Geografisch thema

Ravels

ID: 14604   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14604

Beschrijving

Aangrenzende gemeenten van de deelgemeente zijn Weelde ten noorden en ten westen, Turnhout ten westen, Oud-Turnhout ten zuiden en Arendonk ten oosten. Oppervlakte: 2643 hectare; inwoners: 5179 (31/12/2002).

Door Ravels loopt van oost naar west de waterscheidingskam tussen het Maas- en Scheldebekken. Het reliëf is licht golvend en schommelt tussen de +30 à +35 meter. De bodem vertoont weinig oneffenheden. Zandheuvels vindt men in de bossen van Klein-Ravels; inzinkingen of depressies voornamelijk in het Gewestbos Ravels (voorheen de Staatsbossen). Het gebied ten zuiden van de waterscheidingskam behoort tot het stroomgebied van de Schelde: kleine lopen en de zuidelijke Aa stuwen het water via de Nete en de Rupel naar de Schelde. De waterlopen in het noorden van de gemeente behoren tot het Maasbekken: zo vloeien onder meer de Hoogakkerloop, de Wierikkenloop en de Marelseloop via de noordelijke Aa in de Dommel (Nederland) naar de Maas.

Landelijk woondorp met een verstedelijkte kern en een agrarisch landschap van weilanden, akkerkavels en bossen. Ongeveer één derde van het grondgebied wordt ingenomen door het Gewestbos (810 hectare), ten oosten en noordoosten gelegen van Ravels-dorp. Tot begin 20ste eeuw lag hier een zwak golvend duinlandschap met droge en natte heide, vennen en ondoorwaadbare moerassen, zie de Ferrariskaart (circa 1775). In 1903-1904 verkocht de gemeente deze heidegronden aan de Belgische Staat. Met de opbrengst werd onder meer de bouw van de Sint-Adrianuskerk gefinancierd. Alvorens tot bebossing over te gaan werd het terrein omgeploegd, genivelleerd en door een netwerk van grachten en sloten gedraineerd. Dwars door het domein, van het zuidwesten naar het noordoosten, werd een brede dreef getrokken van circa 7 kilometer, de zogenaamde "Marneffedreef", genoemd naar één van de ontwerpers van het project. Door de aanleg van dwarsdreven creëerde men vervolgens 77 percelen -ook bosbouwkundige eenheden genoemd- met een gemiddelde oppervlakte van 8 à 10 hectare. De bedoeling van de overheid was hierop een aantal nieuwe bebossingsmethoden toe te passen teneinde de houtproductie op de Kempense zandbodem te verbeteren. Te Ravels experimenteerde men voornamelijk op het vlak van bemesting. De bosaanplanting begon in 1906 en werd pas voltooid in 1930. Het huidige Gewestbos bestaat voor 54 procent uit naaldhout, 12 procent uit loofhout en 19 procent uit een gemengde bosvegetatie. Elk perceel is met een circa 10 meter breed struweel van loofhout omrand. Zowat 15 procent wordt gevormd door vennen waaronder het Kesseven, het Klotgoor en het Zwartwater. Aan de rand van het Kesseven (3,5 hectare) groeit een typische verlandingsvegetatie met bies-, riet-, en zeggesoorten. De meeste vennen werden echter bij de inrichting van het bos drooggelegd en vormen thans door bos omgeven arealen met een weidevegetatie. Een dwarsdreef (verlengde van de Hofstraat) loopt in oostelijke richting door tot bij grenspaal 205. Het zuidelijk deel, tussen de Arendonkse steenweg en het kanaal Dessel-Turnhout-Schoten, is openbaar toegankelijk.

