Parochiekerk Sint-Egidius

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Dendermonde
Deelgemeente Sint-Gillis-bij-Dendermonde
Straat Frans Van Schoorstraat
Locatie Frans Van Schoorstraat 2, Dendermonde (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Dendermonde (geografische inventarisatie: 01-12-1999 - 31-12-2001).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Egidius

Deze bescherming is geldig sinds 04-12-2003.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Sint-Egidiuskerk

Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010.

Beschrijving

De neogotische parochiekerk bevindt zich midden op het vroeger zogenaamde Kerkplein of Groote Plaats van Sint-Gillis-bij-Dendermonde, in de as van de Burgemeester Potiaulaan en op het kruispunt met de Sint-Gillislaan en Heirbaan. Dit rechthoekig plein gevormd door de Frans Van Schoorstraat werd pas tussen 1903-1908 aangelegd gelijktijdig met de bouw van de Sint-Egidiuskerk. De bestaande rijbebouwing met onder meer de gemeenteschool, de herberg de Fontein en de droogschuur Huygels werden voor de aanleg ervan afgebroken.

Sint-Gillis-bij-Dendermonde bezat sinds de 7de of 8ste eeuw een parochiekerk op de Zwijvekekouter waarrond de parochie zich ontwikkelde. De parochiezetel werd in de 13de eeuw overgebracht naar het voormalige Sint-Gillishospitaal binnen de stadsmuren van Dendermonde. Op het grondgebied van Sint-Gillis-bij-Dendermonde was er bijgevolg gedurende enkele eeuwen geen parochiekerk meer. Pas in de 19de eeuw werd de nood aan een eigen kerk door de bevolkingstoename en uitbreiding van de gemeente steeds groter. Door bemiddeling van het gemeentebestuur gaf de bisschop zijn fiat een nieuwe kerk op te richten. Het ontwerp van de Gentse architect Henri Vaerwyck was voltooid in juli 1899. De definitieve toelating voor de oprichting van een hulpkerk kwam bij het koninklijk besluit van 19 augustus 1901. In afwachting van de bouw van de nieuwe kerk werd een houten noodkerk opgericht in de Processiestraat. De eerstesteenlegging vond plaats op 30 augustus 1903, de bouwwerken waren in 1907 voltooid. De kerkwijding werd om ideologische redenen - een liberaal gemeentebestuur - door de bisschop tot 1924 uitgesteld. Naar de plannen van architect Henri Vaerwyck werd na de voltooiing van de kerk circa 1908-1909 ook de nabijgelegen pastorie opgetrokken.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef de Sint-Egidiuskerk niet gespaard. Bij de eerste aanval van de Duitsers op 4 september 1914 op de stad Dendermonde werd de kerktoren beschoten omdat men die verkeerdelijk aanzag voor een uitkijkpost van het Belgische leger. De torennaald werd vernield, de klokken stortten neer en het dak brandde af. De dag later werd er, naar verluidt door Duitse soldaten, in de kerk brand gesticht waarbij de kerkdeuren, het portaal, het doksaal, enkele beelden, twee biechtstoelen, de communiebank en kerkstoelen werden vernield. In 1915 werd de kerk gedeeltelijk hersteld, pas vanaf 1920 werd gestart met de grondige restauratiewerken onder leiding van Valentin Vaerwyck, die omstreeks 1923-1924 voltooid werden. Tevens werden enkele niet gerealiseerde ontwerpen van interieurstukken uitgevoerd. De herstelde kerk werd op 3 september 1924 door bisschop Emiel Seghers opnieuw ingewijd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de kerk gespaard met uitzondering van drie klokken die uit de toren werden geroofd en pas in 1954 werden vervangen. De herstellingswerken beperkten zich de volgende jaren tot het onderhoud van het interieur en het vernieuwen van de daken in 1973-1974. Recent werd er gewerkt aan de toren.

