Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan-Baptist

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Deinze
Deelgemeente Bachte-Maria-Leerne
Straat Ooidonkdreef
Locatie Ooidonkdreef zonder nummer, Deinze (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Deinze (adrescontroles: 12-11-2007 - 12-11-2007).
  • Inventarisatie Deinze (geografische inventarisatie: 01-01-1991 - 31-12-1991).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan-Baptist

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan-Baptist met kerkhofsite

Deze bescherming is geldig sinds 16-07-2014.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

De neogotische kerk Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan-Baptist, gebouwd in 1877-1880 naar ontwerp van architect A. Van Assche, ingeplant op de historische site van het oude, tot de 12de eeuw opklimmende kerkje, vormt de kern van het vroegere dorp Sint-Maria-Leerne, ontstaan aan de oude heerbaan en steenweg van Gent-Deinze-Tielt. Vooral de historische en ruimtelijke context door de ligging aan het begin van de Ooidonkdreef in de nabijheid van het historische kasteel bepalen mee de uitzonderlijke waarde van het kerkgebouw.

Historiek

De huidige volledig nieuwe neogotische kerk werd gebouwd in 1877-1880 ter vervanging van het oude, vervallen kerkje dat in kern opklom tot de 12de eeuw. Volgens de volkstraditie werden de zeer dicht bij elkaar gelegen kerken van Sint-Martens-Leerne en Sint-Maria-Leerne gesticht door twee broers (of zusters) die het niet eens konden worden over de plaats van de kerk en daarom elk één kerk lieten bouwen. Sint-Maria-Leerne, voor het eerst vermeld als Lederna in 1192 is volgens Dr. Gysselinck mogelijk afkomstig van het Germaanse 'hlaeri' wat bebost of moerassig terrein betekent. Het dorp behoorde tot de heerlijkheid, later baronie van Nevele en maakte deel uit van het Land van Nevele. Sinds 1387 was het binnen het dorp gelegen kasteel van Ooidonk (Hoge donk binnen een moerassig gebied) de residentiële verblijfplaats van de heren van Nevele. De aanwezigheid van dit kasteel en haar invloedrijke heren, eerst de familie Van Nevele, later onder meer de Fosseux (midden 14de tot begin 15de eeuw), de Montmorency (15-16de eeuw), della Faille (eind 16de tot begin 19de eeuw) en sinds 1864 de familie t’ Kint de Roodenbeke, speelde een belangrijke rol in de geschiedenis van het dorp en de parochie. De kerk heeft vanouds twee patroonheiligen, Sint Maria (die ook de naam gaf aan de gemeente Sint-Maria-Leerne tot de fusie in 1823 met Bachte en ter onderscheiding van het nabij gelegen Sint-Martens-Leerne) en Sint-Jan-Baptist. Beide patrocinia laten een vroege kerstening vermoeden doch de oudste gekende vermelding van de kerk dateert maar van 1362 in een tienderekening van het bisdom Doornik waartoe de parochie behoorde.

Volgens getuigenissen van de geschiedschrijvers F. De Potter en J. Broeckaert in 1868, was de kerk van Sint-Maria-Leerne "één van de kerken van Vlaanderen die het best haar oorspronkelijke karakter had bewaard, in haar oudste delen opklimmend tot de 12de eeuw". Het romaanse, oorspronkelijk éénbeukig kruiskerkje met achthoekige kruisingstoren, opgetrokken uit Doornikse steen (opus incertum), was ondanks verbouwingen in de 14de eeuw en uitbreiding tot driebeukige kerk in de 16de eeuw nog vrij authentiek bewaard. Het bezat ook een belangrijke kunstcollectie, geschonken door de opeenvolgende kasteelheren. In de 16de en 17de eeuw was het een belangrijke bedevaartplaats door de aanwezigheid van een relikwie van Sint-Jan de Doper en de grote ommegang ter ere van Sint-Jan op de derde Pinksterdag.

