Monument ter ere van Zouaven

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Koksijde
Deelgemeente Koksijde
Straat Zouavenplein
Locatie Zouavenplein zonder nummer, Koksijde (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Koksijde (actualisaties: 25-06-2008 - 25-06-2008).
  • Adrescontrole Koksijde (adrescontroles: 06-11-2007 - 06-11-2007).
  • Inventarisatie Koksijde (geografische inventarisatie: 01-01-1982 - 28-05-1982).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Monument ter ere van Zouaven

Deze bescherming is geldig sinds 05-03-2010.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Monument ter ere van Zouaven

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beknopte karakterisering

Typologieoorlogsmonumenten
Dateringinterbellum
Betrokken personen

Beschrijving

Het gedenkteken voor de Zoeaven staat opgesteld op het Zouavenplein. Dit plein zit gevat tussen de Zeedijk en de Koninklijke Baan, in Koksijde-Bad. Tegenover het Zouavenplein, aan de overkant van de Koninklijke Baan, ligt de Zouavenlaan die leidt naar het centrum van het zogenaamde ‘Quartier Sénégalais’.

Historische beschrijving

Zoeaven zijn Franse koloniale infanteristen uit Noord-Afrika, die tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijke bijdrage leverden aan de geallieerde oorlogsinspanningen, ook aan het Vlaamse front.

Na de inlijving van Algerije door Frankrijk werden tussen 1830 en 1854 4 regimenten Zoeaven gevormd. Aanvankelijk waren deze regimenten gemengd met zowel mannen van Franse als van Algerijnse origine. De naam ‘Zouaves’ is afgeleid van ‘Zouaouas’, een Kabylische stam uit de bergen ten oosten van Algiers, die een belangrijk deel van de rekruten leverde. Toen in de periode 1840-1841 het korps van ‘Tirailleurs Indigènes’ werd opgericht, zouden alle militairen van Algerijnse origine voortaan overgaan naar deze regimenten. De Zoeaven waren voortaan allen van Franse origine. Een groot deel hiervan bleek evenwel in Noord-Afrika te zijn geboren of er te zijn gestationeerd. Ook sefardische joden, die vanaf 1870 het recht op Frans staatsburgerschap hadden verworven, kwamen in de Zoeavenregimenten terecht.

Net zoals andere koloniale troepen vielen de Zoeaven tussen de westerse legers op dankzij hun kleurrijke kledij met o.m. een rode fez (chechia), een blauwe jas bestikt met rode versieringen en een pofbroek. De snit van hun uniformen is bijna volledig gelijk aan die van de pauselijke Zoeaven, die omwille van hun kledij naar de Franse ‘Zouaves’ genoemd zijn. Pauselijke Zoeaven waren katholieke vrijwilligers onder de regering van paus Pius IX (paus tussen 1846 en 1878) die waren opgeroepen om hem bij te staan tegen Victor Emanuel II en Giuseppe Garibaldi, die de Italiaanse eenmaking nastreefden o.m. ten koste van de Kerkelijke Staat.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de korpsen van de Zoeaven en van de (inheemse) Tirailleurs deels vermengd, als aparte maar naast elkaar strijdende bataljons en regimenten in de Noord-Afrikaanse divisies, maar ook als gemengde eenheden in de zogenaamde ‘Régiments Mixtes de Zouaves et Tirailleurs’ (RMZT). De nummering van de eenheden van de Zoeaven tijdens de Eerste Wereldoorlog is heel ingewikkeld en bijzonder verwarrend door reorganisaties binnen het Franse leger. Eenheden werden vaak opnieuw samengesteld en/of herbenoemd, o.m. ten gevolge van de zware verliezen die ze leden.

Er zijn de organieke regimenten van de Zoeaven, dat wil zeggen de regimenten die al bestaan aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Op het gedenkteken staan die aangeduid met 1, 2, 3 en 4. Deze werden tussen 1832 en 1882 in Noord-Afrika opgericht in Alger (1), Oran (2), Constantine (3) en Tunis (4). Uit deze vooroorlogse regimenten zijn de marsregimenten van de oorlog samengesteld, dat wil zeggen dat bataljons van één regiment niet samenbleven maar werden samengebracht in nieuw opgerichte marsregimenten tijdens de oorlog. Op het gedenkteken zijn deze terug te vinden in de in letters uitgeschreven regimenten, namelijk 'premier et septième zouaves', 'deuxième et deuxième bis de zouaves', 'troisième et troisième bis de zouaves', 'quatrième zouaves', 'huitième zouaves', 'neuvième zouaves' en vanaf 1915 de gemengde regimenten ('les régiments mixtes de zouaves et de tirailleurs'). De cijfers 11, 12, 13 en 14 slaan op de nieuwe regimenten die na de oorlog gevormd zijn, samengesteld uit wat overbleef van de marsregimenten en de in de kazerne achtergebleven reservisten. Sommige van deze regimenten bestaan nog steeds.