De Sint-Egidiuskerk is een driebeukige basilicale kerk met naar het zuidwesten gericht koor een iets uitspringende vierkante noordoosttoren boven de voorgevel. Rechts van de hoofdingang aangebrachte bronzen gedenkplaat ontworpen door architect H. Vaerwyck en gegraveerd door O. Sinia met opschrift "INT JAAR ONZES HEEREN 1903/ WERD DEZE KERK BEGONNEN/ ONDER HET BESTUUR VAN/ TH. POTIAU BURGEMEESTER/ J. VAN BOGAERT & J. DE BRUYN SCHEPENEN/ P. VAN DER STRAETEN GEM.TESECRETARIS/ A.DE CLERQ, R.HOFMAN, J. DE GEEST/ V. VAN WEYENBERGH, P. VAN ASSCHE/ A. DE PROFT, J. DUERINCK, AL. DUERINCK RAADSLEDEN/ H. VAERWYCK BOUWMEESTER/ J. GOBIN AANNEMER", verwijzend naar de eerste steenlegging en de bouwgeschiedenis van de kerk. De toren wordt ten oosten geflankeerd door een polygonale doopkapel met gedenksteen met opschrift "IN’T JAAR ONZES HEEREN 1923-1924 WERD/ DEZE KERK VERNIELD DOOR DE DUITSCHERS/ HEROPGEBOUWD ONDER HET BESTUUR VAN/ DOKTER ANATOLE DE WITTE BURGEMEESTER/ DÉSIRE RAMLOT & ODILON STRAETMAN SCHEPENEN/ ROBERT VAN DER STRAETEN GEMEENTESECRETARIS/ THEOPHIEL POTIAU, PIETER CASSIMAN/ LOUIS VAN DAMME, CAMIEL VAN DEN BERGHE/ HIP. VAN HOEYMISSEN, GUST. VAN DEN ABBEELE/ CYRIEL MICHEM, BAZIEL DE COCK AADSLEDEN/ RENÉ NUTTINCK PASTOOR/ VALENTIN VAERWYCK BOUWKUNDIGE/ RAYMOND PEETERS AANNEMER", sinds 1968 omgevormd tot rouwkapel.

De middenbeuk van de kerk telt zes traveeën, de zijbeuken vijf met voorts een uitspringend transept van twee traveeën diep en drie breed waarin zijkapellen ondergebracht zijn. Het koor heeft een zevenzijdige sluiting. Ten zuiden van de zuidoostelijke transeptarm vertoont de kerk een uitbouw in L-vorm die als sacristie dienst doet.

De kerk is voornamelijk opgetrokken uit baksteen op een sokkel van breuksteen onder afdekkende snijdende leien zadeldaken verfraaid met in twee rijen opgestelde dakkapellen. Volgens fotomateriaal en archiefgegevens telde de kerk oorspronkelijk minder dakkapellen. Het aantal werd bij de restauratie in de jaren 1920 vermeerderd. De zijbeuken zijn afgedekt door een laag lessenaarsdak en de kruising is gemarkeerd door een met leien beklede opengewerkte kruisingstoren met sierkruis.

De massieve vierkante noordoostelijke toren telt vier geledingen en een bekronende balustrade boven een omlopende bogenfries. De opvallende naaldspits met hogels en verguld torenuurwerk heeft vier flankeertorentjes op de hoeken. De toren wordt voorts gesteund door zware hoeksteunberen in het verlengde van de zijden en heeft in de noordwestelijke oksel een traptorentje tot de derde geleding. Het rijkelijk versierde spitsboogportaal bezit een mozaïekdecoratie in het boogveld met de voorstelling van "De Verheerlijkte Christus". Een gelijkaardig portaal met mozaïekversiering in het boogveld met voorstelling van respectievelijk "Onze-Lieve-Vrouw als Moeder Gods" en "Sint-Eligius" treft men in beide transeptarmen aan. Het houtwerk met siersmeedwerk in de portaaldeuren werd uitgevoerd in neogotische stijl. Voorts bezit de toren een spitsbogig bovenvenster met neogotische tracering, een blind drielicht met kleine luiken en spitsboogvormige galmgaten met galmborden in de klokkenkamer.

De gevels van de zijbeuken zijn geritmeerd door steunberen en eenvoudige spitsboognissen met drielichten met glas-in-loodramen onder een dito druiplijst. Het geheel is verlevendigd door een aflijnend baksteenfriesje. De hoge uitspringende transeptarmen eindigen op uitgewerkte puntgevels tussen zware steunberen met aan weerszijden aanleunende ruimten onder een lager lessenaarsdak met aan de noordzijde twee zijportalen met mozaïekversiering. Het transept is voorzien van een groot centraal spitsbogig venster met gotische tracering en een drielicht met twee blinde vensters in de geveltop. Het zevenzijdig hoogkoor is eveneens geritmeerd door spitsboogvensters met drielicht en lancetvensters van elkaar gescheiden door versneden steunberen. In de buitenmuur van de apsis bevindt zich een gevelsteen met opschrift "ANNO DOMINI MDCCCCIII" ter herinnering aan de bouw van de kerk.

