Vredegerecht van Diksmuide

Beschermd monument van 30-06-2014 tot heden

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Diksmuide
Deelgemeente Diksmuide
Straat Koning Albertstraat
Locatie Koning Albertstraat 10 (Diksmuide)

Administratieve gegevens

Andere nummers
  • 4.01/32003/819.1

Is de (gedeeltelijke) bescherming van

Vredegerecht van Diksmuide

Koning Albertstraat 10, Diksmuide (West-Vlaanderen)

Voor de Eerste Wereldoorlog was het vredegerecht ondergebracht in het Stadhuis. Na de oorlog aankoop van twee percelen (1925) gelegen aan de Koning Albertstraat en aan de Grote Markt, waarop respectievelijk het "Huis Pieters" en "'t Groot Sint-Joorishof" (enkel het deel naar de Koning Albertstraat wordt aangekocht) waren opgetrokken.

Beschrijving

Het voormalige Huis Pieters te Diksmuide, na de Eerste Wereldoorlog heropgebouwd als Vredegerecht, is beschermd als monument.

Waarden

Het voormalig Huis Pieters, heropgebouwd als vredegerecht, met inbegrip van de cultuurgoederen die er integrerend deel van uitmaken, is beschermd als monument omwille van het algemeen belang gevormd door de:

sociaal-culturele waarde, historische waarde

Diksmuide - reeds in de herfst van 1914 bijzonder hard beproefd tijdens de IJzerslag - is één van de drie frontsteden waarin bijna geen enkel gebouw de oorlog overleefde. Hierdoor vormt de stad een belangrijke materiële getuige van de Eerste Wereldoorlog, die de frontstreek jarenlang in zijn greep hield ten koste van honderdduizenden levens.
De in situ wederopbouw van de stad was na de enorme verwoestingen niet vanzelfsprekend, gezien de aanvankelijke scepsis van onder meer de pers. De historiserende wederopbouw wou de getraumatiseerde bevolking haar trots teruggeven. Het pittoresk herbouwde stadscentrum waarvan het huis Pieters een voorbeeld vormt - in het interbellum een altijddurende tentoonstelling van oude Vlaamse bouwkunde genoemd - staat dan ook in schril contrast met archiefbeelden van totale verwoesting.
Het Huis Pieters, in 1621 in regionale baksteenarchitectuur en Vlaamse renaissance gebouwd, werd in 1924-1925 historiserend heropgebouwd naar ontwerp van de Brugse architecten Jozef Viérin en Lucien Coppé. Deze traditionele wederopbouw krijgt een nieuwe functie, zie het gevelopschrift Vredegerecht/anno 1925. Hiervan getuigen ook een aantal meubilair elementen uit de bouwperiode, onder meer de afscheidingsbank, de zitbanken en het gestoelte voor de rechters en de griffiers, waarboven in de lambrisering symbool van weegschaal ingewerkt is (zie lijst cultuurgoederen). In het kader van deze nieuwe functie werd het huisvolume op bijkomend perceel links uitgebreid met een poortdoorrit annex inkom. Deze doorrit verwijst ook naar de typerende poorten van de openbare gebouwen op de aanpalende Grote Markt.

historische waarde

historische, in casu architectuurhistorische waarde:
Na de totale vernietiging lokt de wederopbouw hevige discussies uit, dit reeds in 1916 met een in Parijs goedgekeurd lijnrichtingsplan. In weerwil van de suggestie van een nieuwe stad naast de puinen, wordt in 1919 beslist tot de in situ wederopbouw. De eerste bouwactiviteit betreft de private woningen vanaf 1919 met piek in 1921-1922. De herbouw van het huis Pieters, met nieuwe openbare functie als Vredegerecht, volgt pas in 1924-1925.
De stedelijke wederopbouw neemt bijna volledig de vooroorlogse perceelsstructuur over. Bij het huis Pieters, is er wel een functionele wijziging: een poortdoorrit annex inkom wordt toegevoegd (daartoe aankoop bijkomend perceel) en het historiserend heropgebouwde pand krijgt een nieuwe functie als Vredegerecht, zie het gevelopschrift. Dit wordt ook duidelijk geïllustreerd door een aantal interieur- en meubilairelementen uit de bouwperiode, met een sobere art-deco-inslag, onder meer de afscheidingsbank, de zitbanken en het gestoelte voor de rechters en de griffiers (zie lijst cultuurgoederen). Het interieur omvat ook een imposante trappartij gevat in de veelzijdige traptoren (achterzijde) en enkele imposante schouwen.
De wederopbouw wijst de vooroorlogse witte stad met bepleisterde lijstgevels af, en kiest ervoor om het middeleeuwse Diksmuide te herstellen. Stadsarchitect J. Viérin opteert waar mogelijk voor een historische/historiserende reconstructie van de in 1914 nog bewaarde 16de- of 17de-eeuwse panden, in blote baksteen. Viérin herbouwt samen met architect Lucien Coppé het huis Pieters. Dit herenhuis van 1621 in regionale baksteenarchitectuur en Vlaamse renaissance met typisch aediculavenster en schelpmotief in de boogvelden, wordt ·evenwel uniformer en stijlzuiver heropgebouwd: het dakvolume wordt nu gevat tussen getrapte zijgevels; de uitgewerkte verdiepte vensternissen in geschaafde baksteen met · nulvoeg en met schelpmotief voor de boogvelden worden gereconstrueerd in de middelste traveeën (tweede bouwlaag) en in het getrapte dakvenster (reconstructie aediculavenster}, maar ook uitgebreid naar de uiterste traveeën (tweede bouwlaag). Natuurstenen kruisramen vervangen de houten ramen. De statigheid van het gebouw benadrukt de nieuwe officiële functie als vredegerecht.
Het huis Pieters vormt een belangrijk voorbeeld van historiserende stedelijke wederopbouw. Het betreft bovendien een reconstructie door de Diksmuidse stadsarchitect, hierin bijgestaan door Lucien Coppé, eveneens een belangrijk architect bij de Diksmuidse wederopbouw.

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.