Als gevolg van de demografische groei vanaf het einde van de 18de eeuw was het kerkje te klein geworden. Ook de bouwfysische toestand van het oude gebouw was zorgwekkend. In 1871 werd advies gevraagd aan de bouwkundige Charles ’t Kindt van Nevele die aandrong op spoedige herstellingen. In 1875 werd door de Gentse architect August Van Assche een volledige opmeting van de oude kerk gemaakt met voorstel tot restauratie en uitbreiding van de kerk. Volgens de architect waren er drie goede redenen om dit project goed te keuren: 1° hierdoor werd een klein gebouw met karakter bewaard, 2° hierdoor realiseerde men belangrijke besparingen, 3° door de uitbreiding verkreeg men een grotere oppervlakte voor de gelovigen dan door een reconstructie. Onder druk van de gefortuneerde nieuwe kasteelheren, de familie t’ Kint de Roodenbeke-de Naeyer en als voorwaarde voor de financiering, werd de oude kerk in 1877 gesloopt ondanks een ongunstig advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Bij de sloop werden onder het koor nog twee oudere vloeren teruggevonden in rode tichels en "verlakte tichels" in gele, groene en zwarte kleur.

De nieuwe kerk werd naar ontwerp van dezelfde architect August Van Assche gerealiseerd en grotendeels gefinancierd door baron Henri t’ Kint de Roodenbeke (Brussel 14 april 1817- 6 november 1900). Als voorwaarde stelde de baron dat de plannen voor de nieuwe kerk aan zijn goedkeuring moesten onderworpen worden, dat een gestoelte rechts in het koor voor de schenker en zijn afstammelingen moet voorzien worden, dat zij over een particuliere ingang aan de noordzijde zouden beschikken en dat aan de noordzijde van het kerkhof een terrein voorzien wordt waar de familie een grafkelder zal laten aanbrengen. Het ontwerp dat geïnspireerd is op de oude kerk met dezelfde gevelopstand en achthoekige kruisingstoren met gedeelde galmgaten en deelzuiltje kreeg de voorkeur boven een ontwerp met westtoren.

De nieuwe kerk met dezelfde oriëntatie en inplanting maar veel groter werd een geslaagd voorbeeld van plattelandskerk in een op de vroege gotiek geïnspireerde neostijl. Het overgrote deel van het nieuwe meubilair werd eveneens geschonken door de kasteelheren. Aannemers waren Basil en Louis Bruneel (Nevele), schrijnwerker was Corneel Van Speybroeck. Een herinneringssteen achteraan het hoofdaltaar verwijst naar de eerstesteenlegging. De kerk werd plechtig ingewijd op 30 augustus 1880 onder pastoor Haegens die zich volledig ingezet had voor de realisatie van de kerk. Een gepolychromeerde houten maquette, gemaakt door L. Blanchaert en A. Bressers naar ontwerp van architect August Van Assche in 1883 werd geschonken aan "senator baron t’ Kint de Roodenbeke" en bevindt zich in het kasteel van Ooidonk. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden verschillende glasramen beschadigd; ze werden hersteld en teruggeplaatst door het atelier Henri Coppejans.

De kerk werd tussen 2009 en 2012 gerestaureerd door het architectenbureau Boulez & Degrande onder leiding van architect P. Degrande (Deinze), de glasramen werden grondig onderzocht, hersteld, soms opnieuw gemonteerd (van omgekeerd gemonteerde stukken en teksten) en herlood door Vitrotech bvba (Denderleeuw, Iddergem).

Beschrijving

Onze-Lieve-Vrouw- en Sint-Jan-Baptistkerk

Achterin, tussen de Leernsesteenweg en het begin van Ooidonkdreef gelegen georiënteerd kerkgebouw met koor naar de dreef gericht, in omringend ommuurd en aan de Ooidonkdreef omhaagd kerkhof op vijfzijdige plattegrond. De oorspronkelijke toegangsweg bevindt zich aan de Leernsesteenweg, tussen de huidige nummers 219 en 221 en is aan het kerkhof afgesloten door een ijzeren hek. Aan Ooidonkdreef is een gekasseid toegangspad naast het lage dorpshuisje nummer 1.

Imposante neogotische constructie, opgetrokken uit Scheldesteen op een sokkel van blauwe steen van Soignies met verwerking van Boomse baksteen voor de interieurelementen zoals de pijlers en bogen. De plattegrond ontvouwt een basilicaal driebeukig schip van vier traveeën, licht uitspringende transeptarmen en een hoog koor van drie traveeën met vijfzijdige sluiting, geflankeerd door zijkoren, in het noorden met grafelijke kapel, in het zuiden met sacristie. De achthoekige kruisingstoren op vierkante basis is voorzien van een hoge leien naaldspits. Een traptorentje onder kegeldak bevindt zich in de oksel van het zuidelijk transept en de sacristie. Het schip, de transeptarmen en het koor zijn gedekt met leien zadeldaken, de zijbeuken met lessenaarsdaken. Vorstkammen, oorspronkelijk geleverd door Nevejans (Merelbeke).

