erfgoedobject

Herenhoeve Blauwhof

bouwkundig element
ID
208712
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/208712

Juridische gevolgen

Beschrijving

Aan de weg gelegen herenhoeve met inrijpoort en imposante schuur, in de volksmond zogenaamd het "Saps Hof" of het "Blauwhof". De eerste benaming verwijst naar de aanduiding van "Ferme Saps" op de Atlas der Buurtwegen (circa 1846). De benaming "Blauwhof" kwam op het einde van de 19de eeuw tot stand in de volksmond als associatie met de radicaal-liberale herenboer Louis Dieryckx of de "blauwe ketter".

Geschiedenis van de site

De hoevesite is nog niet aangeduid op de kaart van de ommeloper van 1705-1711. De site is voor het eerst aangeduid op de Ferrariskaart (1770-1778): de Portweg is niet aangeduid, de toegang tot de hoeve verloopt via de Tegelstraat die ten zuiden van de hoeve naar de Steenstraat loopt: drie losstaande bestanddelen rondom een erf met boomgaard, ten noorden van de hoeve een vierkante hof, in vier opgedeeld. De hoevewoning zou van 1780 dateren. In een akte van 1788 wordt de hoeve omschreven: een woning, een koeienstal, houten hengstenstallen, schapenstallen, en een lenteschuur. De meeste van de genoemde gebouwen waren volledig in baksteen opgetrokken en gedekt met pannen, wat op een grote rijkdom wijst. Enkel de hengstenstallen en deels de nu verdwenen lenteschuur waren opgetrokken in stijl- en regelwerk met houten beplanking. Ook aangeduid op het primitief kadasterplan (circa 1835) en de Atlas der Buurtwegen van circa 1846. In 1822 richt Jan Sap de hoge toegangspoort met duiventil op. Circa 1840 verbouwt Jan Sap de hoeve, hij bouwt onder meer het hooghuis (aansluitend bij het bestaande huis, op de plaats van de hengstenstallen). De voorgevel van dit hooghuis was naar het noorden gericht en keek uit op de ommuurde hof. Sap ging in het hooghuis wonen en wou privacy tegenover pachter Francis Janssens. Dit hoge huis had een dakbalkon dat na de Eerste Wereldoorlog verdween (zo kreeg hij naar het noorden een uitzicht op het licht glooiende landschap van het uitdeindende Plateau van Wijnendale). Sap laat ook ten noorden van het hooghuis een grachtenstelsel graven. Zo ontwatert hij de laag gelegen percelen en creëert hij een lusthof. Nog circa 1840 wordt de zuidelijke toegang via de Tegelstraat rechtgetrokken en afgezoomd met eiken. Ook het oosttracé van de Portweg wordt met eiken afgezoomd (deze eiken worden gekapt circa 1920-1921). De dwarsschuur wordt in 1862 (jaarankers) herschikt door Louis Dieryckx, muurgedeeltes van de 18de-eeuwse schuur blijven hierbij mogelijk bewaard. De radicaal-liberale Louis Dieryckx (de erfgenaam van Jan Sap, zijn ouderlijk huis is wellicht gelegen op Portweg nummer 8) laat het grachtenstelsel ten noorden van het hooghuis verder uitgraven om er een eilandmotte van te maken. Daarop komt in 1886 zijn graf.

Beschrijving

De hoeve heeft een erg imposante ligging, ingebed in het landschap vanaf de Kortemarkstraat en de Steenstraat. De hoeve is omringd door opgaande bomen: ten westen van de hoeve is in de jaren 1960 een nieuw huis gebouwd, dit is omringd door bomen. Ook de vroegere oprijlaan (nu een karreslag) vanuit de Steenstraat, de zogenaamde Tegelstraat, is afgezoomd door populieren. De 19de-eeuwse vrijstaande hoevebestanddelen zijn opgetrokken in verankerde gele baksteenbouw onder pannen zadeldaken. Het ruime erf is grotendeels gelegd in bakstenen op hun kop, voor een deeltje gekasseid. Open mestvaalt op het erf. Op het erf, bij de schuur, imposante linde.

Ten noorden van het erf, boerenhuis dat in kern reeds aangeduid is op de Ferrariskaart (1770-1778). Zeven traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak (blauw geglazuurde Vlaamse pannen), geknikte dakoverstek. De linker twee traveeën en de aanbouw onder lessenaarsdak zijn recenter (zie andere baksteen en bouwnaad), en kunnen wellicht gecorreleerd worden aan een uitbreiding van het huis bij de mutatie van circa 1840 (mogelijk integratie van oorspronkelijk vrijstaand bakhuis). Op de begane grond getoogde muuropeningen onder strek, gedeeltelijk verbreed, oorspronkelijk twee deuren waarvan één dichtgemetseld. Op één venster na vernieuwd houtwerk: kruisindeling, kleine roedeverdeling. In de halve verdieping, links halfronde venstertjes, rechts rechthoekige vensters, op blauwhardstenen onderdorpels met consoles, bewaard groenbeschilderd houtwerk met gelede en kleine roedeverdeling.

