Site Oud Fort Isabella en Nieuw Hazegrasfort

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Knokke-Heist
Deelgemeente Knokke
Straat Retranchementstraat
Locatie Retranchementstraat zonder nummer, Knokke-Heist (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Site Oud Fort Isabella en Nieuw Hazegrasfort

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

is beschermd als monument Site Oud Fort Isabella en omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 15-10-2003.

Beschrijving

Site Oud Fort Isabella en Nieuw Hazegrasfort. Site als monument op Ontwerp van Lijst op 20/12/2002.

Op de zuidoostelijke hoek van de Burkeldijk met de Retranchementstraat, op de grens van Knokke en Westkapelle vlakbij Nederland, bevindt zich een weiland waarin zich talrijke bunkers bevinden rondom de begin-19de-eeuwse Hazegrassluis. Deze plek is de visueel best bewaarde kern van een grotere, omliggende site die teruggaat tot in de 16de eeuw en moet geplaatst worden in de door de eeuwen heen steeds wisselende grensverdediging (Nederland-België).

De Zwinstreek met zijn talrijke verbindingswaterlopen kent een bewogen militaire geschiedenis. De Zwingeul vormde een invalsweg maar was tevens een natuurlijke grens en dit vanaf de Honderdjarige Oorlog (1337-1441). Dit uit zich vanaf de periode van de eerste Bourgondische Hertogen in een reeks stadsversterkingen (Damme, Sluis) en de bouw van het kasteel van Sluis en de toren van Bourgondië (1394-1397) ter verdediging van het Zwin.

De militarisering van de site waar nu de Hazegrassluis en de betonnen bunkers aanwezig zijn, start eind 16de eeuw met de aanleg van een fort (Sint-Marcus of Sint-Clara) in het kader van de toen heersende godsdiensttroebelen. In 1609 worden de conflicten tussen Spanje en de Nederlanden opgelost in het zogenaamde Twaalfjarig Bestand, dat in 1621 wordt opgegeven.

Het Fort Isabella.

De vijandigheden en de Staatse infiltraties worden in 1621 hervat. Hiertegen ontwerpt de bevelhebber Graaf Fontaine een verdedigingslinie, bestaande uit een fortengordel met tussenliggende waterwegen voor de bevoorrading. In 1622 start de aanleg van de linie met de bouw van het Isabellafort (eigenlijk een versterkte sluis) en het Theresiafort (iets oostelijker) op en bij de monding van het Reigaartsvliet. De Vuile Vaart wordt als linie uitgewerkt, met op de westelijke oever vijf redoutes, een versterkt legerkamp en het herwerkte Frederikfort. In 1622-1623 wordt de linie in de noordelijke richting verder getrokken, met de bouw van het Paulusfort in 1627, het Sint-Bernardusfort (zogenaamd Papemutse) en het Sint-Annafort.

Eind 1629 wordt een nieuwe aanval voorbereid vanuit Nederland, die in 1631 start met een omsingelingsbeweging via Maldegem richting Brugge. Hierdoor moet de Spaanse verdediging vernieuwd worden: Fontaine laat een nieuwe voorlinie aanleggen, de zogenaamde Fontaine-Cantelmolinie (beschermd als landschap bij M.B. van 18.11.1991).

Het Verdrag van Munster van 30 januari 1648 maakt een einde aan deze Tachtigjarige Oorlog. Het Theresiafort wordt ontmanteld, het Isabellafort en de sluis worden sterk verwaarloosd. Deze verwaarlozing maakt de bouw van een nieuwe sluis nodig. De Nieuwe Eyensluis wordt gebouwd in 1657 ten noorden van het Isabellafort (onder de huidige rotonde aan de Hazegrasstraat/Retranchementstraat). Tegelijk ontmantelt men de oude sluis binnen het fort. De Eyensluis is een open uitwateringssluis van het type gladde sluis, waarvan de wanden en de uiteinden van het sluishoofd richting zee uit verankerde natuursteenblokken zijn opgebouwd. De sluishoofden, beide voorzien van een val of schof en een puntdeur, vormen een massief baksteenblok. De oevers van de ingang zijn met rijstmatten tegen afkalving beschermd.