Ten zuidoosten van het Gewestbos bevindt zich een kleinschaliger landschap "Het Kijkverdriet", gelegen ten noorden van voornoemd kanaal, ter hoogte van de Liereman (Oud-Turnhout/Arendonk). Het rectangulair kavelnet is een restant van de eerste ontginningen in de negentiende eeuw, reeds duidelijk terug te vinden op de Vandermaelenkaart (circa 1854). Begin 20ste eeuw is het gebied een uitgestrekt weidegebied, voornamelijk in het noorden is het wegenpatroon verdwenen. De natuurwetenschappelijke waarde wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van (laag)veenvegetatie en natte heide in de centrale en vochtige depressie waar ook broekbos en hooiland voorkomen. De weilanden omgeven door aardewegen, houtwallen en ontwateringsgrachten vormen een tweede landschapstype. Esthetisch is het landschap waardevol door de kleine niveauverschillen en door de afwisseling van het agrarisch gebied met de (broek)bossen.

De huidige gemeentegrenzen zijn meestal overeengekomen scheidingslijnen. Nochtans vormt de Aa in het noorden op bepaalde plaatsen een natuurlijke grens. De zuidelijke gemeentegrens daarentegen wordt grotendeels gevormd door het kanaal Dessel-Turnhout (1844-1846). Tussen het kanaal en een zuidelijke uitstulping -met als natuurlijke grens de Nattenloop- concentreren zich de oude kleiputten van de voormalige steen-, cement- en pannenfabrieken.

Het centrum met verstedelijkt karakter ligt voornamelijk langs en ten westen van de baan Turnhout-Tilburg, die het centrum van zuid naar noord doorkruist. Ter hoogte van de Sint-Servatiuskerk vertrekt de verbindingsweg (Kerkstraat-Peelsestraat-Vooreel) naar het hoofdgehucht Ravels-Eel ten noordoosten en eindigt verderop in noordelijke richting, op grondgebied Weelde, opnieuw op voormelde baan. Een derde verbindingsweg is de steenweg naar Arendonk die het Gewestbos doorkruist.

De oudst gekende schrijfwijze van Ravels dateert van 1165 en luidt "ravenslo". Enerzijds bestaat de theorie dat de letter -s staat voor een bezitsvorm met aldus een verwijzing naar een persoonsnaam. Anderen menen dat de naam op te splitsen is tussen ‘raven’ en het achtervoegsel '-lo', te verklaren als "bos op zandgrond".

De belangrijkste archeologische site te Ravels ligt ten westen van Klein Ravels, in de bossen van het Heike. Hier bevindt zich een grafveld, bestaande uit een zestiental grafheuvels, uit de vroege- en middenijzertijd (circa 700 tot circa 250 Voor Christus), meer bepaald de zogenaamde "Urnenveldentijd". Deze benaming wijst op een begrafenisritueel waarbij de crematieresten van de overledenen in urnen onder de grond werden geplaatst. In Noord-Brabant en in de Kempen was het gebruikelijk het geheel te bedekken met een laag, aarden heuveltje omgeven met een randstructuur, kringgreppel of een palenkrans. Zo ontstonden vaak uitgestrekte graf- of urnenvelden. In 1984-1985 werd de site archeologisch onderzocht volgens de kwadrantenmethode en nadien deskundig gerestaureerd. De meeste heuvels te Ravels vertonen een kringgreppel (met zuidoostelijke opening), andere een palenkrans. De diameter varieert van 5 tot 7 meter, de hoogte van 20 tot 50 centimeter. Op grond van de kringgreppels en palenkransen, gevonden "Harpstedt-urnen" en een eierbekertje wordt de site gedateerd in de vroege ijzertijd. Een andere -weliswaar slecht bewaarde- site bevindt zich in de omgeving van de Raaftuinenweg namelijk een urnenveld uit de vroege -mogelijk ook nog middenijzertijd waarvan enkele objecten zich bevinden in het Taxandriamuseum te Turnhout.

