erfgoedobject

Dorpskern Opvelp

bouwkundig geheel
ID: 302562   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302562

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Dorpskern Opvelp
    Deze bescherming is geldig sinds 15-05-2000

Beschrijving

Het historische centrum van Opvelp wordt gekenmerkt door de parochiekerk, pastorie, twee historische huizen en de hoeve Verbrande Toren.

Historiek

De dorpskern van Opvelp in de Haspengouwse leemstreek is uitgebouwd ter hoogte van de kruising van de baan Leuven-Hoegaarden (Hoegaardsebaan) met de Velpe, een bijriviertje van de Gete die haar grondgebied volgens een zuidwest-noordoost-as doorsnijdt. Typerend voor de ruimtelijke structuur is de 'plaetse', een driesvormige verbreding ter hoogte van deze kruising, met geconcentreerde bebouwing en direct erop aansluitend de toegangsdreef tot het verdwenen dorpskasteel. De ruimtelijke structuur van het dorp werd in belangrijke mate bepaald door de Velpe en door het nu verdwenen dorpskasteel, tijdens het ancien régime de zetel van een kleine heerlijkheid.

In de 12de en 13de eeuw was deze in handen van het riddergeslacht van Velpe, vazallen van de hertog van Brabant. Na hun uitsterven kwam de heerlijkheid achtereenvolgens in het bezit van Godfried van Harduemont (1351) en van Jean II de Glimes, heer van Bergen-op-Zoom (circa 1442), ook bekend als Jean de Bergues, die in 1460 tevens de heerlijkheid Molenstede verwierf. Hun gezamenlijke oppervlakte stemde vrijwel overeen met de huidige deelgemeente Opvelp. Jean de Bergues was de voornaamste raadgever van Filips de Goede en kanselier van de Orde van het Gulden Vlies, zijn zoon Henri de Bergues werd later bisschop van Cambrai. Tussen 1650-1652 werden beide heerlijkheden tijdelijk afgestaan aan de heer van Waalsdorp, Cornelius Musch. In 1688 werden ze wegens financiële problemen verkocht aan de toenmalige rentmeester Herman Crabeels. Zijn nakomelingen behielden Opvelp en Molenstede tot het einde van het ancien régime. Bij het overlijden van de laatste dorpsheer A.-L. Goubau in 1828 kocht P.-A.-Joseph Wouters de Bouchout, kasteelheer te Kwabeek-Vertrijk en senator ongeveer 90 hectare te Opvelp of ruim 1/7 van de gemeentelijke oppervlakte, waaronder het kasteelgoed van de voormalige heerlijkheid Opvelp. Tussen 1840 en 1858 begon de versnippering van het kasteeldomein onder verschillende eigenaars, waaronder renteniers uit Leuven en Brussel en landbouwers uit Opvelp en omliggende.

Het kasteel dat op het einde van de 18de eeuw tijdens de Brabantse omwenteling werd verwoest was ingeplant aan de voet van een kleine heuvelrug, die de scheiding vormde tussen de vallei van de Velpe en haar oostelijke vertakking, de Woedgracht. De Ferrariskaart (1770-1775) toont de kasteelsite met het hof van Opvelp - de oude benaming voor de kasteelhoeve - in betere tijden. Dit domein werd in noordelijke richting begrensd door de reeds in de 18de eeuw verdwenen hoeve van de abdij van Villers, in het zuiden door de 'gemeynte'. Deze vormde een circa 700 meter lang broekgebied dat zich over beide oevers van de Velpe uitstrekte. Deze strook gemene weidegronden werd de afgelopen eeuw voortdurend versmald, onder meer door de aanleg van de Broekstraat, nu Velpestraat. Ter hoogte van een pleinvormige verbreding, de 'plaetse' genoemd bevindt zich de oudste bebouwing, gecentreerd rond de aanzet van de dreef die naar het kasteel leidt. Een 17de-eeuwse kaart situeert er de gemeenschappelijke voorzieningen die onder het gezag van de heer ressorteerden: het paenhuys, backhuys, schuttershuys en het huis van de dienaar. Iets meer zuidwaarts liggen pastorie en kerk. De excentrische ligging van deze laatste, op de grens van het dorp en van het oudste akkergebied, maar wel vlakbij het dorpskasteel laat vermoeden dat een slotkapel aan de basis lag van de huidige parochiekerk.