De troebele periode van Frans-Spaanse oorlogen vormt het einde van het Fort Isabella: in uitvoering van de Vrede van Munster wordt een bevel tot afbraak gegeven.

In het kader van de Spaanse Successieoorlog wordt het fort evenwel heropgebouwd. Er wordt uitgegaan van de nog resterende aardewerken, die worden uitgebouwd volgens het Franse gebastioneerde systeem. In 1702 wordt het fort veroverd door de Nederlandse troepen, die de sluis doorbreken in functie van een strategische inundatie. Deze ingreep zorgt ervoor dat het fort voorgoed zijn strategisch belang verliest, omdat een nieuwe afwatering wordt gezocht.

Het fort kan men nu nog herkennen in de perceelsstructuur en als een weide waarvan de vier punten van de vroegere bastions hoger gelegen zijn. Hoewel de meeste hoogteverschillen in 1982 zijn genivelleerd, tonen opmetingen de hoogteverschillen nog duidelijk.

De Hazegrassluis en het Hazegrasfort.

Een volgende stap in de geschiedenis van versterkte sluizen op deze plaats, wordt gezet eind 18de eeuw, in de Oostenrijkse periode. Nadat de Oostenrijkse Overheid onder Jozef II het Zwin had heroverd op Nederland en de oude forten definitief had ontmanteld, belemmerden de Nederlanders de afwatering van het grensgebied door de Passluis dicht te houden. In mei 1784 startte in opdracht van de Oostenrijkse Keizer de bouw van de Hazegrassluis, die de gronden tussen de Blankenbergse Vaart en de Damse Vaart van hun overtollig water zou bevrijden. De Hazegrassluis werd gebouwd in het oostelijke uiteinde van de dijk van de in hetzelfde jaar ingedijkte Hazegraspolder (Nieuwe Hazegraspolderdijk), net ten noorden van het voormalige Issabellafort. De sluis maakt deel uit van een groter project waarbij nog twee andere belangrijke sluizen langs de Vlaamse Kust worden vernieuwd, nl. de uitwateringssluis van Nieuwendamme bij Nieuwpoort en de sluis van de polder van Zandvoorde. De Hazegrassluis was een dubbele afwateringssluis van baksteen en kalksteen, waarvan de twee sluizen, elk met een breedte van 4,1 meter, door een tussenmuur werden gescheiden. Het geheel was gefundeerd op een houten raamwerk aangebracht in twee lagen en rustend op ingeheide palen.

De Keizer hechtte groot belang aan de strategisch belangrijke Zwinmonding en aan de werken aan de sluis, die hij persoonlijk kwam inspecteren. Bij dat inspectiebezoek wordt besloten om de sluis met een fort te beveiligen. Het zogenaamde

Hazegrasfort wordt gebouwd in de zuidoosthoek van de Nieuwe Hazegraspolder, net ten oosten van het vroegere Isabellafort en grosso modo ter hoogte van het Theresiafort. Zevenhonderd meter ten noorden van het Hazegrasfort wordt een redoute gebouwd, het zogenaamde "Lazaret", met bijhorende steiger en verbindende strekdam. Binnen het fort werden een stenen wachthuis en een gevangenis gebouwd; in het westelijke gedeelte was een sluishuis opgetrokken. Reeds in 1785 maakt het Verdrag van Fontainebleau een einde aan de geschillen, waardoor de nieuwe stellingen hun functie meteen verliezen. Het fort zou in 1794 nog eens gebruikt worden door de Fransen in hun offensief tegen Zeeuws-Vlaanderen.

