Huis Sint-Jan

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Huis Sint-J(e)an d'Angely
Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Damme
Deelgemeente Damme
Straat Jacob van Maerlantstraat
Locatie Jacob van Maerlantstraat 11-13, Damme (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Damme (adrescontroles: 11-12-2007 - 11-12-2007).
  • Inventarisatie Damme (geografische inventarisatie: 01-01-2006 - 31-12-2006).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Huis Sint-Jan

Deze bescherming is geldig sinds 18-06-1946.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Huis Sint-Jan

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Stadskern Damme

Deze bescherming is geldig sinds 30-03-1987.

Beschrijving

* Jacob Van Maerlantstraat nr. 13-15. Huis "Sint-Jan" of "Sint-J(e)an d'Angely", imposant 15de-eeuws patriciërshuis in laatgotische stijl met oudere kern, voorheen gekend als het "Van Maerlantmuseum". Beschermd als monument bij R.B. van 18/06/1946. Tevens opgenomen in het stadsgezicht, beschermd bij M.B. van 13/10/1986, gewijzigd bij M.B. van 30/03/1987.

Historiek.
Het huis "Sint-Jan" wordt, net als het *huis "De Grote Sterre" (nr. 3) gevormd door twee laatmiddeleeuwse handelspanden die op een onbekend ogenblik worden samengevoegd. De huidige benaming "Sint-Jan" verwijst naar de wijnstad Saint-Jean-d'Angély in de Franse Bordeauxstreek, in de middeleeuwen ooit een belangrijke handelspartner van Damme, wanneer de stad het wijnstapelrecht bezit. Dit doet vermoeden dat het huis in het bezit is geweest van de wijngilde van Saint-Jean-d'Angély.
Het linkerhuis wordt gebouwd omstreeks het midden van de 15de eeuw (ca. 1440) en wordt kort erna bewoond door Eustachius Wyts, grafelijke baljuw van Damme. Naar verluidt wordt in zijn woning op 3 juli 1468 door Richard Beauchamps, bisschop van Salisbury, het huwelijk ingezegend van de Bourgondische hertog Karel de Stoute met Margareta van York, zus van de Engelse koning Edward IV. Na de plechtigheid vertrekt het vorstelijk paar in praalstoet van Damme naar Brugge, waar gedurende een week indrukwekkende feesten worden georganiseerd, thans nog steeds onderwerp van de vijfjaarlijkse z.g. Gouden Boomstoet in Brugge. Deze plechtigheid vond plaats in het huis "Sint-Jan" omdat het stadhuis van Damme op dat ogenblik nog in de steigers staat (cf. Markt). Weergave van diephuizen op de kaarten van Marcus Gerards (1562) en A. Sanderus (1641-1644). In de 19de eeuw in eigendom van Jacobus Blauwet, die ervoor zijn kolenhandel heeft in het "Uilenkot" (cf. Slekstraat nr. 18) ; deze wordt door de burgemeester van Damme Jacobus Dombrecht ervan overtuigd een meer geschikte locatie te zoeken voor zijn handelszaak, waarna hij in 1864-1865 een herberg laat optrekken langsheen de Damse Vaart (cf. Damse Vaart-Zuid nr. 12).

Het rechterhuis dateert uit de 16de eeuw, maar kent in de 18de en 19de eeuw aanpassingen aan zowel ex- als interieur. Het bijgebouw aan de oostzijde, op de hoek met de Corneliestraat, dateert van later, vermoedelijk eind 16de-begin 17de eeuw, ca. 1948 hersteld en voorzien van nieuwe muuropeningen. De toenmalige eigenaar Constant Neuhuys (uit Versailles) richt na de Tweede Wereldoorlog in deze vleugel een "Jacob van Maerlant"-museum in, dat gesloten wordt in 1980. Thans in gebruik als privé-woning.
In 2001 worden aan het huis "Sint-Jan" enkele werken uitgevoerd, o.m. instandhoudingwerken aan de dakgebintes en de draagstructuren. In 2002 wordt o.m. nieuw buitenschrijnwerk naar oorspronkelijk model geplaatst.

Beschrijving.
In oorsprong twee diephuizen van telkens drie traveeën en twee bouwlagen onder gekoppelde zadeldaken (nok haaks op de straat; daktegels links, Vlaamse pannen rechts), links met hogere dakverdieping. Linkerhuis eerder uitzonderlijk opgetrokken in gele baksteen; rechterhuis in roodbruine baksteen. Muurankers. Linkerhuis (midden 15de eeuw) aan de straatzijde gekenmerkt door imposante puntgevel met laatgotische stijlkenmerken. Licht overkragende schouderstukken; hoge schoorsteen aan oostzijde. Verticaliserende uitwerking door drie Brugse traveenissen waarin rechthoekige muuropeningen met bakstenen maaswerk (spitsboogjes met driepas) in rondboognissen, middelste doorgetrokken tot in de top; tevens doorgetrokken venstermonelen van stenen kruiskozijnen tot in de boogvelden. Klein getoogd zoldervenster in top. Recentere korfboogingang in rechtertravee op de plaats van een oorspronkelijk venster. Bakstenen bordestrap (vijf treden) met natuurstenen dekplaten. Eenvoudige ijzeren leuning. Beluikte kelderingang links.
Rechterhuis (16de eeuw) gekenmerkt door meer eenvoudig uitgewerkte bakstenen puntgevel afgeboord met vlechtingen. Rechthoekige muuropeningen met afgeschuinde dagkanten, in de loop van de 19de eeuw op begane grond aangepast; erboven sporen van ontlastingbogen. Verdwenen ingang links cf. restanten van natuurstenen negblokken. Op verdieping oorspronkelijk gedeelde vensters met lateien en ontlastingsbogen. In top zoldervenster gevat in korfboognis (afgeschuinde kanten). Kleine getoogde kelderopening.
Bij restauratiewerken worden aan beide huizen o.m. de monelen en de tussendorpels hersteld en dichtgemetselde muuropeningen opnieuw opengemaakt. Achterzijde eveneens gekenmerkt door twee puntgevels waarin sporen van verbouwingen, o.m. rechthoekige muuropeningen in plaats van rondbogige. Klein haaks bijgebouw aan oostzijde onder pannen zadeldak (nok evenwijdig aan straat).

