erfgoedobject

De Gouden Ram

bouwkundig element
ID: 4631   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4631

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed De Gouden Ram
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

  • is aangeduid als beschermd monument De Gouden Ram
    Deze bescherming is geldig sinds 17-07-1981

Beschrijving

Historiek en context

Herenhuis genaamd “De Gouden Ram”, met een traditionele kern en een barokpoort, dat minstens opklimt tot de 17de eeuw. De van oorsprong Nederlandse apotheker Klaas Jan Cupérus (Utrecht, 1769-Antwerpen, 1851), vestigde hier in 1823 een drogisterij en theehandel. In 1819 ingeweken vanuit Utrecht, had hij zich aanvankelijk als drogist aan de Melkmarkt gevestigd. De firma werd later achtereenvolgens geleid door zijn zoon Joannes Hendrik Seije Cupérus (Utrecht 1805-Antwerpen, 1884), en zijn kleinzoon Nicolaas Joannes Cupérus (Antwerpen, 1842-Antwerpen, 1928). Deze laatste is vooral bekend als liberaal politicus en promotor van de turnsport, onder meer door het oprichten van de Gymnastische Volkskring. Als eerste in België importeerde Cupérus & Fils thee rechtstreeks uit China, later ook uit India en Ceylon. Behalve thee, later aangevuld met koffie, cacao, gember, vanille en saffraan, legde de zaak zich ook toe op de verkoop van sier- en gebruiksvoorwerpen uit China en Japan, zoals theepotten en serviezen in porselein, lakwerk, vazen, beeldjes, bronswerk, kamerschermen, bonbonnières, parasols, stores en valiezen in bamboe, popjes en andere snuisterijen. Mede dankzij paviljoenen op de Wereldtentoonstellingen van 1885, 1894 en 1930, ontwikkelde de theehandel Cuperus zich tot een begrip in Antwerpen. Onder leiding van achterkleinzoon Koen Cupérus (Antwerpen, 1901-Florenville, 1953), verhuisde de zaak in 1926 naar de Schoenmarkt, om nog datzelfde jaar te worden overgenomen door Louis Van Es. Deze opende in 1931 een tearoom in de Boerentoren, tegenover de winkel.

”De Gouden Ram”, in oorsprong vermoedelijk een samenstel van twee panden opgetrokken in traditionele bak- en zandsteenbouw, was al in de late 18de of de vroege 19de eeuw in laatclassicistische stijl aangepast met een lijstgevel. Joannes Hendrik Seije Cupérus liet in 1833 gevelaanpassingen uitvoeren, meer bepaald het toevoegen van hardstenen lekdrempels op de insteekverdieping, het vergroten van de vensters op de tweede verdieping, en het inbrengen van een omlijste inkomdeur in de linker travee (opnieuw verbouwd tot venster in 1890). Nicolaas Jan Cupérus bracht in 1895 een smeedijzeren uithangbord aan boven de poort, afkomstig van het Cupéruspaviljoen “In de Sterre”, onderdeel van de wijk “Oud-Antwerpen” op de Wereldtentoonstelling van 1894. Onderdelen van het Chinese interieur van dit paviljoen werden vermoedelijk verwerkt in het winkelinterieur. In 1901-1902 volgde een verbouwing en uitbreiding naar ontwerpen door de architect Michel De Braey voor de gevel, de achterbouw en structurele ingrepen, en schilder-decorateur Henri Verbuecken voor het interieur. Van deze ingreep dateren de huidige, eclectische voorgevel en het mansardedak met belvédère, waarvoor een bouwaanvraag uit 1902. Voor de inrichting van de Japanse zaal, een ruimte met mezzanine en bordestrap die aansluit op de Chinese zaal, en de neotraditionele achterbouw met keuken en wasplaats werd al in 1901 een bouwaanvraag ingediend. De aannemer Victor Merckx-Verellen voerde de werken uit. Een laatste ingreep uit 1925 door de architect Adolphe Van Coppernolle, betrof de verbouwing van de benedenvensters tot twee brede winkelramen (opnieuw hersteld in 1980).

Actief vanaf eind jaren 1880, maakte Michel De Braey omstreeks de eeuwwisseling naam met prestigieuze hotels in diverse neostijlen of landhuizen in cottagestijl. Tot de belangrijkste werken uit deze rijpe fase van zijn loopbaan behoren de neogotische Saint Boniface Anglican Church in de Grétrystraat, het in neorenaissancestijl ontworpen Gemeentehuis van Wijnegem, en zijn eerste eigen woning in beaux-artsstijl aan de Van Putlei. Na de Eerste Wereldoorlog was De Braey nog een vijftal jaar geassocieerd met zijn zoon Jan, alvorens omstreeks 1925 een punt achter zijn carrière te zetten.

