erfgoedobject

Finaalpaleolithisch en mesolithisch sitecomplex De Liereman

archeologisch geheel
ID
140136
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/140136

Juridische gevolgen

Beschrijving

Algemene Beschrijving

Het gebied omvat een duinengordel in het zuiden van het natuurgebied Landschap De Liereman en (delen van) de depressies ten zuiden ervan. De 3 km lange zuidelijke rand van de duinengordel bevat een zeer uitgestrekt en goed bewaard finaalpaleolithisch en mesolithisch sitecomplex. Te Arendonk Korhaan bevindt dit zich op een uitgesproken langgerekte, noordoost-zuidwest georiënteerde rug. Deze flankeert de (gegraven) Rooise Loop, die de grote natte depressie Luifgoor draineert. Verder naar het westen werd de akker van Oud-Turnhout Bergstraat, evenals de weilanden net ten oosten ervan, genivelleerd. Deze akker bevat echter toch nog een uitzonderlijk grote hoeveelheid artefacten die mogelijk uit een begraven context afkomstig zijn en mogelijk nog deels in die context goed bewaard zijn. De duinengordel wordt bodemkundig hoofdzakelijk gekenmerkt door zones met stuifzand (met micropodzol) en podzolen. Met name op de drogere gronden kunnen deze heel sterk ontwikkeld zijn. Lokaal komt op geringe diepte ook een Usselo-bodem voor. De depressie rond de Rooise Loop leverde tot dusver een laatglaciaal veenpakket op dat geassocieerd kan worden met de menselijke occupatie. Ze vertoont dan ook, samen met het Luifgoor, een zeer groot potentieel voor verder paleo-ecologisch en archeologisch onderzoek. Ook in de zone van het voormalige vliegveld (Groot Moddergoor), dat de site Oud-Turnhout Bergstraat flankeert, is veen aanwezig.

Archeologische nota

Alle onderzoek op de rug langs de zuidrand van Landschap De Liereman leverde steentijdsites op in goed bewaarde bodems. Het betreft dus een uitgestrekt sitecomplex met een totale lengte van minstens 3 km. Meestal is er een podzolbodem aanwezig met hierin mesolithische en eventueel finaalpaleolithische artefactconcentraties, maar op verschillende locaties werden bovendien finaalpaleolithische (Federmesser) artefacten in een paleobodem (Usselobodem) aangetroffen. Te Arendonk Korhaan werd tevens een laatglaciaal veenpakket aangetroffen, direct associeerbaar met de begraven finaalpaleolithische occupatie. Op andere topografische eenheden in de onmiddellijke omgeving werden bovendien vondsten aangetroffen. Zo leverden de rug ten zuidoosten van De Korhaan, de noordelijke rand van het oostelijk deel van de beboste duinengordel van De Liereman en een andere rug in dit duinencomplex vondsten op, zowel van het oppervlak als door middel van boringen uit een goed bewaarde podzolbodem. Deze tonen dat het sitecomplex slechts een deel vormt van een ruimer en goed bewaard prehistorisch landschap.

Een overzicht van de archeologische activiteit:

  • 1904-1905: Publicatie van de eerste vindplaats (Oud-Turnhout Heihuisken) door L. Stroobant en A. De Loë.
  • Jaren 1990: Verzamelen van ongeveer 50.000 artefacten aan de oppervlakte te Oud-Turnhout Bergstraat door C. Verbeek.
  • 1999: Licentiaatsthesis door E. Heirbaut beschrijft amateurcollecties uit het gebied.
  • 2001: Boor- en oppervlaktevondsten ten zuidoosten van de Korhaan door M. Van Gils en M. De Bie (IAP).
  • 2003: Uitgebreide boorcampagne en kleine testopgraving te Arendonk Korhaan. Arendonk Korhaan wordt hierbij als aaneengesloten sitecomplex herkend. De Usselobodem wordt waargenomen in het profiel van de testopgraving, maar er worden nog geen artefacten in gevonden.
  • 2004: Monstername voor OSL-dateringen door E. Paulissen (K.U.Leuven).
  • 2006: Boorvondsten op de rug verder in het duinencomplex door M. Van Gils (VIOE).
  • 2008: Waarderingsonderzoek van het sitecomplex, gedeeltelijk gefinancierd door het het toenmalige Agentschap R-O Vlaanderen (studieopdracht rond een mogelijk beschermenswaardige site). Hierbij wordt de totale omvang van het sitecomplex Landschap De Liereman Duinengordel duidelijk en wordt de aanwezigheid van finaalpaleolithische sites in een begraven paleobodem bevestigd door boringen, proefputten en een testopgraving. Monstername van veen voor paleo-ecologische studie door J. Bastiaens en K. Deforce (VIOE), sedimentanalyse en 14C datering door E. Paulissenen (K.U.Leuven), en studie van microtephra door R. Housley (University of London). Monstername van sediment voor geomorfologische studie door E. Paulissen (K.U.Leuven) en OSL-datering door C. Derese (UGent).
  • 2009: Heropenen van profielput uit 2003-2004 en monstername voor geomorfologische studie door E. Paulissen (K.U.Leuven).

