Parochiekerk Sint-Kwinten

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Damme
Deelgemeente Oostkerke
Straat St.-Kwintensstraat
Locatie St.-Kwintensstraat zonder nummer, Damme (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Damme (adrescontroles: 11-12-2007 - 11-12-2007).
  • Inventarisatie Damme (geografische inventarisatie: 01-01-2006 - 31-12-2006).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Kwinten

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Kwinten: toren
gelegen te St.-Kwintensstraat zonder nummer (Damme)

Deze bescherming is geldig sinds 19-04-1937.

Beschrijving

* Sint-Kwintensstraat z.nr. Sint-Kwintenskerk, parochiekerk van Oostkerke, gelegen in een ommuurd kerkhof waarrond de belangrijkste straten van het kerkdorp lopen. Monumentale vroeggotische westtoren met 17de-eeuws schip. Toren beschermd als monument bij K.B. van 19/04/1937. Na vernieling tijdens de Tweede Wereldoorlog getrouw gereconstrueerd in de periode 1952-54 o.l.v. architect Luc Viérin (Brugge).

Historiek. Volgens de legende wordt een kapel gebouwd in Oostkerke op het graf van Guthago (811-870), een Ierse zendeling van koninklijken bloede, nadat nabij zijn graf wonderen waren gebeurd. Ca. 1100 wordt gr.m. op de plaats van de kapel een ruime Romaanse kruiskerk gebouwd, vermoedelijk met verhoogd middenkoor en halfronde zijkoren. In 1110 worden vanuit de parochie Oostkerke vier hulpkapellen gesticht, die later tot zelfstandige parochies uitgroeien: Lapscheure, Moerkerke, Westkapelle en Wulpen. In 1157 vindt in de kerk de verheffing van het gebeente van Guthago plaats, die in 1159 heilig wordt verklaard. Hij wordt patroonheilige van de kerk, later wordt dat Sint-Kwintinus, naar de patroon van de abdij te Vermandois, waarvan Oostkerke afhankelijk was.
In de eerste helft van de 12de eeuw worden koor en transept van de kerk heropgebouwd en verstevigd, vermoedelijk na beschadiging door een dijkbreuk in de Krinkeldijk tijdens de zeetransgressie. In de 13de eeuw wordt het Romaanse schip vervangen door een vroeggotisch driebeukig schip met monumentale westelijke geveltoren. In de 14de-15de eeuw nemen drie "hallenkoren" de plaats in van de Romaanse koorpartij. Tussen de twee gotische gedeelten wordt het Romaanse transept bewaard. In 1530-31 wordt de noordbeuk gedeeltelijk vernieuwd. In 1501 worden werken uitgevoerd aan een aanwezige torenspits, afgebeeld als peerspits op de Pourbuskaart (1561-1571).

Restauraties na de godsdiensttroebelen in de tweede helft van de 16de eeuw, waarbij de kerk herhaaldelijk werd beschadigd. Bij de herstellingen krijgt de vroeggotische kerk een barok schip. In 1574-75, herstel van het dak; in 1579, inname van de kerk door protestanten tot in 1586, met roven van de kerkschatten. Vanaf 1590, doorlopend herstellingen, o.m. nieuwe deuren, nieuw altaar, nieuw dak. In 1612-13, herstel van de kerk door Brugse metselaars Jacques de Wyntere en Pieter Aernoudts, o.m. de zuidbeuk wordt hersteld, in de middenbeuk een aanbouwsel.
In de periode 1639-41 wordt de kerk opnieuw opgebouwd. Er zijn plannen voor een driebeukig schip met basilikale opstand, echter nooit uitgevoerd. Het latere, wel uitgevoerde ontwerp voorziet een groot zadeldak over drie beuken, voltooid in 1641. De kerk wordt bijna volledig opnieuw opgetrokken: de muren, steunberen en nieuwe barokke vensteropeningen. De drie beuken worden door een oostelijke gevelmuur gescheiden van de bouwvallige overblijfselen van transept en koren die kort daarna werden gesloopt. Bouw van een sacristie in de vroegere zuidelijke transeptarm. In 1650-1651, bouw van de klokkenverdieping van de toren, in 1661 wordt een gewelf in de toren gemetseld. Torenspits wordt niet gerealiseerd.

