Gemeenteschool met directeurswoning

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Brugge
Deelgemeente Sint-Michiels
Straat Rijselstraat
Locatie Rijselstraat 71, Brugge (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Brugge (adrescontroles: 01-11-2007 - 30-11-2007).
  • Inventarisatie Brugge - Deelgemeente Sint-Michiels (geografische inventarisatie: 31-07-2003 - 31-07-2005).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Gemeenteschool met directeurswoning

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

is beschermd als monument Gemeenteschool met directeurswoning

Deze bescherming is geldig sinds 07-07-2008.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Rijselstraat nummer 71. Gemeenteschool met directeurswoning. Gebouwd in 1926 naar een ontwerp van architect Huib Hoste (Sint-Michiels-Brugge).
Aan de straatkant situeert zich het schoolhuis met dwars erop het kleine schoolgebouw; achteraan de speelplaats.
Het schoolgebouw telt twee bouwlagen onder een zadeldak van Vlaamse pannen en is opgetrokken in rood baksteenmetselwerk met staand verband. De witte sokkel van simili geeft een zekere lichtheid aan het vrij logge volume. Het trappenhuis dat volledig in baksteen is opgetrokken zonder witte plint valt duidelijk op ten opzichte van het hoofdvolume. De kubistische raamoplossing, waarbij horizontale banden overhoeks doorlopen, versterken dit beeld. Het houten schrijnwerk, waarvan in de noordgevel nog de originele profielen met intact hang- en sluitwerk zitten, kenmerkt zich door de fijne asymmetrische kleinhouten. De ramen zijn recent vervangen door ramen met dezelfde indeling, doch zonder de slanke profilering te respecteren.
Zoals aan de straatkant het trappenhuis wordt geaccentueerd, zijn aan de achterzijde de gevels op de hoeken geprononceerd door plinthoge steunberen. Ook de inkom op de zuidgevel krijgt aandacht door twee kleine steunbeerachtige elementen.

Hoste ontwerpt in zijn carrière tal enkele scholen zoals een meisjesschool te Zeebrugge (1908 - gesloopt na een bombardement), een lagere school te Zonnebeke (1922 - gesloopt), een scholenpaviljoen te Knokke (1924), een deel van het Sint-Jozefscollege te Brugge (1926 - ingestort tijdens de werf), een jongensschool te Drongen (1949) enz.
Steeds opnieuw streeft hij naar een maximale aanwezigheid van licht en lucht in de lokalen en hebben de oude "gevangenisscholen" voorgoed afgedaan: "Het eerste kenmerk ervan was hun geslotenheid; zij waren als een soort eiland midden in dorp of stad. Niemand mocht zien wat er op dit eiland gebeurde; eenmaal het grondgebied ervan betreden waren de schoolkinderen als van de buitenwereld gescheiden. Het onderdeel der klasramen was met ondoorzichtbaar glas bezet; niets mocht immers de leerlingen verstrooiing bijbrengen. Nu is men, zelfs in ons land, tot ruimer inzichten gekomen; men is b.v. gaan inzien dat ingeslotenheid precies nadelig werkt op de kinderen; die vertelt hun inderdaad dat het buiten licht is en zonnig, dat zij zich moeten houden alsof er geen zon in de lucht hing, alsof er geen groen was aan de bomen; dat zij gevangen zijn. Men weet nu dat een speelplein niet met een muur doch met een hek van de straat moet afgescheiden zijn; zo spelen de kinderen onder het oog van al wie langs de straat voorbijgaat; zo krijgen de ouders te zien hoe hun kinderen behandeld worden op school. Men durft grote ramen aanwenden in de schoolgebouwen, al blijkt het dat nog vaak te zware stijlen en kozijnen het vrij toetreden van licht belemmeren" (Uit: Hoste H., Nieuwe zakelijkheid en politiek, in Opbouwen, jaargang 3, nummer 7, juni 1933, pagina 103).

Het schooltje op Sint-Michiels heeft in elk geval geen gebrek aan licht; overvloedig licht stroomt via overwegend grote, zuid georiënteerde ramen de klaslokalen binnen.
Functioneel gedachte lokalen met grote glaspartijen aan beide kanten helpen "de eigenschappen van de verschillende kinderen te ontwikkelen" (Uit: Hoste H., Nieuwe zakelijkheid en politiek, in Opbouwen, jaargang 3, nummer 7, juni 1933, pagina 103).
Het binnenschrijnwerk is oorspronkelijk rood gepolychromeerd, is harmonie met de tegelvloeren in zwart-rood patronen: "De functie van een gebouw is niet uitsluitend materieel; er is ook zoiets als een geestelijke functie die een werkelijk onderdeel is van de opdracht. Ieder soort vertrek van een woning moet zijn eigen karakter bezitten en een eigen sfeer ontwikkelen; in een concertzaal moet een rustige en bijna neutrale stemming heersen, in de kerk een godsdienstige; een school zal een opwekkende geest vertolken, een sportgebouw een manhaftige, en zo ieder soort gebouw. Moest dit niet het geval zijn dan zou het gebouw niet volledig aan de gestelde eisen voldoen. Daar wordt zo goed rekening mee gehouden dat men ertoe gekomen is zowel de machines als de wanden van het fabrieksgebouw in levendige kleuren te schilderen, ten einde de arbeid aangenamer te maken" (Uit: Hoste H., Ontstaan en betekenis der moderne architectuur, Paleis Der Academiën, Brussel, 1952).
In het trappenhuis is de trap, die momenteel overschilderd is met een dikke textuurverf, waarschijnlijk in granito; de trapleuning heeft een metalen balustrade en natuurhouten handgreep.

Aan de straatkant is een directeurswoning voorzien. Ook hier worden de principes van een bakstenen bovenbouw op witte plint gerespecteerd. Een klein schakelvolume tussen woning en school is momenteel jammer genoeg wit geschilderd, waardoor het spel tussen baksteen en witte plint deels verloren gaat. De woning bestaat eveneens uit twee bouwlagen onder zadeldak. Het vlak van de voorgevel wordt deels opgetrokken boven de kroonlijst en tilt het zadeldak plaatselijk op, waardoor nog een extra kamer ontstaat. De voordeur wordt beschermd door een rechte luifel met bovenlicht. Het schrijnwerk is reeds gedeeltelijk vervangen in de loop der tijd, maar op de verdieping zien we toch nog de fijne kleinhouten.

Het interieur van de directeurswoning is grotendeels verbouwd. Enkele sporen van de originele inrichting zijn nog herkenbaar zoals enkele houten deuren en lijsten en een tegelvloer in de keuken. Verder is het plan en de ruimteverdeling intact.

  • HOSTE H., Ontstaan en betekenis der moderne architectuur, Paleis Der Academiën, Brussel, 1952.
  • HOSTE H., Nieuwe zakelijkheid en politiek, in Opbouwen, jaargang 3, nummer 7, juni 1933, pagina 103.
  • SMETS M., Huib Hoste, voorvechter van een vernieuwde architectuur, Brussel, 1972.
  • VERDONCK A., Oeuvrelijst van architect Huib Hoste, onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel 2003-2004.

Bron: Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. met medewerking van Gilté S. & Dendooven K. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Brugge, Deelgemeente Sint-Michiels, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL22, (onuitgegeven werkdocumenten).

Relaties

maakt deel uit van Rijselstraat

Rijselstraat (Brugge)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.