Stedelijke kruidtuin

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Leuven
Deelgemeente Leuven
Straat Kapucijnenvoer
Locatie Kapucijnenvoer 30, Leuven (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Herinventarisatie Leuven (geografische herinventarisatie: 01-01-1997 - 15-02-2010).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als cultuurhistorisch landschap Stedelijke kruidtuin

Deze bescherming is geldig sinds 06-07-1976.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Stedelijke kruidtuin

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Stedelijke kruidtuin: serregebouw
gelegen te Kapucijnenvoer 30 (Leuven)

Deze bescherming is geldig sinds 06-07-1976.

Beschrijving

Historiek

Vanaf 1738 en onder impuls van professor Hendrik Rega (1690-1754) bouwde de universiteit een farmaceutische plantentuin uit, op een terrein gelegen tussen de Dijle en de Voer achter het Huis van Ophem (Minderbroedersstraat nummer 48). Bij de oprichting van de nieuwe staatsuniversiteit onder Nederlands bewind werd de inmiddels te klein geworden kruidtuin verplaatst naar de overzijde van de Kapucijnenvoer op het in 1819 aangekochte terrein van het voormalige kapucijnenklooster (1617-1802). Op de gronden van de eerste kruidtuin werd in 1874 de gemeenteschool voor meisjes nummer 3 gebouwd door stadsarchitect Edouard Lavergne (Kapucijnenvoer nummer 47). Enkel de poort met opschrift Hortus Botanicus (L.B. Dewez, 1771) bleef er bewaard (Minderbroedersstraat nummer 50).

De tweede kruidtuin werd aangelegd door de Leuvense tuinarchitect Guillaume Rosseels (1769-1832), onder leiding van de Duitse botanicus prof. J.F. Adelman. Naar ontwerp van Charles Vander Straeten (1771-1834), hofarchitect van de Prins van Oranje, werden van 1821 tot 1823 het poortgebouw met tuinierswoning, de oranjerie met serres en een omheiningsmuur opgetrokken in een streng classicistische stijl. In 1835 stond de staatsuniversiteit de plantentuin af aan de stad Leuven, sindsdien de "Stedelijke Kruidtuin". De aanleg van de tuin werd in 1838 al aangepast om een grotere plantendiversiteit toe te laten; de symmetrie van de perken aan de voet van de oranjerie verdween hierbij gedeeltelijk. Ook de oranjerie zelf werd herhaaldelijk verbouwd: de oostelijke beuk werd in 1852-53 verhoogd met een beglaasd schilddak en omgevormd tot palmenserre; rond 1903 werden de gebouwen ontpleisterd; en in 1913 werd de middenbeuk naar ontwerp van stadsarchitect Eugène Frische (1850-1919) voorzien van een extra bouwlaag met een register van negen beglaasde muuropeningen tussen gietijzeren zuilen, afgedekt door een typisch vierzijdig gebogen en volledig beglaasd serredak. Deze laatste ingreep - een mooi voorbeeld van 19de-eeuwse ijzer- en glasarchitectuur - werd in 1929 al gedeeltelijk gesloopt en bij de restauratie van 1980-1983 (R. Vandendael) verder verwijderd met het oog op het herstel van het vroeg-19de-eeuws classicistisch geheel. In 1971 was de sierlijke metalen structuur van de rotondes al vervangen door een aluminium structuur; bij de werken van 1980-1983 werd ook de bedaking van de midden- en oostbeuk gelijkaardig opgevat. In 1984 werd de tropische serre (1880) ten oosten van de oranjerie vervangen door een groter exemplaar dat toeliet beter in te spelen op de evoluerende functie van de tuin: van wetenschappelijke kruidentuin naar recreatieve plantentuin. In dezelfde optiek werd de Kruidtuin recent nog uitgebreid met een terrein achter het voormalige Marollenklooster (Kapucijnenvoer 32) waar een fruittuin, en een verzonken tuin met Victoriaanse serre werden ingericht.

Het geheel werd in 1976 beschermd als landschap, het serregebouw als monument.