Westgevel gedomineerd door een hoge verankerde puntgevel met schouderstukken en topkruis tussen zware versneden steunberen. Het spitsboogportaal en de drie typische op de vroege gotiek geïnspireerde lancetvensters zijn afgewerkt met verzorgde profielbakstenen dagkanten. Een lancetvenster verlicht de zijbeuken. Noord- en zuidgevel worden geritmeerd door versneden steunberen waartussen gekoppelde lancetvensters gevat zijn. Een spitsboogvormig zijportaal onder houten luifel markeert de eerste travee van de noordelijke gevel. De bovenlichten bestaan uit gekoppelde lancetvenstertjes tussen bakstenen lisenen die onder de daklijst verbonden zijn door een muizentandfries. Achthoekige kruisingstoren op vierkante aanzet, doorbroken door hoge spitsboogvormige galmgaten met deelzuiltje, verwijzend naar de vroegere toren. Vier uurwerken, afkomstig van de oude kerk onder zadeldakjes verrijken de spits. Het torenkruis van de oude kerk werd gerestaureerd en herplaatst op de nieuwe toren. De transeptarmen worden begrensd door gelijkaardige verankerde puntgevels met schouderstukken en bekronend hardstenen kruis en doorbroken door drie lancetvensters en een topoculus.

Hoogkoor met vijfzijdige sluiting gemarkeerd door zware versneden steunberen en verlicht door slanke lancetvensters met glas-in-loodramen. De lagere zijkoren onder afzonderlijke zadeldaken hebben een rechte sluiting, afgewerkt met gelijkaardige puntgevels met schouderstukken en topkruis en zijn doorbroken door een spitsboogvenster met drieledige tracering. Uitspringende spitsboogportaaltjes onder zadeldak geven toegang tot respectievelijk de grafelijke kapel van de familie t’ Kint de Roodenbeke en de sacristie. Een calvariekruis onder houten afdak tegen de koorsluiting heeft als opschrift: "MISSIE/ KRUIS 24 JUNI 1893"; en herinnert aan de grote zending van de paters redemptoristen; eronder hardstenen steen met vierlob en kruismotief.

Interieur

Zeer harmonieuze gepleisterde en nu volledig witgeschilderde basilicale ruimte met schip en zijbeuken gescheiden door bakstenen spitsboogarcaden op vierkante bakstenen pijlers geflankeerd door colonetten met hardstenen knopkapiteel. Het houten spitstongewelf wordt geleed door beschilderde balken rustend op schalken met knopkapiteel. Enkel een muurschildering met kruisbeeld en God de Vader prijkt nog boven de triomfboog. Het opschrift: "VADER ZOON EN H. GEEST / U ZIJ LOF IN EEUWIGHEID" en geschilderde medaillons in de zwikken van de bovenwanden zijn bij de recente schilderwerken verdwenen. De kruising is overwelfd met een bak- en zandstenen kruisribgewelf met oostelijk klokkengat; het transept en het koor met houten spitstongewelven, laatst genoemde met ribben op gepolychromeerde diensten en beschilderde medaillons, oorspronkelijk uitgevoerd door Adrien Bressers. De credensnis in steen van Caen, vervaardigd door L. Blanchaert (Maaltebrugge) met verwerking van de marmeren steen, geschonken door Zijne Majesteit Pius IX uit het kerkhof van de Heilige Calistus, bevindt zich rechts in het koor.

