgerhuis dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. De gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer en veranda met bovenlicht beslaat de begane grond, in de achterbouw geflankeerd door de keuken annex pomphuis en wc. Een voor- en achterkamer nemen de eerste verdieping in, met een wc, kamer en badkamer in de achterbouw. De tweede verdieping omvat een ‘kabinet’ voor-, achterkamer en lavabo.

Woning Van Haren

Drie traveeën breed omvat de rijwoning met enkelhuisopstand drie bouwlagen onder een zadeldak (nok parallel aan de straat, pannen). De bepleisterde en beschilderde lijstgevel met een geblokte begane grond, rust op een geprofileerde plint uit blauwe hardsteen. Nadrukkelijk horizontaal geleed door cordonvormende lekdrempels, de pui- en waterlijst, legt de compositie de klemtoon op het middenrisaliet met schijnvoegen. Dit laatste wordt op de eerste verdieping gemarkeerd door een waterlijst op trigiefconsoles met guttae, en een balkon op voluutconsoles met een smeedijzeren art-nouveau-borstwering. Verder beantwoordt de opstand aan een regelmatig ordonnantieschema, opgebouwd uit registers ven rechthoekige muuropeningen, de bovenvensters gevat in geriemde omlijstingen, met een bewerkte boogfries op de borstwering. Een klassiek hoofdgestel vormt de gevelbeëindiging, samengesteld uit een architraaf, een fries met casementen en een houten kroonlijst op klossen, gekornist op consoles in het risaliet. Het houten schrijnwerk van de inkomdeur en vensters is bewaard, evenals de smeedijzeren keldertralies en gietijzeren voetschraper.

De plattegrond beantwoordt aan de klassieke typologie van het burgerhuis dat uit een hoofdvolume en een smalle achterbouw in entresol bestaat, ontsloten door de zijdelings ingeplante inkom- en traphal. De gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer en veranda met bovenlicht beslaat de begane grond, in de achterbouw geflankeerd door de keuken annex pomphuis en wc. Een voor- en achterkamer nemen de eerste verdieping in, met een kamer en badkamer in de achterbouw. De tweede verdieping omvat een ‘kabinet’, voor- en achterkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1910#1422 (nummers 34-36) en 1909#1829 (nummer 40).

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2020


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Burgerhuizen in neoclassicistische stijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7750 (Geraadpleegd op 30-10-2020)