erfgoedobject

Bellewijk

bouwkundig geheel
ID: 302160   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302160

Beschrijving

Laagbouw parkwijk met 228 woningen en 176 garages, tussen 1969 en 1995 gerealiseerd door de sociale huisvestingsmaatschappij De Mandel naar ontwerp van het Brugse collectief Groep Planning met Willy Canfyn, Ignaas Deboutte, Werner Desimpelaere en Jan Tanghe.

Bouwgeschiedenis en situering

Eind jaren zestig nam De Mandel – op dat moment de grootste sociale huisvestingsmaatschappij van Vlaanderen – het initiatief om enkele experimentele sociale woonwijken te ontwikkelen die braken met het model van de ruimteverslindende standaardverkavelingen. De Bellewijk te Poperinge was het meest grootschalige project in die reeks. De oorspronkelijke aanvraag (ingediend in 1970) omvatte een wijk van 349 sociale woningen en 334 garages maar uiteindelijk zouden er tussen 1974 en 1995 228 woningen en 176 garages gerealiseerd worden. Het zuidelijke (en zuidoostelijke) stuk werd nooit uitgevoerd. Bovendien is het uitgevoerde ontwerp op sommige plaatsen iets minder dens dan het oorspronkelijke masterplan.

De eerste fase van 102 woningen en 96 garages (1970-1974) kwam waarschijnlijk tot stand met overheidssubsidies voor de bevordering van prefabricage in sociale woningbouw in "ontwikkelings- en reconversiegebieden" zoals de Westhoek (1969-1974). De Mandel kreeg in het kader van dit project in 1969 immers subsidies voor een wijk van 100 woningen in Poperinge. Voorts werden er 54 woningen en 44 garages gerealiseerd in 1976-1980, 31 woningen en 30 garages in 1981-1983 en 41 woningen en 36 garages in 1993-1995. Ontwerper was het Brugse collectief Groep Planning met Willy Canfyn, Ignaas Deboutte, Werner Desimpelaere en Jan Tanghe. In de jaren 70 en 80 staat Ignaas Deboutte vermeld als ontwerper op de plannen (met Patrick Labarque en R. Vandenheede als assistent), in de jaren 90 Werner Desimpelaere.

Typering en beschrijving

De Bellewijk te Poperinge is een typevoorbeeld van de laagbouw parkwijken die in Vlaanderen vanaf de tweede helft van de jaren zestig sporadisch werden opgetrokken en die gekenmerkt worden door een hoge densiteit aan aaneengesloten laagbouwwoningen in het groen. Het betreft een voor Vlaanderen vrij grote wijk met een uitzonderlijke homogeniteit qua architectuur en inplanting, ondanks de lange bouwperiode (1974-1995). Geïnspireerd door de hedendaagse architectuur in Engeland bepleitten de architecten een structuralistische aanpak, waarin architectuur en stedenbouw onlosmakelijk verweven zijn tot een organisch geheel.

De aanleg wordt gekenmerkt door de scheiding van mechanisch verkeer en voetgangersverkeer en is gebaseerd op Engelse New Towns. Garages zijn gegroepeerd en vaak verdiept ingeplant. Huizen zijn zoveel mogelijk toegankelijk via voetgangersstraatjes maar beschikken tevens over privacy door ommuurde privétuinen. De huizen zijn veelal getrapt ingeplant en hebben een eerder traditioneel geïnspireerde architecturale vormgeving met hellende daken. De bedoeling van de ontwerpers was om met dergelijke vormgeving vervreemding tegen te gaan en de wijk pretentieloos in te passen in het stedelijke weefsel van Poperinge (met name aan de Bellestraat). Ook het traditionele materiaalgebruik diende hiertoe bij te dragen, in het bijzonder de paramenten die opgetrokken werden in geelbruine of bruinrode baksteen uit de streek. De garages sluiten qua vormgeving en gevelmateriaal aan bij de huizen.

De eerste twee bouwfasen (gerealiseerd in 1974 en 1980) bevatten vijf types woningen: woningen voor grote gezinnen (vier slaapkamers voor zeven personen) en gewone gezinswoningen (drie slaapkamers voor vijf personen), qua planindeling aangepast naargelang de noord-zuid- of oost-westoriëntatie, en gelijkvloerse bejaardenwoningen. In de latere bouwfasen werd ook een type met twee slaapkamers voor vier personen voorzien.

De groenaanleg wordt gekenmerkt door grasvelden met bomen (gewone plataan in groepen van 3 tot 5, Noorse esdoorn, grootbladige linde, gewone acacia, zuilvormige haagbeuk, treurwilg, bruine kerspruim), heesters (olijfwilg, dwergmispel, gewone hazelaar, vlinderstruik, Chinese kamperfoelie, Viburnum tinus), hagen (haagbeuk, haagliguster en olijfwilg) en lage vakbeplantingen met dwergmispel en sneeuwbes.

Evaluatie

De Bellewijk heeft een stedenbouwkundige en architecturale waarde als een zeldzaam voorbeeld van een grote laagbouw parkwijk die ondanks de lange bouwperiode uitzonderlijk homogeen is (ensemblewaarde) en een grote herkenbaarheid behoudt. De stedenbouwkundige waarde materialiseert zich in de circulatiepatronen (auto- en voetgangerswegen), de perceelstructuur en de overgangen tussen publieke en private ruimte (ommuurde privétuinen), de inplanting van de architecturale volumes (getrapt) en de groenaanleg. De architecturale waarde komt voort uit de homogeniteit, de schaal (laagbouw) en de gevarieerde vorm (zowel silhouet als volumewerking). De 5 woningen uit 1995 (Struikenstraat 1-5, 2-4) maken geen deel uit van het aanlegplan maar verstoren het ook niet.

  • Poperinge, Dienst Ruimtelijke Ordening, dossier 98/[19]70, 29/[19]76, 159/[19]81, 65/[19]93, 149/[19]93, 150/[19]93 & 320/[19]94.
  • Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, Dienst Onroerende Transacties, registratiefiches, SHM 3330, Poperinge, Bellewijk.
  • CHOAY F. 1997: Groep Planning. Verweven als leidraad: 1966-1996, Brugge, 58 & 298.
  • VERMEULEN B. 1995: 75 jaar Bouwmaatschappij "De Mandel" 1920-1995, Roeselare, 86-87.
  • Informatie over groenaanleg verkregen van Herman van den Bossche (18 juli 2016).

Bron     : -
Auteurs :  Vandeweghe, Evert
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Bellewijk [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/302160 (Geraadpleegd op 15-10-2019)