Deze pagina afdrukken

De Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed

Belfort (ID: 24555)

Foto niet beschikbaar
Alle foto's

Administratieve Gegevens

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Nr. 17. Belfort Aan de bouw van het huidige Belfort van Gent werd begonnen in XIV a, vermoedelijk voor 1314, jaar waaruit de eerste rekeningen van de bouw dateren. Een ontwerptekening bewaard in het Bijlokemuseum is hoogstwaarschijnlijk het originele plan uit XIV van de hand van de meestermetser Jan van Haelst. In 1323 waren vier bouwl. van de uit Doornikse kalksteen opgetrokken zes bouwl. hoge toren klaar. In 1338 werd het metselwerk stop gezet. Van de bovenste geleding van de onvoltooide toren werden de waterspuwers, de beelden van de vier torenwachters en de grondslag van de vier hoektorens uitgevoerd in steen van Ecaussines. Tussen 1377 en 1380 werd een voorlopige houten torenbekroning opgetrokken; daarop werd in hetzelfde jaar de legendarische "Draak van Gent" gehesen. Deze windwijzer werd in 1377 vervaardigd van vergulde koperen platen. In de loop der eeuwen werd de torenspits herhaaldelijk hersteld of totaal vernieuwd, telkens aangepast aan de wisselende tijdssmaak.

Zo verkreeg de campanile in 1771 een punttorentje naar een ontwerp van architect Louis 't Kindt (het barokke ontwerp van Lieven Cruyl van 1684 werd nooit uitgevoerd); in 1851, na 12 jaar lang zonder klokkentoren gesierd te zijn, verscheen de neogotische spits van gietijzer uitgevoerd n.o.v. architect Louis Roelandt. Deze ijzeren bekapping werd aanvang XX afgebroken en tussen 1911-1913 vervangen door de huidige stenen torenspits. De werken werden uitgevoerd o.l.v. Valentin Vaerwijck wiens planner sterk geïnspireerd waren op het oorspronkelijk ontwerp uit XIV. Sinds jaren zit deze torenspits verborgen onder stellingen wachtend op de nodige restauraties.

Het Belfort van Gent vertoont een rechth. grondplan. Tegen de lange O.-zijde van dit gesloten gotisch bouwwerk werd in XV A de Lakenhal opgetrokken. Van de oorspronkelijke toegangspoort in de Z.-W.-hoek van de gelijkvloerse verd. of z.g. "zaal van het secreet", is enkel de gotische spitsboog bewaard gebleven. Door verhoging van het straatniveau is deze zaal thans enkel bereikbaar langs de lakenhal. De "zaal van het secreet" is overdekt d.m.v. een koepelvormig ribgewelf waarvan de centrale ronde opening diende voor het neerhalen van de klokken.

"Secreet" was de benaming van een soort tegen de muur gemetselde kast waarin de stedelijke privilegiën bewaard werden en die na verloop van tijd op de gehele zeal overgegaan is. Boven het secreet komen drie door zeven waterlijsten gemarkeerde geledingen voor die aan elke zijde doorbroken zijn door twee spitsboogvensters met vroeg-gotische tracering. Een omlopende kroonlijst met twintig waterspuwers komt voor aan de aanzet van de vier hoektorens die verfraaid zijn met kopijen van de vier beelden van de gewapende torenwachters. Een originele stadswachter, bijgenaamd "de man van Gent", bleef bewaard. Een eerste galerij met borstwering, ter hoogte van de vierde verd., verbindt de vier polygonale hoektorens die spitsvormig afgedekt zijn. De vijfde verd. of zaal van de beiaard is aan elke zijde doorbroken door een groot spitsboogvenster waarvoor een uurwerkwijzerplaat aangebracht is. Een tweede galerij bevindt zich ter hoogte van de aanzet van de hoektorenspitsen en de grote torenspits welke bezaaid is met talrijke dakkapellen en waarop de bijna drie meter lane roodkoperen draak prijkt.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. met medewerking van Linters A. & Dambre-Van Tyghem F. 1976: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NA, Brussel - Gent.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen & Verbeeck, Mieke

Relaties