Vooral in 1914, tijdens het eerste oorlogsjaar, leden de Zoeaven en Tirailleurs verschrikkelijk veel verliezen. Het exact aantal doden onder de Noord-Afrikaanse troepen is niet gekend, wellicht gaat het om enkele honderden of duizenden Noord-Afrikaanse doden. Vele slachtoffers kregen nooit een graf, anderen werden nooit in de administratie opgenomen. Koloniale gesneuvelden konden wellicht op een minder zorgvuldige behandeling rekenen dan hun Europese collega’s. Het vermelde aantal doden op het gedenkteken voor de Zoeaven onderschat wellicht het reële aantal doden. Eenheden met onder meer Zoeaven en Tirailleurs leden grote verliezen bij de verdediging van Ramskapelle op 30 oktober 1914 (IJzerslag). In november 1914 kenden ze zware verliezen ten zuiden van Diksmuide, bij Drie grachten, Luigem, Maison du Passeur, Pypegale, Steenstrate en Bikschote. Oververmoeide Zoeaven en Tirailleurs werden vervolgens in december 1914 ingezet in zinloze aanvallen bij Hill 60. Toen de 15de compagnie van het 8ste Regiment Tirailleurs op 13 december een bevel tot aanval weigerde uit te voeren, werd de compagnie enkele dagen later op bevel van Generaal d’Urbal, bevelhebber van het Franse VIIIste leger, gedecimeerd. Tijdens de Tweede Slag bij Ieper werden koloniale troepen, waaronder Zoeaven bijzonder zwaar op de proef gesteld: ze waren directe slachtoffers van het gas dat de Duitsers voor het eerst massaal losten op 22 april 1915. Bovendien leden ze vele verliezen tijdens de geallieerde tegenaanvallen, die dezelfde avond en nacht van start gingen en zo’n 3 weken zouden duren.

Tirailleurs en Zoeaven werden in de volgende oorlogsmaanden en –jaren ingezet in de sector Boezinge-Steenstrate en vooral in de sector Nieuwpoort. De duinen van Koksijde werd voor vele Zoeaven de plaats waar ze eventjes op adem konden komen na enkele zware dagen of weken IJzerfront. Vandaar dat de 'Union des Amicales Réglementaires de Zouaves' voor Koksijde koos, toen ze in 1934 besloot een gedenkteken op te richten voor alle Zoeaven die tijdens de Eerste Wereldoorlog op Belgische bodem omgekomen waren.

Het ‘Fransch-Belgisch Bedrijvigheidscomiteit tot het oprichten van een gedenkstuk ter eere der Zouaven’ ontving van het gemeentebestuur de nodige gronden. Vaderlandslievende verenigingen in België en Frankrijk hielden geldinzamelingen tot het bekostigen van het gedenkteken en de feestelijkheden ingericht bij de inhuldiging.

Het gedenkteken, vervaardigd uit ‘granit bleuté’, werd ontworpen door de Parijse architect René Clozier (1886 - 1965), een oud-gediende bij het 1ste Regiment Zoeaven die eveneens auteur was van het werk "Zouaves. Epopée d'un régiment d'élite", uitgebracht in 1931. De provinciale overheid gaf haar toestemming tot de oprichting van het gedenkteken op 8 december 1933 en op 21 mei 1934 greep de officiële onthulling plaats, in aanwezigheid van een afvaardiging van de Franse Zoeaven. Tegelijk werden 3 gedenkpenningen uitgegeven, vervaardigd door Jules Fonson uit Brussel, en werd de straatnaam 'Zouavenlaan' ingehuldigd (de straat aan de andere kant van de Koninklijke Baan). Het plein waar het gedenkteken geplaatst werd, werd het 'Zouavenplein' genoemd.

Jaarlijks op Pinkstermaandag komt de 'Union des Amicales Réglementaires de Zouaves' nog naar Koksijde voor een plechtigheid.