Tot aan het begin van de Belgische Onafhankelijkheid hadden Weelde, Ravels en Poppel nauwe banden op administratief, juridisch en kerkelijk vlak. Dit verklaart hun huidig samengaan. Wanneer Maria van Brabant in 1356 het Land van Turnhout als dotatie ontvangt, behoren daarbij onder meer Weelde, Ravels en Poppel. Dit Land was één van de administratieve en fiscale kwartieren binnen het oude markgraafschap Antwerpen dat door schenking in 1096 naar het hertogdom Brabant overgeheveld was. Binnen deze financiële en administratieve omschrijving figureerden in het kader van de feodaliteit talrijke heerlijkheden, veelal soeverein beheerd door lokale heren of religieuze instellingen. Zo beschikte de prelaat van de abdij van Tongerlo over de grondheerlijke rechten van Ravels. In 1298 nam hertog Jan II van Brabant de bezittingen van de abdij onder zijn bescherming. De prelaat van Tongerlo ondervond in de loop der tijden vele moeilijkheden om zijn privileges te handhaven en te verdedigen.

Na de dood van Maria Van Brabant werd het Land terug Brabants bezit, doch bleef tot aan het einde van het ancien régime een aparte bestuurseenheid die toekwam aan Maria van Hongarije (1546-1558), circa 1580 verpand werd aan de graven van Boussu en van 1612 tot 1618 in pandbezit kwam van Filips-Willem van Nassau, prins van Oranje (1612-1618). In 1626 aanvaardde Filips Le Roy van Broechem de belening van Ravels. Na de vrede van Münster kwam Ravels, opnieuw als deel van het Land van Turnhout, toe aan Amalia van Solms, die het dorp doorverkocht aan J. De Knuyt van Middelburg. Nadien kwam het Land van Turnhout (met Ravels) aan Maria van Zimmeren, Willem III, de koningen van Pruisen, de hertog van Sylva Tarouca en in 1768 aan J.G. de Pestre, graaf van Turnhout. Ravels was tot ongeveer midden 17de eeuw voor de hoge en middelbare jurisdictie meestal aangewezen op de schepenbank van Weelde (oudste vermelding van 1296). De lage jurisdictie hoorde toe aan de abdij van Tongerlo (laathof met latenbank). Enkele decennia van conflicten, processen omtrent de schepenbank -waarbij Ravels op een bepaald moment zelfs twee schepenbanken telde- werden opgelost door een overeenkomst (1669) tussen Amalia Van Solms en de prelaat van Tongerlo waarbij Ravels een autonome schepenbank kreeg.

De Franse Revolutie maakte komaf met de structuren en instellingen van het ancien régime; Ravels bestond voort als autonome gemeente binnen het departement van de twee Neten, voorloper van de provincie Antwerpen.

In de Middeleeuwen behoorde de aaneengesloten parochie Poppel-Hegge-Eel-Ravels tot het bisdom Luik. Nadat reeds in 1165 goederen waren overgedragen, schonk het Sint-Servaaskapittel van Maastricht in 1211 de kapellen van Ravels en Poppel aan de norbertijnerabdij van Tongerlo en Weelde aan Averbode. Ravels en Poppel vormden toen de St.-Servatiusparochie, een dubbelparochie met één pastoor die doorgaans te Poppel resideerde. De kerk van Ravels was aanvankelijk een quarta capella, waarvan de abt van Tongerlo de tienden trok en waarin een vijftal kapelanies bestonden. In 1437 werd de kapel van het gehucht Eel afhankelijk van Ravels; ze was vooral bekend als bedevaartplaats van Sint-Adrianus. In 1559 vond een parochiescheiding plaats. Poppel werd gehecht aan het bisdom ‘s Hertogenbosch, het gehucht Hegge kwam aan Weelde en Ravels werd een autonome parochie afhankelijk van het nieuwe bisdom Antwerpen. Tot circa 1820 werd het bestuur van de parochie waargenomen door de norbertijnen. De laatste witheer was afkomstig van de abdij van Postel. Door Koninklijk Besluit van 29 april 1896 werd de kapel van Eel een parochiekerk met Sint-Adrianus als patroonheilige. Circa 1900 werd hier een nieuwe neogotische kerk naar ontwerp van P.J. Taeymans gebouwd. Thans worden de kerken opnieuw door dezelfde pastoor bediend.

