Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart en kerkhof

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Sint-Laureins
Deelgemeente Watervliet
Straat Stee
Locatie Stee zonder nummer, Sint-Laureins (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Sint-Laureins (adrescontroles: 06-05-2008 - 07-05-2008).
  • Inventarisatie Sint-Laureins (geografische inventarisatie: 01-05-2003 - 31-08-2003).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart en kerkhof

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart
gelegen te Stee zonder nummer (Sint-Laureins)

Deze bescherming is geldig sinds 05-11-1974.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Dorpskom Watervliet

Deze bescherming is geldig sinds 17-10-1986.

Beschrijving

Beschermd als monument bij Koninklijk Besluit van 05.11.1974. Imposante laatgotische kerk met dominante neogotische toren, ingeplant te midden van het grotendeels ommuurd rechthoekig kerkhof in de noordoosthoek van het dorpsplein. In het westen, aan het Stee, wordt het kerkhof afgesloten door een ijzeren hekken op lage bakstenen voet tussen gemetste pijlers. Twee hardstenen pijlers met dekplaat en vaasmotief in de as van het portaal en enkele nieuwe stoeppaaltjes lijnen het voorplein van de kerk af.

De eerste vermelding van een kerk in het oude Watervliet, dat eind 14de eeuw volledig overstroomde en verdween, werd teruggevonden in een charter van 1226. De kerk was afhankelijk van het bisdom Doornik. Het patronaat behoorde toe aan Boudewijn Van Praet, die het in datzelfde jaar schonk aan de Gentse Sint-Pietersabdij. De huidige kerk werd gebouwd in 1501 na de indijking van de Sint-Christoffelpolder op initiatief van Hiëronymus Lauwerijn, stichter en heer van het nieuwe Watervliet. In 1503 verkreeg hij de tiende van de kerk waarvan hij 1/3 mocht gebruiken voor de versiering en onderhoud van de kerk, 1/3 voor het betalen van de pastoor en 1/3 voor het onderhoud van de armen. Na een proces van de Sint-Pietersabdij en het kapittel van Doornik, de vroegere tiendheffers, tegen de heren van Watervliet, werd in 1512 pas de helft van de tiende opnieuw aan de vroegere tiendheffers toegestaan.

Eerste wijding van de kerk op 11 april 1503 en erkenning van de oprichting van de parochie door de bisschop van Doornik. Overeenkomstig zijn testament werd Hiëronymus Lauwerijn in 1509 in het koor begraven. Zijn beschilderde grafkelder werd in 1893 teruggevonden; de schilderingen aan de binnenwanden werden opgetekend door F. Coppejans. De fragmenten van de grafsteen van het oorspronkelijke praalgraf, vernietigd tijdens de Franse periode, werden bij elkaar gebracht en aangevuld en in de kooromgang geplaatst.

Volgens archiefdocumenten van 1559-61 hadden herstellingen plaats aan het "klokhuis". In de loop van de 17de eeuw werd belangrijk mobilair aangekocht zoals het koorgestoelte (1643), het doksaal, portaal en orgel(1643-49) en het hoogaltaar (1652-55) en hadden grote werkzaamheden plaats zoals het overwelven van de middenbeuk en waarschijnlijk de hele kerk in 1666. De vensteromlijstingen van de middenbeuk en het koor dateren vermoedelijk uit dezelfde periode. Begin 18de eeuw werd het mobilair aangevuld met twee nieuwe zijaltaren, de imposante preekstoel van 1726 en een nieuwe communiebank. In 1757 vernielde een brand het dak en het vroegere kruisingstorentje. In 1758 had de aanbesteding voor de herstellingen plaats. Vermoedelijk in de 18de eeuw ook werden de kapitelen ontdaan van het laatgotische loofwerk. In 1828 werd een nieuw houten torentje op vierkante basis onder klokvormige dakje op de nok van het schip geplaatst. Dit torentje verdween bij de eind 19de–eeuwse restauratie. De kerkvloer werd in 1857 vernieuwd (confer gedenksteen onder preekstoel) en een deel oude grafzerken in de buitenmuren ingewerkt.

