Parochiekerk Sint-Valentinus met omringend kerkhof

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Ravels
Deelgemeente Poppel
Straat Dorp
Locatie Dorp 7, Ravels (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Ravels (adrescontroles: 06-03-2007 - 06-03-2007).
  • Inventarisatie Erfgoed WOI Provincie Antwerpen (thematische inventarisatie: September 2013 - Maart 2018).
  • Inventarisatie Ravels (geografische inventarisatie: 01-01-2001 - 31-12-2001).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Valentinus met omringend kerkhof

Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019.

Beschrijving

Vrijstaande laatgotische kruisbasiliek uit de 16de en de 17de eeuw, in 1906-1909 in neogotische stijl uitgebreid naar ontwerp van H. Geirnaert. Omringend kerkhof, vergroot in 1936, 1954 en 1978; bakstenen afsluitingsmuur met arduinen dekplaten modo bakstenen ezelsrug. Nabij de straat, plantsoen met witgeschilderd Heilig Hartbeeld van 1925 door J. Jansen uit Westmeerbeek.

Historiek

Over de ontstaansgeschiedenis van de eerste kerk, vermoedelijk in de 13de eeuw door de Tongerlose abt verstevigd en vergroot, is nagenoeg niets bekend. Huidige kerk opklimmend tot circa 1520, in de oorlog tussen Spanje en de opstandige gewesten vernield, tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) heropgebouwd en na de blikseminslag van 1624, wellicht in 1633 zie balkinscriptie in vroegere spits, voorzien van een nieuwe toren. In de daaropvolgende jaren werden herhaalde malen verbouwings- en herstellingswerken uitgevoerd. Eind 19de eeuw werd naast de noodzakelijke herstellingen ook een vergroting voorgesteld. De plannen, het bestek en de begroting, opgemaakt door provinciaal architect P.J. Taeymans en op 16 juli 1877 aanvaard door het kerkbestuur, werden door de bestendige deputatie van de provincie verworpen, zodat de vergroting voorlopig niet doorging. Een rapport van de Gentse bouwmeester H. Geirnaert van 17 september 1903 vestigde andermaal de aandacht op de bedenkelijke toestand van de kerk en op 15 oktober besloot het gemeentebestuur eigenmachtig tot uitvoering van de eerder geplande vergroting. De werken, in 1906 aangevat en op 19 september 1909 voltooid, bestonden uit de verlenging en verbreding van de bestaande zijbeuken, de toevoeging van een ingangsdeur in de nieuwe zuidelijke zijbeuk, de vergroting van de sacristie aan de zuidzijde van het koor en de bouw van een berging aan de noordzijde; het neogotische doksaal en het huidige hoofdaltaar dateren van 1911-1912. De vergrote en heringerichte kerk werd op 5 april 1932 door Monseigneur Van Cauwenbergh ingewijd.

Het Duitse bombardement van 11 mei 1940 bracht zware materiële schade toe: alle glasramen in het hoogkoor werden verbrijzeld, de andere vensters ernstig beschadigd, plafond en raam van de sacristie totaal vernield. In 1941 werden de nodige herstellingen uitgevoerd. Glasschilder F. Crickx uit Jette vervaardigde nieuwe glasramen voor het hoogkoor naar ontwerp van L.C. Crespin, in 1943 voltooid maar pas na de oorlog geplaatst. Op 3 oktober 1944 werd de dorpskom andermaal beschoten. De zwaar beschadigde torenspits werd neergehaald, in 1948-1949 naar ontwerp van architect J. Bols terug opgebouwd en de beschadigde muren werden hersteld. Binnenin de kerk was er weinig schade. In de jaren 1949-1953 werden de witte ramen in zijbeuken, transept, alsook aan weerszijden van de toren vervangen door gebrandschilderde glasramen, alle vervaardigd door dezelfde kunstenaars ut supra. In 1980 werd het kerkgebouw grondig gerestaureerd; in 1997 werd het orgel gerestaureerd en uitgebreid.

Beschrijving

Tot het eerste kwart van de 16de eeuw opklimmende en in het eerste kwart van de 17de eeuw heropgebouwde kerk met tot het oorspronkelijk gebouw behorende toren (uitgezonderd de spits), schip, transept en koor. In dezelfde (neo)gotische stijl bijgebouwde zijbeuken en in een minder samenhangende stijl uitgevoerde aanbouwen.

De plattegrond ontvouwt een georiënteerde driebeukige (pseudo)kruisbasiliek met schip van drie en zijbeuken van vier traveeën, een deels ingebouwde westtoren met doopkapel in de eerste travee links en zij-ingang in de eerste travee rechts van de toren, vlak afgesloten transeptarmen van één travee, koor van drie rechte traveeën en vijfzijdige sluiting, een aansluitende sacristie aan zuidzijde en een berging aan noordzijde. Bakstenen lijst- en puntgevels, laatstgenoemde met aandak, met kenmerkende bakstenen omlijstingen en siermotieven en schaars gebruik van witte hardsteen, die enkel werd aangewend voor maaswerk, monelen, raamdorpels en kordons. Leien zadel- en lessenaarsdaken.

