erfgoedobject

Parkje van het Kasteel van Heurne

landschappelijk element
ID
134350
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134350

Juridische gevolgen

Beschrijving

Vroeg-landschappelijk parkje van één ha, met vijver, aangelegd tijdens het eerste kwart van de 19de eeuw, toen in de hoek van de oudere hoeve Bosch een nieuw kasteel in classicistische stijl werd gebouwd. Park nu met nul-beheer mits behoud van de oude parkbomen.

Een oude hoeve, een nieuw kasteel

Horne, zoals het tot midden 17de eeuw werd genoemd, was een leen van de graven van Loon dat in 1364 in handen was van Herman Vandenborch, in 1616 in het bezit kwam van Denis van Hinnisdael en dat in 1690 verkocht werd aan Jean Bosch (†1693). Zijn zoon Jean Bosch was de bouwheer van de huidige hoeve uit 1743 (wapensteen en jaartal boven de inrijpoort), waarin elementen van een ouder gebouw werden geïntegreerd (voorheen bezat de schuur een gevelsteen met jaartal 1690 en ook is een wellicht 16de- of 17de-eeuwse schouwmantel in renaissancestijl bewaard in de kelder van de voormalige boerderijvleugel die in het kasteel is opgenomen). De grafsteen van zijn familie, door huwelijk verwant met de van Hinnisdael, bevindt zich in de Sint-Pieterskapel van Heurne. Mathias Bosch's keindochter Anna Elisabeth (1753-1845) huwde Guillaume Claes (1752-1841), de bekende opkoper van zwart goed uit Hasselt en onder meer eigenaar van Herken­rode en Alden Biesen. Hun kleindochter Marie Jacqueline en haar echtgenoot (sedert 1804) baron Louis Joseph de Heusch, bewoonden met hun twee dochters het kasteel tot in de eerste helft van de 19de eeuw.

In 1841 staat het goed kadastraal op naam van baron Louis de Favereau en het huis wordt in de stukken die de kadastrale schatting voorbereidden, beschreven als "een sterk herenhuis van vernieuw­de bouwtrant voorzien van onderscheidene boven en beneden plaetsen echter van kleine inrigt doch aengenaem gelegen". In 1867 komt het in handen van zijn dochter Albertine de Favereau en haar echtgenoot baron Eugène de Calwaert – hun grafmonument ligt op het kerkhof bij de Sint-Pieterskapel in Heurne. In 1900 volgt een verkoop aan rentenier Lambert Emile Monthulet uit Luik en wordt het later vererfd door zijn enige dochter Antoinette Lekeu-Monthulet. Na leegstand en verwaarlozing sedert 1948, wordt het kasteel van de hoeve gescheiden en in 1994 verkocht aan de huidige eigenaars die het op langzame en voorzichtige wijze herstellen.

De initiatiefnemer voor de bouw van het kasteel in de zuidwestelijke hoek van de boerderij Bosch en voor de aanleg van het vroeg-landschappelijk parkje aan de voet ervan, is vermoedelijke baron Louis de Favereau, maar het zouden ook Joseph Hermans en zijn echtgenote Marie Angèle Frisch kunnen zijn, die voor hem korte tijd eigenaar waren.

Een vroeg-landschappelijk parkje

Op de Ferrariskaart (1774-1775) ligt de hoeve Bosch als een gesloten vierkant ten zuiden van de kapel van het gehucht, met tuinen ten westen en een grote boomgaard ten zuidwesten.

De configuratie die op de Primitieve kadasterkaart van vóór 1828 wordt genoteerd bestaat vandaag nog steeds. Bij de boerderij (perceel nr. 297) is in de linker benedenhoek een huis (nr. 298) toegevoegd met een eigen erfje en, aan de straat, een Lvormig dienstgebouw (geen eigen perceelnummer) ten westen. Het langgestrekt, omhaagd parkje wordt gevormd door drie percelen lustbos (nr. 300, 303 en 304), een vijver (nr. 301) en een tuin (nr. 302) waar Ferraris die al situeerde. Ook achter de boerderij liggen er tuinen (nr. 292 en 296) en een langgerekt kanaal als vijver. Men herkent de boomgaarden (nr. 293 en 299) van de Ferrariskaart en verder zijn er bouwlanden (nr. 291 en 295), een hooiland (nr. 289) en een schaapsweide (nr. 290).

