erfgoedobject

Burgerhuizen in art-nouveaustijl

bouwkundig element
ID: 7465   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7465

Juridische gevolgen

Beschrijving

Ensemble van vier burgerhuizen in sobere art-nouveaustijl, naar een ontwerp door de architecten August Cols en Alfried Defever uit 1906. Opdrachtgever was de Naamlooze Maatschappij voor het Bouwen van Burgershuizen in het Oostkwartier. Deze bouwmaatschappij werd in 1886 opgericht met als doel de ontwikkeling van Zurenborg tot woonwijk voor de burgerij. Dit gedeelte van de Plantin en Moretuslei, tussen Rolwagenstraat en Tweelingenstraat, vormt de noordelijke begrenzing van de wijk.

In samenwerking met verschillende architecten bouwde de maatschappij voor eigen rekening tal van modelwoningen, om op die manier de bouw van woningen door privé-investeerders te stimuleren. Met monumentale woningensembles, bestemd voor verhuur of verkoop sleutel-op-de-deur, drukte zij een architecturaal stempel op de wijk en haar hoofdas de Cogels-Osylei. Aanvankelijk trouw aan de conventionele neoclassicistische of de neo-Vlaamserenaissance-stijl, werd vanaf de vroege jaren 1900 de voorkeur gegeven aan de art nouveau.

August Cols en Alfried Defever, die van 1899 tot minstens 1912 een gezamenlijke praktijk voerden, lieten zich in hun beginjaren opmerken door een opvallende reeks burgerhuizen in Zurenborg, alle voor rekening van de Naamlooze Maatschappij voor het Bouwen van Burgershuizen in het Oostkwartier, waarbij zowel de art-nouveau-, neo-Grec- als neorococostijl op uitbundige wijze werden toegepast. Ook ontwierpen zij het kantoorgebouw in de Grotehondstraat waar de bouwmaatschappij zich vanaf 1902 vestigde. Het ensemble aan de Plantin en Moretuslei, is een sobere afgeleide van hun meer prestigieuze ensembles.

Met een gevelbreedte van alternerend drie en twee ongelijke traveeën, omvatten de rijwoningen een souterrain en drie bouwlagen onder een zadeldak. Zij beantwoorden aan de klassieke typologie van het burgerhuis, oorspronkelijk met de gebruikelijke enfilade van salon, eetkamer en veranda, een zijdelings ingeplante traphal, en de keuken in het souterrain. De lijstgevels hebben een parement uit gele baksteen voor de uiterste, en witte Silezische brikken voor de middelste twee panden, met gebruik blauwe hardsteen voor de plint en witte natuursteen voor speklagen, hoekblokken, sluitstenen, balkons, colonnetten en postamenten. Gekoppeld volgens spiegelbeeldschema, onderscheiden de vier opstanden zich door een geïndividualiseerde compositie, alternerend symmetrisch en asymmetrisch, met uiteenlopende oplossingen voor de gevelbeëindiging. Terugkerende elementen waarmee wordt gevarieerd, zijn de smeedijzeren balkons en driezijdige erkers, de steek- of rondboogopeningen, en de brede houten kroonlijst.

Van nummer 110 wordt de inkomtravee bekroond door een torentje, waarvan de spits is verdwenen. Nummer 112 onderscheidt zich als enige door een trapezoïdale gevelbeëindiging met postamenten. Van nummer 114 wordt het brede zijrisaliet bekroond door een puntgevel. Bij nummer 116 bepalen de drie- of vierlichten met colonnetten het beeld. Het oorspronkelijk houten schrijnwerk is vrijwel volledig vernieuwd.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1906#427.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burgerhuizen in art-nouveaustijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7465 (Geraadpleegd op 22-10-2019)