Beschrijving

Het poortgebouw bevindt zich in de as van de Minderbroedersstraat en is een symmetrisch opgevat volume met een hoger middenrisaliet tussen lagere zijpaviljoenen. Het ontpleisterde gebouw is opgetrokken in baksteen op een zandkalkstenen plint, heeft rechthoekige vensteropeningen met natuurstenen onder- en bovendorpels en zinken schilddaken met houten kroonlijsten op klossen. Typerend is de centrale rondboogpoort die toegang geeft tot de tuin en die wordt geflankeerd door penanten met natuurstenen hoekkettingen onder hoofdgestel en een driehoekig fronton met gekorniste en gekloste omlijsting.

De oranjerie is een sterk horizontaal en strak symmetrisch volume van één bouwlaag en drie beuken op een langgerekt, rechthoekig grondplan. Het bakstenen gebouw heeft een zandkalkstenen sokkel voorafgegaan door trappenpartijen, en wordt afgelijnd door een gekloste lijst van zandkalksteen en een attiek, die een lessenaarsdak verbergt. De hoofdgevel bevat twee symmetrische en licht vooruitgeschoven hoekrisalieten - een reflectie van de driebeukige binnenruimte - afgelijnd door hoekkettingen waartegen volledig beglaasde halve rotondes zijn aangebouwd. Tussen de risalieten is de gevel opengewerkt door negen aaneengesloten rondboogvensters. Verder heeft het gebouw korte zijgevels met in zandkalksteen uitgewerkte deuropeningen volgens Palladiaans motief en een blinde achtergevel.

Het eenvoudige interieur met volgens Palladiaans motief bepleisterde wanden en een gestuct tongewelf bleef slechts bewaard in de westelijke beuk.

Een eenvoudige omheining bestaande uit metalen spijlenhekkens tussen zandkalkstenen pijlers op een hardstenen plint sluit de tuin af van de Kapucijnenvoer. Aan de zijde van de Heilige-Geeststraat wordt de Kruidtuin afgesloten door een vroeg 20ste-eeuwse, op de art deco geïnspireerde bakstenen muur met metalen reling.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Vlaams-Brabant, Archief Monumenten en Landschappen: beschermingsdossier (06.07.1976).
  • DE MAEGD C., Hortus Lovaniensis. Zijn geschiedenis en zijn gebouwen. De restauratie van de oranjerie, in Monumenten en Landschappen, jaargang 3, nummer 4, juli-augustus 1984, p. 6-26.
  • DE MAEGD C., De Kruidtuin, Kapucijnenvoer 30, in Brochure Open Monumentendag 08.09.1996, Leuven, 1996, p. 38-50.
  • LAHAYE P.J., Alles gaat voorbij…maar de kerk blijft staan. Een boek over de opkomst, groei, bloei, ondergang en wederopstanding van verenigingen, scholen, kloosters, bekende figuren...in de Sint Jacobswijk te Leuven, Leuven, 2002, p. 253-256.
  • PEETERS M., Gids voor oud Leuven, Antwerpen, 1983, p. 125-126.
  • SCHILLINGS A., VANWIJNGAERDEN F., Oud en nieuw Leuven, Leuven, 1948, p. 74-75.
  • UYTTENBROECK P., De Leuvense Kruidtuin Kapucijnenvoer 30, in Brochure open Monumentendag 12.09.1993, Leuven, 1993, p. 17-20.
  • UYTTERHOEVEN H., Leuven in oude prentkaarten deel 1, Zaltbommel, 1972, p. 75.
  • UYTTERHOEVEN R., Leuven Weleer. Naar de Biest en tot aan de Westhelling, deel 5, Leuven, 1989, p. 101-102.
  • VANDENDAEL R., Restauratie van de orangerie. Historische nota (onuitgegeven nota), Leuven, 1979.

Bron: Mondelaers Lydie & Verloove Clara i.s.m. Van Roy Diane, Van Damme Marjolijn en Meulemans Katharina. 2009. Inventaris van het bouwkundig erfgoed. Provincie Vlaams-Brabant. Leuven binnenstad. Herinventarisatie. Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. VLB2 (onuitgegeven werkdocument)

Auteurs: Mondelaers, Lydie & Verloove, Claartje

Datum tekst: 2009

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Kapucijnenvoer

Kapucijnenvoer (Leuven)

is gerelateerd aan Toegangspoort tot de voormalige botanische tuin

Minderbroedersstraat zonder nummer, Leuven (Vlaams-Brabant)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.