Kasteelsite in de wijk Verbrande Toren

De Ferrariskaart (1770-1775) geeft een goed beeld van de ruim 8 bunder grote kasteelsite vlak voor de plundering en grondige verwoesting tijdens de Brabantse omwenteling in 1789. Of de benaming van de wijk 'Verbrande toren' naar deze incidenten verwijst is niet bekend. Het kasteel was omkaderd door een vrij gesofistikeerde, langgerekte, geometrische tuin van 70 bij 500 meter, waarin water een belangrijke rol speelde. Rechthoekige ringgrachten omsloten twee 'eilandjes', waarvan het eerste (huidige percelen 219d en 288e) dat aansloot op de toegangsdreef, de kasteelgebouwen omvatte.

Na de verkoop van de kasteelsite aan de Opvelpse landbouwersfamilie Decoster in 1852 zullen de overblijfselen van het kasteel, meer bepaald de dienstgebouwtjes bij de ingang, tot boerderij gerecycleerd worden, waarna ter plaatse van het 'sterrebos' een nieuwe hoeve (perceel 303n) wordt gebouwd. In 1892 verdwijnen de ringgrachten uit het kadastrale beeld, niettegenstaande in het huidige reliëf niet alleen het patroon, maar ook de grachten zichtbaar bleven bewaard.

Beschrijving

Van de monumentale, 18de-eeuwse kasteelhoeve in traditionele bak- en zandsteenstijl bleven nog diverse onderdelen waaronder toegangspoort, L-vormig woonhuis, diverse stalvleugels en een aangepaste dwarsschuur bewaard. Zij zijn duidelijk te identificeren aan de hand van specifieke stijlkenmerken zoals de gevelafwerking met vlechtingen, aandaken en schouderstukken, bakstenen muizentandfries, kloosterkozijnen, natuurstenen hoekkettingen en poortomlijstingen.

Twee symmetrisch ingeplante gebouwtjes, vermoedelijk dienstgebouwen, flankeren de toegang terwijl een grotere L-vorm tegen de noordrand van de ringgracht wellicht het eigenlijke kasteel vormde. Op de oostelijke helft van dit eilandje (perceel 288e) en op het tweede eilandje (perceel 288c) is een kruisgewijze ingedeelde tuin zichtbaar. Ten zuiden van deze omgrachte configuratie bevindt zich een boomgaard en er direct op aansluitend de monumentale, in kwadraatvorm aangelegde kasteelhoeve. Een bijzonder markant element vormt het ongeveer 1,2 hectare grote 'sterrebos' (ter plaatse van de huidige hoeve Decoster) op de helling ten zuiden van het tweede eilandje. Ten slotte wordt de kromming van de vallei, ter hoogte van de aansluiting van het dal van de Vloedgracht met de vallei van de Velpe, overbrugd door een derde element van aanleg, namelijk een 2 hectare 30 centiare groot vijverperceel (huidige percelen 286c, 318 en 319), waarvan het gebruik in de primitieve kadastrale legger wordt omschreven als 'pré' en 'oseraie' en dat lokaal nog altijd als de 'wissevijver' wordt aangeduid.

De dorpskern wordt verder gevormd door de Sint-Antonius-abtkerk en bijhorende pastorie, beiden uit het einde van de 18de eeuw in een classicistische stijl. De kerk ligt op een hoogte op een ommuurd kerkhof wat haar een dominante ligging in het dorp geeft. In het centrum van het dorp zijn er twee woningen respectievelijk van 1753 en 1837 vlak bij de 'Plaetse'. Een laatste belangrijk element in het dorp is het Jezuïetenhof, een grote vierkantshoeve uit de 18de eeuw, die teruggaat tot de 16de eeuw. De hoeve ligt aan de Velpestraat, aan het begin van de 'Plaetse'.

  • VANHOVE L. 1983: Opvelp: de agrarische structuur van een dorp en heerlijkheid toegelicht aan de hand van een pachtcontract uit 1496 (Belgisch centrum voor landelijke geschiedenis, nummer 77), Leuven.
  • WAUTERS A., Géographie et histoire des communes belges. Arrondissement de Louvain. Canton de Tirlemont, deel 2, Brussel, 1876, p. 88-98.

Bron     : Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DB002086, Dorpskern Opvelp (PAESMANS G., 1998).
Auteurs :  Paesmans, Greta
Datum  : 1998


Relaties

  • Omvat
    Dorpswoning van 1753

  • Omvat
    Dorpswoning van 1837

  • Omvat
    Hoeve Jezuïetenhof

  • Omvat
    Hoeve Verbrande Toren

  • Omvat
    Parochiekerk Sint-Antonius Abt met kerkhof

  • Omvat
    Relict van de eilandtuin van het kasteel van Opvelp

  • Is deel van
    Opvelp

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Dorpskern Opvelp [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302562 (Geraadpleegd op 25-10-2020)