De grondige restauratiecampagne had plaats in 1891-93 onder leiding van architect August Van Assche, uitgevoerd door aannemer V. Reychler (cf gedenkplaat in torenportaal) waarbij een nieuwe westtoren gebouwd werd op de zuidwesthoek, een deel van het baksteenparement vernieuwd werd en de venstertraceringen terug aangebracht. Zware oorlogsschade in 1944 waarbij onder meer de torenspits en de doopkapel volledig vernield werden, en de daken, vensters en enkele gewelven zwaar beschadigd werden. Restauratie in 1954 onder leiding van architect H. Vaerwyck, uitgevoerd door ondernemer C. d'Hont (confer gedenkplaat in torenportaal). Herstelling van de glasramen in de kooromgang in 1954 door G. Delodder, in de Heilige Sacramentskapel door Los (Dendermonde) in 1955, nieuwe grisailles door M. Martens in 1970 en herstellen van het meubilair door A. d’Havé (Eeklo) in 1970. Nieuwe grove herstellingen in de periode 1979-85 onder leiding van architect L. Cromheecke (Maldegem).

De plattegrond ontvouwt een driebeukige basilicale kruiskerk met schip van vier traveeën met ruime middenbeuk en smallere zijbeuken, met in de noordelijke zijbeuk half ingewerkte achtzijdige traptoren en aan de zuidhoek palende vierkante toren met erachter de doopkapel, transeptarmen van één travee met rechte sluiting en koor van twee traveeën met vijfzijdige apsis, kooromgang en vijfzijdige askapel. Oude sacristie en recentere annex in het zuiden en een berging in het noorden in de oksels met het koor.

Opgetrokken uit baksteen, oorspronkelijk van zeer klein formaat, en zandsteen voor de bovengeleding van het schip met traptorentje en het koor, voor de plint, hoekkettingen, vensteromlijstingen en traceringen en waterlijsten. Schip en koor afgedekt met één groot leien zadeldak, zijbeuken en kooromgang onder leien lessenaarsdaken en transepten onder leien zadeldaken.

Westgevel met hoge puntgevel met tudorboogvormig portaal en groot spitsboogvenster met vernieuwde gotische tracering en vierpasvenstertje in ronde nis in de topgevel. Links, deels voor de zijbeuk uitspringend traptorentje op achtzijdige plattegrond met vier geledingen, schaars verlicht door schietgaten, en boven de middenbeuk uitstekende geleding en leien tentdak; rechts smalle zijbeuk met in 1891 toegevoegd spitsboogvenster. Rechts aansluitende imposante neogotische westtoren op vierkante plattegrond, met vier naar boven toe verjongende geledingen, doorbroken door spitsboogvensters en gestut door dubbele, versneden steunberen en klokkenkamer met gekoppelde. Galmgaten onder de hoge ingesnoerde, thans achtzijdige naaldspits.

Zijbeuken en kooromgang geleed door versneden steunberen waartussen spitsboogvensters met laatgotische tracering en gelijkaardige bovenlichten. Talrijke grafstenen, afkomstig uit de kerk in de muren ingewerkt. Transeptarmen met rechte sluiting, afgewerkt met puntgevels en doorbroken door een hoog spitsboogvenster met drieledige tracering, aan de zuidzijde met aanleunende sacristie met twee bouwlagen, met vierkante venstertjes onder omlopende waterlijst.

Laatst herschilderd in 1994 in beige tinten, voorheen onder meer met veelkleurige medaillons met apostelfiguren en banderollen met teksten, van 1910 uitgevoerd door J. Janssens. Spitsboogvormige scheibogen op bepleisterde zuilen, thans met Toscaans kapiteel, twee restanten van originele koolbladkapitelen bleven bewaard achter het hoogaltaar en het doksaal, op hoge achtzijdige, thans met marmerplaten bezette sokkels. Overwelving met kruisribgewelven gedragen door gegroefde consoles met bladmotief. Vensters van zijbeuken en de kooromgang gevat in spitsboognissen, afgewerkt met een rollijst. Bovenlichten van het koor en schip gevat in geprofileerde omlijsting met oren en bekronende gebogen druiplijst. Nieuwe wit- en zwartmarmeren vloer, gedateerd 1954 onder de preekstoel, naast de bewaarde "eerste steen" van de vloer, geplaatst door pastoor P.J. Ameye op 6 mei 1857.

Sacristiedeur in wit- en zwartmarmeren omlijsting met compostietkapitelen en hoofdgestel met sluitsteen en engelenhoofdje. Sacristie met gepleisterd kruisgewelf en bewaarde gotische haard.

