erfgoedobject

Sociale huisvesting van 1955

bouwkundig geheel
ID: 302106   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302106

Beschrijving

Twee appartementsgebouwen, in 1955 gebouwd door verschillende Gentse sociale huisvestingsmaatschappijen in het kader van de strijd tegen krotwoningen. Het ontwerp is van Emiel F. Callebaut en Robert Rubbens.

Bouwgeschiedenis en situering

In het kader van de strijd tegen krotwoningen (wet op de Krottenbestrijding van 1953) werden in Gent begin jaren vijftig enkele sociale wooncomplexen gebouwd specifiek voor krotbewoners, zoals deze appartementsgebouwen aan de Wielewaalstraat, gerealiseerd van 1953 tot 1955. De stad liet hiervoor een ontwerp maken door Emiel F. Callebaut en Robert Rubbens. De realisatie werd in opdracht gegeven aan vier Gentse sociale huisvestingsmaatschappijen die elk een vleugel van 37 appartementen voor hun rekening namen: De Gentse Haard, Volkshaard, De Goede Werkmanswoning en Gentse Maatschappij voor Goedkope Woningen (sinds 1958 Gentse Maatschappij voor de Huisvesting). De doelgroep van dit complex was in de eerste plaats de bewoners van het Pand (het historische maar vervallen Dominicanenklooster in Onderbergen) maar de verhuizing van het centrum naar de rand van de stad en de hogere huurprijs, beperkten de interesse. Van de 37 woningen die De Goede Werkmanswoning hier optrok, werd maar de helft verhuurd aan voormalige huurders van krotwoningen (uit Het Pand, Groene Briel en De Smetstraat).

Omwille van de minimale afmetingen en het gebrek aan comfort werden deze appartementen vanaf midden jaren tachtig tot 2006 verbouwd door de maatschappijen, meestal naar ontwerp van architect R. Callebaut. Anno 2015 telt het complex nog 110 sociale woningen waarvan 45 van WoninGent en 65 van Volkshaard.

Typering en beschrijving

Appartementencomplex van vier bouwlagen onder een plat dak bestaande uit twee vrijstaande U-vormige gebouwen, met binnenpleinen gericht naar het Wielewaalbosje in het westen. Aan bepaalde zijden werden beperkte, omhaagde voortuinen voorzien.

Bakstenen parement met zichtbare horizontale betonstructuur, rechthoekige vensteropeningen en inpandige terrassen. Op de hoeken en de kop vooruitspringende verdiepingen. De gevels van de lange vleugels aan de twee binnenpleinen hebben galerijen op de tweede en derde bouwlaag en een uitkragende vierde bouwlaag. Aan de traphallen (in het midden van die gevels en in de hoeken) zijn de gevels beglaasd. Geveldecoratie wordt bekomen door het contrast tussen baksteen en beton, door betonnen claustrae met cirkelvormige openingen aan de zijkant van de terrassen (zoals bij de sociale hoogbouw Olympia aan de Verpleegsterstraat), en door expressieve luifels boven de ingangen. Bij latere verbouwingen werden met donkere platen bekleedde liftkokers toegevoegd in het midden van drie (van de vier) lange binnengevels. Verder werd de galerij van de tweede bouwlaag aan de Siervogelstraat afgesloten met glas en op verschillende plaatsen werden metalen balkons toegevoegd.

Door de combinatie van modernistische elementen (zoals het zichtbare beton en de galerijen) en traditioneel materiaal (baksteen) sluit dit complex aan bij de toenmalige Shake-Hands architectuur in Nederland (zoals de Wielewaalflat in Groningen uit 1955), een vorm van modernisme die aansluiting zocht bij de traditie.

Elke vleugel bevatte twaalf studio’s voor alleenstaanden, zeventien appartementen voor twee personen en – op de twee bovenste verdiepingen – acht maisonnettes voor gezinnen met kinderen. De oppervlakte was minimaal (26 m² voor de studio’s en 40 m² voor de appartementen), evenals het comfort (heel wat studio’s hadden enkel een WC, geen badkamer). De meeste woningen beschikten wel over een (klein) terras. Tijdens de opeenvolgende verbouwingen tussen 1985 en 2006 werden de kleine studio’s en enkele appartementen verbouwd en/of samengevoegd tot grotere appartementen, de maisonnettes werden opgesplitst.

Evaluatie

Historische waarde omdat het kadert in de krotopruimingen van de jaren vijftig. Architecturale waarde als voorbeeld van de naoorlogse, modernistische minimum appartementen. Bepalende erfgoedelementen zijn de inplanting, schaal, vorm, volumewerking, gevelcompositie en materialiteit (combinatie van baksteen en beton).

  • Stadsarchief Gent, Bouwaanvragen, 85.1557, 88.1429, 97.38, 97.01114, 98.01135, 2002.00482 & V_ 2006.00338.
  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, Dienst Onroerende Transacties, registratiefiches, SHM 4140, Gent, Wielewaal- en Lijsterstraat; 4160, Gent, Wielewaal en Lijsterstraat.
  • DE SMET G. 1954: Gentse maatschappij voor goedkope woningen : historisch overzicht ter gelegenheid van de vijftigste verjaring van de stichting der maatschappij, Gent, 12.
  • JOOS L., BISSCHOP M.-L. & VAN DOORNE G. 1984: Volkshuisvesting in Gent, Gent, 88.
  • Huisvesting, 1954, 4, 191-193.
  • S.N. 1988: Jubileumboek 60 jaar coöperatieve vennootschap Volkshaard Gent 1928-1988, Gent, 34 & 59.
  • S.N. 2008: Stadsmussen onder dak. Wonen in Gent van 1914 tot 2000, Gent, 27.
  • VAN AUDENAERDE F. 1984: Ontstaan en groei van de Gentse maatschappij voor de huisvesting, onuitgegeven verhandeling Rijksuniversiteit Gent, vakgroep Architectuur, 95-96.
  • VAN CAUSENBROECK B. 1998: Rode daken. De goede werkmanswoning 75 jaar, Gent, s.p.
  • VERGEYLEN E. s.d. (1957): S.M. "De Goede Werkmanswoning". Beknopt historisch overzicht, s.l., s.p.
  • Wonen 1957, 6, 83.

Bron     : -
Auteurs :  Vandeweghe, Evert
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Sociale huisvesting van 1955 [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302106 (Geraadpleegd op 29-05-2020)