Parochiekerk Sint-Amandus

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Ichtegem
Deelgemeente Bekegem
Straat Kerkweg
Locatie Kerkweg zonder nummer, Ichtegem (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Ichtegem (geografische inventarisatie: 01-07-2009 - 30-06-2010).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Amandus

Deze vaststelling is geldig sinds 09-11-2011.

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Amandus met interieur

Deze bescherming is geldig sinds 11-04-1984.

omvat de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Parochiekerk Sint-Amandus met omgeving
gelegen te Kerkweg zonder nummer (Ichtegem)

Deze bescherming is geldig sinds 11-04-1984.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Amandus: orgel
gelegen te Kerkweg zonder nummer (Ichtegem)

Deze bescherming is geldig sinds 25-03-1980.

Beschrijving

Sint-Amanduskerk, beschermd als monument bij M.B. van 11/04/1984. De omgeving van de kerk met de pastorie, het kerkhof, de dubbele gearmde linderij van 1928 en de akker zijn beschermd als dorpsgezicht vastgelegd bij M.B. van 11/04/1984. Het Van Peteghemorgel is beschermd als monument bij M.B. van 25 maart 1980. In 1636 gebouwde laat-gotische kapel, in 1858 verbouwd en uitgebreid door provinciaal architect Pierre Buyck.

Historiek.

1107: bekrachtiging van het patronaatschap van de Abdij van Elnon, later de Sint-Amandusabdij (Saint-Amand-les-Eaux, Noord-Frankrijk) door Baldricus, bisschop van Doornik.

1561-1571: weergave op de kaart van Pieter Pourbus van een kruiskerk met een transept en westtoren.

1636: bouwen van een éénbeukige kapel onder impuls van deservitor Jacob Van Gerensdael. Het gebouw werd toen omschreven als "kort en smal doch ruym genoeg voor de bevolking en verbeeldt een kruys". Het vervangt een oudere bidplaats

1641: aankoop van 800 bedevaartsprentjes voor de Sint-Laurentiusbedevaart.

1651-1652: inrichting van de kerk met het hoofdaltaar opgedragen aan de patroonheilige Sint-Amandus (1651) en het zuidaltaar opgedragen aan Sint-Laurentius (1652), noordaltaar opgedragen aan Onze-Lieve-Vrouw (1648-1649) (wapenschild abt van Baudelo in schilderij).

1666-1684: tijdens de oorlog tussen Spanje en Frankrijk heeft de pasgebouwde kerk ernstige schade ondervonden. Door de Fransen werd de kerk gedeeltelijk afgebrand.

1697: gift van de arduinen doopvont door "DONO DNI/ WALTERY DE/ CLERCQ".

1756: het kerkgebouw wordt grondig gerenoveerd. De vloer wordt verhoogd met nieuwe tegels, er worden herstellingen uitgevoerd aan de vensters en aan de ingangsdeur en er wordt een nieuwe voet gemaakt voor de monstrans.

1770-1778: weergave op de kaart van Ferraris van de kerk binnen het dorpscentrum van Bekegem.

1774: er worden nogmaals werken uitgevoerd aan de kerk, onder meer aan het metselwerk en aan het interieur (witten van de muren).

1776: plaatsing van een Dumery-klok.

1830: Bekegem krijgt haar eerste eigen pastoor en wordt een aparte parochie. Bekegem is afgesplitst van de parochie Zerkegem.

1840: de eerste pastoor, Antoine Desmadryl laat een pastorie optrekken ten noordoosten van de kerk (zie Bevrijdingsweg nr. 1).

1848: er worden herstellingswerken aan de kerk uitgevoerd.

1852: bouw van het orgel door Maximilien Van Petegem-Cornet (Gent) en geschonken door Salomon de Clercq en zijn weduwe Josephine Mergelynck-Vallaeys-van Ieper.

1891: aanpassingen door de Kortrijkse orgelbouwer Modest Schotte; eind 19de eeuw door de orgelbouwers P. & F. Loncke uit Hoogstade. Later, op een niet nader bekend tijdstip door koster De Vriese uit Sint-Jacobs-Kapelle; in de eerste helft van de 20ste eeuw door Jules Anneessens uit Menen; in 1958 door P. Anneessens uit Menen en in 1973 door de Deerlijkse onderpastoor J. Marichal.

