erfgoedobject

Vijverskasteel

bouwkundig element
ID: 209887   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/209887

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Vijverskasteel
    Deze vaststelling is geldig sinds 09-11-2011

Beschrijving

Kasteeldomein zogenaamd "Vijverskasteel", met bijgebouwen, gelegen in een groot park met vijver. Opgenomen door de gemeente Zedelgem op de lijst van het erfgoed op haar grondgebied. Het "Vijverskasteel" is in de Landschapsatlas (versie 1.0, AROHM 2001) opgenomen als puntrelict binnen de relictzone "Kasteelparken en bosgebieden Sint-Andries – Varsenare".

Historiek. Kasteel opgetrokken op de locatie van een oudere hoeve, zogenaamd "Ovaers nest", afgebeeld op de Grote Kaart van het Brugse Vrije door Pieter Pourbus (1571), gekopieerd door Pieter Claeissens (1601), als een omwald gebouw, gelegen langs de huidige Zeedijkweg. De hoeve bevindt zich ter hoogte van de huidige kippenren. Er is sprake van een motte die zich oosten van de hoeve zou bevonden hebben, eventueel de locatie van de in 1285 genoemde hofstede "'t oudegheem". Op oude kaarten is echter geen spoor van een motte te vinden. Deze is naar verluidt verdwenen bij de aanleg van het kasteelpark.

De naam "Ovaers nest" verwijst naar de bewoners van de hoeve in de 16de eeuw, de familie Ovaere. De hoeve is in die periode eigendom van de familie De Boodt tot 1732, wanneer de hoeve verkocht wordt aan Jan Strubbe, landbouwer te Aartrijke. De desbetreffende koopakte spreekt over "eene schoon en notabel behuysde hofstede [...] gelegen west van de kercke ende suydt by de herberghe ghenaemt den rollewegh". Jan Strubbe komt de hofstede zelf bewonen in 1734 en wordt één van de dorpsnotabelen van Loppem.

In 1793 verkopen de erfgenamen van Jan Strubbe de hoeve, beschreven als "d'hofstede met edificien van huys, scheure, coeye-, peerdestal en waegenhuys met een bewalde mote dienende voor hovenierhof" aan Jacques van Ockerhout (kleinzoon van Joanna Terwe, zie Kasteel Emmaüs), die oost van de hoevegebouwen "een schoon kasteelgoed en aanhorigheden" laat optrekken ook zie jaartal in de zuidgevel van het kasteel. Op een kaart van 1820 met de eigendommen van de erfgenamen van Jacques van Ockerhout zijn de gebouwen van het "Ovaers nest" te zien met de bij het kasteel horende tuin. Ten zuidoosten van de hoeve, en ongeveer ten zuiden van het kasteel is een wal met een motte afgebeeld. De omvang hiervan en de ligging in de tuin doet eerder denken aan een siermotte dan aan een historisch opperhof. In 1848 laat Vincent Coppieters de tuin heraanleggen met talrijke vijvers. Men beweert dat hij hiermee de werkgelegenheid in Loppem wil opdrijven tijdens de economische crisis van de jaren 1840-1845. De huidige naam "Vijverskasteel" verwijst naar deze aanleg.

Volgens kadastergegevens wordt het kasteel vergroot in 1848, de volledige afbraak en herbouw zoals geregistreerd in 1853 blijkt niet te zijn doorgevoerd. Deze fout wordt in 1864 rechtgezet, uit die periode dateren de paardenstallen met koetshuis ten westen van het kasteel.

Het kadaster registreert in 1867 de aanleg van het park, de literatuur spreekt over het graven van de vijver in 1848. Wellicht neemt de volledige aanleg van het park verschillende jaren in beslag. De hoeve wordt afgebroken, op die plaats komt er een vierkante, ommuurde kippenren met centraal een rond, bakstenen hoenderhok. Ten oosten van het kasteel wordt een ovalen, ommuurde moestuin opgericht. In 1884 worden ten noordwesten van het kasteel een washuis en schoolhuisje gebouwd. In de jaren 1890 wordt het kasteel nog enkele malen vergroot, onder meer met de uitbouw aan noordzijde. De veranda aan zuidzijde van het kasteel dateert van vóór 1894. Op het einde van de 19de eeuw worden tegen de ovalen moestuin een oranjerie en broeikas opgetrokken. Het interieur van het kasteel is na een brand in 1980 gedeeltelijk gewijzigd.

Beschrijving. Kasteel met laatclassicistisch uitzicht, hoofdzakelijk van 1848 eventueel met oudere, laat-18de-eeuwse kern. Toegankelijk vanaf de Heidelbergstraat via een gekasseide oprit met aan weerszijden rododendrons. Het kasteel staat ingeplant in het noorden van het domein met de zuidgevel uitziend op park, vijver en daarachter aansluitende weilanden. Op rechthoekige plattegrond en met drie bouwlagen, verhoogde begane grond boven een kelderverdieping en onder schilddak (leien). Bepleisterde en witbeschilderde gevels met rechthoekige muuropeningen, vensters met bewaard schrijnwerk en met grote roedeverdeling. Omlopende kroonlijst op klossen.

