Station Neerpelt

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Neerpelt
Deelgemeente Neerpelt
Straat Stationsstraat
Locatie Stationsstraat 84, Neerpelt (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Neerpelt (adrescontroles: 12-07-2007 - 12-07-2007).
  • Inventarisatie Neerpelt (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 31-12-2005).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Station Neerpelt

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is deel van de bescherming als monument Station Neerpelt: stationsgebouw, lampisterie, seinhuizen en wisselhendels

Deze bescherming is geldig sinds 16-10-1997.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Het station werd in 1879-1880 gebouwd door de privé-maatschappij Grand Central Belge. De drie linkse traveeën werden in 1901 verhoogd met een tweede bouwlaag. De lampisterie werd eveneens in 1879 gebouwd maar werd in het midden van de jaren 1990 afgebroken. De seinhuizen dateren uit het begin van de 20ste eeuw.

Historiek

De IJzeren Lijn

Het station te Neerpelt ligt op de lijn Antwerpen-Mönchengladbach, de zogenaamde IJzeren Rijn. Sinds de regering verkozen had het staatsnet in oostelijke richting uit te bouwen over Mechelen, Luik en Verviers, bleven Antwerpse en Vlaamse commerciële milieus ijveren voor een directe verbinding met het Rijnland. Na heel wat jaren van discussies werd in 1873 uiteindelijk de knoop doorgehakt. De concessieverlener verkoos de maatschappij Grand Central Belge boven de talrijke binnen- en buitenlandse geïnteresseerden.

Tot 1914 kende de lijn een boeiend bestaan, de Eerste Wereldoorlog leidde echter de teloorgang in: neutraal Nederland verbood elke doortocht en vanaf 1918 veroorzaakte de Nederlandse tarievenpolitiek een druk verkeer over de alternatieve Oorlogs IJzeren Rijn doorheen de Voerstreek (door de Duitse militaire overheid aangelegd).

Pas tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kortere noordelijke tracé terug volop actief onder de Duitsers die het in 1944 vernield achterlieten. Bij de bevrijding herstelden de Amerikanen de lijn.

Samen met het Kempisch verbindingskanaal gaf deze lijn in zijn glorietijd aanleiding tot de vestiging van een belangrijke zinkindustrie te Budel (Nederland), Lommel, Overpelt en Balen. Het reizigersvervoer dat in 1953 tussen Mol en Hamont vervangen werd door autobussen, werd vanaf 1978 terug op het spoor gebracht door de sterke bevolkingsaangroei en het gebrek aan plaatselijke werkgelegenheid.

In 1991 werd het internationale verkeer op deze lijn stilgelegd.

Grand Central Belge

In 1869 verwierf de S.A. des chemin de fer du Nord de la Belgique (de holding achter de Grand Central Belge) een Belgische concessie voor de spoorlijn Antwerpen-Mönchengladbach.

De spoorweg Antwerpen-Herentals was al door andere maatschappijen aangelegd. In feite moest er dus een spoorweg vanaf Herentals worden gebouwd. Op 27 mei 1878 werd Herentals-Mol geopend. Op 15 februari volgde Roermond-Mönchengladbach en op 2 juni 1879 werd het ontbrekende stuk Mol-Roermond in dienst genomen.

De diverse Belgische particuliere maatschappijen bouwden de stations langs hun lijnen meestal volgens een type plan. Bij de Grand Central Belge was dit net zo. Voor de lijn Herentals-Neerpelt-Vlodrop ontwierp de Grand Central Belge een standaardgebouw. Het station was een laag lang gebouw met zadeldak. De lengte van het gebouw varieerde volgens de behoefte. Aan de uiteinden prijkt een topgevel met groot rond venster en een arduinen deksteen. Oorspronkelijk had dit gebouw alleen maar deuren, al werden deze om de ruimte optimaler te benutten hier en daar vervangen door vensters. Het voornaamste stijlkenmerk is het gebruik van de zogenaamde Lombardische boogfries, waarbij repetitief kleine boogjes onder de lijst gemetseld werden. Dit decoratief element vinden wij geregeld terug bij de Grand Central Belge.

