erfgoedobject

Herenhuis in neorégencestijl

bouwkundig element
ID: 7087   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7087

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Herenhuis in neorégencestijl, pendant van het hotel Gevers, als een ensemble ontworpen door de architect Joseph Hertogs in 1900, en gelijktijdig opgetrokken. Opdrachtgever was Frédéric Jacobs, vermoedelijk de bankier Frédéric Marie Joseph Jacobs (1866-1946), echtgenoot van bankiersdochter Adèle De Kinder. Ook zijn vader en zijn in Den Haag geboren grootvader, maakten als bankier of wisselagent deel uit van de Antwerpse ‘haute finance’. Zelf bekleedde Frédéric Jacobs vóór de Eerste Wereldoorlog een indrukwekkend aantal mandaten als voorzitter, afgevaardigd beheerder, of bestuurder van vennootschappen in de financiële, economische en industriële sector. Door het huwelijk van zijn oudste zus Elvire, was hij een schoonbroer van de bankier Léon Van den Bosch, die in 1907 eveneens een hotel liet bouwen door Hertogs aan de Koningin Elisabethlei. Zijn zoon Frédéric (1898-1918) sneuvelde op 19-jarige leeftijd als soldaat van het Belgisch leger in Oostkerke. Over de relatie van Jacobs met de wisselagent Jules Gevers, bouwheer van het hotel in pendant, en de reden voor hun gezamenlijke bouwproject, is niets bekend. Jacobs gaf Hertogs in 1902 nog opdracht voor een vandaag verdwenen tuinpaviljoen in cottagestijl. Een volgende eigenaar, de in Buenos Aires geboren bankier Enrique Mistler (1893-1970), echtgenoot van Marthe Franck (1905-1968) bekend als kunstverzamelaar en destijds vice-consul van Argentinië, kocht het hotel in 1928 en liet het in 1929 verbouwen en achteraan uitbreiden, opnieuw naar ontwerp van Hertogs met architect Gerard De Ridder als partner. Bij deze ingreep verdween de polygonale hoektoren met koepeldak, die het gebouw oorspronkelijk kenmerkte.

De hotels Gevers en Jacobs maken deel uit van het relatief vroege oeuvre van Joseph Hertogs, die als een van de meest succesvolle architecten in Antwerpen geldt, actief van omstreeks 1885 tot zijn overlijden in 1930. Zijn loopbaan in dienst van de mercantiele burgerij, met een hoogtepunt omstreeks de eeuwwisseling, leverde een vijfhonderdtal woningen en openbare gebouwen op. Deze evolueren van eclecticisme en neorenaissance, naar een klassiek geïnspireerde beaux-artsstijl. De neorégencestijl die Hertogs voor de hotels Gevers en Jacobs toepast, is ontleend aan de architectuur van Jan Pieter Van Baurscheit de Jonge uit het midden van de 18de eeuw. Niet toevallig voerde de architect in deze periode verbouwingswerken uit aan het Osterriethhuis op de Meir, Van Baurscheits laatste belangrijke realisatie. Het hotel Good-Engels in neorégencestijl aan de Koningin Elisabethlei en het hotel Auguste Grisar in neorococostijl aan de Louiza-Marialei, beide ontworpen in 1896, getuigen in een vroeg stadium van deze invloed. Deze voorbeelden lopen vooruit op de ruimere verspreiding die de neorégence en het neorococo in de Antwerpse residentiële architectuur zullen kennen tijdens het decennium voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog.

Architectuur

Beide herenhuizen vormen een geheel van twee voorname rijwoningen in half open bebouwing, ontworpen als gespiegelde pendants met een gelijkaardig volume en een duidelijke verwantschap in de opstand, onderling verbonden door gekoppelde inrijpoorten. Daarbij legde de compositie telkens de klemtoon op de torenvormig uitgewerkte hoekpartij, een effect dat verloren ging door de verbouwing van het hotel Jacobs in 1929.

