erfgoedobject

Grote- en Achtersikkel

bouwkundig element
ID
24492
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/24492

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Grote- en Achtersikkel
    Deze vaststelling is geldig sinds

  • omvat de aanduiding als beschermd monument De Achtersikkel
    Deze bescherming is geldig sinds

  • omvat de aanduiding als beschermd monument De Grote Sikkel
    Deze bescherming is geldig sinds

  • is gerelateerd aan beschermd monument Koninklijke Nederlandse Schouwburg
    Deze bescherming is geldig sinds

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Grote- en Achtersikkel
    Deze vaststelling was geldig van tot

Beschrijving

Zogenaamd "Grote- en Achtersikkel". Voormalig steen zogenaamd naar de patriciërsfamilie Van der Zickelen die in de 14de eeuw zowel het grote ensemble op de hoek van de Hoogpoort en de Biezekapelstraat bezaten als het steen uit de 13de eeuw, ernaast op de hoek van de Nederpolder zogenaamd "de Kleine Sikkel".

In 1531 werd het complex door erfenis in twee verdeeld: de Grote Sikkel (Hoogpoort) en de Achtersikkel (Biezekapelstraat). De Grote Sikkel werd als woning behouden en achtereenvolgens door belangrijke families bewoond. De Achtersikkel werd in 1573 gekocht door de abdij van Eename als refugiehuis en in 1797 als nationaal goed verkocht. Vanaf 1848 had de vrijmetselaarsloge er zijn zetel tot het hele complex, samen met het huis "de Zwarte Moor", einde 19de eeuw opgekocht werd door de stad, gerestaureerd tussen 1900 en 1908 door architect Van Hamme en ingericht als muziekconservatorium naar ontwerp van stadsarchitect Ch. Van Rysselberghe. De voorgevels in de Hoogpoort werden hersteld en de gebouwen van de Achtersikkel vrijgemaakt en gedecapeerd; hiervoor werd het zogenaamd "huis Goetghebuer" afgebroken en nieuwe vleugels in dezelfde stijl opgericht onder meer om de zijgevel van de K.N.S. te verbergen. Sporen onder de bepleistering teruggevonden maakten reconstructie in oorspronkelijke toestand mogelijk; gebruik van vernieuwd materiaal.

"De Grote Sikkel" (Hoogpoort nummer 64) bestaat uit twee statige trapgevels bij de restauratie gereconstrueerd in Doornikse kalksteen, volgens archiefstukken gedateerd 1481. Kelderverdieping en drie bouwlagen van vier traveeën onder zadeldak (mechanische pannen). Alle kruiskozijnen vertonen ontlastingsbogen en doorlopende waterlijsten ter hoogte van de onder- en bovendorpels; drie vensters in de geveltop uitgewerkt als bolkozijnen. Gelijkaardige zijgevel van zes traveeën (Biezekapelstraat). Achtertrapgevel.

De vroegere "Zael" sluit bij de Grote Sikkel aan. Het is een lijstgevel van zes traveeën, twee bouwlagen onder zadeldak (leien), met twee getrapte dakkapellen voorzien van spitsboogvensters met gotische tracering; kruiskozijnen onder en bovenaan afgelijnd door waterlijsten. Rondboogpoort uiterst rechts met hol geprofileerde druiplijst ondersteund door twee diertjes.

"De Achtersikkel" omvat verscheidene gebouwen uit verschillende perioden en uit verschillende materialen opgetrokken, ingeplant rondom een open pleintje, van de straat afgesloten door een ijzeren hek. De oorspronkelijke gebouwen van de Achtersikkel omvatten: in het noorden een rood bakstenen torentje met vierkante muuropeningen, uit eerste helft 14de eeuw, geflankeerd door een gekanteeld gebouw verbonden met een schuin eraanpalende oostvleugel met arcaden uit begin 16de eeuw; in de oksel een ronde toren van kalkzandsteen uit 15de eeuw, in tweede helft 16de eeuw verhoogd met een octogonale renaissancebovenbouw (voorheen op de lambrizering binnenin gedateerd 1566). Aanleunend tegen de toren, gotische kapel op de bovenverdieping uit einde 15de eeuw, geschraagd door een kleine galerij, waartussen een diepe waterput. Gekanteelde gevel met vier bouwlagen geleed door waterlijsten die de kruiskozijnen aflijnen en om het hoektorentje lopen; kruis- en bolkozijnen afgewerkt met negblokken onder een strekse ontlastingsboog.