1858: de kerk wordt door de sterke bevolkingsaangroei te klein en uitgebreid met twee smalle neogotische zijbeuken, ook het koor wordt hersteld onder leiding van provinciaal architect Pierre Buyck, kerkmeester J. Tyberghein en pastoor Jozef-Benedict De Bergh.

1872: aan de noordoostzijde wordt een nieuwe sacristie gebouwd.

1878: plaatsen van twee gebrandschilderd glasramen in het koor van Samuel Coucke (Brugge).

1914: gift van gebrandschilderd glasraam van de Heilige Familie.

Tussen 1872-1947: er werden regelmatig herstellingswerken uitgevoerd aan de muren en het dak. Ook vernieuwen van de schaliën.

1947: er werden grotere werken uitgevoerd waarbij grotere gedeelten van het dak werden vernieuwd.

1956-1957: verplaatsing van het orgel. In de westgevel wordt een nieuw glasraam geplaatst.

1971: renovatie van de gevels. Bouwen van een ingangsportaal met nieuw doksaal. Opnieuw plaatsen van het orgel op haar oorspronkelijke plaats. Ontpleisteren van het interieur.

1980: bescherming van het orgel als monument.

1984: de kerk wordt beschermd als monument. De omgeving met de pastorie, het kerkhof en de dubbele leilindes worden beschermd als dorpsgezicht.

2005: in het kader van het dorpskernhernieuwing wordt het voorliggend pleintje gekasseid en verkeersvrij gemaakt. De betonnen Sint-Laurentius kapelletjes uit 1948, die toen houten kapelletjes vervingen, worden vervangen door bronzen sculpturen van de hand van Mia Moreaux (Oudenburg).

Beschrijving. Kleine georiënteerde, pseudo-basilikale kerk. Het omliggende kerkhof wordt omsloten door een ommegang met een dubbele rij gekandelaberde leilindes waarvan de waterscheuten van de binnenste rij opgeschoten zijn tot een haag. Vier bronzen ommegangsculpturen ter ere van Sint-Laurentius van de hand van Mia Moreaux (Oudenburg). Hoofdtoegang van kerk en kerkhof van op een gekasseid verkeersvrij pleintje op de hoek van de Kerkweg en de Bevrijdingsweg via twee grote bakstenen hekpijlers met ijzeren hek, waarnaast een kleinere toegang met dito hek en een lage tuinmuur, waarin de "roepsteen" is verwerkt. Kerkhof ook toegankelijk van de zuidzijde via smeedijzeren hek. Oudere graven en familiegraven veelal gelegen ten zuiden van de kerk.

Grondplan. Pseudo-basilikale kerk met schip van twee traveeën onder geknikt zadeldak, korte transeptarmen en een driezijdig koor. Aan westzijde een zeszijdige dakruiter met naaldspits.

Materiaalgebruik. Schip, transept en zuidoostelijke sacristie in rood–geelrode baksteen, koor en noordoostelijke sacristie in gele baksteen met sporen van gesneden en opgelegde voegen, volledige kerk met lage gecementeerde plint. Beperkt gebruik van natuursteen in aanzetsteen van de transept- en koorvensters en latei- en onderdorpel van de noordoostelijke sacristie. De bedaking en de dakruiter zijn volledig bekleed met leien. Zinken dakgoten.

Exterieur. Westgevel met aandak en muurvlechtingen; centraal de oorspronkelijke tuitgevel geflankeerd door getrapte steunberen en lagere zijbeuken uit 1858 onder hetzelfde dak. De noordzijde is voorzien van een gedichte oculus waar voor deze verbouwing mogelijks de doopkapel stond. Centraal een moeilijke leesbare jaarsteen met de vermelding "1636" waaronder een groot spitsboogvenster met druiplijst, dagkanten en traceringen in gele geprofileerde baksteen en gecementeerde afzaat. Hieronder de roodgeschilderde dubbele toegangsdeur met briefpaneelmotief en barokke makelaar met de datering "1636". Ingang bevloerd met oude, sterk afgesleten grafsteen van Willem Van den Weghe en Pirine, zijn vrouw (1528-1529).