Het hotel Jacobs dat een souterrain en twee bouwlagen omvat onder een leien mansardedak, besloeg oorspronkelijk een rechthoekige plattegrond van vijf bij vijf traveeën. Een drie bouwlagen hoge polygonale toren met koepeldak, accentueerde oorspronkelijk het bouwvolume. Deze leunde terugwijkend ten opzichte van de voorgevel tegen de zijgevel aan, waarbij een veranda met bekronend terras de overgang maakte. Bij de verbouwing van 1929 werden voorgevel en bedaking met twee traveeën verlengd ten koste van de veranda, en de toren afgetopt en ingekapseld in de nieuwe, rechtgetrokken constructie. In het interieur ondergingen de volledige oost- en zuidflank een grondige herinrichting; de vestibule en traphal, het fumoir en de grote slaapkamer in de westflank bleven ongewijzigd.

Het statige gevelfront onderscheidt zich door een verzorgd parement uit witte natuursteen, op een plint uit blauwe hardsteen. Horizontaal geleed door de sokkel, de puilijst en het klassieke hoofdgestel, legt de compositie vandaag de klemtoon op de twee traveeën brede rechter zijrisaliet. Dit laatste wordt gemarkeerd door een breed rondboogvenster op de begane grond, en een golvend balkon met consoles en sierlijke smeedijzeren borstwering op de eerste verdieping. Oorspronkelijk berustten de asymmetrie en het karakter van de architectuur in de eerste plaats op de hoektoren, pendant van het poortrisaliet van het hotel Gevers. Met het portaal vandaag in de middenas, is de opstand opgebouwd uit registers van rondboogopeningen in geprofileerde omlijsting met cartouchesleutel op de begane grond, en steekboogvensters in vlakke omlijsting met oren en drop, en cartouchesleutel op de eerste verdieping, voorzien van gebogen Franse balkons met smeedijzeren borstwering. Verticaal sluiten beide registers op elkaar aan, via de koppeling tussen de sluitstenen van het onderste met de Franse balkons van het bovenste. Het hoofdgestel bestaat uit een architraaf, een vlakke fries en een houten kroonlijst met tandlijst, waarboven twee rondbogige houten dakkapellen met waterlijst. Oorspronkelijk werd één centrale dakkapel geflankeerd door oeuils-de-boeuf. De vormgeving van de cartouchesleutels en het patroon van het smeedwerk zijn ontleend aan de Franse régencestijl; voor het verlengen van de voorgevel accentueerde de chute de middenpenant van het hoofdvolume. Het houten schrijnwerk van de hoge inkomdeur met bovenlicht en de vensters, op de bovenverdieping met kleine roedeverdeling, is bewaard, evenals het smeedijzeren traliewerk van het souterrain en de gietijzeren voetschraper. Zij- en achtergevels zijn sober opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk met gebruik van witte natuursteen voor het lijstwerk en blauwe hardsteen voor de plint. Het hotel wordt geflankeerd door een smeedijzeren inrijpoort tussen geblokte natuurstenen pijlers.

De plattegrond is georganiseerd rond de ruime traphal met bovenlicht, die aansluit op de vestibule. Sinds de verbouwing van 1929, beslaan de grote eetkamer met office en ‘monte plats’ en het grote salon de oostflank van de begane grond, en het fumoir, de diensttrap en de ontbijtkamer de westflank. Keuken, wasplaats, spreekkamer en ‘état domestique’ delen het via de dienstingang ontsloten souterrain met de voorraadkelders. Op de eerste verdieping bevinden zich de grote slaapkamer met annex dressing, badkamer en boudoir en drie slaapkamers. Slechts bereikbaar via de diensttrap omvat de mansardeverdieping vier overige slaapkamers met badkamer, een zolder, en een afgezonderde zone voor het personeel die nog eens uit vier kamers en een badkamer bestaat.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1900#889, 1902#1829 en 1929#33722.
  • KURGAN-VAN HENTENRIJK G., JAUMAIN S. & MONTENS V. (red.) 1996: Dictionnaire des patrons en belgique. Les hommes, les entreprises, les réseaux, Brussel, 381-382.

Bron     : -
Auteurs : Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Herenhuis in neorégencestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7087 (Geraadpleegd op 23-05-2019)