Na de overname door de Staat werden de stations gelegen tussen Herentals en de Nederlandse grens vergroot. Ten behoeve van de stationschef werd het woongedeelte uitgebreid. Met dit doel werd aan het uiteinde van het gebouw een verdieping met drie vensters en een tentdak opgetrokken. Deze verbouwing vond plaats omstreeks 1901-1905 met name te Olen, Geel, Mol, Lommel, Neerpelt, Sint-Huibrechts-Lille en Hamont.

De Neerpeltse stationsomgeving

De Luik-Limburg maatschappij bouwde als eerste een station te Neerpelt. Aanvankelijk waren er maar drie gebouwtjes, namelijk het station, met als afmetingen 8 x 6 meter en met een puntig dak; een bijgebouwtje van 5 x 3,6 meter en het overweghuisje aan de Boseinderstraat van 5 x 3,6 meter. In 1870 werd dan nog een gebouw opgericht met afmetingen 6,8 x 5,2 meter.

In 1879 kwam de privé-maatschappij Grand Central Belge zich voegen bij de Luik-Limburg maatschappij. Dit bracht met zich mee dat het stationsterrein aanzienlijk werd uitgebreid, zowel in de lengte als in de breedte. Het huidige station werd in 1879-1880 gebouwd door de privé-maatschappij Grand Central Belge, terwijl de drie linkse traveeën in 1901 werden verhoogd met een tweede bouwlaag voor het woongedeelte van de stationschef, nadat de Staat de spoorlijnen had overgenomen. De overkapping van het perron vond eveneens plaats in 1901. Het station is nu het enige van de Grand Central Belge dat in Limburg nog is overgebleven. In 2002 werden er buitenschilderwerken aan het station uitgevoerd.

Het oude stationnetje van de Luik-Limburg maatschappij werd in 1883 afgebroken. Op dezelfde plaats werd een toiletpaviljoen gebouwd. De oude lampisterie, later het verblijf van de rangeerders, werd zoals het station in 1879 gebouwd. Het werd in het midden van de jaren 1990 afgebroken.

In 1880 werd de overweg aan de Boseinderstraat afgeschaft en verplaatst naar het kanaal toe, waarbij tevens het emplacement groter werd en de weg parallel aan de spoorweg werd aangelegd. Hier werd dan een wachterswoning opgetrokken van het type Grand Central Belge. In 1901 werd deze vergroot en voorzien van een bijgebouw. Deze wachterswoning werd in 1994 afgebroken. In het begin van de 20ste eeuw (afhankelijk van de bron in 1908 of 1914) werden de beide seinhuizen gebouwd. Seinhuis II was gelegen in de nabijheid van de in 1994 afgebroken wachterswoning, blokpost 4 bevindt zich ten zuiden van het station. Beide seinhuizen zijn van het Saxby-type. De seinhuizen bevinden zich in een nog bijna oorspronkelijke toestand. Wel waren beide vroeger uitgerust met een balkon aan de voorgevel en linker- en rechterzijgevel; de arduinen draagstenen zijn daar nog een restant van. Binnenin werden bovendien enkele handels buiten gebruik gesteld.

