omvat de aanduiding als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel Kruikenburg
Deze vaststelling is geldig sinds
omvat de aanduiding als beschermd cultuurhistorisch landschap Kasteel Kruikenburg met omgeving
Deze bescherming is geldig sinds
omvat de aanduiding als beschermd monument Kasteel Kruikenburg: noord- en oostvleugel
Deze bescherming is geldig sinds
omvat de aanduiding als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteeldomein Kruikenburg
Deze vaststelling is geldig sinds
omvat de aanduiding als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel Kruikenburg
Deze vaststelling was geldig van tot
Goed bewaard middeleeuws, omgracht waterkasteel, classiciserend verbouwd in de 18de eeuw. Kasteel omgeven door een park van twee hectare, aangelegd rond 1820-1830 en verbonden met de dorpskern door een 400 meter lange, dubbele dreef.
Het goed was de zetel van de heerlijkheid Kruikenburg, ontstaan uit een allodium van de abdij van Nijvel en aanvankelijk toebehorend aan de van Wezemaals. Het Kasteel Kruikenburg blijft in de volksoverlevering onverbrekelijk verbonden met ridder Everaert T'Serclaes (1320-1388), eerste schepen van de stad Brussel, die in 1356 Brussel op spectaculaire wijze van de 'Vlaanderaars' (het leger van Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen) bevrijdde en die wegens zijn verzet tegen de expansieplannen van de heer van Gaasbeek op een pijnlijke manier (na amputatie van zijn tong en een van zijn voeten) aan zijn einde kwam. Enkele jaren vóór zijn dood, in 1380, was hij eigenaar geworden van het kasteel, zetel van de heerlijkheid Kruikenburg (waar Ternat, Sint-Katherina-Lombeek en Wambeek deel van uitmaakten). Door huwelijk kwam Kruikenburg in 1562 in handen van de familie de Fourneau, voor wie het honderd jaar later tot graafschap werd verheven. Vermoedelijk werd het in het derde kwart van de 18de eeuw verbouwd in classicistische stijl waarbij de ramen werden vervangen door steekboogvensters en de slotgracht heraangelegd.
Het waterkasteel, daterend uit de 15de of 16de eeuw, wordt voor het eerst afgebeeld op een in 1694 door Jacques Le Roy gepubliceerde gravure. Op deze gravure komt het water nog tot tegen de muren en is het kasteel toegankelijk via een houten brugje, dat nog van de ophaalbrug afstamt. Opmerkelijk zijn de diverse waterpartijen buiten de eigenlijke slotgracht, onder meer de twee rechthoekige bekkens (kweekvijvertjes), en de twee torens los van het kasteelgebouw. De meest rechtse, ongetwijfeld een duiventoren of een 'vogelvlucht' in leem- en vakwerk, staat opgesteld naast de kweekbekkens. De tweede toren – baksteenbouw met zadeldakje – bevindt zich op een rond eilandje en zou kunnen afstammen van de primitieve donjon. De gebrekkige perspectiefweergave sluit niet uit dat de toren groter was dan hij op de ets lijkt. Dit eilandje bleef kadastraal bewaard als perceel 254 en vormt een rond schiereilandje in de huidige ringgracht.
Van tuinen of boomgaarden is op de ets geen sprake. De heraanleg van de slotgracht in haar huidige vorm gebeurde vermoedelijk gelijktijdig met de classicistische heraankleding van het kasteel in de 18de eeuw. Het kasteelgebouw werd daarbij als het ware drooggelegd (het water zal daarna niet meer tegen de kasteelmuren klotsen) en de losstaande torens werden afgebroken.
Op de Ferrariskaart (1771-1778) verschijnt het kasteel op een eigen eiland (met het toren-schiereilandje), omringd door grond en een brede ringgracht, bereikbaar via de gebogen landtong – ongeveer zoals we het nu kennen. De 'classiserende' renovatie van het kasteel straalde blijkbaar ook af op de omgeving, want het bos ten westen van het kasteel werd ontsloten door een stervormig patroon van wegen; 'sterrenbossen' vormen een vast ingrediënt bij klassieke omgevingsaanleg.