In de tweede helft van de 20ste eeuw werd het huis omgebouwd tot varkensstallen, vooral de begane grond werd hiervoor grondig gewijzigd (de oude houten trap is bewaard). De oorspronkelijke kapconstructie en de brede plankenvloeren op zolder zijn bewaard. De gebintes dateren vermoedelijk uit het einde van de 18de eeuw (pen- en gatverbindingen en toognagels, één spantbeen heeft een inkerving "1853"): schaargebinte waarboven kruisvormig nokgebinte. Ter hoogte van de erfgevel (anderhalve bouwlaag) komen de gebogen spantbenen tot tegen de plankenvloer (met houten dwarsstukken vebonden met de muurplaat, met ijzeren ankers verbonden met de muur). Aan de achterzijde is de bredere dakconstructie mank: de nokgebintes zijn hier ondersteund door houten pijlers met schoren. Het rechts aanpalende hooghuis van circa 1840 (hoorde bij Portweg nummer 4) werd circa 2000 afgebroken.

Links van het boerenhuis, garage uit het laatste kwart van de 20ste eeuw.

Ten zuiden van het erf, imposante dwarsschuur met geïncorporeerde stalling, van 1862 (jaarankers in de linker zijgevel, mogelijk bewaarde oudere muurdelen) waarvan de zuidelijke langsgevel onmiddellijk aan de Portweg paalt. Lang volume onder zadeldak (rode Vlaamse pannen, bliksemafleiders), geknikte dakoverstek. Erfgevel: links het schuurgedeelte met hoge rechthoekige poort (blinde gevels), rechts stalgedeelte van zes traveeën, rechts is de schuur overschauwd door de erflinde. Stalling: vijf rondbogige staldeuren, centraal bekroond door laadvenster onder zadeldak met rondbogige laaddeur, rechter travee met rondbogig venster boven getoogd luikje van aardappelkelder. In aanbouw onder lessenaarsdak, mijterbogig kippengat. Vernieuwde tweeledige staldeuren naar oud model, beglaasde bovenlichten met ijzeren roedeverdeling, venster rechts eveneens met ijzeren roedeverdeling. Schuurgedeelte: groengeschilderde opgeklampte poort met links klinket, bewaard scharnier- en sluitsysteem, aan de achterzijde (straatzijde) lagere poort, eveneens opgeklampt en met bewaard scharnier- en sluitsysteem. Ter hoogte van de poortdoorrit, ankerbalkconstructies met schuine schoren en insriptie "JACOBUS JONCKHEERE", waarop gebinte, voorts kromstijlgebintes (komen tot op de grond). De eigenlijke kapconstructie bestaat uit schaargebintes waarboven nokgebinte (pen-en-gatverbindingen en toognagels).

Stalling: koeienstal en rechts paardenstal, rechts hiervan de aardappelkelder waarboven voute waar de paardenknechten sliepen. Stallen deels met moer- en kinderbalken, deels met 'peirsegalen' op moerbalken. De aardappelkelder is bereikbaar via aanbouw onder lessenaarsdak tegen de rechter zijgevel: trapje in rode terracottategels met smalle voeg, witgekalkt tongewelf, dito vloer als trap.

De rechter zijgevel is beschaduwd door de erflinde: aanbouw onder lessenaarsdak, getoogde deurtjes onder strek (onder meer toegang tot de aardappelkelder). In de geveltop, getoogd laadluik en uilengat, waarrond smeedijzeren letters "S","A","P", verwijzend naar bouwheer Jan Sap. Topstuk met puntig uitgewerkte bakstenen en bekronende windhaan.

Linker zijgevel met uilengat, jaarankers "1862". Topstuk (zie rechter zijgevel) mogelijk verwijderd.

Straatgevel van de schuur: rechts schuurgedeelte met lagere korfboogpoort onder strek, links stalgedeelte met drie rondboogdeuren waarvan twee dichtgemetseld, één bewaarde geprofileerde rondboogdeur met ijzeren hekwerk. Uiterst links (ter hoogte van de aardappelkelder), versmallend gedeelte.

Rechts van de schuur, poortgebouw met duiventil onder zadeldakje (rode Vlaamse pannen). In linker zijgevel, jaarankers "(1)822", in rechter zijgevel ankers "S", "A", "P". Smalle zijgevels, met centrale steunbeer oplopend in topstuk met puntig uitgewerkte bakstenen en bekronende bliksemafleider. In de geveltop, duivengaten waaronder geprofileerde uitstekende bakstenen. Beplankte balkenroostering met mangat. Gietijzeren hekken.

Tussen de schuur en het poortgebouw, lage aanbouw onder zadeldak (aan de straatzijde rode Vlaamse pannen, aan de erfzijde golfplaten), vermoedelijk oorspronkelijk stalletje, nu gewijzigd naar materiaalberging, deels bewaard oud gebint.

  • HEUS J., Eeuwelingen beschermen, in Spaenhiers. Jaarboek, jg. 8, 2000, p. 51-156.
  • SEYS R., Koekelare, gisteren en op de drempel van morgen. Een verzameling foto's, prentkaarten en tekeningen, met beknopte historische en andere toelichtingen, Sint-Niklaas, 1987, p. 111-112 (iconografie).

Bron     : Vanneste P. & Baert S. met medewerking van Boone B., Creyf S. & Vranckx M. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West- Vlaanderen, Gemeente Koekelare met deelgemeenten Bovekerke en Zande, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL46, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Vanneste, Pol
Datum  :


Relaties

  • Omvat
    Welkomstlinde bij hoeve Blauwhof

  • Is gerelateerd aan
    Grafsite Dieryckx

  • Is deel van
    Portweg


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Herenhoeve Blauwhof [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/208712 (Geraadpleegd op )