erfgoedobject

Noorderpershuis

bouwkundig element
ID: 6986   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6986

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Noorderpershuis
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

  • is aangeduid als beschermd monument Noorderpershuis
    Deze bescherming is geldig sinds 10-03-2007

Beschrijving

Het Zuiderpershuis en zijn pendant, het oudere en historisch ruim zo interessante Noorderpershuis zijn in Vlaanderen unieke voorbeelden van hydraulische perscentrales.

Historiek

Het Noorderpershuis is het eerste stedelijk hydraulisch krachtstation, gebouwd in 1877-1878 naar ontwerp van stadsarchitect G. Royers volgens aanwijzingen van de Engelse kanonnen- en werktuigbouwkundige W.G. Armstrong. Het bediende al de havenwerktuigen (kaaikranen, magazijnkranen, liften, lieren, kaapstanders, rioolschuiven, bakjeselevatoren, draaibruggen, rolbruggen, sluisdeuren, transbordeurs, draaischijven) van de Noorderdokken tot aan de zuidkant van de huidige Royerssluis en het voormalige Lefebvre-, nu Amerikadok. Het leidingnet was 24 kilometer lang; de druk bedroeg 50 kilogram per vierkante centimeter.

Op 20 oktober 1886 werden de circuits van Noorder- en Zuiderpershuis met elkaar verbonden teneinde voor het hele havengebied een enigszins gelijkmatige druk te bekomen. In 1930-1932 werd de stoomuitrusting vervangen door elektrisch aangedreven pompen. Op 20 december 1975 werd het persstation als dusdanig buiten dienst gesteld. Oudere persstations waren die van het Koninklijk Stapelhuis, 1865-1901, toen in privé-bezit, en het spoorwegemplacement aan de Noorderplaats, 1873 tot circa 1900. Het Zuiderpershuis naar ontwerp van architect E. Dieltiens werd in 1882 opgericht.

Beschrijving

Voormalig Noorderpershuis, heden “Dienstgebouw van Stad Antwerpen, Havenbedrijf. Technische Dienst. Bruggen en Sluizen Zuid”, “Servicedienst Elektronica ELA” en “projectbureau Eilandje”.

Sober vrijstaand complex in eclectische stijl met neoclassicistische inslag, bestaande uit een voorgebouw (hoek Kattendijkdok-Oostkaai/Indiëstraat) met diverse dienstlokalen, kantoren en oorspronkelijke woongelegenheid voor de ingenieur der hydraulische havenwerktuigen en persleidingen en de hoofdmachinist, een zijgebouw (Indiëstraat) met machinekamer en toren voor twee accumulatoren die na 1930 werd uitgebreid en in de oksel tussen beide een in de jaren 1930 bijgebouwde werkplaats die in de jaren 1970 werd uitgebreid.

Voorgebouw van zeven op één travee en twee bouwlagen onder schilddak (nok parallel met de straat, roofing) met oostelijke uitbouw van heden twee traveeën en één à twee bouwlagen onder plat dak.

Bakstenen lijstgevels op hoge arduinen plint, geritmeerd door witstenen en arduinen muurbanden, omlijstingen, pui- en daklijst. De hoger opgetrokken vleugel bovendien met omlopende houten kroonlijst op klossen. Symmetrisch uitgewerkt gevelfront met risalietvormende middelste ingangstravee voorzien van een hoge rondboogpoort in zware geprofileerde omlijsting van arduin met vernieuwde vleugeldeur en beglaasd bovenlicht, gekoppelde vensters op de bovenverdieping en een driehoekig fronton boven de daklijst; flankerende dubbelhuizen van elk drie traveeën met rechthoekige muuropeningen, op de begane grond met deels omlopende vlakke omlijsting met zware, trapeziumvormige sluitsteen, op de bovenverdieping met lekdrempel en een met schijfmotief en guttae versierde kroonlijst. Later aangebrachte rolluikkasten.