Zijgevels van koor en schip met meervoudige baksteenfries. Zuidelijke zijgevel van het schip en transept met gelijkaardige spitsboogvensters maar met zwartgeschilderde bakstenen dagkanten en geelgeschilderde traceringen; afzaten bekleed met leien. Tussen de twee vensteropeningen een calvariekruis onder houten zadeldakje met sierlijke bebording; witgeschilderd Christusbeeld. Zuidelijke transept met tuitgevel met aandak en twee getrapte steunberen en spitsboograam.

De grote grafplaat in Doornikse kalksteen is de grafsteen van Arnoudt Nocke en zijn vrouw Kathelyne Rijcquaert, met centraal de afbeelding van twee figuren in lijkgewaden en op de hoeken de afbeelding van de Evangelisten. Omlopende inscriptie: "SEPULTURE VA(N) AERNOUDT /F(ILIU)S AERNOUDS NOCKE DIE OVERLEED INT {SCHILD} JAER XVC EEN. DEN XXXEN DACH. IN MEYE. HIER LEGHET KATHELIJNE F(ILIA) JANS F(ILIUS) JA(N)S / RIJCQUAERTS AERNOUDT NOCKE WIJF WAS {SCHILD} DIE STARF INT JAER XVC DEN XXIIEN DACH IN/MEYE". De twee kleinere stenen zijn in kalkzandsteen, sterk verweerd en onleesbaar. Een ervan zou de grafsteen zijn van Pieter Telleboom en Cornelie Balins (1528 -1568). In de oksels tussen het koor en de transeptarmen staan twee sacristieën, beiden onder plat dak maar met bouwsporen van een oorspronkelijk lessenaarsdak, gelijkaardig houten kruisramen al dan niet met kleinhouten verdeling en afgesloten met verschillende types dievenstaven.

Oude zuidoostelijke sacristie aan oostzijde houten kroonlijst, zuidmuur met drie steunberen, jonger metselwerk aan de dakrand en de oostzijde. Vensteropeningen onder baksteenstrek en afgesloten met dievenstaven (verschillende uivoering aan zuid- en oostzijde).

Noordoostelijke sacristie van 1872, gebouwd in gele baksteen, houten kroonlijst muuropeningen onder baksteenstrek, vensteropening met natuurstenen latei en onderdorpel. Driezijdig koor met pilasters op de hoeken en sporen van geknipt en of gesneden voegwerk; twee spitsboogvensters met druiplijst, dagkanten en traceringen en afzaat in gele geprofileerde baksteen.

Interieur. Oorspronkelijk interieur verschraald door de quasi volledige ontpleistering van de muren (1971), o.m. verdwenen neogotische muurschilderingen aan koor en zijaltaren. Middenbeuk en transept met fraai houten geribd spitsbooggewelf, halfrond uitgewerkt ter hoogte van het koor. Groengeschilderde beplanking met gepolychromeerde ribben en figuratieve elementen, meeste figuratieve consoles van verflagen ontdaan. Zijbeuken uit 1857 met gestucte kruisgewelven. Beuken gescheiden door spitsbogige scheibogen op bakstenen (half)ronde toscaanse zuilen met gecementeerde achtzijdige basis. Wanden van schip, transepten en koor met spitsboogvormige vensters; in koor en transepten met figuratieve glas-in-loodramen. In oostgevel aan noordaltaar drielobbige (kaars)nis. Eenvoudig ingangsportaal uit 1971 met doksaal in vernist hout. Centraal daarop het Petegem-orgel (1852) die het achterliggend glasraam verbergt. Fraaie 18de-eeuwse kerkvloer in Basècle met geometrische motieven in witte marmer.

Mobilair. Hoofdaltaar, Sint-Amandus, gepolychromeerd hout, barok, 1652 (inscriptie in cartouche). Retabel met schilderij "aanbidding der wijzen" school P. P. Rubens, waarboven witgeschilderd beeld van Sint-Amandus. Onderbouw deels ontdaan van polychromie en gedeeltelijke integratie van het voormalig koorgestoelte uit 1656, vernieuwd tabernakel. Bijhorende altaartafel. In reliëf het Lam van de Apocalypsis in stralenkrans verdwenen na afbraak, evenals de expositietroon, versierd met hostiedragende kelk en bekroond met een kruisbeeld.