Mobilair: Schilderijen: "De Nood Gods", triptiek op hout, door de meester van Watervliet, circa 1515, vermoedelijk geschonken door H. Lauwerijn voor het hoofdaltaar, gerestaureerd in 1627 door David Noveliers, door Pieter de Wynter in 1665-66, door Louis Lampe in 1898, door het KIK in 1954-56 en in 1966-67; triptiek van Onze-Lieve-Vrouw, zijpanelen door Simon Pieters, voor 1548-49, middenpaneel door P. Aelman van 1938; "Sint-Sebastiaan", triptiek door Joos De Laval (Brugge), 1553; "Maria Tenhemelopneming" doek door Gaspard De Craeyer, 1652-55, op het hoogaltaar; "Graflegging" naar Caravaggio, 17de eeuw; twee Landschappen met bijbelse taferelen, door J. de Momper (1564-1635), twee toegeschreven aan Jacques d’Arthois, 17de eeuw; "Verheerlijking van de Heilige Eucharistie", doek door J. De Mangeler, 1697; de "Opdracht van Maria in de Tempel", door J. de Moriau, 1712; de "Marteling van S. Sebastiaan", door H. Dugardyn (?), doek, 18de eeuw; "Madonna met Jezus en Johannes in bloemenkrans", van D. Seghers, doek, eerste helft 17de eeuw; "Jezus aan het kruis, met Maria Magdalena", doek, 17de eeuw; "Marteldood van de H. Sebastiaan", doek, 17de eeuw; "O.-L.-Vrouw van Smarten", doek, 17de eeuw; "Mystiek huwelijk van de H. Catharina", doek, 17de eeuw. Beeldhouwwerk: Beeldengroep "Opvoeding van Maria", gepolychromeerd hout, 17de eeuw (?); in doopkapel; Heilige Carolus Borromeus en Heilige Johannes Nepomucenus, witgeschilderd hout, eerste helft 18de eeuw, op hoge zwart- en witgeschilderde sokkel met rocaillecartouches, links en rechts in het koor; beelden van Heilige Jozef, Heilig Hart en Heilige Antonius met Kind, op sokkel. Gepolychromeerde beeldengroep van Heilige Familie, Aangekleed processiebeeld van Onze-Lieve-Vrouw onder baldakijn.