De ramen van het koor geplaatst in 1879, geschonken door de familie t’ Kint de Roodenbeke, zijn afkomstig uit het glazenieratelier van Arthur Verhaegen, evenals de grisailles van het schip en de grafelijke tribune. Ze zijn zoals deze van de transepten en de westgevel voorzien van figuratieve glas-in-loodramen. Pastoor Haegens schonk, volgens opschrift in 1897 het glasraam van het zuidelijk transept, pastoor Plasmans en Van Quickelberghe schonken in 1899 de glasramen van het noordelijk transept. Volgens het Liber Memorialis hergebruikte glazenier J. Niclaus-Bouckaert de grisailleramen van het koor uit de oude kerk, in 1864 geschonken door de familie t’ Kint de Roodenbeke, in de drie vensters van de sacristie. De glas-in-loodramen in de bovenlichten werden geplaatst in 1880 door het atelier van A. Verhaegen. Ook de verschillende andere grisailleramen met opschriften en data 1886, 1891, 1897, 1899 en 1900, komen uit het atelier Verhaegen. De vijf lancetvensters van het koor stellen van links naar rechts voor: Sint-Franciscus van Assisi en wapenschild en spreuk van de familie t’ Kint de Roodenbeke, Sint-Henricus, patroonheilige van Henri t’ Kint de Rodenbeke met onderaan het wapenschild en spreuk "perseverando" van de familie, Salvator Mundi, Sint-Zoë, patroonheilige van zijn echtgenote Zoë de Naeyer met onderaan haar wapenschild, en Sint-Arnoldus. De drie lancetvensters van het noordtransept stellen Sint-Lucia, De Goede Herder en Sint-Augustinus voor; deze van het zuidtransept: Sint-Jozef, Sint-Antonius van Padua en Beatus Gerardus Majella, geplaatst in 1891 (confer opschrift "CONJUGES HAEGENS-VAN DE VELDE, ANNO D, 1891") door het atelier Verhaegen. De drie lancetvensters van de westgevel, geplaatst in 1899 door Jozef Casier, opvolger van A. Verhaegen gift van baron Arnold t’ Kint de Roodenbeke stellen voor: Sint-Elisabeth, Sancta Mater Dei met alliantiewapen en Sint-Franciscus Borgia. De twee zijvensters stellen Sint-Rochus en Sint- Johannes voor. De overige glasramen zijn typische grisailles met geometrische motieven eveneens uitgevoerd door het atelier Verhaegen, onder meer in de zijkoren van Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan-Baptist met ingewerkte letters M en JB. In 1884 worden de glasramen van Sint-Rochus en Sint-Jan-Baptist besteld in het atelier Verhaegen. De twee laatste vensters dateren van 1900, komen uit het atelier van J. Casier en werden geschonken door particulieren.

De grafelijke kapel ten noorden van het koor, ervan gescheiden door twee spitsbogen ondersteund door een zuil en twee halfzuilen onderaan verbonden door een zandstenen borstwering met wapenschild, uitgevoerd door L. Blanchaert, bezit een gebeeldhouwde grafsteen van graaf Henri t’ Kint de Roodenbeke en gravin Zoë-Isabelle de Naeyer met bovenaan een calvarie en onderaan het wapenschild van de familie en spreuk "perseverando" naar bewaarde ontwerptekeningen in het archief Bressers-Blanchaert. De grisailleglasramen werden geplaatst in 1880 door Arthur Verhaegen. De wanden zijn voorzien van een band sjabloonschilderingen in groene tinten met Christus- en Mariamonogram en kroontjes. Aan de wand boven het grafteken hangen obiits of rouwborden van de opeenvolgende familieleden. De keramische tegelvloer van Boch fréres (Maubeuge) heeft een kleurrijk patroon met leliemotief. In de kapel staat een mooi gebeeldhouwde neogotische zitbank, twee zetels en vier stoelen met lederbekleding, voorzien van de initialen K R van de familie.

De sacristie bewaart nog elementen uit de oude kerk, onder meer een 18de-eeuwse wandkast in rococostijl met dubbel wapenschild van baron della Faille, heer van Nevele tussen vaandeldragende leeuwen. De vloer is eveneens gerecupereerd uit de oude kerk.