Oostelijk L-vormige vleugel van twee bouwlagen en zes traveeën onder zadeldak (leien) met twee getrapte dakvensters; gaanderij afgelijnd door een schrale puilijst: zes tudorbogen op zuiltjes met geprofileerde sokkels en kapitelen. Kruiskozijnen verrijkt met zandstenen negblokken en bolkozijnen in de dakvensters.

Achter deze vleugel, een drie bouwlagen hoog gebouw met zijgevel in de Biezekapelstraat, in het verlengde van de Grote Sikkel. Voorgevel van drie traveeën waaronder twee bekroond met trapgevel, van de andere traveeën gescheiden door een erkervormig torentje boven de eerste bouwlaag; gelijkaardige kruiskozijnen en doorlopende waterlijsten over de vijf traveeën brede zijgevel, afgelijnd door een geprofileerde stenen kroonlijst. Schuin geplaatste linker trapgevel van één travee afgelijnd met hoekblokken. Ronde traptoren met drie geledingen aangegeven door waterlijsten en voormalige kroonlijst op kraagstenen, kleine vierkante venstertjes; meer opengewerkte octogonale bovenverdieping voorzien van kruiskozijnen met bekronend gebogen fronton alternerend met rondboognissen gevat in rechthoekige omlijsting onder een driehoekig frontonnetje; een korte, ingesnoerde achtzijdige bekroning.

Kapel: twee bouwlagen, onder hoge afgesnuite leien bedaking; op de begane grond geschraagd door spitsbogen op zuilen, op de bovenverdieping, eigenlijke voormalige kapel geritmeerd door tweelichten met gotische tracering.

Bij de restauratiewerken en het verbouwen tot muziekconservatorium werd langs de zuid-westzijde van het vrijgekomen pleintje een nieuwe vleugel opgetrokken in dezelfde stijl naar ontwerp van Ch. Van Rysselberghe, omvattende: aan de Biezekapelstraat trapgevel in bak- en zandsteenbouw; drie bouwlagen van drie traveeën onder zadeldak (leien), horizontale geleding door middel van waterlijsten die kruiskozijnen aflijnen; brede tudorvormige poort met bekronende druiplijst en reliëf met de "Maagd van Gent". Zeven traveeën brede zijgevel met getrapte dakvensters, doorlopende waterlijsten en gelijkaardige kruiskozijnen; driezijdige uitsprong van drie traveeën met identieke poort. Westgevel van zes traveeën met twee bouwlagen en identieke gaanderij op de begane grond, vormt verbinding tussen het huidige conservatorium en de K.N.S.

  • Stadsarchief Gent, Nota's VAN WERVEKE, Journal de Gand, juli 1900; Atlas Goetghebuer, D.58/F.104.
  • STRUYE M. 1973: K. Van Rysselberghe, architect. Zijn leven en werk (1850-1920), onuitgegeven licentiaatsverhandeling Rijksuniversiteit Gent, 163-164.
  • DE POTTER F. s.d.: Gent van den oudsten tijd tot heden, deel VIII, 74.

Bron: BOGAERT C., LANCLUS K. & VERBEECK M. met medewerking van LINTERS A. & DAMBRE-VAN TYGHEM F. 1976: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4na, Brussel - Gent.
Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen; Verbeeck, Mieke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Inventaris Onroerend Erfgoed 2024: Grote- en Achtersikkel [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/24492 (geraadpleegd op ).

Beheerder fiche: Agentschap Onroerend Erfgoed

Contact

Heb je een vraag of opmerking over deze fiche? Meld het ons via het contactformulier.