Kenmerkende Kempische toren waarvan de architectuur aansluit bij de torens van Rijkevorsel, Meer, Minderhout, Sint-Lenaarts, en zo meer. Stoer vierkant bouwwerk van drie geledingen met overhoekse, verjongende steunberen aan weerszijden van de voorgevel, aan de zuidzijde samengaand met een polygonale traptoren onder bakstenen kegelspits die toegang verleent tot de klokkenkamer. Onderste geleding met gedrukte, rondbogige hoofdinkom onder blinde spitsboog met nis, waarin witgeschilderd Sint-Willibrordusbeeld, en daarboven een oculus; tweede geleding met twee hoge, blinde spitsbogen met eenvoudig bakstenen maaswerk; derde geleding met telkens twee spitsbogige galmgaten en zes blinde spitsboogtraceringen bovenaan. Zeer slanke, ingesnoerde octogonale spits met kleine peer.

Zijbeuken, kruisbeuk en koor met per travee verjongende steunberen met fraaie bakstenen pinakels en hogels. Twee-, drie- en vierledige spitsboogvensters in geprofileerde bakstenen omlijsting met witstenen raamdorpels, monelen en maaswerk. Koorsluiting met groot kruisbeeld en in de omgeving enkele arduinen grafstenen uit de 19de eeuw. Korfbogige zij-ingang.

Interieur

Bepleisterd, witgeschilderd interieur. Pseudo-basilikale opstand met geprofileerde spitsboogarcades op zuilen met eenvoudige, octogonale sokkel en kapiteel. Spitse houten tongewelven boven middenbeuk, transept en koor en lessenaarsdaken boven de zijbeuken, opgevat als vakwerk met geprofileerde houten ribben en dito horizontale verbindingsbalken en vóór de restauratie uit het eerste kwart van de 20ste eeuw vermoedelijk bepleisterd. Spitsboogvensters met afgeschuinde dagkanten. Grijze en zwarte marmeren vloertegels in schip en zijbeuken, dito zwarte en witte in het koor. Driezijdig, neogotisch houten doksaal op sierlijk bewerkte, natuurstenen zuiltjes met steenmerk uit de eerste helft van de 17de eeuw (?)-, reeds aanwezig in de oude kerk doch met begin 20ste eeuw vernieuwd kapiteel.

Mobilair: Schilderijen: op paneel: middenpaneel van een retabel met de belangrijkste feiten uit het leven van Maria, anoniem, in 15de-eeuws kader van Spaanse oorsprong. Op doek: Heilige Augustinus, van Napolitaanse oorsprong, 17de eeuw; Sint-Antonius-abt, altaarstuk zuidelijk zijaltaar, door Ch. Volders, 1766; Heilige Valentinus, Vlaamse School, tweede helft van de 17de eeuw (transept); Heilige Norbertus van Prémontré in aanbidding voor het Heilig Sacrament, Vlaamse School, 18de eeuw(koor). Beeldhouwwerk: Heilige Anna, 15de eeuw, eik; Onze-Lieve-Vrouw met Kind, Brabantse School, 15de eeuw, eik; Sint-Anna ten Drieën, Brabantse School, circa 1500, gepolychromeerd hout; Kindje Jezus met wereldbol, 16de eeuw, hout; Heilige Petrus en Heilige Paulus, 17de eeuw, witgeschilderde steen; Heilige Augustinus van Hippo, Heilige Norbertus van Prémontré en Heilige Franciscus Xaverius, 18de eeuw, gedecapeerd hout; Heilige Marcus, Heilige Mattheus, Heilige Johannes en Heilige Lucas, eerste helft van de 18de eeuw, witgeschilderde terracotta; medaillon met buste van koning David, midden 18de eeuw, eik; Heilige Willibrordus en Heilige Valentinus, midden 19de eeuw, gepolychromeerd hout; Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen op maansikkel, 19de eeuw, hout; gekleed beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind met wereldbol en scepter, 19de eeuw; gepolychromeerd neogotisch triomfkruis, eerste kwart van de 20ste eeuw.

Meubilair: Neogotisch hoofdaltaar naar ontwerp van H. Geirnaert, geschonken door Aimé Misonne, uitgevoerd door Alphonse Peeters, Luik, 1911, zandsteen, marmer en houten retabel met geschilderde zijpanelen door J. Anthoni, Antwerpen. Koorgestoelte, 18de eeuw, eik. Communiebank, tweede helft van de 18de eeuw, eik (verplaatst). Twee biechtstoelen, midden 18de eeuw, eik (transept noord en zuid). Preekstoel, eerste helft van de 18de eeuw, eik (achteraan). Arduinen doopvont met koperen deksel (transept). Neogotisch doksaal, 1911-1912, eik. Orgel uit de tweede helft van de 18de eeuw, toe te schrijven aan Antwerps orgelmaker L. De la Haye, met transformerende ingrepen van na 1906 en 1998. Sacristiekast, 18de eeuw, eik. Lavabo, 19de eeuw, roodkoper (sacristie).

Varia: Twintig glas-in-loodramen door L.C. Crespin (ontwerp) en F. Crickx (uitvoering), 1943-1953, in 1980 gerestaureerd door Joel d’Alsace.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Antwerpen, Cel Monumenten en Landschappen, archief, doss. 0/6614.
  • Kadaster Antwerpen, Mutatieregisters Poppel, schets 1907/6.
  • Provinciaal Archief Antwerpen, Kerken, Poppel, Sint-Valentinus, dossier 8, 10, 11, 12, 16, 18, 19, 20, 21, 22.

Bron: De Sadeleer S. & Plomteux G. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Arendonk, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N6, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Plomteux, Greet

Datum tekst: 2001

Aanvullende informatie

Recente gedenkplaat aan de kerk met namen van de overledenen uit Eerste en Tweede Wereldoorlog.

  • Heemkunde- en Erfgoedvereniging Nicolaus Poppelius.

Van den Borne, Steven (01-02-2014 )

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Dorp

Dorp (Ravels)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.