Mobilair
  • Beeldhouwwerk:
    • Heilige Rochus van Montpellier, gepolychromeerd hout, 18de eeuw, afkomstig uit de oude kerk.
    • Gestoffeerd Onze-Lieve-Vrouw met Kind, processiebeeld nu in de vitrinekast geplaatst.
    • Neogotische gipsen beelden van Sint-Antonius (1922, door atelier Bressers), Piëta (1922, door atelier Bressers), Onze-Lieve-Vrouw met Kind, Heilige Jozef met Kind, Heilige Rita, nu op baldakijns geplaatst, voorheen op eikenhouten sokkels, geleverd door L. Blanchaert in 1886.
  • Meubilair:
    • Neogotisch hoofdaltaar volledig in de stijl van de Sint-Lucasneogotiek door Leopold Blanchaert (Gent) met gebeeldhouwd retabel in witte steen van Caen met centrale calvarie en scènes uit het leven van Maria, volgens een gedenksteen achteraan, opgericht in 1878 en geschonken door Henri t’ Kint de Roodenbeke, kasteelheer van Ooidonk en mecenas van de kerk. Het koperen tabernakel, volgens opschrift binnenin van 1948, is eveneens geschonken door de kasteelheren.
    • Noordelijk zijaltaar van Onze-Lieve-Vrouw uitgevoerd door Leonard Blanchaert, volgens gedenksteen in de zijwand: "AAN DE ALLERHEILIGSTE MAAGD/ EN MOEDER GODS MARIA/ ZOË-ISABELLA DE NAEYER/ BARONES T’ KINT DE ROODENBEKE/ TEN JARE DES HEEREN MDCCCLXXXI" met altaartafel in witte steen van Caen met tekst "SANCTA MARIA ORA PRO NOBIS" en gepolychromeerd eikenhouten retabel door A. Bressers met centraal Onze-Lieve-Vrouwebeeld met Kind onder baldakijn geflankeerd door engelen.
    • De vloer ervoor, in zwarte, witte en rode steen van Beauvais, werd gelegd volgens een tekening van architect Van Assche.
    • Zuidelijk zijaltaar toegewijd aan Sint-Jan-Baptist uitgevoerd door Leonard Blanchaert met stichtingssteen vooraan: "AAN DEN HEILIGE JOHANNES BAPTISTA/ PATROON DEZER PAROCHIE/ ARNOLD FRANSISCUS MARIA/ BARON T’ KINT DE ROODENBEKE EN/ ISABELLA-LUCIA- FRANCISCA DE BORGIA DE SILVA ZIJN/ ECHTGENOTE, TEN JARE DES HEEREN MDCCCXXXV" in gepolychromeerde Franse steen met tafel op zuiltjes en retabel met vier beeldnissen en centraal beeld van Sint-Jan-Baptist onder baldakijn, volgens ontwerptekeningen bewaard in het archief Bressers-Blanchaert.

Het nieuwe neogotisch meubilair is grotendeels geschonken door de familie t’ Kint de Roodenbeke, kasteelheren van Ooidonk en mecenas van de nieuwe kerk, meestal getekend door architect Van Assche en uitgevoerd door de Brugse schrijnwerker Charles Lenoir, vast medewerker van J.B. Bethune, en dateert van de jaren 1878-81.

    • Neogotische, fraai gebeeldhouwde eikenhouten biechtstoel geschonken door pastoor Haegens in 1879( cf. een banderol met opschrift binnen).
    • Neogotische eikenhouten preekstoel met op de kuip panelen met de evangelisten, Heiligen Johannes, Marcus, Mattheus en Lucas en Jezus leraar (panelen uitgevoerd door de Haen, Brussel) naar ontwerp van architect A. Van Assche van 1880, uitgevoerd in zijn werkhuis en geplaatst in 1881 en deel uitmakend van het totaalconcept van de neogotische kerk.
    • Neogotische eikenhouten koorbanken met typische gotische vormgeving met puntgevels met hogels, kruisbloemen en pinakels door Ch. Lenoir (Brugge) van 1879 en kerkmeestersbank (naar ontwerp van Van Assche) met acht zitplaatsen, in rechter transepten deel uitmakend van het totaalconcept van de neogotische kerk.
    • Eikenhouten communiebank door Ch. Lenoir (Brugge), van 1879, nu rond het hoofdaltaar geplaatste deel uitmakend van het totaalconcept van de neogotische kerk.
    • Doopvont met marmeren sokkel met koperen deksel, nu in koor geplaatst.
    • Neogotisch doksaal, uitgevoerd door Ch. Lenoir (Brugge) en geplaatst in 1879.
    • Orgel door J. Vergaert (Gent) van 1880, gift van baron t’ Kint de Roodenbeke, hersteld in 1923 door Joris (Ronse), getransformeerd door de familie Loncke, neogotische houten klankkasten links en rechts van het venster, thans zonder pijpwerk.
    • Kruiswegstaties in gepolychromeerde steen uitgevoerd door het "Maison Raffl & Cie", bekend fabrikant van religieuze beelden en kerkmeubilair (rue Bonaparte , 64 Paris) van 1880, gift van baron t’ Kint de Roodenbeke en deel uitmakend van het totaalconcept van de neogotische kerk.
    • Polychroom geschilderd triomfkruis aan de kooringang.
    • Het barokke processiestuk van de vroegere Ommegang van Sint-Jan met hoofd van Sint-Jan gedragen door engeltjes en schelpvormige bekroning gedragen door hermen, met op banderol het opschrift: "NON SURREXIT MAYOR" is afkomstig uit de oude kerk en verwijst naar de bloeiende devotiecultuur.
Kerkhof