Sedert 1802 ressorteerde Ravels onder het bisdom Mechelen en vanaf 1962 opnieuw onder Antwerpen.

Buiten het eigenlijke dorpscentrum telt Ravels verschillende oude gehuchten met als belangrijkste Eel, Gilseinde en Klein-Ravels. De Ferrariskaart (circa 1775) geeft reeds duidelijk de configuratie weer van het huidige dorp en zijn stratentracé. Reeds dan ligt het dorpscentrum op een noordzuid-as, met een verbinding naar Oud-Turnhout in het zuiden en naar Weelde (via Klein Ravels) in het noorden, later de baan Turnhout-Tilburg. Vergeleken met naburige dorpen was Ravels-centrum een eerder bescheiden woonkern met een bebouwingsconcentratie aan het knooppunt van de huidige Grote Baan met de Onze-Lieve-Vrouwestraat en de Weteringstraat. De kerk lag ietwat apart, meer noordwaarts, aan het begin van de Kerkstraat, verbindingsweg naar het gehucht Eel met de kapel van Sint-Adrianus. Ravels en Eel vormden lange tijd éénzelfde parochie waardoor de gemeenschappelijke pastorie tot eind 19de eeuw gelegen was aan deze as, ongeveer centraal tussen de twee bevolkingskernen. Op voormelde kaart wordt de site van de pastorie duidelijk afgebeeld. De kleine woonkernen worden omringd door akkerkavels en bospercelen. De vallei van de Aa ten noorden kenmerkt zich door de groene vochtige beemden en hooilanden. Dit cultuurlandschap wordt quasi volledig omringd door de "bruyère de Raevels", een uitgestrekte heidevlakte met sporadisch vennen en ondoorwaadbare moerassen. Tot midden 19de eeuw bleef dit landschapsbeeld nagenoeg onveranderd, zie de Vandermaelenkaart (circa 1854); enkel de zuidoostelijke hoek van het grondgebied vertoont op voornoemde kaart sporen van ontginning (zie, het Kijkverdriet).

In de 19de eeuw kwam het totdantoe agrarische Ravels in een technische stroomversnelling als gevolg van de aanleg van het kanaal en de daaruit voortkomende industrialisatie. Deze evolutie bracht tevens een bevolkingstoename met zich mee. Bij het graven van het kanaal Dessel-Turnhout (1844-1846) stootte men in de zuidwestelijke hoek van Ravels op dikke kleilagen. Eind 19de eeuw - begin 20ste eeuw nam de steennijverheid langs het kanaal, voornamelijk van Sint-Job in 't Goor tot in Ravels, een definitieve uitbreiding. Zo ontstond in de periode 1898-1908 te Ravels een concentratie aan steenbakkerijen en cementfabrieken, later veelal toegetreden tot de groep C.B.R. (Cimenteries et Briqueteries Réunies). De klei-ontginning strekte zich uit over de aangrenzende gemeenten Turnhout en Oud-Turnhout. De cementnijverheid kende vooral een bloeiperiode in de jaren 1925-1926 doch sloot haar poorten na de bevrijding. Heden herinneren slechts enkele fabriekshallen aan de vestigingen van weleer en zijn inmiddels geïntegreerd in nieuwe bedrijven, onder meer Kanaaldijk nummer 22, nummer 30, laatst genoemde was de smidse van voormalige steenfabriek Het Noorden. Op grondgebied Oud-Turnhout, ten noorden van het kanaal, bevinden zich nog de gebouwen van de voormalige pannenfabriek T.T.R. (Tuileries Turnhoutoises Ravels). De exploitatie van deze industriële site strekte zich evenwel uit over grondgebied Ravels.