Vlakbij het 'Zouavenplein' ligt de wijk die in de volksmond 'Quartier Sénégalais' genoemd wordt. Deze wijk zou eveneens haar naam te danken hebben aan Afrikaanse koloniale troepen uit de Eerste Wereldoorlog, die in Koksijde gestationeerd waren. Voor zover geweten werden er in Koksijde echter geen 'Tirailleurs Sénégalais' gekantonneerd. 'Senegalezen' werd vroeger echter vaak gebruikt als algemene term voor Afrikaanse kolonialen en wijst dus wellicht op andere Franse koloniale troepen, die tijdens de oorlog wel in Koksijde aanwezig waren.

Beschrijving

Het geheel bestaat uit een ovaalvormig terras met geelbakstenen wanden, met 2 gedenkplaten die ter hoogte van de trappen aan de westkant zijn aangebracht. Centraal op het terras staat een gedenkzuil in een cirkelvormig bloemperk.

De achthoekige spitszuil is onderaan verdikt en rust op een klokvormig voetstuk. Het geheel is uitgevoerd in hardsteen.

Op de voorkant van de spitszuil, resp. op de klokvormige sokkel eronder (van links naar rechts): '1914-1918', eronder: 'Les Zouaves à leurs camarades tombés sur le sol belge', '13'; ‘1’, eronder 'premier et septième zouaves'; ‘2’, eronder 'deuxième et deuxième bis de zouaves', '14'; ‘3’, eronder 'troisième et troisième bis de zouaves'; een davidster met eronder 'les régiments mixtes de zouaves et de tirailleurs', '11'; ‘4’, eronder 'quatrième zouaves'; ‘8’, eronder 'huitième zouaves', '12'; ‘9', eronder 'neuvième zouaves'. Op elk van de hoeken van de zuil is over de ganse lengte een palmtak uitgehouwen en groen beschilderd.

Links en rechts van de toegangstrappen naar het terras zijn bloembakken en rechthoekige gedenkplaten bestaande uit 3 hardstenen panelen aangebracht. Op de linkerkant: 'Voorbijganger - 224 officieren 7.427 onder officieren korporalen en Zouaven van het Frans leger sneuvelden op Belgisch grondgebied voor vaderland recht en vrijheid. Dit gedenkteken vereeuwigt hun verheven offer'. Op de rechterkant: 'Passant - 224 officiers 7.427 sous officiers caporaux et Zouaves de l'armée française tombèrent sur le sol belge pour la patrie le droit et la liberté. Ce monument immortalise l'immensité de leur sacrifice'.

Hoogte 474 x breedte 20,5 x diepte 1320 centimeter (totale afmeting) Hoogte 63,5 x breedte 141 centimeter (linkse gedenkplaat) Hoogte 66 x breedte 140,5 centimeter (rechtse gedenkplaat)

Uitvoering: L. Gortier-Devos, pierres-marbres, Furnes (gesigneerd); René Clozier, architecte O.P.L.[G]/[C],

  • Koksijde - St.-Idesbald - Oostduinkerke - Wulpen. 60 jaar na de bevrijding 1944; 90 jaar na het begin van de oorlog 14- 18, Koksijde, Gemeentelijke Archiefcommissie Koksijde, 2004.
  • BIJNENS B. & LUST B., Koksijde. Historische gegevens en wetenswaardigheden. Een toeristische gemeente. Koksijde, V.V.V., 1985.
  • DENDOOVEN D. & CHIELENS P., Wereldoorlog I. Vijf continenten in Vlaanderen. Tielt, Uitgeverij Lannoo, 2008.
  • GODDEERIS J., De pauselijke Zouaven. Met opgave van de vrijwilligers uit West-Vlaanderen. Handzame, Uitgaven Familia et Patria P.V.B.A., 1978.
  • JACOBS M., Zij, die vielen als helden... Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2. Brugge, Provincie West-Vlaanderen, 1996.
  • WILLEMS S., Koksijde, een bewogen architectuurgeschiedenis. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Koksijde, Gemeentebestuur Koksijde, 2006.
  • Informatie met betrekking tot de militaire eenheden van de Zoeaven, verstrekt door Piet Chielens.

Bron: Beschermingdossier DW002436 (2009)

Auteurs: Decoodt, Hannelore

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Koksijde-Bad

Koksijde (Koksijde)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.