De aanleg van de sluis vergt een aanpassing van de waterwegen beneden de sluis.

De oude loop van de Vuile Vaart wordt naar het zuiden omgelegd en er wordt in 1784 een nieuwe afwateringsgracht aangelegd vanaf de waterplas achter het oude fort tot aan de Graaf Jansdijk: de Nieuwe Sluisvliet. Ook de aanleg van het fort omheen de sluis brengt veranderingen teweeg, omdat daarmee de afwatering van de Nieuwe Hazegraspolder in het gedrang kwam. Dijkgraaf Lippens van de Hazegraspolder kan bekomen dat de afwatering via de noordelijke en de westelijke gracht in de Nieuwe Sluisvliet kan lopen. Deze vliet werd in de 19de eeuw als grens tussen Knokke en Westkapelle genomen.

De Nieuwe Hazegrassluis.

De Hazegrassluis van 1784 is vlug aan vernieuwing toe. In 1808 wordt de dubbele sluis vervangen door een enkele sluisgang, de zogenaamde Nieuwe Hazegrassluis of de Isabellasluis. Het is deze sluis die nu nog steeds aanwezig is. Op de kaart van 1839 "Evacuation des eaux des Flandres - Flandre Occidentale - Carte des terrains qui versent leurs eaux dans le Zwyn", gesigneerd door J. De Moor en opgemaakt in opdracht van het Ministerie van Openbare Werken, wordt de Nieuwe Hazegrassluis in detail beschreven. Als referentie voor de waterstanden wordt de laagwaterstand van Oostende genomen. Het geheel bestaat uit een met een tongewelf overdekte sluisgang, opgebouwd uit een gele baksteen en voorzien van eindmuren in arduin. Breedte 3,30 meter; hoogte van het schuif 2,65 meter; waterstanden: schuif 4,10 meter, drempel 1,10 meter; zomerhoogte 1,60 meter in de sluis bij normaal getijde; winterhoogte 2,10 meter. Het sluitingssysteem: "porte de garde de chasse et busquées".

Het Leopoldfort.

Ook in de 19de eeuw blijkt de site rond de sluis van uitzonderlijk strategisch belang. Zo worden de restanten van het fort in het kader van de onafhankelijkheidsstrijd van België in de jaren 1830 omgebouwd en hersteld als het zogenaamde "Leopoldfort". In 1839 regelt een verdrag de geschillen tussen Nederland en België, waarna men het fort verkoopt. De stenen gebouwen van het fort worden tot een hoeve omgebouwd. Nog steeds zijn op het terrein de omtreklijnen van de voorwal af te lezen in de perceelsstructuur. Het verloop van de courtine is te zien als een lichte verhoging.

In 1853 wordt op de Hazegrasstraat over de westelijke gracht van het opgegeven fort een nieuwe brug aangelegd. In de 19de eeuw kende de Zwinstreek verder geen militaire activiteiten meer. De sluis verloor bij de aanleg van de Internationale Dijk in 1872 ook grotendeels haar functie in de afwatering.

Hollandstellung en Atlantikwall: belang in de Eerste en Tweede Wereldoorlog.

In de Eerste en Tweede Wereldoorlog wordt de plek rond de Nieuwe Hazegrassluis opnieuw een hele belangrijke locatie. Ter hoogte van het oude Hazegrasfort worden talrijke betonnen bunkers opgetrokken. In de Eerste Wereldoorlog wordt op deze plek een gedeelte van de Hollandstellung gebouwd, een versterking van de kust en de Nederlandse grens die loopt van het Zwin langs de Nederlandse grens tot Stroobrugge. De Hollandstellung heeft als doel een geallieerde landing op de Belgische of Nederlandse kust tegen te gaan. Deze bunkerlinie is een prototype, zowel op bouwkundig vlak, omdat hier voor het eerst gewapend beton in de bunkerbouw werd toegepast, als op vlak van militair defensief denken, omdat alle basisprincipes van het Duitse verdedigingsconcept hierin zijn verwerkt.