Symmetrisch uitgewerkte zuidgevel met aangebouwde, drie traveeën brede, veranda van circa 1890 toegankelijk via een breed blauwhardstenen bordes. Geprofileerde kordons tussen de verdiepingen. Kelderverdieping met betraliede en beluikte keldermonden. Rechts een gevelsteen met bas-reliëf met de wapenschilden van de familie Coppieters en Kervyn en eronder het jaartal "1793". Begane grond met imitatievoegen, vensters met persiennes en centraal geplaatste deur. Vensters op de bovenbouw met verdiepte omlijsting en blauwhardstenen lekdrempels op consoles. Op de nok van het dak staat centraal een rechthoekige dakruiter als belvedère, met balustervormige balustrade, geplaatst op de centrale zichtas van het kasteelpark.

Veranda steunend op bakstenen onderbouw, glazen bovenbouw onder halfrond dak aan de zijkanten getypeerd door rondboogvormige stroken met blauw glas tussen de boogvelden. Vloer met cementtegels in geometrische motieven. Trap geflankeerd door blauwhardstenen bollen. Op de trappijlers onderaan de trap schilddragende leeuwen, bovenaan de trap en op de hoekpijlers bekroond met vazen.

Het interieur bewaart nog enkele elementen uit de tweede helft van de 19de eeuw zoals plafonds met lijstwerk en rozet en enkele marmeren schouwen met versierde schouwboezem.

Ten westen van het kasteel een laag gebouw van het vroegere washuis. Rode en bruine baksteenbouw onder zadeldak (leien) en voorgevel bezet met keien.

Vierkante, begraasde kippenren (circa 1867) omgeven door geelbakstenen muren met steunberen. Een excentrisch geplaatst, rond hoenderhok onder kegeldak met bekronende lantaarn, opgetrokken in rode baksteen en rondom rond geleed door neoclassicistische pilasters in gele baksteen, ook bij de lantaarn. Plattegrond met centrale doorgang waarlangs de spievormige gemetselde hokken met telkens een rondboogluikje naar buiten en erboven een rondboogvenster. Bijhorende poel en aanplant van jonge fruitbomen.

Monumentale stalling of remise (circa 1864) van zeven traveeën in rode baksteen onder schilddak (leien). Gekoppelde poorten gevat in rondboognissen met in de boogvelden rondboogvensters met stervormige roedeverdeling. De sluitsteen van de middelste poort is versierd met een bas-reliëf met de wapenschilden van de families Coppieters en Kervyn. Het metselwerk boven de poorten wordt verlevendigd door vierkante blindnissen en een bakstenen, getrapte fries onder de dakrand. Boven de middelste travee een laaddeur onder zadeldak steunend op houten consoles. De bijhorende stalling (zie pachtwoning bij het Vijverskasteel) ten westen van het domein is heden afgesplitst en circa 1931 gedeeltelijk omgebouwd tot woning.

Grote ommuurde (rode baksteen) moestuin (circa 1867) ten oosten van het kasteel van een halve ha groot en met ingang aan de westzijde geflankeerd door twee bakstenen pijlers bekroond met vazen. Tegen de zuidmuur een vierkante, bakstenen schouw van de voormalige verwarmingsinstallatie voor serres en oranjerie.

Park ontstaan in het begin van de negentiende eeuw. Een figuratieve kaart van 1820 toont het park ten oosten van het kasteel aangelegd in Franse stijl met assenpark en rechtlijnige dreven. Gedurende de negentiende eeuw wordt het park grondig gewijzigd en heraangelegd volgens een Engelse landschapsstijl en is tot op heden goed bewaard.

Parkzone ten noorden van het kasteel met een centraal grasland vóór het kasteel met monumentale eik, omgeven door dichte parkbosrand. Het zuidelijk parkdeel is opgebouwd rond een grote zichtas vanaf het kasteel, over de vijver tot aan de Kasteelbeek op de grens van het domein (zuid-zuidoostelijke richting). Ten westen nog een kleine zichtas (met onder andere brug over de vijver), ten oosten een minder dominante zichtas langs het grasveld dat dieper in het park doorloopt en waar zich een bomengroep bevindt met drie monumentale platanen. De vijver heeft een onregelmatige vorm met bochtig verloop, is het breedst vóór het kasteel en met een groot eiland, bereikbaar via een houten boogbrug. Op het eiland is er een vijvergrot gebouwd, met onder andere een aanmeerplaats. Langs de vijver en op de randen van de bosbestanden enkele speciale en grote parkbomen (linde, rode en groene beuken, …). In het park staan er een klein kapelletje en enkele sokkels voor beelden of sculpturen.

Er was een beperkt bezoek mogelijk.

  • Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen, Monumenten en Landschappen, Landschapsatlas, 2001, OC GIS-Vlaanderen.
  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, 207: Mutatieschetsen, Zedelgem, 1848/18, 1864/21, 1867/2, 1884/22, 1891/3, 1900/4.
  • Boschvogelroute Zedelgem, Aartrijke, s.d., p. 8.
  • DHONT A., VERVENNE A., Geschiedenis van Loppem, 1974, p. 103.
  • VERVENNE A., Oude hoeven, herbergen en molens en hun bewoners te Loppem, Loppem, 1976, p. 51-55.

Bron     : Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West- Vlaanderen, Gemeente Zedelgem met deelgemeenten Aartrijke, Loppem en Veldegem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL47, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Van Vlaenderen, Patricia, Vranckx, Martien
Datum  : 2010


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Vijverskasteel [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/209887 (Geraadpleegd op 30-09-2020)