Bij de opstelling van het Primitieve kadasterkaart (1823) was Kruikenburg nog steeds in handen van de familie de Fourneau, met name graaf Henri de Fourneau (voluit Henri-Joseph-Philippe-Ghislain de Fourneau, 1785-1861), die al een bewogen militaire carrière achter de rug had (onder meer de Russische veldtocht). Zijn huwelijk in datzelfde jaar vormde wellicht de aanzet tot een rustiger, meer sedentair bestaan, dat tot aanpassings- en renovatiewerken noopte. De dreef tussen het kasteel en de dorpskerk werd door de inspecteur van het kadaster als "dreef van vermaak" geregistreerd. De oppervlakte 'lusthof ' of 'lustgoed' besloeg bijna twee hectare, vooral de gronden aan de buitenzijde van de ringgracht ten noorden van het kasteel.
In 1823 waren er ongetwijfeld werken aan de gang. De kadasterkaart werd achteraf gecorrigeerd, vermoedelijk naar aanleiding van een ultieme controleronde bij het opstarten van het Belgisch kadaster in 1831: de ringgracht heeft een (nog niet blauw gekleurde) appendix gekregen, een 10 meter brede gracht die 100 meter zuidwaarts (links op de kaart) doodloopt in een bosperceel op een nog bestaande, uit zandsteenknollen opgebouwde rotspartij. Het nagestreefde effect ligt voor de hand: een rivier ontspringt in het bos en voedt de ringgracht. Bucolische 'rivierlandschappen', als het kon met meanders, eilandjes of rotspartijen, waren populair tijdens de hele 19de eeuw, ook in de vroegste landschappelijke ('Engelse') parken. Bij gebrek aan een echte rivier werden onooglijke beekjes verbreed en opgestuwd om deze illusie te creëren. Hier werd de uitgegraven specie waarschijnlijk gebruikt om de twee beplantingsheuveltjes aan te leggen, die de zuidwaartse vista vanuit het kasteel omkaderen (het grootste van de twee wordt op de Primitieve kadasterkaart als een langgerekte ellips in streepjeslijn weergegeven, het kleinste is de 'pijpenkop' aan het uiteinde een licht gebogen "dreef van vermaak", perceel 248).
De structuur van het landschappelijk park van Henri de Fourneau wordt pas duidelijk weergegeven op de stafkaart van 1930 (ICM, 1937). Op oude ansichtkaarten wordt de fraaie, verdwenen boogbrug over de monding van de 'rivier' in de ringgracht getoond. De boogbrug werd in de loop van de 20ste eeuw vervangen door de huidige platte brug. De kunstmatige rots ligt momenteel in puin en door de verdichting van het bosplantsoen is de 'rivier' vanuit het kasteel nog nauwelijks zichtbaar, maar de aanleg van de Fourneau is grotendeels bewaard gebleven. Langsheen de landschappelijke vista ten zuiden van het kasteel komen nog diverse bomen uit de oorspronkelijke landschappelijke beplanting voor: enkele witte paardenkastanjes (Aesculus hippocastanum) en een bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea').
Het domein was begin 20ste eeuw in eigendom van de familie de Lichtervelde, die het kasteel liet bepleisteren. In 1938 werd het kasteel openbaar verkocht in twee loten. Een eerste lot (de dreef) aan de gemeente en een tweede lot aan "l'Association sans but lucratif Ecoles Normales Saint Jean Baptiste de la Salle" die op het domein een kostschool inrichten, het Sint-Jozefsinstituut. In het kasteel werden klaslokalen ingericht en boven de paardenstal werd in 1942 een bijkomende verdieping opgetrokken. In de tweede helft van de 20ste eeuw werden langs de Statiestraat nieuwe schoolgebouwen opgetrokken en het terrein deels heraangelegd waarbij een gedeelte van de ringgracht gedempt werd.