Henri Verbuecken leidde een toonaangevend decoratieatelier, in Antwerpen gevestigd sinds 1876, waar onder meer de beeldhouwer Arthur Pierre een tijdlang deel van uitmaakte. Zijn werk wordt gekarakteriseerd door een drang naar exotisme. Dit komt vooral tot uiting in de opdrachten die hij voor de Antwerpse dierentuin uitvoerde. De laatste grote realisatie van de 'peintre-décorateur', was het interieur van het hotel Bamdas-Tolkowski uit 1910-1913 in de Lamorinièrestraat.

Architectuur

Voorname rijwoning met dubbelhuisopstand van zes traveeën, drie bouwlagen en een insteekverdieping, onder een mansardedak (leien). De bepleisterde en beschilderde lijstgevel onderscheidt zich door geblokte penanten, waarvan de afwijkende breedte tussen de twee linker en de vier rechter traveeën is terug te voeren tot de oude kernen. Horizontaal geleed door cordonvormende lekdrempels op platte consoles met rozet, beantwoordt de opstand verder aan een regelmatig ordonnantieschema. Registers van rechthoekige vensters, op de insteek- en eerste verdieping geaccentueerd door gelede sluitstenen met rozet, op beide bovenverdiepingen voorzien van ijzeren parapetten. Het betreft mogelijk aangepaste bol- en kruiskozijnen. De rondboogpoort in de middenas, is gevat in barokke omlijsting uit blauwe hardsteen, te dateren in de 17de eeuw. Het geprofileerde en geblokte beloop met neuten, oren en gelede imposten, wordt geaccentueerd door rozetten en een cartouche met een vergulde ram als sluitsteen. Een geblokt veld met voluten en rozetten in de zwikken vormt de omlijsting, afgewerkt met een gekorniste, gestrekte architraaf en waterlijst. De gevel wordt beëindigd door een houten kroonlijst op klossen en tandlijst, en houten dakkapellen met pilasters, voluutvormige vleugelstukken en een gebroken, gebogen fronton. De centrale dakkapel telt twee traveeën, bekroond door een siervaas in de middenas. Oorspronkelijk had de belvédère een markante, ijzeren vorstkam als afwerking.

Van het winkelinterieur is enkel de Japanse zaal vrij goed bewaard, een dubbelhoge ruimte ontsloten door een monumentale bordestrap met fraaie houten leuning. Houten pijlers met korbelen schragen op beide niveaus het cassettenplafond, dat bovenaan in vakken is verdeeld door bewerkte moerbalken. Het geheel is versierd met donkere, veelkleurige lakwerkpanelen waarop voorstellingen van draken, hanen, vogels, vissen en vlinders. Ook de wanden en deuren droegen oorspronkelijk geajoureerde, lakwerk- of ingelegde panelen. Het zou gaan om origineel vakwerk uit de Edo-periode, dat door de firma Cupérus & Fils per theeschip was geïmporteerd uit Japan. Henri Verbuecken, vriend van Nicolaas Joannes Cupérus, verwerkte deze elementen tot een eigen interieurconcept.

Neotraditionele achterbouw met keuken, pomp- en washuis, van twee bouwlagen op een L-vormige plattegrond. Het gevelfront uit bak- en natuursteen met een arcade en kruiskozijnen, wordt gemarkeerd door een hoektoren met spits en een getrapt dakvenster.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1833#248, 1890#78, 1895#63, 1901#1384, 1902#1142 en 1925#20299; foto FOTO-OF#8335.
  • GRIETEN S. & MACLOT P. 2002: Het aroma van het Verre Oosten. De Antwerpse firma Cupérus als importeur van Chinese en Japanse waren, in GRIETEN S. (red.), Vreemd gebouwd. Westerse en niet-westerse elementen in onze architectuur, Antwerpen, 269-284.
  • VAN SEVEREN E. 2012: Het Verre Oosten aan de Stroom. Antwerpse architectuur en interieurs in chinoiserie- en japonaiseriestijl uit de Nieuwste Tijden, onuitgegeven masterscriptie Artesis Hogeschool Antwerpen, 82-87.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2019


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: De Gouden Ram [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4631 (Geraadpleegd op 15-11-2019)