De huidige begraafplaats heeft nog dezelfde configuratie als de historische kerkhofsite van de oude kerk met toegangsweg aan de Leernsesteenweg afgesloten door een ijzeren hek. Aan Ooidonkdreef is het kerkhof afgesloten door een ligusterhaag, aan de overige zijden door een bakstenen muur die grotendeels in 1881 werd gebouwd. De graftekens, overwegend in blauwe hardsteen, liggen in rijen aan drie zijden van de kerk. Sommige zijn omgeven door een lage ligusterhaag. Een grafteken in de vorm van een eenvoudige stèle in arduin en witte steen is naar ontwerp van de Deinse beeldhouwer Antoon Van Parys (1884-1968) uitgevoerd in 1916. Twee gedenkplaten met de namen van de overleden kasteelheren sinds de oprichting van de nieuwe kerk zijn tegen de noordmuur van de grafelijke kapel geplaatst die als begraafplaats dienst doet. Een ijzeren kruis hangt boven een gedenksteen voor de "OUDSTRIJDERS 14-18" en "OUDSTRIJDERS 1940-45".

  • Deinze (Bachte-Maria-Leerne), parochiearchief, Liber Memorialis (1874-1927), (1928-1937).
  • Onroerend erfgoed Oost-Vlaanderen, beschermingsarchief.
  • Onroerend Erfgoed, Plannenarchief KCML.
  • Universiteit Gent, Fonds Vliegende Bladen.
  • Universiteit Gent, Kaarten en Plannen.
  • BAKELANTS I. 1992: De glasschilderkunst in België in de negentiende en twintigste eeuw, deel C, Deurne, 100.
  • BERINGS G. 1981: Een onderzoek van de patrocinia van parochiekerken in het Scheldebekken vanaf het vroegste christendom tot 1559, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent.
  • BOGAERT C. & LANCLUS K. 1991: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Deinze-Nazareth, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N3, Brussel - Turnhout.
  • COOMANS T. 2003: Kerken in neostijlen in Vlaanderen. Ontwikkelingen implementatie van een methodologie voor de bescherming en de monumentenzorg van het negentiende-eeuwse kerkelijk architecturaal patrimonium in Vlaanderen, eindverslag, Leuven.
  • DE MAEYER J. 1988: De Sint-Lucasscholen en de neogotiek, 1862-1914, Leuven.
  • DE POTTER F. & BROECKAERT J. 1864-1870: Geschiedenis van de gemeenten in de Provincie Oost-Vlaanderen, reeks I, deel 3, Gent, 48-53.
  • KERCKHAERT N. 1973: Kroniek van Bachte-Maria-Leerne (1823-1973), Bachte-Maria-Leerne, 55-77.
  • KERCKHAERT N. s.d.: Geschiedenis van de kerk Sint-Jan de Doper en Onze-Lieve Vrouw te Sint- Maria-Leerne, Bachte-Maria-Leerne, uitgegeven op initiatief van Baron t’ Kint de Roodenbeke ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de nieuwe kerk, 1880-1980, s.l.
  • S.N. 1861-1886: Bulletijn van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Comiteit der Provincie Oost-Vlaanderen, Deel I, 69.
  • S.N. s.d.: Monumenten, merkwaardige gebouwen en landschappen, Stad Deinze, s.l..
  • VANDENBUSSCHE-VAN DEN KERKHOVE C. 1976: Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Deinze, Brussel, 13-14.
  • VERMEIREN R. & BERGMANS A. 1993: Inventaris van het neogotische tekeningenarchief Bressers-Blanchaert (circa 1860-1914), Leuven, 17.

Bron: Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier 4.001/44011/102.1, Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan-Baptist met historische kerkhofsite.

Auteurs: Bogaert, Chris

Datum tekst: 2014

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Ooidonkdreef

Ooidonkdreef (Deinze)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.