In 1946-1947 werden in het deel van de dreef op het kasteeldomein de aanwezige eiken door beuken vervangen. In 1960 werden ook de eiken in de rest van de dubbele dreef vervangen door in een enkele rij aangeplante bruine beuken. Na 1977 werd de westrand van het park verkaveld, daarbij verdween ook de ijskelder. In 2004 vernielde een omvallende boom de ‘rots’ in het park. In 2008 kocht de gemeente Ternat het park aan en stelde het open.
Kruikenburg onderging in de loop van de eeuwen geen diepgaande veranderingen. Het waterkasteel komt nog grosso modo overeen met de gravure die J. Le Roy ervan publiceerde in 1694. Het kasteel beantwoordt aan het model van de middeleeuwse waterburchten: een U-vormige plattegrond, een massieve, vierkante poorttoren in de noordelijke vleugel, drie ronde torens uitspringend in de oostelijke (lange) vleugel. De twee oostelijke ronde torens zijn verslankend naar boven toe opgetrokken met een bovenbouw in overstek met zandstenen korbelen, afgedekt met leien kegeldaken en bezitten resterende schietgaten en gedichte kloosterkozijnen. De vierkante ingangstoren afgedekt met een leien tentdak heeft een afgeronde spitsboogvormige doorgang. Een gebogen landtong, die bij het poortgebouw eindigt in een bakstenen brug op rondbogen, verbindt het kasteeleiland met het 'vasteland'.
Geknikte noordoostelijke vleugel van twaalf traveeën met twee verdiepingen, afgedekt met een zadeldak (waterkant) en een mansardedak voor de verbreding naar de binnenplaats (18de eeuw). De noordoostgevel van zes traveeën en twee verdiepingen heeft een met leien bedekt zadeldak. De noordwestervleugel met plat dak en rondboogarcaden op de begane grond werd waarschijnlijk tijdens de 19de eeuw als koetshuis ingericht.
De oorspronkelijke bak- en zandsteenstijl in alle gevels werd verbouwd tot een classicistische ordonnantie van steekboogvensters en deuren met posten van negblokken en zandstenen of bakstenen lateien met sluitsteen. Het jaartal “1766” op de sluitsteen zou deze aanpassing kunnen dateren, alhoewel de literatuur de verbouwingen in 1714 situeert. Dieper liggend portaal van zandsteen in classicistische stijl: geprofileerde rondboog geflankeerd door zuilen met neuten, ingediepte schacht, dekplaat en vaasbekroning, afgelijnd met een druiplijst met sluitsteen en aangeduide zwikken.
Van de oorspronkelijke aanleg in landschappelijke stijl met een walgracht eindigend in een rivier, kunstmatige heuvels en een “rots”, open grasland aangekleed met bomengroepen zuidoostwaarts en een bosrand langs de noord- en westzijde blijven nog restanten bewaard. De westrand van het park werd verkaveld en in het noordoostelijk parkgedeelte werden naast schoolgebouwen ook een sporthal opgetrokken. De ontworpen vista zuidwaarts is grotendeels dichtgegroeid. Verspreid in het park staan nog enkele tuinvazen, twee hardstenen zuilen, een gietijzeren poort en een H. Hartbeeld. Het grootste gedeelte van de huidige beplanting dateert van na de overname van het domein door de broeders van de Christelijke Scholen in 1938, die er een kostschool inrichtten, waarvan de huidige middelbare school afstamt.
Merkwaardige bomen (Opname tijdens plaatsbezoek op 12 juli 2001. Het cijfer in vet geeft de stamomtrek gemeten op 150 cm hoogte)
Auteurs: Deneef, Roger; Wijnant, Jo; De Maegd, Christiane; Van Aerschot, Suzanne; Michiels, Marijke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)