Bureel van Weldadigheid

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat Blindestraat
Locatie Blindestraat 9, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Antwerpen (actualisaties: 05-01-2006 - 05-01-2007).
  • Adrescontrole Antwerpen (adrescontroles: 23-07-2007 - 23-07-2007).
  • Herinventarisatie stad Antwerpen (geografische herinventarisatie: 10-02-2010 - 31-12-2018).
  • Inventarisatie Antwerpen (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1992).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Bureel van Weldadigheid

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is deel van de bescherming als monument Koninklijke Academie voor Schone Kunsten

Deze bescherming is geldig sinds 10-07-1997.

Beschrijving

Historiek en context

Het Bureel van Weldadigheid en het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen droegen sinds 1796 de verantwoordelijkheid over de armenzorg en de openbare onderstand in Antwerpen. Het Bureel van Weldadigheid was belast met het lenigen van de armoede door het verstrekken van adequate hulp, het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen met alle vormen van institutionele zorgverlening. Beide instellingen zouden in 1925 versmelten tot de Commissie van Openbare Onderstand, voorloper van het huidige OCMW. In 1802 vestigde het Bureel van Weldadigheid zich in de vroegere infirmerie en de gastenkamers van het minderbroedersklooster, gelegen in de Blindestraat. Deze werden ingericht tot kantoren, lokalen voor distributie van hulpgoederen en werkhuizen, de zogenoemde ‘Ateliers de Bienfaisance’, meer bepaald een tapijtfabriek en een strowerkplaats. De overige gebouwen van het in 1797 geconfisceerde klooster huisvestten vanaf 1811 de Academie voor Schone Kunsten. In 1824-1825 ontwierp J. Le Mineur een 40 m lang neoclassicistisch gevelfront voor de gebouwen, gemarkeerd door twee hoekrisalieten.

Voor de nieuwe gebouwen van het Bureel van Weldadigheid tekende de architect Victor Durlet al in 1878 de eerste ontwerpen, die wegens de kostprijs werden afgewezen, net als een bestek om de bestaande gebouwen te renoveren. Pas in 1886 kwam het ontwerp voor het huidige complex in neobarokstijl tot stand, dat in oktober van dat jaar de goedkeuring kreeg van het stadsbestuur. Bij openbare aanbesteding werd de bouw in juni 1887 toegewezen aan de aannemer Torfs, die het complex in 1890 voltooide. Op het aanpalende perceel kwam in 1906-1908 het Gesticht Arthur Van den Nest tot stand, een dispensarium voor tuberculosebestrijding, dat in 1922-1923 werd uitgebreid met het gebouw “Licht en Lucht”. Sinds 1926 huurde de stad Antwerpen het Bureel van Weldadigheid voor verschillende van haar diensten, zo onder meer van 1946 tot 1963 de Stedelijke Dienst voor Openbare Werken, en de Volksbibliotheek. Van 1970 tot 1994 huisvestte het gebouw een wijkkantoor van de Stedelijke Politie. Het complex gevormd door het Bureel van Weldadigheid, het Gesticht Arthur Van den Nest en “Licht en Lucht”, dat al sinds 1995 onderdak bood aan de Opleiding Conservatie/Restauratie van de academie, werd in 2000-2002 grondig gerenoveerd. Architect Raymond De Braekeleer tekende in 1998 het ontwerp van dit project, dat werd uitgevoerd onder leiding van de architect Herwig Hermans.

Het Bureel van Weldadigheid behoort tot de belangrijkste openbare opdrachten van Victor Durlet in Antwerpen. Hij was als architect actief vanaf eind jaren 1850 tot zijn overlijden in 1900, de laatste jaren in associatie met zijn zoon Victor. De burger- en herenhuizen die Durlet tijdens de jaren 1870 tot 1890 tot stand bracht op de Leien en rond het Stadspark, in de wijken Zuid en Zurenborg, worden gekenmerkt door een conventionele toepassing van de neoclassicistische stijl, verrijkt met neorenaissance-elementen in de meer prestigieuze ontwerpen. Het monumentale Bureel van Weldadigheid vertoont naar stijl, ordonnantie en detaillering een zekere verwantschap met de vroeg-17de-eeuwse Sodaliteit en het Professenhuis van de jezuïeten aan het Hendrik Conscienceplein. Wellicht liet Durlet zich tijdens het ontwerpproces inspireren door dit barokensemble.

