erfgoedobject

Gevarieerde huizenrij van Ernest Dieltiëns

bouwkundig element
ID: 7218   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7218

Juridische gevolgen

Beschrijving

Het gedeelte van de Lange Van Ruusbroecstraat tussen de Ram- en de Grotebeerstraat wordt aan de even kant van de straat volledig ingenomen door een gevarieerde rij burgerhuizen die architect Ernest Dieltiëns ontwierp in 1888 in opdracht van de "Naamloze Maatschappij voor het bouwen van burgerhuizen".

De in 1886 opgerichte "Société anonyme pour la construction de maisons bourgeoises" had als doel de woningbouw in Zurenborg te organiseren en nam daarvoor verschillende architecten onder de arm om reeksen huizen te bouwen in de gewenste stijl. Dit ensemble van Dieltiens kan als een typisch voorbeeld beschouwd worden van de stijlencombinatie die men voor Zurenborg nastreefde, en waarin neoclassicisme met neorenaissance wordt afgewisseld tot een sprekende eclectisch mix. Ernest Dieltiëns realiseerde een belangrijk deel van zijn oeuvre in Zurenborg en is er vooral gekend om zijn monumentale ensembles op de Cogels-Osylei. Met ensembles als deze heeft hij in belangrijke mate mee het typische straatbeeld van Zurenborg bepaald.

Het bouwdossier dat in 1888 werd ingediend, omvat veertien huizen in de Lange Van Ruusbroecstraat (52-78). Op de hoek met de Grotebeerstraat maken de nummers 81 en 83 de schakel met een gelijkaardige huizenrij die Dieltiëns daar een jaar later realiseerde.

De meeste gevels zijn goed bewaard, behalve nummers 52 en 68, die een nieuw parement kregen waardoor de decoratie verdween. Het gaat om vrij bescheiden woningen, van twee bouwlagen en twee tot drie traveeën onder zadeldaken. De bouwhoogte en de aankleding van de gevel verschilt per pand, wat voor een levendige ensemblewaarde zorgt. Tussen de neoclassicistische lijstgevels zorgen drie woningen met puntgevels (58, 66, 74) in neo-Vlaamserenaissance-stijl voor de ritmering van het ensemble en voor duidelijke accenten in de reeks.

Nummer 52, drie traveeën en twee bouwlagen tellend, heeft een totaal aangepaste lijstgevel.

Nummer 54 kreeg een neoclassicistische lijstgevel waarin de twee traveeën van de begane grond boven gereduceerd worden tot één, een typisch gevelschema voor Dieltiëns. Begane grond op blauwe hardstenen plint, versierd met imitatievoegen. Nadruk op de verdieping, met verfijnd stucwerk in puilijst en medaillons naast het venster, dat bekroond is door een fronton. Schrijnwerk vervangen.

Nummer 56, met bepleisterde, neoclassicistisch lijstgevel op hardstenen plint en met houten kroonlijst op klossen, heeft eenzelfde verfijnde stucdecoratie op de verdieping en imitatievoegen op de begane grond. Hier echter zit een gekoppeld drielicht met ronde tussenzuilen op de verdieping, eveneens een geveltype waaraan we op Zurenborg de hand van Dieltiëns herkennen. Vervangen schrijnwerk.

Nummer 58 is één van de drie neo-Vlaamserenaissance-topgevels in de rij. Het huis telt twee traveeën en twee bouwlagen, met een verhoogde halsgevel onder leien zadeldak. De topgevel heeft een bakstenen parement met bepleisterde delen voor markerende lijsten, banden en kordons, en een verticaal accent door overhoekse lisenen met topvazen. Op de begane grond, natuurstenen parement met rechthoekige deur en venster, nadruk op de eerste verdieping door een geblokte puilijst en een groot kruisvenster in een natuurstenen omlijsting met blind boogveld waarin neorenaissancedecoratie is verwerkt zoals cartouches en een medaillon. Schrijnwerk is ook hier verangen.

Nummer 60, een neoclassicistische woning van drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak, heeft een eenvoudige bepleisterde gevel die op de begane grond verbouwd is door inbreng van een garage. In de bovengevel zijn de kroonlijst op klossen, de indeling met de rechthoekige vensters en het centrale fronton nog herkenbaar van het originele ontwerp.

Nummer 62 met een gelijkaardige, maar veel beter bewaarde gevel als nummer 60. De blauwe hardstenen plint, de imitatievoegen op de begane grond, het balkon en de borstweringen met balustrades, het gebogen fronton, de noppenfries en de houten kroonlijst op twee zijdelingse consoles, zijn eenvoudige, maar zeer representatieve voorbeelden van de typische eind-19de-eeuwse aanpak van de neoclassicistische gevel. De woning op nummer 64 volgt hetzelfde schema, zij het dat de kroonlijsthoogte iets kleiner is en dat hier gekozen werd voor een driehoekig fronton. Bij beide woningen is het schrijnwerk vervangen.

