Geografisch thema

Oelegem

ID: 13697   URI: https://id.erfgoed.net/themas/13697

Beschrijving

Landelijke gemeente in de Voorkempen, ten oosten van Antwerpen; 3.222 inwoners (1976) en oppervlakte van 1316 hectare. Sinds 1977 meest noordelijk gelegen deelgemeente van Ranst.

Vormt overgangsgebied tussen de zandachtige gronden van de Kempen en de meer leemachtige gronden naar de Nete toe. Bij de aanleg van de autosnelweg Antwerpen-Luik werden circa 1960 resten gevonden uit de ijzertijd namelijk uit 1ste, 2de en 3de eeuw voor Christus. Opgravingen vanaf 1977 en volgende op het voormalig "Steenbergen" tussen Rundvoortstraat en J. Simonslei, en uitgevoerd door de Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie (A.V.R.A.) en de Nationale Dienst voor Opgravingen, bewezen het bestaan van een Gallo-Romeinse nederzetting daterend uit I B - tot begin III na Christus. Rond een vrije open plaats met drie à vier waterputten werden sporen aangetroffen van veertien à vijftien woon- of woonstalhuizen gebouwd tijdens een vijftal periodes. Gedurende elke fase bestond de nederzetting dus uit een woonhuis met een of twee bijgebouwen, waarvan de wanden bestonden uit vakwerk bestreken met leem en afgedekt met stro of riet.

In 1161 schonk de bisschop van Kamerijk het altaar van Broechem met zijn afhankelijkheden Oelegem en Wijnegem aan de abdij van Tongerlo. De gehuchten Gennegem (voor eerst vermeld in 1210) en Oelegem (1161) vormden waarschijnlijk zelfstandige nederzettingen van Frankische oorsprong. Het hoger en droger gelegen Oelegem werd het belangrijkste in de 12de eeuw, en circa 1250 werden de parochiegrenzen vastgelegd. De grens met Halle werd pas in de 18de eeuw vastgelegd daar de streek onvruchtbaar en dus onbelangrijk was. Parochie afhankelijk van de abdij van Tongerlo van 1161 tot 1822, maakte deel uit van de parochie Broechem tot in 1604. In 1559 verpandde de hertog van Brabant de heerlijkheid Broechem-Oelegem met hoge, middelbare en lage jurisdictie aan Jan van der Ryt en bleef tot circa 1640 in handen van deze familie. Kwam in 1643 terug bij de hertogelijke domeinen en in 1644 verkocht aan Filips le Roy. Omvatte naast de heerlijkheden Oelegem en Broechem met hoge, middelbare en lage jurisdictie ook de heerlijkheid Vriesele. Het centrum van de heerlijkheid werd tevens verplaatst van Bossenstein te Broechem naar Broechemhof eveneens te Broechem. Heerlijkheid kwam in 1681 in bezit van de familie van Colen. De heerlijkheid werd in 1760 gesplitst zodat Oelegem in handen kwam van de familie de Fraula. Reeds in 1786 onder burggraaf de Fraula terug verenigd met Broechem. Begin 18de eeuw had Oelegem een eigen schepenbank gekregen zodat het op administratief gebied gescheiden werd van Broechem. Circa 1701 legden de Franse troepen een lange versterking aan, de zogenaamde "liniekens", modo "Linnekens", die vertrok te Vriesel aan de Kleine Nete en die naast of door Vrieselhof liep in de richting van Schildehof tot aan de Schijn. Daarop werden te Oelegem vier forten opgericht namelijk fort Bonnecroy, fort Mechelen, fort Brussel en fort Thijs.

De eerste beplantingsaktie van de heide onder het bestuur van Maria-Theresia (1740-1780) kende hier weinig succes. In de 18de eeuw was er enkel een indrukwekkend loofbomenbos rondom het Vrieselhof. Pas circa 1850 begon men op bevel van de overheid dennenbossen aan te planten. Daardoor verdween bijna de gehele heide ten oosten van de huidige antitankgracht. Door een betere irrigatie en afvloeiing verdwenen ook de meeste moerassen en werden ze vervangen door bossen, weiden of akkers. Tot begin 20ste eeuw leefde men van landbouw. Er waren wel enkele molens en een linnenblekerij (zogenaamd "Bleyckhof") maar ook het graven van de Herentalse Vaart in 1856 bracht nagenoeg geen industrie te Oelegem. Grootse werken in de 20ste eeuw waren onder meer de aanleg van het fort in 1909-1913 (zie Goorstraat), het graven van de antitankgracht, de aanleg van de autosnelweg Antwerpen-Luik, het spaarbekken van de Antwerpse Waterwerken, het graven van het Albertkanaal met aanleg van industrieterrein. Bossen op "Evershoek" (ten noordwesten van de gemeente) werden gerooid en vervangen door een villawijk. Ook de Halsebossen ten oosten van de anti-tankgracht worden uitgehold door de inplanting van weekendhuisjes.

