erfgoedobject

Stedelijke Lagere Meisjesschool 9

bouwkundig element
ID: 7077   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7077

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Lagere school met onderwijzerswoning en turnzaal, door de stad Antwerpen gepland als lagere jongensschool, maar vermoedelijk in gebruik genomen als Lagere Meisjesschool 9. Stadsbouwmeester Pieter Dens tekende in 1875 het ontwerp. De bouw, bij openbare aanbesteding voor een bedrag van 128.920 Belgische Frank toegewezen aan aannemer Jean Van Lieshout uit de Lamorinièrestraat, ging in 1876 van start. Vermoedelijk was de school volledig uitgerust in 1879. De klassenvleugel kreeg een bijkomende verdieping naar een ontwerp door de stadsbouwmeester Alexis van Mechelen uit 1917, werken die werden uitgevoerd onder leiding van hoofdopziener stadsgebouwen A. Bourgeois in 1920-1921, met als aannemer J. Van Riel en Ed. Ceurvorst. Het oorspronkelijk poortgebouw werd in 1970 gesloopt en vervangen door een eigentijds inkompaviljoen. Vandaag is het complex in gebruik als kleuter- en lagere school "De Gele Ballon".

De stadsschool in de Lamorinièrestraat behoort tot het twaalftal vooral lagere scholen, dat Pieter Dens tijdens zijn ambt als stadsbouwmeester tot stand bracht. De meest imposante gebouwen uit deze reeks zijn de Middelbare School voor Meisjes in de Lange Leemstraat, het Koninklijke Atheneum aan de Franklin Rooseveltplaats, en het Stedelijk Onderwijsgesticht Nr. 2 in de Van Maerlantstraat. Voor deze latere realisaties paste de stadsbouwmeester een monumentale eclectische architectuur toe, beïnvloed door de neorenaissance. Benoemd op 1 juli 1863, bleef Dens in functie tot 1884. Tijdens deze periode verrezen in Antwerpen van zijn hand behalve de schoolcomplexen, onder meer de verdwenen Vlaamse Schouwburg aan de Kipdorpbrug, het oude slachthuis aan de Lange Lobroekstraat, en negen politiecommissariaten.

Architectuur

Het complex bestaat uit twee parallelle vleugels aan beide zijde van een rechthoekige speelplaats, oorspronkelijk afgesloten door een poortgebouw aan de straat. De klassenvleugel beslaat de zuidzijde, met de lokalen georiënteerd op het noorden. De onderwijzerswoning waarvan de tuin oorspronkelijke werd afgeschermd door een lange rij toiletten, en de langgerekte turnzaal vormen de noordvleugel. Het verdwenen poortgebouw met rondboogpoort op pilasters en driehoekig fronton met het stadswapen en een vlaggenmast, werd geflankeerd door korte afsluitingsmuren met paneel en entablement.

Voor de constructie is volgens het lastenboek gebruik gemaakt van baksteenmetselwerk (Boomse papesteen) in combinatie met witte natuursteen (harde Bollendorf voor lijstwerk en posten, zachte Audun Le Tiège voor parementstenen) en blauwe hardsteen, ijzeren roosteringen en troggewelven, trappen, deur- en vensterschrijnwerk uit eikenhout, en dakspanten uit grenenhout. De schild- en zadeldaken kregen een zinken bekleding.

De klassenvleugel beslaat een langgerekte plattegrond van vijftien bij één travee, oorspronkelijk twee bouwlagen hoog, later verhoogd tot drie bouwlagen. Voor het parement is gebruik gemaakt van rood baksteenmetselwerk in kruisverband, blauwe hardsteen voor de plint en witte natuursteen voor de portalen, speklagen, kozijnen en waterlijsten. Symmetrisch van opzet, en horizontaal geleed door waterlijsten, wordt de opstand geritmeerd door drie identieke risalieten die de inplanting van de traphallen aangeven. Met een rondboogportaal op de begane grond en lisenen in de bovenbouw, werden deze oorspronkelijk boven de daklijst bekroond door een puntgevel met schouder- en topstukken. Daarbij markeerde het uurwerk en het klokkentorentje met de schoolbel het middenrisaliet. Deze karakteristieke gevelbekroning verdween bij de verhoging met een tweede verdieping, waarvan het ontwerp de bestaande ordonnantie kopieerde. Bij deze ingreep werden de vensters van begane grond en eerste verdieping vergroot, en de trappen vernieuwd in gewapend beton. De opstand is opgebouwd uit registers van hoge kruiskozijnen en kloosterkozijnen in de risalieten, afgewerkt met een waterlijst tot imposthoogte. Ronde, gietijzeren verluchtingsroosters markeren de plint, een eenvoudige kroonlijst vormt de gevelbeëindiging. Houten schrijnwerk van inkomdeuren en vensters met kleine roedeverdeling.

De blinde kopgevel aan de straat, wordt op de begane grond gemarkeerd door hardstenen pilasters en gegroefde natuurstenen panelen, en op de bovenverdieping door een natuurstenen paneel met oren en neuten bestemd voor een opschrift. Het natuurstenen entablement met trigliefen dat oorspronkelijk de bekroning vormde, werd bij de verhoging als gevelbeëindiging hergebruikt.

De plattegrond omvat zes klaslokalen per verdieping, die worden ontsloten door de drie traphallen met inkomportaal.

Twee bouwlagen hoog, beslaat de onderwijzerswoning een rechthoekige plattegrond van drie traveeën bij één travee. Eveneens opgetrokken uit baksteenmetselwerk in combinatie met witte natuur- en blauwe hardsteen, worden de lijstgevels geleed door de plint, de puilijst en de houten kroonlijst. Registers van rechthoekige vensters met waterlijst tot imposthoogte bepalen de straatgevel, een rondboogportaal met waterlijst de middenas van de verder blinde zijgevel. Bewaard schrijnwerk.

Over de volledige breedte opgedeeld door de inkom- en traphal, omvat de begane grond de woonkamer en het kantoor aan de straat, de keuken en de eetkamer aan de tuinzijde, en op de bovenverdieping vier slaapkamers.

De turnzaal vormt een langgerekte constructie van een bouwlaag en vijf traveeën onder een zadeldak met houten dakspant. Eveneens opgetrokken uit bak-, natuur- en hardsteen, wordt de opstand geritmeerd door brede, getoogde deurvensters.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers MA#81333 en MA#83780, plannen 697#886-890, 697#893, 326#17504 en 326#24061.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Stedelijke Lagere Meisjesschool 9 [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7077 (Geraadpleegd op 17-08-2019)