Het eerste deel van deze linie, waartoe het hier behandelde deel behoort, ligt in de sector van het Marinekorps Flandren. Deze linie start aan de batterij Bremen en de batterij Schutzennest en loopt via het Stutzpunkt Bayern Schanze (aan de Koninklijke Villa) langs de Nieuwe Hazegraspolderdijk (met het Stutzpunkt Wilhelm) door tot aan het verdwenen fort Hazegras, waar het Stutzpunkt Heinrich wordt uitgebouwd. In tegenstelling tot in de Tweede Wereldoorlog hadden de Duitse genie nog geen standaardisatie ingevoerd voor hun verdedigingswerken (de zoenaamde Regelbau). Bijna alle bunkers in de sector zijn gebouwd uit beton. Sommige zijn zelfs in een soort gewapend beton, alhoewel de stalen (of ijzeren) bevlechting van mindere kwaliteit was. Het Stp. Heinrich beschikte over twee kanonnen van 5 cm. Het geheel bestaat nu nog uit volgende onderdelen: een betonnen observatiekoepel bestaande uit een kleine zeshoekige observatiepost, aangelegd op de hoek van de dijk. Dit deel vormde een onderdeel van de dijkloopgracht (type Vrede II).

2 kommandobunkers. Deze bunkers bestaan uit één centrale kamer met twee toegangen, die beschermd zijn door een betonnen schutsmuur (type fort Sint-Donaas II).

6 rechthoekige bunkertjes, open aan de vriendzijde, die vermoedelijk als munitiebunkers dienst deden (type Sint-Donaas III).

1 manschappenbunker uitgerust met een ingang aan elke korte zijde (type W-E).

2 bunkers opgebouwd uit twee ingangen, een gang en twee kamers (type Vrede 1).

Verder liggen nog enkele mitrailleursecties verspreid over enkele nabijgelegen hoeves.

Het bestaande steunpunt wordt in het kader van de uitbouw van de Atlantikwall vanaf 1941 verder bijgewerkt. De nieuwe bouwwerken omvatten twee geschutstellingen op een cirkelvormige onderbouw, een bijhorende munitiebunker en een ronde geschutstelling met een reeks manschapverblijven van baksteen en beton aangelegd op de driehoekige weide ten zuiden van de hoeve.

  • ADRIAENSSENS G. en VOGELAERS D., Sluizen in de Zwinstreek na de omwenteling, in: Cnoc is Ier, tijdschrift 38, jaargang 2001, p. 14-24.
  • COORNAERT M., Knokke & Het Zwin, de geschiedenis, de topografie en de toponymie van Knokke met een studie over de Zwindelta, boekdeel 1, Tielt, 1974, p. 380-381, 414.
  • LIBBRECHT D. e.a., Conceptrapport Fort, Tussenrapport Natuurherstelplan Oud Fort Isabella, 8 juli 2002.

Bron: Callaert G., Vanneste P. & Hooft E. met medewerking van De Leeuw S. & Struyf J. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Knokke-Heist, Deel I: Deelgemeente Knokke, Deel II: Deelgemeenten Heist, Ramskapelle, Westkapelle,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL4, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda; Hooft, Elise & Vanneste, Pol

Datum tekst: 2005

Relaties

maakt deel uit van Hollandstellung

Vrasene (Beveren), Ertvelde (Evergem), Gent (Gent), Zaffelare (Lochristi), Eksaarde (Lokeren), Sint-Gillis-Waas...

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Retranchementstraat

Retranchementstraat (Knokke-Heist)

U kunt deze pagina citeren als:

Agentschap Onroerend Erfgoed 2017: Site Oud Fort Isabella en Nieuw Hazegrasfort, Inventaris Onroerend Erfgoed [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/58787 (geraadpleegd op ).
Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.