De natuurstenen topgevel van nummer 66 trekt de aandacht. In het paneel in de geveltop is het profielportret van Jan Van Ruusbroec verwerkt, naar wie de straat is vernoemd. In de medaillons op de verdieping staat het jaartal 1889, het jaar waarin het in 1888 getekende het huis afgewerkt was. De woning telt twee bouwlagen en drie traveeën onder leien zadeldak, met nok haaks op de straat. Gevelversiering door elementen ontleend aan de Vlaamse renaissance, onder meer rondboogfriezen en -velden, panelen, wortelmotieven, cartouches, diamantkoppen, leeuwenkoppen en klauwstukken. Rechthoekige muuropeningen. Op de zolderverdieping zit een loggia afgesloten door balustrade en Toscaanse zuilen. Het houten schrijnwerk van ramen en deur is gaaf bewaard.

Nummer 68 kreeg een nieuw parement.

Nummer 70 is een klein burgerhuis van twee traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak. Neoclassicistische lijstgevel met plint in blauwe hardsteen, kroonlijst op klossen, kordonlijst en doorlopende onderdorpels, imitatievoegen op de begane grond, rechthoekige muuropeningen in geprofileerde omlijstingen, tussen de twee bovenvensters een fijne stucversiering bestaande uit leeuwenkop met bloemenslinger.

Nummer 72, met neoclassicistische lijstgevel, heeft dezelfde afwerking op de verdieping als nummer 56, namelijk een gekoppeld drielicht met ronde tussenzuilen, een terugkomend motief in de reeksbouw van Dieltiëns. Op de begane grond blauwe hardstenen plint en imitatievoegen, rechthoekige deur en vensters. Kroonlijst met klossen en modillons, waaronder een tandfries en panelenversiering. Schrijnwerk deels vervangen.

De bakstenen neo-Vlaamserenaissance-topgevel van nummer 74 is overschilderd, waardoor de combinatie van rode baksteen en bepleisterde gedeeltes minder goed tot zijn recht komt. De woning telt twee traveeën en twee en een halve bouwlaag onder haak op de straat geplaatst leien zadeldak. Rechthoekige muuropeningen, op de zolderverdieping een rij van vier kleine vensters onder boogfries. Cartouches, leeuwenkop, medaillons en vazen als typische neorenaissance-ornamentiek. Schrijnwerk vervangen.

De neoclassicistische burgerwoning op nummer 76 heeft een tot garage verbouwde plattegrond, en is samengevoegd met nummer 78. Beide woningen tellen twee traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak. De lijstgevels zijn gekenmerkt door imitatievoegen op de begane grond, door panelen met stucdecoratie en door een fronton bekroond bovenvenster. Geprofileerde kroonlijsten, bij 78 met tandfries en klossen.

De gevel links naast nummer 78 is de achtergevel van de neoclassicistische burgerwoning in de Grotebeerstraat 81. De achtergevel heeft op de begane grond twee rechthoekige vensters, op de verdieping drie gekoppelde vensters met ronde tussenzuilen. Voorgevel in de Grotebeerstraat met imitatievoegen op de begane grond, waarin rechthoekige deur en venster. Puilijst versierd met paneel met stucdecoratie. Op de verdieping, één centraal bovenvenster met fronton, geflankeerd door twee fijn uitgewerkte ovale medaillons in stucwerk. Schrijnwerk vernieuwd.

De neoclassicistische hoekwoning Grotebeerstraat 83, die de schakel vormt tussen het ensemble van Dieltiëns in de Grotebeerstraat en dat in de Lange Van Ruusbroecstraat vormt één van de zes fraai uitgewerkte hoeken op het ronde pleintje waarop verschillende straten samen komen. Dergelijke beeldbepalende percelen werden door de Naamlooze Maatschappij voor het Bouwen van Burgershuizen in het Oostkwartier overal met zorg behandeld. De voorbouw van de woning steekt met haar drie bouwlagen boven de aansluitende gevelrijen uit, maar sluit daardoor wel naadloos aan bij de bebouwing van het ronde plein. Op de begane grond werd een café voorzien, getuige de centrale deur in de voorgevel, en de brede vensters in de zijgevels. De drie gevels van de voorbouw hebben eenzelfde opbouw, met beneden de muuropeningen van de gelagzaal in een parement met imitatievoegen. Op de eerste verdieping in de voorgevel een gekoppeld drielicht met tussenzuilen en balustrade, in de zijgevel vensters onder zwaar entablement. Bovenverdieping met gekoppelde rechthoekige vensters met geprofileerde, doorlopende onderdorpels. In de voorgevel zijn de muuropeningen tussen pilasters gevat, die boven de kroonlijst doorlopen en bekroond zijn met topvazen. Het leien dak is geopend met drie dakvensters onder fronton. In beide straten sluit een lager gedeelte bij deze voorbouw aan, bestaande uit twee traveeën en twee bouwlagen onder leien mansardedak met oeils-de-boeuf. Eenvoudige gevelafwerking, met rechthoekige muuropeningen in een bepleisterd parement met kordonlijsten en imitatievoegen.

  • Stadsarchief Antwerpen, Bouwdossiers, 1888 # 1641.

Bron     : -
Auteurs :  Hooft, Elise
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Gevarieerde huizenrij van Ernest Dieltiëns [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7218 (Geraadpleegd op 19-11-2019)