Voormalige pastorie, sinds 1917 dekenij. Gebouwd in 1773 door pastoor Jacobus Vergauwen. Gelegen in een ommuurde ruime rechthoekige tuin met bijgebouwen. Aan de straat en midden tegenover de dekenij: ijzeren toegangshek aan vierkante bakstenen hekpijlers met dekplaat; linker pijler met behouden bekronende siervaas.
Classicistische pastorie van zeven traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (leien, nok parallel met de straat); jaartal 1773 in Romeinse cijfers midden op de fries onder het fronton van de voorgevel. Na oorlogsschade in 1918 gerestaureerd door architect Valentin Vaerwyck (omvang der werken niet bekend). Vier dakkapelletjes daarbij toegevoegd aan de voorzijde van de woning. Bepleisterde en witgeschilderde lijstgevel met symmetrische dubbelhuisopstand. Typerend licht uitspringend middenrisaliet van drie traveeën onder driehoekig fronton waarin een grote oculus met radvormig traceerwerk onder festoen. Rechthoekige vensters omgeven door platte banden. Centrale rondboogdeur in rechthoekige hardstenen omlijsting met spiegelboogvormige profiellijst onder rechte kroonlijst op consoles tussen festoenen. Initialen J V G van de bouwheer in het smeedwerk van het deurbovenlicht. Gelijkaardige achtergevel met dezelfde deuromlijsting, doch voorzien van gevelberaping.
Interieur: twee schouwen in Lodewijk XVI-stijl opgesmukt met stucdecoratie, waarvan één met buste van pastoor J. Vergauwen in medaillon. Originele eiken binnendeuren met typische profielversiering. 18de-eeuwse trap met trappaal in rococostijl.
Links in de voortuin, alleenstaand koetshuis gebouwd tussen 1788 en 1802 door pastoor J. Saey die ook een zogenaamde Engelse tuin liet aanleggen (grosso modo bewaard in de zuidoostelijke helft van de pastorietuin met ovale vijver). Rechthoekige bakstenen constructie van één bouwlaag en vijf traveeën onder zadeldak (pannen, nok loodrecht op de straat). Gewitte voorgevel met onder meer rechthoekige poort; muuropeningen in brede korfboogvormige spaarvelden; verbonden geprofileerde imposten en geprofileerde daklijst.
Rechter zijde van de voortuin begrensd door diverse aaneengebouwde aanhorigheden. Als eerste rechts bij de straat: dienstwoning van drie traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (pannen, nok loodrecht op de straat), uit de tweede helft van de 19de eeuw. Verankerde, bepleisterde en witgeschilderde lijstgevel met rondboogdeur tussen dito vensters, met geprofileerde booglijsten op imposten. Ernaast, hoger opgaand koetshuis van drie traveeën en anderhalve bouwlaag onder lessenaarsdak, waarschijnlijk uit de eerste helft van de 19de eeuw. Rechthoekige poort in het middelste rechthoekig spaarveld onder brede attiek met spiegels. Links ervan, lagere aanbouwen met onduidelijke functie, waarschijnlijk nog deels opklimmend tot de 18de eeuw. Kleine bakstenen puntgevel met vlechtingen aan de achtertuinzijde.
Vlakbij de linker achtergevelhoek van de dekenij: afzonderlijk rechthoekig bakstenen hokje onder leien tentdak met W.C.
Tegen de omheiningsmuur aan de achterzijde van de tuin, in de as van de pastorie en achter het tuingedeelte met rest van zogenaamde Franse tuinaanleg: rechthoekig tuinpaviljoen onder leien mansardedak met oeil-de-boeuf. Roodgeverfde gecementeerde gevels met schijnvoegen en afgeschuinde hoeken.
- DE SMET F., Valentin Vaerwyck. Zijn Werk, Brussel, 1932, p. 77-78.
- RYSERHOVE A., De handboeken van de familie De Neve te Zomergem, in Appeltjes van het Meetjesland, Jaarboek nummer 21, 1970, p. 46-47.