erfgoedobject

Stedelijke Kindertuin 21

bouwkundig element
ID: 6805   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6805

Juridische gevolgen

Beschrijving

Stedelijke kleuterschool in beaux-artsstijl naar een ontwerp door stadsbouwmeester Alexis Van Mechelen uit 1913-1914, opgetrokken in 1922-1925 onder leiding van zijn opvolger Emiel Van Averbeke.

Historiek en context

De Stedelijke Kindertuin 21 maakte deel uit van een groter bouwproject dat ook het Stedelijk Onderwijsgesticht voor Meisjes 3 omvatte. Het L-vormige grondstuk gelegen tussen Grétrystraat en Lamorinièrestraat werd al in 1911 door de stad Antwerpen verworven. Stadsbouwmeester Alexis Van Mechelen tekende in mei 1913 het voorontwerp en in februari 1914 de definitieve plannen voor het omvangrijke schoolcomplex, maar vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd de bouw opgeschort. Emiel Van Averbeke, die de in 1919 overleden Van Mechelen was opgevolgd, nam het project datzelfde jaar opnieuw ter hand. Op basis van een geactualiseerd lastenboek, werd daarbij integraal teruggegrepen naar het ontwerp van 1914. De werken werden bij openbare aanbesteding van 27 april 1922 voor een bedrag van 2.285.183 Belgische frank toegewezen aan de aannemer Victor Merckx-Verellen. Als eerste opende de kleuterschool haar deuren in 1925, gevolgd door de meisjesschool in 1926. Beide instellingen behoorden tot het betalende stedelijk onderwijsnet.

Alexis Van Mechelen, stads(hoofd)bouwmeester van 1902 tot zijn overlijden in 1919, is vooral bekend van de Opera aan de Frankrijklei en de Stadsfeestzaal op de Meir die hij in de jaren 1900 realiseerde. Deze gebouwen kenmerken zich door een monumentaal eclecticisme onder invloed van de beaux-artsstijl. Tijdens zijn ambtsperiode ontwierp hij een tiental schoolcomplexen zowel in eclectische (Kasteelstraat) als in neo-Vlaamserenaissance-stijl (Grotehondstraat). Andere projecten van Van Mechelen die postuum werden gerealiseerd, zijn de lagere Stedelijke Jongensschool in de Lange Ridderstraat ontworpen in 1912-1919 en opgetrokken vanaf 1923, en de lagere Stedelijke Meisjesschool 22 met badhuis in de Speerstraat in 1919 kort voor zijn overlijden ontworpen en voltooid in 1927.

Architectuur

De kleuterschool omvat een voorbouw aan de straat en een L-vormige klassenvleugel, met tussen beide een beboomde speelplaats met luifels uit ijzer en glas. Beide gebouwen tellen twee bouwlagen, de voorbouw onder een mansardedak, de klassenvleugel onder een zadeldak met bovenlichten voor het hoofdvolume en een plat dak voor de aanbouw. Het complex is achteraan door een tuin gescheiden van de meisjesschool in de Lamorinièrestraat.

De straatgevel van de vijf traveeën brede voorbouw, heeft een parement uit witte natuursteen met gebruik van blauwe hardsteen voor de kwarthol geprofileerde plint en leien als dakbedekking. Symmetrisch van opzet en geritmeerd door kolossale pilasters, legt de compositie de klemtoon op het brede middenrisaliet. Dit laatste wordt gemarkeerd door het portaal omlijst door een entablement op pilasters, en bekroond door een dakkapel met klauwstukken en gebogen fronton. Typische medaillons met strik en guirlandes op de pilasters en een rankwerkfries op de borstwering accentueren de eerste verdieping. Verder is de opstand opgebouwd uit registers van rechthoekige vensters, met als gevelbeëindiging een klassiek hoofdgestel met architraaf en gekorniste houten kroonlijst op klossen. De smeedijzeren inkomdeur is bewaard, evenals het houten schrijnwerk van de guillotinevensters en de dakkapellen met gebogen waterlijst.

De achtergevel van de voorbouw, waarin het trappenhuis zich onderscheidt, en de voor- en achtergevel van de klassenvleugel beantwoorden aan hetzelfde materiaalgebruik en ordonnantieschema, geritmeerd door kolossale pilasters, met registers van rechthoekige muuropeningen en een klassiek hoofdgestel. De klassenvleugel heeft een kwartronde uitbouw in de oksel van hoofdvolume en aanbouw, overeenstemmend met de traphal. De naar de tuin gerichte zuidelijke zijgevel, wordt geritmeerd door kolossale rondbooglisenen met waterlijst. Behouden schrijnwerk.

Volgens de bouwplannen biedt de plattegrond van de voorbouw op de begane grond ruimte aan de centrale vestibule met haaks aansluitende traphal, links geflankeerd door de portiersloge en het kantoor van de directeur, rechts door de eetkamer van de directeurswoning. Op de eerste verdieping bevinden zich een 'magazijn', een keuken en wasplaats, en op de tweede verdieping vier slaapkamers. De klassenvleugel omvat op begane grond en eerste verdieping van het hoofdvolume telkens twee klaslokalen en twee speelzalen, ontsloten door een centrale vestibule en ruime traphal, beide met bovenlichten; zolder onder het dak. De aanbouw herbergt het sanitair en de keuken.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier MA#83912 en 868#317, plannen 326#22450, DWG#6189, 697#4986-4987, 697#4989-4990 en 94#5284-5290.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Stedelijke Kindertuin 21 [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6805 (Geraadpleegd op 19-11-2019)