Zuidbeuk , zijaltaar, Sint-Laurentius, geboend eikenhout, barok, 1651 (inscriptie in cartouche), en retabelschilderij "Marteling van Heilige Laurentius". Noordbeuk, zijaltaar, Onze-Lieve-Vrouw, gepolychromeerd hout, barok, 1648-1649. Datering aan de hand van wapenschild, verwerkt in het schilderij, van de abt van Baudelo, Boudewijn van der Schuere. Schilderij "Ten-Hemel-Opneming van Maria", door Van Oost (naar verluidt), verdwenen onderbouw. Altaartafel, neostijl, marmer, 19de-eeuws afkomstig van klooster (zusters van Liefde) Pittem.

Communiebank, "Sint Walburga, Ark des Verbonds", geboend hout, rococo, midden 18de eeuw. Oorspronkelijk uit de Sint-Walburgakerk in Brugge. Thans in drie opgesplitst en opgesteld in het koor tegen de zijwanden, verwerkt in huidig altaar. Koorgestoelte, hout, barok, 1656 (inscriptie kroonlijst) thans gedeeltelijk verwerkt in onderbouw hoofdaltaar.

Glas-in-loodramen. Koor, neogotisch, 1878, gebrandschilderd glas, door Samuel Coucke (insriptie). Noordzijde: Sint-Bavo, Sint-Amandus, Sint-Adeltrudis; zuidzijde: Sint-Sixtus, Sint-Laurentius, Sint-Petrus. Transepten, neogotisch, 1914 brandgeschilderd glas, (zuid) Heilige Familie (noord), De Kroning van Onze-Lieve-Vrouw. Westgevel, Uitnodigende Christus, 1956-1957.

Biechtstoelen, geschilderd hout, met Maria en Christusmonogram, 18de eeuw.

Calvariekruis, 18de eeuw.

Gedenkstenen pastoors.

Beelden: Christus aan het Kruis, hout, 17de eeuw; Heilige Laurentius, gepolychromeerd hout, 18de eeuw; Heilige Antonius van Padua, negotisch, gepolychromeerd hout, 19de eeuw; Heilig Hart van Jezus, Heilige Jozef met Kind.

Schilderijen. 14-delige kruisweg, 18de eeuw, geschilderd op doek.

Doopvont, 1697, arduin, achtkantig. Gift "DONO DNI/ WALTERY DE/ CLERCQ" (koperen deksel verdwenen)

  • ARCHIEF RUIMTE EN ERFGOED, AFDELING WEST-VLAANDEREN, Archiefnr. W/314.
  • KONINKLIJK INSTITUUT VOOR HET KUNSTPATRIMONIUM, Fototheek.
  • VLAAMS INSTITUUT VOOR HET ONROEREND ERFGOED, Documentatiecentrum, Kaarten en plattegronden K.C.M.L.
  • VLAAMS INSTITUUT VOOR HET ONROEREND ERFGOED, Archief orgelinventarisatie.
  • BECUWE F., De Sint-Amanduskerk in Bekegem. Bouwhistorische nota, Nieuwpoort, 2006, p. 118.
  • NAERT A., Kroniek. Bekegem, Eernegem, Ichtegem, Wijnendale, Torhout, 2001, p. 22-23.
  • ROOSE-MEIER B.; VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie West-Vlaanderen, Kanton Oostende II, Brussel, 1977, p. 13-14.
  • VAN BELLE R., Vlakke grafmonumenten en memorietaferelen met persoonsafbeeldingen in West-Vlaanderen: een inventaris, funeraire symboliek en overzicht van het kostuum, Brugge, 2006, p. 118-119.

Bron: Gilté S. & Vanneste P. met medewerking van Baert S., Boone B. & Vranckx M. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Ichtegem met deelgemeenten Bekegem en Eernegem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL48, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Gilté, Stefanie & Vanneste, Pol

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Kerkweg

Kerkweg (Ichtegem)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.