Interieur.
Linkerhuis met pakkelder bestaande uit twee langsgerichte ruimten van ongelijke breedte, afgedekt door tongewelven; sporen van vroegere kelderingang langs de straatzijde.
Begane grond thans toegankelijk via linkerhuis. Grote "zaal" van waaruit oorspronkelijk in zuidwestelijke hoek een houten spiltrap naar de bovenverdieping. Bewaarde 16de-eeuwse moer- en kinderbalken; e.g. voorzien van balksleutels met kraalprofiel, thans rustend op consoles, voorheen op muurstijlen en korbelen. Bij verbouwingswerken in 1908 wordt in dit vertrek een gotische schouw aangetroffen, die wordt afgebroken en overgebracht naar het kasteel van Oostkerke, daar grotendeels vernield tijdens de Eerste Wereldoorlog. De schouw wordt in de tweede helft van de 20ste eeuw door de toenmalige eigenaar Constant Neuhuys opnieuw ter plaatse gereconstrueerd met behulp van enkele bewaard gebleven stukken en aan de hand van foto's genomen door architect Huib Hoste. Wangen bekroond door figuratieve voorstelling (man en vrouw), en net als haardbalk en boezem versierd met wijngaardranken en druiventrossen. In 1940 treft men hier een deel van een 14de-eeuwse wandnis aan, bestaande uit een geprofileerde bakstenen spitsboog met zuiltje op natuurstenen basis bekroond door bladkapiteel; dieperliggende natuurstenen driepas op kopconsole. Eerste verdieping eveneens voorzien van zoldering met moer- en kinderbalken; ook hier wordt in 1908 een gotische schouw ontdekt, slechts fragmentarisch bewaard. Dakgebinte opgebouwd uit twee schaargebinten; getelmerkt.

Rechterhuis met kelder afgedekt door tongewelf; dient in de 15de eeuw tot opslagplaats van wijnen. Begane grond ingedeeld in voor- en achterkamer, gekenmerkt door 18de-eeuwse aankleding, cf. stucwerk plafond en schouwboezem. Bewaarde 16de-eeuwse structuur van moer- en kinderbalken. Tegen achtermuur van de kamer aan de straatzijde een houten wand met rondboogdoorgang en twee alkoven, oorspronkelijk elk voorzien van twee houten deuren.

Bijgebouw aan oostzijde op de hoek met de Corneliestraat, vermoedelijk daterend uit eind 16de-begin 17de-eeuw. Eénlagige baksteenbouw onder zadeldak (nok evenwijdig met straat; Vlaamse pannen). Muurankers. Zware steunbeer zijde Corneliestraat. Vier rechthoekige muuropeningen aan de straatgevel gevat onder korfboogvormige nis, daterend van de herstellingswerken in 1948. Rechtertravee met herbouwde korfboogvormige poort gevat in geblokte natuurstenen omlijsting; de nieuwe poort wordt voorzien van een uit 1693 gedateerde poortnaald. Kleinere openingen in zijgevel. Links restanten van witstenen deuromlijsting.

AFDELING ROHM WEST-VLAANDEREN, Cel Monumenten en Landschappen, Archief nr. W/00248.
BALLEGEER J., Gids voor de Zwinstreek, Nieuwkerken-Waas, 1999, p. 95.
DEVLIEGHER L., Damme, in Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, deel 5, Tielt, 1971, p. 158-162.
HEYNEMAN D. ; HEYNEMAN L., Ontdek Damme. Praktische gids, Damme, 1977, p. 15-16.
RAU J., Het Damme van toen en omgeving, Brugge, 1981, p. 30-31.
VANDENBERGHE R., Damme, geïllustreerde gids, Brugge, 1978, p. 49-53.
VAN POUCKE G., Archiefbeelden Damme, v.z.w. 't Zwin Rechteroever Grondgebied Damme-Gloucestershire, 2003, p. 58.

Bron: Callaert G. & Hooft E. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Damme, Deel I: Stad Damme, Deelgemeenten Hoeke, Lapscheure en Moerkerke, Deel II: Deelgemeenten Oostkerke, Sijsele en Vivenkapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL17, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda & Hooft, Elise

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Jacob van Maerlantstraat

Jacob van Maerlantstraat (Damme)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.