Thans nog vrij landelijke gemeente in het zuiden doorsneden door het Albertkanaal en in het zuidoosten door de autosnelweg Antwerpen-Luik. Centrum van de gemeente ligt iets ten noorden van het Albertkanaal en aan het kruispunt gevormd door de verbinding Schilde-Broechem, namelijk de Schildesteenweg en Oelegemsesteenweg, en de verbinding Wommelgem-Zandhoven zijnde Keerbaan, Oudstrijdersstraat, Kerkstraat en Zandhovensteenweg. Laatst genoemde is een fragment van de Romeinse heirbaan of Keulsebaan. In de 18de eeuw concentreerde de dorpskern zich langsheen de weg Wommelgem-Zandhoven en dit rondom de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Dorpsbebouwing voornamelijk aan Achterstraat, Kerkstraat, Oudstrijdersstraat, Schildesteenweg, Torenplein en Vlotstraat bestaande uit lintbebouwing of enkele alleenstaande woningen van één of twee bouwlagen onder zadeldaken. In westelijke en noordoostelijke richting uitgebreid, voornamelijk in het derde kwart van de 20ste eeuw, met alleenstaande woningen en villa's. Woongebied in uiterste westen gestuit door spaarbekken en in het noorden door uitgestrekte loofbossen van de kastelen "Bleyckhof" en "Vrieselhof" langs de Grote Schijn. In het oosten gestuit door antitankgracht en dennenbossen met zogenaamde "Halsebossen", waartussen enkele akkers en voornamelijk weiland. Tussen autosnelwegen in het zuidoosten van de gemeente bevindt zich het spaarbekken van de Antwerpse Waterwerken. De leemachtige gronden ten zuiden van het Albertkanaal worden ingenomen door cultuurgronden en weilanden, waarvan een groot gedeelte voorbehouden is voor industrieterreinen.

  • BLOMMAERT V., Bouwkundige monumenten in het natuurgebied der beide Neten, II, in Natuur- en stedenschoon, tijdschrift van de Koninklijke vereniging voor natuur- en stedenschoon, jaargang XLII, nummer 6 november/december 1969, 3-2.
  • DE BOE G. & LAUWERS F., Een inheemse nederzetting uit de Romeinse tijd te Oelegem, in Archeologia Belgica 228, Brussel, 1980.
  • DE BOE G. & LAUWERS F., Oelegem: inheemse nederzetting, in Archeologie, zesmaandelijkse kroniek uitgegeven door het Nationaal Centrum voor Oudheidkundige Navorsingen in België, Brussel, 1978 -2, 99-100.
  • DE LATTIN A., Omzwervingen in de provincie Antwerpen. Dl. IV. In de Kempen, in Natuur- en stedenschoon, tijdschrift van de Koninklijke vereniging voor natuur- en stedenschoon, jaargang XXXII, nummer 5-6 mei - juni 1959, 78-81
  • LAUWERS F., Oelegem: Gallo-Romeinse vicus, in Archeologie, zesmaandelijkse kroniek uitgegeven door het Nationaal Centrum voor Oudheidkundige Navorsingen in België, Brussel, 1977 - 2, 78-80.
  • LAUWERS F., Sporen van een Gallo-Romeins dorp op de Evershoek te Oelegem, in Jaarboek 1977, Heemkundige kring "De Brakken v.z.w. Oelegem, 36-40.
  • ROELANTS J., Santhoven met omgeving van gister, nu en morgen, Brecht, 1934.
  • VAN DER AVERT W., Algemeen bosbestand in Oelegem, in Jaarboek 1980, Heemkundige kring "De Brakken" Oelegem v.z.w., 5.
  • VAN DER AVERT W., Voorstelling van Oelegem, in Kontaktblad 1978, Heemkundige kring "De Brakken" Oelegem v.z.w., 20-33.

Bron     : Plomteux G., Steyaert R. & Wylleman L. 1985: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 10N2 (Ho-Ra), Brussel - Gent.
Auteurs :  Wylleman, Linda
Datum  : 1985


Relaties