Zeer rijk, voornamelijk 17de- en 18de–eeuws meubilair: Hoofdaltaar door Lucas Faydherbe, 1652-55, portiekaltaar van wit en zwart marmer met getorseerde zuilen met Korinthisch kapiteel, attiekbekroning met cartouche, flankerende engelenbeelden en een zittend beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind Jezus op het topstuk. Altaar van Onze-Lieve-Vrouw, in noordelijk transept, laatbarok portiekaltaar uit begin 18de eeuw, (met schilderij van 1712) van geschilderd en verguld hout met Korinthische zuilen en Kroning van Maria in hoogreliëf in de bekroning, gerestaureerd in 1970 door A. D'Havè. Altaar van Sint-Sebastiaan, in zuidelijk transept, gelijkaardig portiekaltaar van 1731 door H. en A. Pulinx, met in de bekroning de voorstelling van Sint-Sebastiaan, gerestaureerd in 1970 door A. D'Havè. Altaar in de askapel, door atelier Rooms (Gent), grijze steen en marmer, van 1893. Koorbanken door Jacques Sauvage, gedateerd 1643, eikenhouten gesculpteerde banken tussen koor en kooromgang, in late renaissancestijl. Communiebank, van 1723-27, door H. Pulinx, gesculpteerd eikenhout. Preekstoel, op de voet achteraan gesigneerd en gedateerd "H. Pulinx fecit 1726", rijkelijk gesculpteerd eikenhout met op het voetstuk beeld van Heilige Hiëronymus, patroonheilige van de stichter, kuip met scènes van het Laatste Oordeel, dubbele trap met rijkelijke opengewerkte leuningen met loofwerk en engeltjes en klankbord met baldakijn, zwevende engeltjes, erboven een kruis met engeltjes op wolkenbank, omringend neogotische hekwerk. Portaal door J. Sauvage, gedateerd 1649, in late renaissancestijl, eikenhout, rijkelijk gesculpteerd. Doksaal van 1645-46 door J. Sauvage en orgel, van 1643, van de Brugse orgelbouwer Boudewijn Ledon, gerestaureerd door de gebroeders Van Peteghem in 1764, door E. Lovaert in 1869 en de firma Loncke in 1968, in rijkelijk laat renaissancestijl, orgelfront versierd met cartouches, cherubs, loofwerk, hermen, maskers en saters, midden in de borstwering met rugpositief of herhaling van de compositie van orgel in het klein. Glasramen in kooromgang door J. Dobbelaere, van Brugge, eind 19de eeuw, hersteld door G. Delodder (Brugge) in 1954, één met opschrift: "D.D. Verbaere, pastor", één met opschrift "J.M. fundatorum ecclesiae P. Pannekoek pastor" met voorstelling van de kerk voor de restauratie van 1893. Glasramen transept met opschriften: "Pieter De Dobbelaere" en "familie De Dobbelaere" Vijf glasramen in bovenlichten van de koorsluiting. Vijf figuratieve glasramen in de Heilige Sacramentskapel, gesigneerd "Los, Dendermonde" van 1955. Grafstenen: in de kooromgang, praalgrafsteen met voorstelling van H. Lauwerijn en zijn echtgenote, van 1509, grotendeels gereconstrueerd; grafsteen van Margaretha Stommelinckx, weldoenster van het Willemietenklooster, van 1351, afkomstig van de kloosterkerk. In de vloer van het koor, witmarmeren grafsteen van Adriaan Witooghe (1510) en steen met opschrift "Hic Lauwerin" die de locatie van de grafkelder aangeeft. Heilig Graf in rondboognis achter hoogaltaar. Aan de buitenmuren: in de westgevel, links van de ingang, van Marie Theresia Van Hecke, echtgenote van J.-B. Antheunis (1710); monumentale grafsteen van Angeline de Massiet, vrouwe van Watervliet, 1778, blauwe hardsteen met wapenschilden van de familie Veranneman-de Massiet en haar voorgeslacht.

Ommuurd en voorheen ook omgracht kerkhof met ten noorden, naast een toegangshek, in de ommuring opgenomen voormalig dodenhuisje, thans berging, uit eind 19de eeuw (?). Bakstenen constructie van twee traveeën onder leien zadeldak tussen aandaken en aansluitend schilddak boven de toegangstravee met korfboogdeurtje en afgeschuinde hoekpilasters. Getoogde spaarvelden in de omheiningmuur en in linkerzijgevel, doorbroken met getoogde vensters.

Ten zuiden naast de toren, mooie Treureik (Quercus robur Pendula) met een stamomtrek van 195 cm op 1.50 m hoogte. Verderop, gedenkplaat met namen van de oorlogsslachtoffers 1940-1945 en een reeks identieke betonnen kruisjes die de graven aangeven.

  • Rijksarchief Gent, Watervliet-kerk, nr. 158-244, kerkrekeningen.
  • Rijksuniversiteit Gent, Kaarten en plannen, Watervliet, O.-L.-Vrouwkerk.
  • DE PAEPE J., Heerlijk Watervliet, Watervliet, 1987, p. 118-150.
  • DE PAEPE J., Watervliet, koningswens en ridderdroom, 500-2000, Eeklo, 1999, p. 152-190.
  • DE POTTER F. & BROECKAERT J., Geschiedenis van de gemeenten der Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Eeklo, derde deel, Gent, 1870-1872, p. 38-58.
  • DHANENS E. 1956: Kanton Kaprijke. Bassevelde, Kaprijke, Lembeke, Oost-Eeklo, Sint-Jan-in-Eremo, Sinte-Margriete, Waterland-Oudeman, Watervliet, Inventaris van het Kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen 2, Gent, 109-160.
  • VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Eeklo, Brussel, 1977, p. 73-82.

Bron: -

Auteurs: Bogaert, Chris & Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 2003

Relaties

maakt deel uit van Dorpskom Watervliet

Calusstraat, Ketterijstraat, Kloosterstraat, Molenstraat, Stee, Veldstraat (Sint-Laureins)

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Stee

Stee (Sint-Laureins)

is gerelateerd aan Treureik kerkhof Watervliet

Stee zonder nummer (Sint-Laureins)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.