De ontsluiting van het gebied in de 19de eeuw werd mede gerealiseerd door de aanleg van wegen en buurtspoorwegen. Midden 19de eeuw werd de Steenweg Grote Baan-Klein Ravels als deel van de steenweg Turnhout-Tilburg aangelegd; in 1895 komt er een vraag vanuit de gemeente voor een steenweg naar Arendonk. In 1906 wordt de tramlijn van Turnhout-Markt tot Poppel-dorp met een aantal stopplaatsen te Ravels in gebruik genomen; het vervoer werd afgeschaft in 1948; de tramlijn werd opgebroken in 1952. Het kwadratisch stratenpatroon ten westen van de Grote Baan onderstreept de planmatige aanleg van het centrum na de Tweede Wereldoorlog. Eel daarentegen is tot op vandaag een bescheiden kerkdorp gebleven. De laatste decennia kende Ravels een toenemende woonfunctie voor pendelaars naar Turnhout en Nederland. Thans stelt de lokale industrie mensen te werk onder meer in de sectoren bouwmaterialen en kippenslachterijen.

De voornaamste gebouwen staan langs de oude as tussen Ravels-centrum en Eel (Kerkstraat-Peelsestraat-Vooreel): de laat- en neogotische Sint-Servatiuskerk met 19de-eeuwse pastorie, de windmolen met de lyrische naam "De Nachtegaal der Maatvennen" van circa 1869, halfweg de voormalige 18de-eeuwse pastorie, heden sterk aangepast en geïntegreerd in een bedrijfscomplex, en tenslotte de neogotische Sint-Adrianuskerk van Eel met 19de-eeuwse pastorie. In vergelijking met de parochiekerken van de deelgemeenten Poppel en Weelde heeft Ravels architecturaal gezien een eerder bescheiden bedehuis. In het centrum zijn slechts enkele getuigen van de vroegere kleinschalige dorpsbebouwing terug te vinden onder meer in de Kerkstraat en de Grote Baan.

In de nog sterk vertegenwoordigde -veelal aangepaste- hoevebouw bevinden zich zowel voorbeelden van de hoeve met losse bestanddelen, de L-vormige hoeve of de hoeve van het langgestrekte type. Een 18de-eeuwse standaardmolen te Ravels-Eel werd in 1875 uit Sint-Katelijne-Waver overgebracht; deze overleefde een zware storm in 1956 niet. Binnen het groot aanbod aan kapellen, variërend van grotkapel, niskapel tot beeld, werden twee dubbele niskapellen opgenomen en de Lourdesgrot van het voormalige preventorium in de Onze-Lieve-Vrouwestraat, zie Klein Ravels. Begin jaren 1990 werd de instelling verbouwd/aangepast tot woon- en zorgcentrum. De groepsbebouwing van arbeidershuizen uit het eerste kwart van de 20ste eeuw aan weerszijden van de Grote Baan, alsook de vier resterende woningen aan de Kanaaldijk (nummers 1-7) werden vermoedelijk opgetrokken als woningen voor de werklieden van de steennijverheid aan het kanaal. Het traject van het kanaal Dessel-Turnhout bevat op grondgebied Ravels als vermeldenswaardig waterbouwkundig werk een veiligheidshoofd (keersluis) van circa 1905, ongeveer ter hoogte van het Gewestbos (zie inleiding Witgoor te Dessel).

  • DE KOK H., Gids voor het oude Turnhout en omgeving, dl. 2, Antwerpen-Amsterdam, 1980.
  • DE MEYER P., De parochie Ravels, in Taxandria, nieuwe reeks, XXII, nr. 1, 1950, 3-15.
  • DIRIKEN P., Toeristisch-recreatieve atlas van Antwerpen. De Kempen. Geogids Noorderkempen-Oost, Kortessem, 1997, 71-80.
  • KOYEN M., Tongerlo en de heerlijkheid van Ravels-Eel, in Taxandria, nieuwe reeks, XXVIII, nummers 1-4, 1956, 3-20.
  • S.N., Ravels in lief en leed, onder leiding van de Heemkundekring N. Poppelius, sine loco, 1980.
  • S.N., Zoals ze waren. Oude prentkaarten over Ravels, Weelde en Poppel, sine loco, 1979.

Bron     : De Sadeleer S. & Plomteux G. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Arendonk, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N6, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  De Sadeleer, Sibylle
Datum  : 2001


Relaties