Interieur. Het in neogotische stijl uitgevoerde interieur dateert constructief uit 1903-1906 en vormt een harmonieus geheel met de art-decogetinte inbreng (zie beschilderingen op doek) uit 1923-24. In het interieur werden verschillende materiaalsoorten waaronder blauwe hardsteen, onbepleisterde en bepleisterde baksteen afwisselend gebruikt om een contrasterend effect te creëren.

Het betreft een basilicale ruimte met drieledige opstand en spitsboogarcade op blauw hardstenen zuilen met achthoekige geprofileerde sokkel en knoppenkapiteel, schijntriforium met siersmeedwerk met lobversiering en bovenlichten onder spitsbogige bovenlichten. De kruising wordt gedragen door vier bakstenen pijlers op een blauw hardstenen sokkel. De overwelving van het middenschip en de beuken bestaat uit bakstenen kruisribgewelven met natuurstenen geprofileerde ribben op gebundelde diensten op kapiteeltjes. In dezelfde materialen werd een straalgewelf in het hoogkoor uitgewerkt. De wandafwerking beperkt zich tot hoge houten lambriseringen en deels vlak bepleisterde beschilderde wanden met uitzondering van het hoogkoor en transept. Dit werd voorzien van vrij gelegde, beschilderingen op doek in art-decostijl wellicht uit 1923-24, zeer waarschijnlijk van de firma Leon Bressers die de binnenschilderwerken voor haar rekening nam. Het transept werd verfraaid met gestileerde engelenfiguren met symbolen in de hand en de voorstelling van de vier evangelisten in de boogzwikken. In het hoogkoor werden engelen in de boogzwikken geschilderd. De sjabloonschilderingen in het middenschip uit dezelfde periode werden nog niet vrijgelegd.

Een gedeelte van de zuidoostelijke zijkapel met zijaltaren gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw en de Heilige Egidius werd omgevormd tot bidkapel (of winterkapel) en van de kerk afgescheiden door een glazen wand. Deze kapel geeft toegang tot de achterliggende vrijstaande sacristie. De zijkapel ten zuidwesten gewijd aan de Heilige Jozef en Sint-Antonius bleef ongewijzigd.

De aankleding van de kerk werd in verschillende fasen door middel van schenkingen en gespreide aankopen gerealiseerd. Sommige geplande werken werden pas na de Eerste Wereldoorlog uitgevoerd. Rond de jaren 1920 werden ook verscheidene tijdens de oorlog vernielde objecten naar oorspronkelijk ontwerp en meestal door dezelfde ateliers hermaakt, waardoor de eenheid van stijl behouden bleef. Het merendeel van de kunstwerken werd vervaardigd in de ateliers of door oud-leerlingen van het Sint-Lucasinstituut te Gent in neogotische stijl. Beeldhouwer Remi Rooms (1861-1934), die eerder traditioneel neogotisch meubilair ontwierp, nam het leeuwendeel van de ontwerpen voor zijn rekening.

Het hoogkoor telt drie figuratieve glasramen afkomstig uit het atelier Spreters (Laken) van 1924 met de voorstelling van Onze-Lieve-Vrouw, Heilig Hart van Jezus en Heilige Jozef. De glasramen werden circa 1924 geplaatst maar waren al in 1913-1914 gepland.

De glasramen in de zijbeuken werden aangekocht bij Achiel Ysabie in 1908-1910 en dragen taferelen die naar de patroonheiligen van de zijkapellen verwijzen. In de zuidwestelijke transeptarm en de noordwestelijke zijbeuk treft men een hedendaags glaswerk aan naar ontwerp van H. Van de Perre. De beuken en het middenschip zijn verlicht met ongekleurd glas.

Mobilair. Beeldhouwwerk: In de muren van de zijbeuken bevinden zich de reliëfs met de staties van de Kruisweg en Zeven Weeën van Maria, aangekocht in 1908-1909 in het atelier van beeldhouwer Aloïs de Beule. Eveneens in de zijbeuken werden neogotische gepolychromeerde houten heiligenbeelden op houten sokkels geplaatst, uit het atelier Léon Bressers, namelijk in de linkerzijbeuk: Sint-Antonius van Padua (1921), Heilige Jozef en Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes (1905); in de rechterzijbeuk: Heilige Theresia van Lisieux (1926) en Heilige Egidius (1930). Tegen het houten tochtportaal in de noordoostelijke transeptarm staat de Heilige Familie op een brede beschilderde sokkel (datum en ontwerper niet bekend). In de transeptarmen, twee gepolychromeerde houten beelden van Onze-Lieve-Vrouw en van het Heilig Hart onder een neogotisch houten baldakijn uit het atelier van Mathias Zens uit 1911.

