erfgoedobject

Arbeiderswijk Sint Pieterstraat

bouwkundig element
ID: 12344   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/12344

Juridische gevolgen

Beschrijving

Sociale woonwijk van 60 arbeidershuizen in 1938 gebouwd naar ontwerp van Jan Crols in opdracht van de Turnhoutse Maatschappij voor Goedkope Woningen. De wijk Sint Pieterstraat was naar verluidt de eerste sociale woonwijk in België uitsluitend bestemd voor krottenbewoners.

Bouwgeschiedenis en context

De wijk aan de Sint Pieterstraat en Wouwerstraat werd gebouwd in het kader van de zogenaamde "strijd tegen de krotten", die met de eerste Wet op de Krotopruiming uit 1931 een belangrijke impuls kreeg. Deze wet bepaalde onder meer dat lokale overheden en bouwmaatschappijen vervangingswoningen dienden te voorzien in het geval van sloop van krottenwoningen. Op aansturen van J. Overmeire, voorzitter van de Technische Commissie der Goedkope Woningen van de Provincie Antwerpen, voerde de Provincie Antwerpen een zeer actieve politiek. Zo werd het Provinciaal Fonds van de Openbare Onderstand aangesproken om financiële steun te verlenen aan de plaatselijke Commissies van Openbare Onderstand voor de tussenkomst in de huur van voormalige krottenbewoners. In Turnhout, dat nog een groot aantal barakken telde van het Koning Albertfonds, ontstond een nauwe samenwerking tussen het gemeentebestuur en de Turnhoutse Maatschappij voor Goedkope Woningen (vanaf 1956 Turnhoutse Maatschappij voor de Huisvesting). De wijk aan de Sint Pieterstraat en Wouwerstraat was het speerpunt in de krotopruiming, en de laatste grote onderneming van de Turnhoutse Maatschappij voor Goedkope Woningen voor de Tweede Wereldoorlog. De bedoeling was om de woningen integraal voor te behouden aan mensen uit barakken, krotwoningen of andere noodverblijven.

Volgens de registratiefiches van de Nationale Maatschappij kocht de Turnhoutse Maatschappij de grond in 1935 van de Parochiale Werken der Dekenij Turnhout. Het terrein was gelegen langs de Wouwerstraat in de toenmalige wijk Weesgegroet, een arme volksbuurt die zich ten noorden van het begijnhof uitstrekte rond de Oude-Vaartstraat, de Begijnendreef en de Wouwerstraat (tot circa 1930 Weesgegroetstraat). Tot na de Tweede Wereldoorlog stonden er hoofdzakelijk houten barakken van het Koning Albertfonds. Het ontwerp van de wijk werd toevertrouwd aan de Turnhoutse bouwmeester Jan Crols, in het interbellum huisarchitect van de Turnhoutse Maatschappij. De Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen verleende in 1937 goedkeuring voor de bouw van 60 eengezinswoningen, waarvan twee winkelpanden, langs de nieuw aan te leggen Sint Pieterstraat en de bestaande Wouwerstraat. Adriaan Van Eemeren (Turnhout) voerde vanaf 1938 de werken uit als algemene aannemer. Vanaf 1940 werden de woningen verhuurd, voornamelijk aan mijnwerkers, dokwerkers en textielbewerkers. 34 gezinnen waren afkomstig van houten barakken, 15 uit een school die als noodverblijf functioneerde, en 10 uit private woningen. J. Overmeire publiceerde in 1939 de wijk als modelvoorbeeld van de strijd tegen de krotten in Urbs Nova, het tijdschrift van de Association Belge pour l'urbanisme et l'habitation et de l'union des villes et communes Belges.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de wijk uitgebreid. Op de hoek van de Wouwerstraat en de Driekuilenstraat, bouwde architect Frans Peeters tussen 1950 en 1952 in opdracht voor de Turnhoutse Maatschappij voor Goedkope Woningen elf sociale woningen (arbeiderswoningen) en een winkel in aaneengesloten bebouwing (deze zijn niet opgenomen in het bouwkundig geheel).

