erfgoedobject

Ursulinenklooster Stalleken van Bethlehem

bouwkundig element
ID: 80023   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/80023

Juridische gevolgen

Beschrijving

Restanten van het ursulinenklooster zogenaamd Stalleken van Bethlehem, in 1838 opgericht net buiten de wallen van de oude stad.

Op 1 mei van dat jaar, eerstesteenlegging door deken H.A. Meuwissen. Sinds eind augustus 1839 bewoonbaar; aankomst van de eerste zusters op 29 september; inwijding van een voorlopige kapel op 3 oktober; opening van het pensionaat op 15 oktober. In oktober 1841, afwerking van de eerste vleugel, die als kapel werd ingericht. In 1842, bouw van een washuis en een stal. Op 8 oktober 1843, opening van een lagere meisjesschool van één klas, de zogenaamde Buitenschool of externaat.

In de Atlas van de Buurtwegen (1845) wordt het dan toe gebouwde complex aangeduid, met ten westen ervan de losstaande langgestrekte hoeve. In 1846, bouw van de eerste kapel; eerstesteenlegging op 12 oktober; inzegening op 10 januari 1849. In 1851, bouw van een nieuw washuis en dito stal. In 1852, bouw van de bakkerij. In 1853, bijkomende nieuwe klassen. In 1854-56, afwerking van de spreekkamers op het einde van de derde vleugel en aanbouw van een speel-, slaapzaal en binnenkoer. Op 1 mei 1857, eerstesteenlegging van de kleuterklas; opening op 2 april 1861. In 1860, oprichting van een zondagshuishoudschool voor oudere en volwassen meisjes. In de periode 1869-75, bijkomende bouwwerken naar ontwerp van architect J. Bolsius (1824-1914) uit 's-Hertogenbosch. In 1874, plaatsing van een dakruiter op de kapel. In 1877, aanleg van een nieuw kerkhof ter vervanging van het oude ten Z. van de kapel. In 1878-82, grote aanbouw aan het externaat. In 1882-83, oprichting van de Lourdesgrot. In 1886, restauratie van de kapel. In 1887-88, afbraak van het externaat en heropbouw op dezelfde plaats. In 1899, vergroting van de oude kapel en bouw van een nieuwe klas en acht pianokamertjes op het oude kerkhof aan de oostvleugel. In 1900, oprichting van een Kalvarieberg.

Door toename van het aantal kostschoolmeisjes circa 1900, trapsgewijze afbraak en heroprichting van het hele klooster in 1901-04 naar ontwerp van architect J.A. Jorna (° 1854) uit Roermond; behoud van de in 1899 vergrote, oude kapel. In 1904, oprichting in de tuin van een vleugel met pianokamertjes, heden nog grotendeels bewaard. In 1910-11, oprichting van de huishoudschool naar ontwerp van architect M. Bogaerts (Standaardbuiten), op de plaats van koe-, paardenstal en linnenkamer. In maart 1913, afbraak van de oude kapel. Eerste steen van de nieuwe kapel, gedateerd 2 juli 1913, cf. opschrift volgens de literatuur: IN PELTO VISITATIONIS/ DIE SECUNDA MENSIS JULII/ AODI I.XI/ MCMXIII; eerstesteenlegging uitgesteld tot 11 juli, door belet van de architect P.J.H. Cuypers (1827-1921) uit Roermond. In 1914 en 1919-20 werd de kapel verder afgewerkt, na uitstel door de Eerste Wereldoorlog. Op 7 oktober 1914, lichte schade aan de kapel door een bomscherf. Op 18 november 1918, schade aan het klooster ten gevolge van een ontploffing aan het goederenstation. In 1918-19, omvorming van het klooster tot lazaret en een tijdje bewoning door de Belgische lanciers. Op 27 september 1919, inwijding van de nieuwe kapel door Monseigneur Rutten. In 1920, oprichting van het zogenaamde Leerwerkhuis voor meisjes, alias de vakschool. Later groeide dit uit tot het lager secundair beroeps, afdeling kleding. In 1936-38, verhoging van de lagere school met vier klaslokalen.

In 1940, tijdelijke functie als logementskwartieren voor Duitse troepen. In 1944, bezetting en plundering door en opslagplaats voor het Duitse leger; op 4, 5 en 6 september, totale plundering van het klooster na de eerste aftocht van de Duitsers; op 5 september, inrichting van de huishoudschool tot gevangenis; van november 1944 tot maart 1945, inrichting tot Engels hospitaal. Op 31 maart 1945, ontruiming van het klooster.

In de jaren 1950, opening van een internaat voor jongens van 4 tot 10 jaar en voor meisjes van 4 tot 18 jaar. In 1951, oprichting van de oude en moderne humaniora. Op 11 februari 1954, overheveling van de humaniora naar Overpelt. In 1956, oprichting van het technisch onderwijs. Op 12 april 1956, vernieling van klooster en schoolgebouwen door brand; behoud van de kapel, de pianokamers, de vakschool, de boerderij en het nieuwe externaatsgebouw met acht klassen; sloopwerk van 1 juni 1956 tot Pasen 1957. In 1958, heropbouw van het klooster en verkoop van het bijhuis Immaculata te Overpelt aan de zusters Augustinessen. In 1959, heropbouw van de schoolgebouwen. In 1964, verbouwing van de beroepsschool. In 1965, bouw van vier kleuterklassen in de Vloedstraat.

In 1974, omvorming van de schuur tot een turnzaal voor de lagere school. Op 1 september 1983, fusie van het Instituut Maria Middelares met het Salvatorcollege van Hamont-Lo, dat nu zorg draagt voor het onderwijs alhier. Op 1 september 1988, opheffing van het meisjesinternaat. Op 1 september 1995, opheffing van het beroepsonderwijs. In 1996 opende het Salvatorcollege opnieuw een meisjesinternaat.


Bron     : Pauwels D. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kanton Neerpelt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N2, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Pauwels, Dirk
Datum  : 2005


Relaties

  • Is deel van
    Kloosterstraat
    Kloosterstraat (Hamont-Achel)

  • Omvat
    Kapel van het ursulinenklooster
    Kloosterstraat zonder nummer (Hamont-Achel)

  • Omvat
    Kleuterschool
    Wal 14-22 (Hamont-Achel)

  • Omvat
    Leerwerkhuis voor meisjes
    Wal 14-22 (Hamont-Achel)

  • Omvat
    Schoolgebouw en klooster
    Kloosterstraat 2-6 (Hamont-Achel)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Ursulinenklooster Stalleken van Bethlehem [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/80023 (Geraadpleegd op 18-07-2019)