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

De bewaringstoestand varieert naargelang de bodembewaring en het type bodem. Over grote delen van het sitecomplex is de natuurlijke podzolbodem goed bewaard, wat voor een uitstekende bewaringstoestand staat waarbij de artefacten enkel door bioturbatie verplaatst werden. Op verschillende plaatsen werden tevens artefactconcentraties in een begraven paleobodem aangetroffen, wat een voor de zandstreek werkelijk uitzonderlijke bewaring met minimale verplaatsing met zich meebrengt. In de droge zones zijn enkel lithische artefacten en verbrand materiaal bewaard, zoals gebruikelijk is in de zandstreek voor deze periodes. De bewaring hiervan is in de goed bewaarde podzolen zeer goed, en in de begraven paleobodem uitzonderlijk goed te noemen. In het veen in de depressie is er tevens potentieel voor bewaring van (organische) artefacten. Uit het onderzoek van Arendonk De Korhaan is gebleken dat het veen over het algemeen goed bewaard is, maar aan de top van de sequentie is het veen aangetast geraakt door een (te) lage grondwaterstand, met veraarding tot gevolg. Voor de andere zones met veen (voornamelijk Luifgoor en Groot Moddergoor) is nog onduidelijk in hoeverre de landbouwvoering en de aanleg van het vliegveld het nog aanwezige veen hebben aangetast.

In de perimeter zijn de zuidelijke rand van de duinengordel opgenomen, de aanpalende depressies en de andere vondstlocaties in de onmiddellijke omgeving. Deze laatsten werden opgenomen aangezien ze een unieke dataset bieden om een prehistorisch landschap op grotere schaal te onderzoeken.

  • DE BIE M. & VAN GILS M. 2009: Mesolithic settlement and land use in the Campine region (Belgium). In: MCCARTAN S., SCHULTING R., WARREN G. & WOODMAN P. (red.), Mesolithic Horizons. Papers presented at the Seventh International Conference on the Mesolithic in Europe, Belfast 2005, Oxbow, Oxford, 282-287.
  • DE LOË A. 1905: Station Néolithique et tombelle (?) à Vieux-Turnhout (Province d’Anvers). Annuaire de la Société Royale d’Archéologie de Bruxelles 19, 146-147.
  • HEIRBAUT E. 1999: Jong-Paleolithicum en Mesolithicum te Arendonk (Antwerpse Noorderkempen – België). Een typo- en technologische analyse van het lithisch materiaal, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Leuven.
  • MEIRSMAN E., VANMONTFORT B. & VAN PEER Ph. 2008: Waardering van de site Bergstraat te Oud-Turnhout (provincie Antwerpen) in het kader van een eventuele toekomstige bescherming. KULeuven-rapport, Heverlee.
  • MEIRSMAN E., VAN GILS M., VANMONTFORT B., PAULISSEN E., BASTIAENS J. & VAN PEER P. 2008: Landschap De Liereman herbezocht. De waardering van een gestratifieerd finaalpaleolithisch en mesolithisch sitecomplex in de Noorderkempen (gem. Oud-Turnhout en Arendonk). Notae Praehistoricae 28, 33-41.
  • STROOBANT L. 1903: Exploration de quelques tumuli de la Campine Anversoise. Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique 54, 394-395.
  • VANMONTFORT B., VAN GILS M., PAULISSEN E., BASTIAENS J., DE BIE M. & MEIRSMAN E. 2010: Human occupation of the Late and Early Post-Glacial en-vironments in the Liereman Landscape (Campine, Belgium), Journal of Archaeology in the Low Countries 2-2, 31-51.
  • VAN GILS M. & DE BIE M. 2001: Prospectie en kartering van laat-glaciale en vroeg-holocene sites in de Kempen: resultaten van de boorcampagne 2001. Notae Praehistoricae 21, 77-78.
  • VAN GILS M. & DE BIE M. 2002: Prospectie en kartering van laat-glaciale en vroeg-holocene sites in de Kempen. Boorcampagne 2001, IAP-rapporten 12, Zellik.
  • VAN GILS M. & DE BIE M. 2003: Kartering en waardering van een Mesolithisch site-complex te Arendonk ‘Korhaan’. Notae Praehistoricae 23, 67-69.
  • DERESE C., VANDENBERGHE D.A.G., VAN GILS M., MEES F., PAULISSEN E. & VAN DEN HAUTE P. 2012: Final Palaeolithic settlements of the Campine region (NE Belgium) in their environmental context: Optical age constraints, Quaternary International 251, 7-21.
  • VAN GILS M., DE BIE M., PAULISSEN E. & DEFORCE K. 2009: Kartering en waardering van een finaalpaleolithisch/mesolithisch sitecomplex te Arendonk Korhaan (prov. Antwerpen). Boorcampagne 2003, Relicta 4, 9-21.
  • VAN GILS M & DE BIE M. 2008: Les occupations tardiglaciaires et postglaciaires du nord de la Belgique: modalités d’occupation du territoire, in: FAGNART J.-P., THÉVENIN A. DUCROCQ T., SOUFI B. & COUDRET P. (red.): Le début du Mésolithique en Europe du Nord-Ouest. Actes de la table ronde d’Amiens. 9 et 10 octobre 2004, Mémoires de la Société préhistorique française 45, 205-218.

Bron: AZ dossier
Auteurs: Van Gils, Marijn; Bastiaens, Jan
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Finaalpaleolithisch en mesolithisch sitecomplex De Liereman [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/140136 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.