Abdij van Affligem

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Affligem
Deelgemeente Hekelgem
Straat Abdijstraat
Locatie Abdijstraat 6, 6A, Affligem (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Affligem (actualisaties: 23-05-2006 - 23-05-2006).
  • Adrescontrole Affligem (adrescontroles: 25-06-2007 - 25-06-2007).
  • Inventarisatie Affligem (geografische inventarisatie: 01-01-1975 - 31-12-1975).
  • Thematische inventarisatie 20ste-eeuwse kerken (geografische inventarisatie: 01-07-2008 - 31-12-2009).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Abdij van Affligem

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Abdij van Affligem: Benedictuspoort en ruïnes abdijkerk
gelegen te Abdijstraat 6 (Affligem)

Deze bescherming is geldig sinds 08-09-1971.

omvat de bescherming als monument Abdij van Affligem: ingangsgebouw Bisschopshuis
gelegen te Abdijstraat 6 (Affligem)

Deze bescherming is geldig sinds 08-09-1971.

Beschrijving

Stichting van een religieuze gemeenschap circa 1080, kort nadien opgericht als "Novum Monasterium", naar de regel van Sint-Benedictus, afhankelijk van het bisdom Kamerijk (1086); dotatie van Hendrik van Brabant, onder meer goederen in de onmiddellijke omgeving, domeinen te Asse en gronden in de omgeving van Waver; voortdurende steun van Brabant omwille van de politiek gunstige ligging op de grens met Vlaanderen; omwille van deze inplanting werd de abdij trouwens herhaaldelijk geplunderd en ingenomen door verscheidene troepen, onder meer tijdens de 14de eeuw, na de eerste bloeiperiode van de 13de eeuw, tijdens de tweede helft van de 16de eeuw, 1576 en 1580 toen de monniken verplicht waren hun abdij te verlaten tot 1605, en vanaf 1667-1668 plunderingen door het Franse leger van Louis XIV. Op elke catastrofe volgde een periode van restauratie en wederopbouw met eventuele uitbreiding en relatieve bloei.

Moeilijkheden tijdens de Franse Omwenteling van 1793 af, met beginnende plunderingen na de slag van Fleurus (26 juni 1794), opheffing van de abdij in 1796 en systematische afbraak in 1797. Eerste hergroepering der benedictijnen te Aalst in 1838 en terugkeer naar Affligem in 1869 gevolgd door de heroprichting van een aantal gebouwen van circa 1880 af en gedurende de eerste helft van de 20ste eeuw. In de loop der eeuwen verwierf deze abdij een zekere befaamdheid omwille van haar culturele uitstraling en de rijke verzamelingen die ze wist aan te leggen: munten, handschriften, kunstvoorwerpen, onder meer schilderijen van Rubens en de Crayer.

De gravure van Harrewyn, opgenomen in de Choreographia sacra Brabantiae van Sanderus, geeft een goed beeld van de inplanting van deze grote abdij: belangrijke, maar hier reeds aangepaste abdijkerk met aanleunende gotische kloostergang en conventgebouwen, abts- en gastenkwartier (1520 met restauratie 1607, 1618), bibliotheek met bijkomende kapel (1637), traditionele dienst- en hoevegebouwen, aangelegde parterretuinen, boomgaarden, windmolen, enzovoort, het geheel ingeschreven in een groot vierkant met ommuring ten zuiden en noordoosten en een omgrachting uit het eerste kwart van de 16de eeuw ten noordoosten en ten westen; toegang langs twee poorten, de "Porta Silvarum", ten noorden en de "Prima Porta", heropgebouwd in 1726 ten zuiden, met aanpalende kapel voor pelgrims en bedevaartmissen. Bijkomende "Porta Regis" voor ontvangst van vrouwelijke bezoekers bezuiden de kerk.