Beschrijving en typering

Wijk van 60 eenvoudige arbeiderswoningen zonder voortuin in aaneensluitende bebouwing; eenzijdige bebouwing langs de Wouwerstraat en tweezijdige bebouwing langs de Sint Pieterstraat. De wijk is opgebouwd uit drie verschillende woningtypes, allen met 3 slaapkamers. Alle woningen beschikken over een private tuin. De aanleg en de woningtypologie zijn typisch voor de verschuiving in de volkshuisvesting van het model van de groene tuinwijken in de jaren 1920 naar meer dense arbeiderswijken gebouwd in het kader van de krotopruiming in de jaren 1930. Minder geïnspireerd door de Engelse tuinwijkgedachte vormt deze wijk een quasi aaneengesloten bebouwing. Toch herkent men ook hier het streven naar licht, lucht en hygiëne in de open hoekoplossingen.

Enkelhuizen van twee traveeën en twee bouwlagen in Kempische baksteen (plint in donkere baksteen) in spiegelbeeldschema onder zadeldak (nok parallel aan de straat, overwegend mechanische pannen); hoekwoningen met afgeschuinde travee en afgewolfd zadeldak. Combinatie van bakstenen lijst- en puntgevels met gecementeerde topgevels en gecementeerde betonnen fries en doorlopende lateien. Rechthoekige muuropeningen, oorspronkelijk met witgeschilderd houten schrijnwerk en ramen met kruisvormige roedeverdeling; inmiddels overwegend aangepast. Gekoppelde deuren en W.C.-vensters onder doorlopende betonnen luifel.

Stilistisch sluiten de woningen aan bij de sobere, functionele architectuur van de jaren 1930 en vertonen ze een homogeen karakter qua materiaalgebruik en afwerking. De architect streefde ook naar variatie en levendigheid binnen de uniformiteit door het afwisselend spel van lijst- en puntgevels en de geaccentueerde hoekhuizen. In bepaalde vormelijke details zoals de doorlopende rollagen en luifels, de smalle verticale raamopeningen in de topgevels herkent men de vernieuwende zakelijke ideeën van de jaren 1930.

Evaluatie

De wijk heeft een architecturale waarde (typologische waarde) als representatief voorbeeld van arbeidershuisvesting uit de jaren 1930 met beperkte nieuw-zakelijke stilistische kenmerken. Ze heeft een hoge historische waarde, als modelvoorbeeld van vervangingsbouw in het kader van krotopruiming. Ze heeft ook een hoge ensemblewaarde, door de uniformiteit van het geheel gecombineerd met variatie. Deze eenheid is anno 2014 goed bewaard.

Elementen die de erfgoedwaarde onderbouwen zijn het volume en homogeniteit/diversiteit van de woningen (lijst- en puntgevels), en het materiaalgebruik. Bepalende elementen in de ensemblewaarde zijn de doorgetrokken lateien, fries en gecementeerde topgevels met smalle raamopeningen, en het eenvormig coloriet.

  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, Dienst Onroerende Transacties, registratiefiches, SHM 129, Turnhout, Weesgegroet.
  • BAUWERAERTS H. 1957: De opsporing en de vernieling van de krotten in België. Enkele onderzoekingen: XI: Te Turnhout, Wonen (Tijdschrift uitgegeven door het Nationaal Instituut voor de Huisvesting), 40-41.
  • HEERMAN J. 1956: De Turnhoutse maatschappij voor goedkope woningen herdenkt haar 35-jarig bestaan. 1921-1956, Turnhout, 7-8.
  • OVERMEIRE J. 1939: De strijd tegen de krotten in de provincie Antwerpen, Urbs Nova 3, Brussel, 165-171.
  • S.N. 1960: Duizendste woning. Maatschappij voor de Huisvesting Turnhout, (brochure), Turnhout, zonder pagina’s.

Bron     : -
Auteurs :  Van Herck, Karina
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Arbeiderswijk Sint Pieterstraat [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/12344 (Geraadpleegd op 29-11-2020)