De centrale doorgang van 3,50 meter, oorspronkelijk met treinspoor, gaf toegang tot een binnenkoer voor kolenopslag, die heden is volgebouwd. De oostelijke uitbouw die voor- en zijgebouw verbindt was een kleine werkplaats, eertijds met een rondbogige inkom ter hoogte van de Indiëstraat; ingevolge een bestemmingswijziging verdween deze toegang en werden de bestaande vensters door de huidige vervangen. In deze zone bevond zich eveneens de 28 meter hoge schoorsteen die na de elektrificatie van de centrale in 1930-1932 werd gesloopt.

Zijgebouw van zes traveeën - de vijfde en zesde travee werden na 1930 in een aangepaste stijl bijgebouwd - en één hoge bouwlaag; het oorspronkelijk zadeldak van het oude gedeelte werd verbouwd tot schilddak met lichtkap over de ganse noklengte (nok parallel met de straat, zink); vijfde en zesde travee zijn afgedekt met een tentdak met lantaarn (golfplaten).

Verzorgde bakstenen lijstgevel op hoge bossagesokkel van arduin, verlevendigd met muurbanden en een afsluitend entablement met schijfmotief van witte natuursteen. Ruime rondboogvensters in geblokte omlijsting met sleutel, alternerend met pilasters die de smalle muurdammen verstevigen; vijfde en zesde travee met vernieuwde ramen. De achterliggende ruimte bevatte in totaal acht stoomketels en pompen. Na 1930 werd ze ingericht als werkplaats en magazijn.

De torenvormig verhoogde vierde travee bevatte oorspronkelijk twee accumulatoren met ballastkist (verticale cilinders die door hun gewicht het water onder druk moesten houden wanneer de pompen niet werkten), respectievelijk gesloopt in 1930 en circa 1975.

Balkvormig volume van baksteenmetselwerk en natuursteen, oorspronkelijk afgezet met een hoge hardstenen borstwering en gietijzeren sierbollen die in 1968 wegens bouwvalligheid werden verwijderd. De blinde cartouche aan de voorzijde moest volgens het ontwerpplan de bouwdatum vermelden. Grotendeels ingebouwde werkplaats van circa 1930 van tien op vier traveeën en één bouwlaag onder later vernieuwd dak; oostgevel met grote rechthoekige schuiframen met kleine roedeverdelingen. Een aansluitende binnenplaats scheidt het oude complex van de in 1932 opgerichte elektrische pompencentrale, ontmanteld in 1986 met enkele bewaarde onderdelen als industriële relicten.

Interieur

De woonhuizen in de voorbouw met bewaarde planindeling en enkele tot de beginperiode opklimmende interieurelementen zoals onder meer de houten bordestrap met dito leuning en trappaal of een paar bruinmarmeren schoorsteenmantels in de slaapkamers.

Voormalige machinekamer, heden magazijn, met prachtige dakkap met een overspanning bestaande uit ijzeren Polonceauspanten waarvan de drukstaven en aanhechtingspunten nog naar traditionele houtconstructies verwijzen, kenmerkende houten bebording (pitchpine) en dakruiter.

Voormalige toren met accumulatoren met nog enkele houten tussenvloeren, ijzeren beugels, ankers en een houten controleluik. Bijgebouwde traveeën, heden gerenoveerd en ingericht als kantoren van ELA, met bewaarde ijzeren kapconstructie met geklonken vakwerkliggers, trekstangen en houten bebording

Werkplaats uit de jaren 1930, overspannen met geklonken ijzeren vakwerliggers.

  • HIMLER A. 1977: Over de acht Antwerpse hydraulische centrales opgericht in 1865-1907 met een architecturale analyse van het stedelijk Noorderpershuis (1877), onuitgegeven studie NHIBS.
  • HIMLER A. 1985: Het Zuiderpershuis en de zeven andere hydraulische stations in Antwerpen. M&L, IV, 6, 8-28.

Bron     : Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier DA002435, havengebied Eilandje.
Auteurs :  Plomteux, Greet
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Noorderpershuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6986 (Geraadpleegd op 24-07-2019)