De belangrijke abdijkerk werd in 1129 gebouwd onder de tweede abt Francon; overwelving van schip en transept onder abt Robrecht (1203-1224), in de eerste helft van de 13de eeuw; indrukwekkend volume gemarkeerd door vijf torens, twee ten westen, twee ten oosten en een op de kruising. Zekere, maar moeilijk "meetbare" invloed op de vorming van de regionale gotische stijl, de zogenaamde Dendergotiek. Dit vroeggotisch gebouw werd geteisterd in 1580 en gerestaureerd in de loop van de eerste helft van de 17de eeuw, met onder meer verhoging van het vloerniveau, aanpassing van de spitsboogvensters en volledige interieurstoffering in renaissance-barok overgangsstijl met rijke aanvulling van het kerkmobilair. Een paar uitbreidingen - onder meer een sacristie - gedurende de tweede helft van de 18de eeuw en nieuwe restauratie en adaptatie naar ontwerp van architect L.B. Dewez, 1764-1767. Bewaarde plattegronden en opstanden uit die tijd (Rijksarchief): behouden oorspronkelijke kruisbasiliek met westblok, schip van zes traveeën, transept met oostkapellen en lang koor met apsis. Geplande classicistische ordonnantie voor het interieur.

In 1768 werden ook de plans van L.B. Dewez goedgekeurd voor de vernieuwing van de conventgebouwen, gegroepeerd rondom twee vierkante binnenplaatsen, met integratie van de aangepaste westgevel van de kerk als centraal element voor een lange, symmetrisch uitgebouwde voorgevelcompositie met twee risalieten onder driehoekig fronton. Eerstesteenlegging in 1770 en verdere opbouw waarvoor drie kloosterpanden moesten worden opgeofferd. Het onafgewerkte ensemble werd in 1797 verkocht, voornamelijk als bouwmaterialen (zie opnieuw gebruikte architectonische elementen in Hekelgem en omgeving).

De enkele resterende gebouwen, het "Bisschopshuis", een deel van de noordzijbeukgevel en aangepaste aanhorigheden vormen geen bijzonder grootse ruïne maar vertonen eerder een desolate en weinig suggestieve aanblik die geenszins het vroeger monumentaal ensemble oproept.

Bij de huidige ingang, "Bisschopshuis", met gevels daterend van circa 1720 en getuigend van een zekere verschuiving van laatbarok naar classicisme. Rechthoekig gebouw van drie bouwlagen onder leien bedaking, gemarkeerd door een overkoepeld dakruitertje. Zandsteenbouw in regelmatig verband. Voorgevel van drie traveeën afgelijnd door geblokte hoekpilasters onder een gekorniste kroonlijst met twee siervazen; rechthoekige deur met vlakke stijlen en latei opgenomen in een bredere geprofileerde omlijsting die als basis dient voor de uitgelengde, omgekeerde voluten aan weerszij van het middenvenster; hierop rusten dan de geknikte dragers van het bekronend oculus met uitgewerkte druiplijst; voorts stenen kruis- en bolkozijnen in licht uitspringende omlijstingen. De langsgevel van zes traveeën is afgetekend door dezelfde hoekbanden en bovendien geritmeerd door verdiepte penanten met geprofileerde omlijning; stenen kruis- en bolkozijnen als in de voorgevel.

Recente bakstenen gebouwen met neotraditionele inslag in het verlengde. De traditionele achtergevel van het Bisschopshuis werd opgetrokken uit baksteen met schaars gebruik van zandsteen voor de stenen kruiskozijnen met negblokken (bovenvensters); uitstekende dakrand op houten modillons. De zo eenvoudige achtergevel zou de kern van het gebouw kunnen situeren in de 17de eeuw.

Links van de hoofdgevel, aanleunend neogotisch kloostergebouw van drie bouwlagen onder steil zadeldak en belendende haaks ingeplante vleugel met eenbeukige neogotische abdijkerk, daterend van circa 1880, naar ontwerp van architect Verhaeghen. Afbraak van het koor en volgende, begin 1972, met het oog op de oprichting van een nieuwe kerk naar ontwerp van architect Vandenbroeck.