Beschrijving

Het station is een bakstenen gebouw dat hoger is gelegen ten opzichte van de straat en wordt voorafgegaan door een terras met latere afsluiting. Het gebouw telt vijftien traveeën van oorspronkelijk één bouwlaag onder zadeldak (mechanische pannen). De drie linkse traveeën hebben een later toegevoegde bovenverdieping onder een schilddak dat eertijds aan de straatzijde van twee dakkapellen onder zadeldakje met dakschild was voorzien. De voorgevel, de zuidelijke zijpuntgevel en de latere noordelijke aanbouw zijn bepleisterd en beschilderd. Er werd hardsteen gebruikt voor de afwerking van de plint, de hoekbanden, de sluitstenen, de oculus in het driehoekig spaarveld en de kordonlijst van de zuidelijke zijpuntgevel, die eertijds was voorzien van schouderstukken en van een topstuk met smeedijzeren bekroningen. Het houtwerk bleef deels bewaard, onder andere de geprofileerde kroonlijst op daklijstbalkjes. De ritmerende lisenen worden verbonden door een rondboogfries. De muuropeningen zijn getoogd, aan de perronzijde gaat het om rechthoekige muuropeningen onder hardstenen. In de drie later verhoogde traveeën zaten er oorspronkelijk drie in plaats van twee deuren. De luifel steunt op sierlijke ijzeren spanten die worden opgevangen door hardstenen consoles. De vroegere beglazing werd vervangen door plexiglas. Aan de zuidelijke zijpuntgevel bevindt zich een gelijkaardige luifel. Op de plaats van het vroegere stationnetje werd, na 1883, ten noorden van het station een wc-paviljoen opgetrokken. Deze aanbouw telt één bouwlaag en twee traveeën onder een vlakke bedaking. De muuropeningen werden aangepast.

Ten zuiden van het station stond tot het midden van de jaren 1990 de lampisterie. Dit bakstenen gebouwtje had een vierhoekig grondplan en een zinken (?) tentdak.

In de omgeving van het station zijn twee seinhuizen gelegen. Beide seinhuizen zijn gelegen aan een overweg in de nabijheid van het station. Blokpost 4 is groter dan seinhuis II en is eveneens dichter bij het station gelegen. Het betreft een alleenstaand rechthoekig gebouw van twee traveeën en twee bouwlagen onder een overstekend schilddak (kunstleien) met een geprofileerde houten kroonlijst op dito schoren. Het is opgetrokken in baksteen met verwerking van hardsteen voor lekdrempels en consoles. De hoeklisenen worden aan de straatzijde verbonden door een rondboogfries. Het houtwerk bleef bewaard in de getoogde beneden- en de rechthoekige bovenvensters. In beide zijgevels zit er een getoogde deur. De gelijkvloerse verdieping wordt ingenomen door de kettingen die de verbinding maken tussen de seinen en wissels langs de sporen en de hendels die op de eerste verdieping van het seinhuis zijn aangebracht. Seinhuis II ligt ten noorden van het station en is qua opbouw gelijkaardig aan blokpost 4. Beide zijn Saxby-seinhuizen, genoemd naar de Brit John Saxby (1821-1913). Hij verbeterde in 1856 het mechanisme dat de Fransman Vignier een jaar eerder had gebouwd. Volgens dit mechanisme konden de wissels slechts bediend worden indien de andere sporen die in conflict zouden kunnen treden met de rijdende trein, door een sein waren afgesloten. Op 24 juni 1856 werd het door een octrooi gewaarborgd. Samen met J.S. Farmer, directeur van de London Brighton and South Coast Railway Company richtte hij de firma Saxby and Farmer op.

  • Onroerend Erfgoed - Industrieel Erfgoed, Beschermingsdossier DL002002, Station Neerpelt en aanhorigheden (DE SCHEPPER J., 1996).
  • Onroerend Erfgoed - Industrieel Erfgoed, Beschermingsdossier DL002002, Station Neerpelt en aanhorigheden, documentatie.
  • Onroerend Erfgoed Industrieel Erfgoed, Beschermingsdossier DL002002, station Neerpelt en aanhorigheden, briefwisseling.
  • MAY L., 2011: Seinhuizen architecturaal. Een typologische studie (onuitgegeven masterproef, Universiteit Gent, promotor Prof. Dr. Linda Van Santvoort).

Bron: -

Datum tekst: 2009

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Stationsstraat

Stationsstraat (Neerpelt)

is gerelateerd aan Saxby-seinhuis

Stationsstraat zonder nummer, Neerpelt (Limburg)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.