Architectuur

Het complex werd ingeplant achter de rooilijn, en omvat vier vleugels in gesloten formatie rond een binnenplaats. Oorspronkelijk huisvestte de hogere voorbouw onder meer het kantoor van de secretaris, de bestuurszaal, de ontvangstzaal en de apotheek. De drie overige, lagere vleugels, ontsloten door beglaasde galerijen, werden gebruikt als secretariaat en kantoren, medische consultatieruimten met wachtkamer, laboratoria voor de aanmaak van geneesmiddelen en een zittingzaal. De grote vestibule in de middenas, werd oorspronkelijk geflankeerd door twee secundaire toegangen, traphallen bevonden zich aan beide uiteinden van de voorbouw.

Het monumentale gevelfront met een breedte van negen traveeën, omvat twee bouwlagen onder een mansardedak (zinken leien). De lijstgevel heeft een parement uit witte natuursteen (Gobertange), met overvloedig gebruik van blauwe hardsteen voor de plint, speklagen, pilasters, vensteromlijstingen en dakkapellen. Horizontaal geleed door de brede puilijst, en kordonvormende lekdrempels, beantwoordt de opstand aan een volkomen symmetrisch compositieschema. Dit laatste is opgebouwd uit het portaalrisaliet in de middenas, en twee tot in de bedaking doorgetrokken hoekrisalieten, elk geaccentueerd door een imposante dakkapel. Het middenrisaliet wordt gemarkeerd door geblokte pilasters met lijstkapiteel op de begane grond, en geringde zuilen met Ionisch kapiteel op de bovenverdieping. De rondboogpoort is gevat in een zware geblokte omlijsting met imposten en diamantkopsleutel, het venster erboven met het opschrift "Bureel van Weldadigheid" op de borstwering, wordt bekroond door het wapen van Antwerpen tussen rijk versierde consoles. De drie traveeën brede hoekrisalieten worden gemarkeerd door geblokte pilasters, en een portaal (aangepast tot venster) met cartouche, driehoekig fronton en bolornament. Verder is de opstand opgebouwd uit regelmatige registers van rechthoekige vensters met tussendorpel, gevat in een geriemde omlijsting met oren, gebogen waterlijst en diamantkopsleutel, op de bovenverdieping met paneel op de borstwering. Kruismonelen (verwijderd op de begane grond) accentueren de vensters in de drie bredere middentraveeën. Een klassiek hoofdgestel met architraaf, fries met trigliefen in de risalieten, en een gekorniste houten kroonlijst op consoles vormt de gevelbeëindiging. Drie dakkapellen in een omlijsting van geringde zuilen of pilasters met wortelmotief, afgesloten door een driehoekig of gebroken fronton, tussen voluutvormige vleugelstukken. Bewaarde houten vleugeldeur en smeedijzeren lantaarns; houten vensterschrijnwerk.

Door talrijke verbouwingen voornamelijk tijdens de tweede helft van de 20ste eeuw, is het oorspronkelijk interieur nog slechts fragmentair bewaard. Tot de best behouden vertrekken behoren het vroegere kantoor van de secretaris, de bestuurszaal en de ontvangstzaal, met de oorspronkelijke schoorsteenmantels en balkenzolderingen.

  • DE BRUYN M. & MANDERYCK M. 2003: Renovatie en herbestemming van drie historische panden aan de Blindestraat tot Hogeschool Antwerpen, Monumenten en Landschappen 22.2, 36-62.

Bron: -

Auteurs: Braeken, Jo

Datum tekst: 2017

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Blindestraat

Blindestraat (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.