Meubilair, ontworpen door architect H. Vaerwyck en uitgevoerd door kunstenaarsateliers uit het Gentse. Het neogotische hoofdaltaar in witte Echaillonsteen, marmer en Petit granit werd gemaakt door het atelier van Remi Rooms tussen 1907-1912. In de nissen van het retabel: sculpturale voorstelling van Calvarie tussen de twaalf apostelen. Het centrale tabernakel in verguld koper naar ontwerp van Felix Stockman werd uitgewerkt door Maurits Gheeraert en dateert van 1910-1913. De altaartafel rust op fijne zuiltjes in petit granit. De neogotische zijaltaren, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Egidius, Heilige Jozef en Sint-Antonius, werden eveneens tussen 1907-1912 door Remi Rooms vervaardigd. De altaarretabels zijn eveneens van witte Echaillonsteen. Ze dragen in reliëf de voorstelling van de vernoemde patroonheiligen onder gotische baldakijnen met aan weerszijden een tafereel uit hun leven.

Het koorgestoelte met diverse heiligenafbeeldingen op de rugzijde en de knielbank is eveneens van de hand van Remi Rooms, ontworpen tussen 1912-1915, maar pas in 1924 geplaatst. De neogotische communiebank vervaardigd door Leopold Blanchaert in 1908-1911 en circa 1920 aangevuld met panelen door de firma Jos. Blanchaert werd gedeeltelijk ontmanteld, een gedeelte werd verwerkt in de zijkoorafsluiting, in het antependium van het nieuwe altaar en in de lezenaar. De neogotische preekstoel tegen de vieringpijler werd samen met de altaren in 1907-1912 geleverd door het atelier van Remi Rooms. De preekstoel in ambo-vorm werd vervaardigd in witte marmer. Op de kuip werden vijf taferelen in hoogreliëf met voorstellingen in verband met de prediking van het geloof: "Mozes met stenen tafelen", "Prediking van Johannes de Doper", "De Verheerlijkte Christus" met symbolen van de evangelisten, "De opwekking van Lazarus" en de "Overhandiging van de sleutel aan Petrus" uitgehouwen. De kuip rust op een kolom geflankeerd door zes kleinere zuiltjes met bladkapitelen. De borstwering en trapleuning werden in gesmeed ijzer uitgevoerd. Vier neogotische biechtstoelen in eikenhout die per twee in de transeptarmen werden geplaatst. De oorspronkelijke inde zuidwestelijke transeptarm werden wellicht door het atelier van Albert-Jozef Van Sinaeve omstreeks 1907 uitgevoerd. Twee biechtstoelen werden na de Eerste Wereldoorlog vervangen door twee exemplaren uit het atelier Sinaeve-Dhont circa 1921 (zuidoostelijke transeptarm), volgens fotorepertorium van het KIK echter van Remi Rooms, circa 1925.

Het orgel onder het torengewelf van de gebroeders Daem (Appelterre) werd ingewijd op 25 juli 1926 door E.H. Jozef De Cock.

Tussen het oorspronkelijke en het nieuwe altaar uit 1964 werd de doopvont geplaatst. Deze wordt toegeschreven aan Oscar Sinia (Gent), vervaardigd uit blauwe hardsteen en diverse marmersoorten; het koperen deksel met Jezusmonogram is van Maurits Gheeraert.

  • Archief Administratie Monumenten en Landschappen Brussel, Plannenfonds Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, provincie Oost-Vlaanderen, Dendermonde, Sint-Gillis-bij-Dendermonde, (ontwerpen meubilair).
  • BOVYN M. 1983: Oud Sint-Gillis-bij-Dendermonde, Gedenkschriften van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, Buitengewone uitgaven nr. 27, Jaarboek 1982.
  • COOSEMANS E. & STROOBANTS A. 1987: 200 jaar textielnijverheid te Dendermonde 1787-1987, Dendermonde.
  • DE BROUWER J. 1977: Dendermonde – Sint-Gillis Buiten, 75 jaar parochie, 70 jaar kerk, Dendermonde.
  • STROOBANTS A. 1992: Sint-Gillis-bij-Dendermonde Sint-Egidiuskerk, Dendermonde.
  • VERSCHRAEGEN H. 1982: Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Dendermonde, Brussel, 59-61.

Bron: Bogaert C. , Duchêne H. , Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Duchêne, Helena & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 2001

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sint-Gillis-bij-Dendermonde

Sint-Gillis-bij-Dendermonde (Dendermonde)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.