Aanleunend tegen de achtergevel van het "Bisschopshuis" en de kapel, deels neogotische kloostergang van 1880 en meer strak, modern georiënteerde bijgebouwen naar ontwerp van architect Kropholler, 1938. Neogotische refter van 1890, aangepast in 1927 in een meer moderne decoratieve stijl, naar ontwerp van architecten Bellot en J. Stassin.

In de huidige tuin, overblijfselen van de noordzijgevel van de voormalige abdijkerk uit de 17de eeuw met aanpassingen uit de 18de eeuw en volgende: vijf traveeën geritmeerd door diep geprofileerde spitsboogvensters met afzaat en omlopende druiplijsten die telkens worden onderbroken door lisenen en twee steunberen met versnijding ten westen. Grotendeels verdwenen binnenparement met resterende sporen van pilasters, muraalbogen en misschien ook van geboorten der gewelven; opgravingen uit de 19de eeuw zouden de plaats der torens hebben aangewezen terwijl toen ook nog afleesbare resten van de apsis bestonden; blootgelegde graven bij het priesterkoor (eerste helft 20ste eeuw) onder meer (1830) het graf van Sanderus (+ 1664), bijgezet voor het Sint-Maurusaltaar; tijdens recentere opgravingen door R. Nelis werden nog meer graven ontdekt (eerste helft 20ste eeuw); daartoe zouden deze van de beschermheer Godfried van Leuven, zijn zoon Hendrik en zijn dochter Aleydis horen, die in de abdijkerk werden begraven en waarvoor een praalgraf werd gebouwd in bloeiperiode van de 18de eeuw; ze werden, naar verluidt, opnieuw bijgezet in de huidige kerk, met grafsteen (1940) waarop een schets van de eerste kerk werd aangebracht.

Rechts van het "Bisschopshuis" en deels opgenomen in de recente omheiningsmuur, paviljoen onder mansardedak geritmeerd door drie classicistische rondboogarcades, in vlakke geblokte omlijstingen (tweede helft 18de eeuw); verdiepte boogvulling met restauratiekruisvensters; zandstenen achtergevel met rondboogpoort op imposten, naast een kruisvenster; recentere bakstenen zijgevel (rechts) wijzend op een mogelijke inkorting en algemene aanpassing (voornamelijk vermeld als overblijvend "computatorium"?)

Huidige boerderij, ingericht in het vroegere washuis; U-vormige aanleg rondom een gekasseide binnenplaats. Bak- en zandsteenbouw. Traditionele kern (17de-18de eeuw?), aangegeven door geprofileerde negblokken en resten en sporen van vroegere stenen kruis- en kloosterkozijnen in het tweelaags boerenhuis onder zadeldak (pannen); zijgevels met top- en schouderstukken en muurvlechtingen. Vrij recente bakstenen stallingen met opnieuw gebruikte rondboogdeuren en kleine rechthoekige vensteromlijstingen uit de 17de eeuw.

Recente aanhorigheid aanleunend tegen het boerenhuis (rechts); zijgevel voorzien van een overgebracht zandstenen portaal dat aan het "Bisschopshuis" paalde: zandstenen rondboogdeur geflankeerd door slanke, gecanneleerde composietzuilen met renaissance-inslag: vrij hoog voetstuk met verdiepte spiegel, geringde sokkel en schacht onderaan verrijkt met loofwerk, arabesken en grotesken, blijkbaar daterend uit de eerste helft van de 17de eeuw met mogelijke deuraanpassing uit de tweede helft van de 18de eeuw; deze deuromlijsting werd blijkbaar verplaatst bij de oprichting van de vleugel in het verlengde van het Bisschopshuis (eerste helft 20ste eeuw).

De resterende oude abdijgebouwen zijn beschermd.

Bron: De Maegd C. & Van Aerschot S. 1975: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2N, Gent.

Auteurs: De Maegd, Christiane & Van Aerschot, Suzanne

Datum tekst: 1975

Relaties

maakt deel uit van Hekelgem

Hekelgem (Affligem)

is gerelateerd aan Domein van de benedictijnenabdij van Affligem

Abdijstraat 6 (Affligem)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.