erfgoedobject

Bataviawijk

bouwkundig geheel
ID: 120732   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/120732

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Bataviawijk
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

Beschrijving

Ten O. van de stad, gevat tussen de Mandellaan en de Ardooisesteenweg, omvat de Batavialaan, Baasrode-, Geel-, Kalken-, Lier-, Schellebelle-, Wetteren-, Wichelenstraat en enkele woningen op de Ardooisesteenweg en de Mandellaan. Tuinwijk van 200 woningen voor arbeiders, eerste steenlegging in 1919, door de Dienst der Verwoeste Gewesten.

Eerste tuinwijk in België. Aanlegplan n.o.v. ir. R. Verwilghen, geïnspireerd op typische tuinwijkgedachte naar Engels model en gebaseerd op de wegenhiërarchie van Unwin. Lage infrastructuurkosten uiten zich in beperkte perceelsgrootte, woonstraten met smal verhard deel tussen beplante stroken, voetpaden en voortuintjes. Minimale kostprijs van woningen d.m.v. groepsbouw, gebruik van goedkoopste materialen en minimumafmetingen; bij derde bouwfase werd geopteerd voor grotere woningen. De woningen omvatten twee tot vier slaapkamers op de bovenverd.; naast de keuken en het washuis op de begane grond is meestal een (op)kamer voorzien. Op het oorspronkelijke aanlegplan werden collectieve moestuinen voorzien; in de tweede fase werden zij weggelaten. Als wijkvoorzieningen werden in 1921 woon-/winkelhuizen ontworpen, o.m. Batavialaan nrs. 33-35.

Woningen aangelegd in drie fasen: Fase 1 van 1919: 50 woningen n.o.v. R. Doom en J. Vermeersch (Roeselare-Brussel). Fase 2 van 1919: 50 woningen n.o.v. F. Bodson en A. Pompe (Brussel), terrein uitgebreid met de Geelstraat. Fase 3 van 1922 : Schellebellestraat, Batavialaan, Mandellaan en Geelstraat. 100 Woningen n.o.v. J.J. Eggericx (33 woningen), A. Smet (45 woningen), F. Van Reeth (20 woningen) en R. Doom en J. Vermeersch (2 woningen). Verdere afwijking t.o.v. het oorspronkelijke aanlegplan van Verwilghen.

Tuinwijk getypeerd door voortuintjes en meerdere begraasde pleintjes, o.m. Schellebellestraat en Batavialaan alwaar Mariastandbeeld van 1966. Eenheid van woonwijk door materiaalgebruik, nl. geel-oranje baksteen. Regionalistische eenheidsbebouwing bestaande uit bouwblokken van minstens twee woningen van een bouwl. -soms gecombineerd met opkamers- n.o.v. R. Doom, J. Vermeersch, F. van Reeth en A. Smet. Breedhuizen vlg. spiegelbeeldschema onder zadeldak (n // straat). Uniformiteit van lijstgevels doorbroken door punt- en tuitgevels van dakvensters en -kapellen, l.g. onder plat, klimmend of zadeldak. Variatie d.m.v. in- en uitspringende volumes, o.m. puntgevels voorzien van portieken. Versiering d.m.v. natuurstenen of simili-elementen zoals omlijstingen, wapenschilden (cf. Lierstraat nr. 28), jaarsteen van 1919 in Wetterenstraat nr. 6. Vlechtingen. Vnl. rechth. muuropeningen, daarnaast gebogen deuropeningen al dan niet voorzien van bovenlichten, achthoekige of ovale vensters. Gebruik van poortdoorgangen.

Afwijkende bouwtrant bij F. Bodson en A. Pompe (Brussel) : Wichelenstraat nr. 3: twee aaneensluitende huizen met puntgevel van twee bouwl. onder zadeldak met zijingang. Rechth. ramen, deels met behouden luiken. Gelijkaardige conceptie van vier volumes met inspringende buitenblokken o.m. Baasrodestraat nrs. 1-3, nrs. 3-6 en Schellebellestraat nr. 30.

Wichelenstraat nrs. 16-24: bouwblok van een bouwl. onder zadeldak (n // straat, mechanische pannen) met centrale doorgang. Witgeschilderde gevels, oorspronkelijk op gepikte plint, heden beschilderd in diverse kleuren. Gekoppelde uitspringende ingangspartijen onder klimmend dak. Boven venstertrav. gekoppelde dakvensters onder plat dak.

Typerende architectuur bij J.J. Eggericx: Schellebellestraat nrs. 1-22: bouwblokken van drie woningen van twee bouwl. en drie trav. onder schilddak (n // straat, mechanische pannen). Centrale overluifelde deur tussen twee zijlichten. Gelijkaardig concept in Geelstraat nrs. 8-10 en Mandellaan nrs. 199-203.

Belangrijke beeldtransformaties tengevolge de individualistische, uiteenlopende behandelingen van de als eenheid geconcipieerde woningen. Aanpassingen of verbouwingen van o.m. gevel d.m.v. beschildering, cementering of vernieuwd bakstenen gevelparementen -al of niet met gewijzigde muuropeningen. Ook sporadisch opnemen van zolderverd. in gevelopstand. Vernieuwing van houtwerk, verwijderen van luiken.

  • SAR Bataviawijk, sept. 1919, dec. 1921.

  • Cités-jardins 1920-1940 en Belgique, 1994, p. 43-45.
  • MAES J., De wederopbouw van Roeselare na de eerste wereldoorlog, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, KUL, 1981, p. 100-116.
  • PLANCKE M.,De burgerlijke architectuur tijdens het interbellum te Roeselare, onuitgegeven verhandeling, RUG, 1989-1990, p. 104-106.
  • SMETS M., MAES J., Woningbouwexperimenten bij Roeselares wederopbouw, Wonen, Tijdschrift voor Architectuur, Bouw en Beeldende Kunst, 4-5, 1983, p. 44-51.
  • SMETS M., De ontwikkeling van de tuinwijkgedachte in België. Een overzicht van de Belgische volkswoningbouw in de periode 1830 tot 1930, Brussel-Luik, 1977, p. 104-124.
  • SMETS M., Resurgam, De Belgische wederopbouw na 1914, Brussel, 1985, p. 196-199.

Bron     : De Gunsch A., Metdepenninghen C., Tansens A. & Vanneste P. 1999: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Roeselare, Kanton Roeselare, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 17N1, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Bataviawijk [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/120732 (Geraadpleegd op 18-08-2019)