Het goed vandaag

De toegang tot het kasteel is gescheiden van de boerderij Bosch, die bereikbaar blijft via de oude, brede en voorheen gekasseide en door bakstenen muren begeleide oprijlaan naar het poortgebouw van 1743. De hoofdoprit naar het kasteel gebeurt meer ten zuiden, via een smeedijzeren hek tussen monumentale pijlers met ingediepte voegen, een geprofileerde deksteen en een gestileerde siervaas, alles van blauwe hardsteen. Het hek heeft vierkante stijlen, dubbele onder-, tussen- en bovenregels met ronde onderspijltjes en spijlen met lanspunten. Ernaast is een recenter voetgangerspoortje voorzien, samengesteld uit genagelde platte banden. Beide hekken onderbreken de witgeschilderde straat­muur die de voormalige moestuin begrenst en die aanzet bij het L-vormig in 1845 ingekort dienstgebouw, dat het erfje ten westen van het kasteel determineert. Het dienstgebouw, dat onder de ­ kapel in de gevel langs de oprijlaan een ingemetselde jaarsteen 1760 vertoont (mogelijk hergebruikt van de constructie die de Ferrariskaart hier al signaleert), moet toen ook verbouwd zijn, onder meer verhoogd, voorzien van een frontonnetje aan de erfzijde en rondboogvormige, voor de periode typische ramen, die blind gehouden zijn aan de straatzijde. Verder wordt het kasteelerf begrensd door drie gevels van het complexe kasteel en door de muur van de oprijlaan naar de boerderij. Deze muur wordt onderbroken door twee bakstenen hekpijlers met deksteen en siervazen van blauwe hardsteen, die de smeedijzeren duimen bewaren van het verloren hek dat dit erf afsloot. Het moet de formele toegang tot het kasteel zijn geweest want op dit erf, nu in dolomiet gelegd, geven de toegangsdeur en het trappenhuis uit. Het kasteel zelf is een sober classicistisch gebouw van twee en drie bouwlagen, al of niet op een souterrain en onder zadeldaken. Het bestaat uit drie vleugels, waarvan twee in feite behoorden tot het bouwschema van de boerderij. Ze werden aangepast en op dezelfde hoogte gebracht als de derde, toegevoegde vleugel, die de mooie op het parkje uitkijkende salons bevatten. Kasteel, bijgebouwen en boerderij vormen visueel nog steeds een eenheid, dankzij de uniforme witgeschilderde gevels en grijze daken van pannen of leien.

Het park in vroeg-landschappelijke stijl strekt zich uit in het verlengde van de nieuwbouw, is vrij verwilderd en staat momenteel eerder onder bewust gekozen nul-beheer, al gebeuren er wel nieuwe aanplantingen van eik, beuk, plataan, haagbeuk en meidoorn. De zwaar verlande parkvijver werd echter over een lengte van 25 meter tot 1.70 meter uitgediept; vermoedelijk staat hij ondergronds in verbinding met de lange kanaalachtige vijver (perceel 294) en de bronnen van de Herkebeek ten noordoosten (zie restant van een herenboerenpark, Henisdael). Het licht concave reliëf van het park met hogere oostelijke en westelijke randen, de erg vochtige zone ten zuiden van de vijver, de vorm van perceel nr. 300 en tenslotte het grondgebruik in 1844 (drie aangrenzende percelen lustbos) laten vermoeden dat perceel nr. 303 bij de terreinmeting in 1828 wel eens een grotere vijver kan zijn geweest, gevolg van het opstuwen van de beek, die in 1844, toen de kadastrale legger het grondgebruik noteerde, al erg verland was en dus als 'lustbos' onderscheiden kon worden van de twee aangrenzende percelen lustbos. Een terreinverkenning vandaag bevestigt trouwens nog steeds dit onderscheid en men ervaart dat er een open perspectief werd nagestreefd vanuit het huis over de vijver (en een gazon?) tot de dichter begroeide, verste grens van het parkje.

Vanuit het parkje licht het witte volume van het huis dan ook van ver op. Als begeleiding van dit perspectief werden aan weerszijde van de vijver enkele parkbomen op rij geplant, die vandaag als hoogste en oudste bomen van het park herkenbaar zijn. Dankzij de jarenlange verwaarlozing en de optie voor een nul-beheer bezit het parkje ook een interessante fauna, in functie waarvan geopteerd wordt voor een onderbegroeiing van vlier en hazelaar. De keuze voor dit soort beheer dat de natuur en de fauna alle kansen laat, zou evenwel de oudste parkbomen moeten respecteren. Dat het park ooit anders werd gebruikt, illustreert een postkaart van het begin van de 20ste eeuw. Ze geeft een zicht naar het noordoosten, met zicht op het kasteel dat nog de nu verdwenen luifel boven het perron vertoont en de trappen naar het park. De strook tussen de voet van het kasteel en het park is als tuin aangelegd, met jonge bomen en bloemperken, onder meer een corbeille gevuld met éénjarigen.

