Geografisch thema

Nederename

ID: 14116   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14116

Beschrijving

Gemeente van 275 hectare aan de rechtse Schelde-oever, sinds 1965 gevoegd bij stad Oudenaarde. Aantal inwoners (1.1.1996) bedraagt 2300. Het grondgebied grenst ten noordoosten aan Welden, ten oosten aan Mater, ten zuiden aan Ename; ten westen en ten noorden respectievelijk gelegen tegenover Eine en Heurne. De grens met Eine wordt gevormd door de gedeeltelijk gedempte oude Schelde en verder door de rechtgetrokken Schelde.

Landschappelijk gekenmerkt door een brede alluviale zone behorend tot de Schelde-vallei met vlakke grachtenrijke gronden en overwegend gedichte afgesneden Scheldemeanders. Voorts een vlak gebied, 10 - 15 m hoog, met voornamelijk vrij vruchtbare lemig zand- en zandleemgronden.

In de vroege middeleeuwen was in de nabijheid van de Sint-Vedastuskerk, die op een verhevenheid aan een buitenbocht van de oude Scheldebedding staat, het centrum gelegen van een groot domein of de villa "Ehinham". Dit oud domein strekte zich uit over het grondgebied van de latere dorpen Nederename en Ename.

Eerste vermelding als "Ehinham" uit eind 9de eeuw (zie Ename). De oudste vermeldingen van Nederename als "de Inferiori Eiham", "de Inferiore Eiham" refereren al aan de gewijzigde situatie waarbij Ename, met zijn burcht en portus en nadien met zijn abdij, tot het belangrijkste centrum was uitgegroeid en in de 11de tot 12de eeuw aangeduid werd als Opper-Ename of "Iham superior". Als oudste kerk van het vroegere domein werd de Sint-Vedastuskerk, na de oprichting van twee kerken te Ename, vermeld als moederkerk. Na de aanhechting van de mark Ename bij Vlaanderen in 1047 ressorteerde ook Nederename onder de kasselrij van het Land van Aalst. Administratief en gerechtelijk bleef Nederename tot het eind van het ancien régime voor de helft afhangen van de heer van Oudenaarde en voorts van de Enaamse Sint-Salvatorsabdij die ook het patronaatschap over de kerk had verworven. De pastoor van Ename bleef lange tijd ook de parochiekerk van Nederename bedienen. In tegenstelling tot Ename kwam er geen echte dorpskern tot ontwikkeling en bleef de bebouwing sterk beperkt. Aan de rand van het grondgebied lagen een paar grote ontginningshoeven. Voorts was het vooral een dorp van steenbakkers. De visvijvers ontstaan door leemuitgraving naast de Schelde tussen de Ohiobrug en de kerk getuigen nog van de steenbakkersactiviteit. Overblijvende steenbakkersbedrijven na de Tweede Wereldoorlog opgeslorpt door één bedrijf thans gevestigd aan de overkant van de Schelde op grondgebied Eine. De oudste verbindingsweg verliep noord-zuide parallel aan de Schelde richting Welden en Ename. Met de Aalstbaan, thans Nederenamestraat, onderdeel van de steenweg Aalst-Oudenaarde (tweede helft 17de eeuw tot 18de eeuw), kwam een nieuwe verkeersas tot stand. De spoorlijn Kortrijk-Denderleeuw, in gebruik genomen in 1868 doorsnijdt de zuidoostelijke hoek van de gemeente. Naast de grens met Ename werd een intussen gesloopt station opgericht. Een sterke bebouwingstoename kwam er pas echt vanaf begin 20ste eeuw toen de oprichting van enkele textielbedrijfjes leidde tot het optrekken van vele arbeidershuizen. Na de vervanging voor de Eerste Wereldoorlog van het Scheldeveer met Eine door een ijzeren brug groeide ook de bebouwing aan deze verbindingsweg naar de kerk van Nederename (thans Ohiostraat) sterker aan. Via de vroegere Dorpstraat, thans Oudstrijdersstraat, ontstond een verkeersas met voornamelijk lintbebouwing van Eine via Nederename naar Ename en verder. In aansluiting met Eine en Ename is Nederename geëvolueerd tot een woongemeente die deel uitmaakt van de voorstedelijke agglomeratie van Oudenaarde. In het zuidoosten van de gemeente, aan de huidige Braambrugstraat bevond zich een aanvankelijk houten korenwindmolen (confer kaart van J. Bale van 1661-63), de zogenaamde "Schatakkermolen" die bezit was van de abdij van Ename; voor het vierde kwart van de 18de eeuw vervangen door een stenen korenwindmolen. Molen niet meer in bedrijf na de verkoop in 1865; resten van de kuip bleven nog bewaard tot eind eerste kwart van de 20ste eeuw.

  • Rijksarchief Ronse, Fonds abdij Ename, nr. 1456.
  • BERINGS G., Landschap, geschiedenis en archeologie in het Oudenaardse, Oudenaarde, 1989, p. 31-33, 39-42.
  • TACK G. - VAN DEN BREMT P. - HERMY M. - CHARLIER G., Bos wastine. Historische ecologie, (in voorbereiding).
  • VANDENPUTTE J.L.Th., De molens van het arrondissement Oudenaarde, Uit hun geschiedenis, Oudenaarde, 1974, p. 120-121.
  • VAN LAETHEM P. - BONTE M., Zo was Nederename, Oudenaarde, 1980.

Bron     : Bogaert C., Lanclus K., Tack A. & Verbeeck M. 1996: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Oudenaarde, Stad Oudenaarde met fusiegemeenten, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 15N1, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Bogaert, Chris, Lanclus, Kathleen, Tack, Anja, Verbeeck, Mieke
Datum  : 1996


Relaties