De voormalige kasteelmoestuin tussen de vijver en de straat wordt nu voorbestemd als 'bos' en kreeg een aanplanting van jonge eiken. De voormalige boerderijmoestuin op perceel nr. 296, is vandaag de vrij jonge siertuin van de boerderij. Het moestuinhek bleef, links van de oprijlaan naar het poortgebouw, bewaard: een eenvoudig hek tussen twee vierkante pijlers met deksteen en bekronende eikel, alles van blauwe hardsteen. De onvolledig bewaarde bakstenen muur tussen oprit en tuin werd in 1879 kadastraal genoteerd, samen met de uitbreiding van het boerenhuis. Het dienstgebouwtje in de hoek van de straat en de oprijlaan, werd kadastraal pas in 1909 geregistreerd, samen met de lange straatmuur. Het volume gevormd door de kruinen van de oude parkbomen wordt in de goed bewaarde agrarische omgeving gepast begeleid door de witgeschilderde gebouwen wisselend van hoogte, door de witte straatmuren met gepikte voet, door de grijze dakbekleding, plaatselijk hersteld met rode pannen en tenslotte door de hoogstamboomgaarden en hun hagen van meidoorn.

Bomen
(De tussen haakjes vermelde afmetingen werden gemeten op 150 cm hoogte)

Het parkje, dat heel wat van zijn oudste bomen verloor door kappingen in de periode 1948-1994, heeft een rijke onderbegroeiing van aronskelk, bosanemoon, klimop, sneeuwklokje, speenkruid en sneeuwbes en veel opslag van gewone es (Fraxinus excelsior), gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), witte paardekastanje (Aesculus hippocastanum) en ruwe berk (Betula pendula); dit zijn dan ook de soorten die in meer volwassen vorm voorkomen of voorkwamen.

Naast de ruïne van een tweestammige bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') noteerden we ook gezondere exemplaren van deze soort, gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), een sterk overhellende en dus onmeetbare gewone haagbeuk (Carpinus betu­us), Hollandse linde (Tilia x europaea), een aangetaste tamme kastanje (Castanea sativa), een mooie meerstammige taxus aan het einde van de vijver en treurwilg (Salix alba 'Tristis'). Opgemeten exemplaren: bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') (335 en 381 cm inclusief de klimop) gewone beuk (Fagus sylvatica) (472 cm), een wel 20 à 25 meter hoog geschatte gewone plataan (Platanus x hispanica) (587 cm), grootbladige linde / zomerlinde (Tilia platyphyllos) (296, 400 cm), witte paardekastanje (Aesculus hippocastanum) (255 cm) en een oude taxus (Taxus baccata) (195 cm).

  • Hasselt, Archief van het Kadaster, 1841.
  • Hasselt, Archief van het Kadaster, Primitief plan Sectie A door J. Questienne, kwekeling (landmeter in opleiding), niet gedateerd. Verzamelkaart van Vechmaal, op het land geëindigd 23 oktober 1828, door J. Questienne, landmeter 1ste klasse. Voor Vechmaal is de 'Minute' (werkkaart) uit de Napoleontische periode bewaard en voor Sint-Pieters-Horne is die gedateerd "terminé le 18 Messidor an 13" (1807); het reliëf is er met arceringen weergegeven. Oudste eigenaarslegger, 1844.
  • Hasselt, Archief van het Kadaster, Opmetingschets 1845 nr. 4.
  • Hasselt, Archief van het Kadaster, Opmetingschets 1879 nr. 15 en 1909 nr. 6.
  • CLAES S., La famille Claes de Hasselt aux siècles derniers, onuitgegeven studie.
  • DARIS J., Notices sur les églises du diocèse de Liége, deel 6, Luik, 1876, p. 112-113.
  • DEWELF A. e.a., Het dorpsverleden van Vechmaal, Vechmaal, 1978, p. 120
  • PAUWELS D., SCHLUSMANS F. met medewerking van MUYLDERMANS E. & ROMBOUTS J. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kanton Borgloon, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14N4, Brussel - Turnhout, p. 335-339.

Bron: DE MAEGD C. EN VAN DEN BROECK M., 2007, Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 3: Alken, Borgloon, Heers, Kortessem, Wellen, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.
Auteurs: De Maegd, Christiane; Van den Broeck, Myriam
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties

  • Is deel van
    Kasteel van Horne met kasteelhoeve en park

  • Omvat
    Beeldbepalende plataan


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Parkje van het Kasteel van Heurne [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/134350 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.