In 1771 wordt een nieuw gewelf aangebracht in de middenbeuk. Vermoedelijk worden dan ook de gewelven in de zijbeuken en de korfbogen tussen de noordelijke zuilen gerealiseerd. De gewelven worden versierd met sterren. Het ronde venster boven het hoogaltaar wordt dichtgemetseld. In 1785 wordt de portaaldeur aan de noordzijde dichtgemetseld.
In 1819 wordt de kerk getroffen door een brand die vooral doksaal en orgel beschadigt. In 1832 wordt het dak hersteld na schade door de genie die de toren gebruikte. In 1845 wordt de sacristie uitgebreid door architect Pierre Buyck uit Brugge: een portaal met toilet wordt toegevoegd en een nieuwe vloer gelegd. In 1865 maakt architect Pierre Buyck plannen voor restauratie en verbouwing van de toren in de '13de-eeuwse stijl', met toevoeging van een torenspits met vier kleine hoektorentjes. De gemeente Oostkerke vindt het echter nutteloos de toren te herstellen. In 1875 wil de gemeente de toren afbreken wegens bouwvallige staat. Gedwongen door provinciale overheid en Koninklijke Commissie voor Monumenten wordt de toren in 1891 toch hersteld, door Medard De Clerck uit Roeselare. Tevens wordt een nieuwe kerkvloer gelegd. In 1937 wordt de toren van de kerk beschermd als monument.

De Tweede Wereldoorlog betekent het einde van de historische Sint-Kwintenskerk. Reeds herhaaldelijk onder vuur genomen door de geallieerden, dynamiteren de Duitse troepen op 22 oktober 1944 de toren, die in zijn val het grootste deel van de kerk vernielt. De Koninklijke Commissie voor Monumenten beslist na de oorlog om de alle als monument beschermde kerken te reconstrueren.
Totale, historisch getrouwe reconstructie in 1952-1954, o.l.v. architect Luc Viérin uit Brugge, uitgevoerd door aannemer Vande Kerckhove. Met uitzondering van de noordelijke en noordwestelijke muren die over een hoogte van ca. 2 meter bewaard bleven, moet alles helemaal heropgebouwd worden. Van het oorspronkelijke meubilair is weinig overgebleven. Ontwerpen voor nieuw kerkmeubilair naar oud model worden in 1951 en 1953 door de Rijksdienst voor Monumenten en Landschappen afgekeurd. In 1983 wordt toch een ontwerp voor interieuraankleding en meubilering goedgekeurd. De werken worden in 1985 uitgevoerd door N.V. Vande Kerckhove uit Ingelmunster en omvatten: lambrisering, altaar, lessenaar, sacramentsaltaar, doopvont, hoorgestoelte, deksel voor doopvont, bidbanken, tabernakel, credenstafel en lezenaar. In 1985-86 wordt het schilderij van de HH. Guthago, Blasius en Quintinus hersteld door F. Crul. In 1956-1957 vinden opgravingen plaats die het grondplan van de Romaanse kerk blootleggen. Naar aanleiding van 900 jaar Oostkerke wordt in 1989 het grondplan van de Romaanse kerk voor het publiek zichtbaar gemaakt.

Beschrijving. Georiënteerde kerk met monumentale westtoren, die het centrum is van de kleine dorpskern: de straten van de dorpskern lopen om het rechthoekige kerkhof heen. Typisch landelijk, rustiek kerkhof: met een lage witgeschilderde, bakstenen muur omheind, enkele traditionele arduinen monumenten uit het begin van de 20ste eeuw en een aantal 19de-eeuwse gietijzeren kruisen. Tussen de graven, ruime grasperken, het geheel is omringd door bomen. Ten westen, ter hoogte van het inkomportaal in de toren, ingang van het kerkhof, geflankeerd met bomen. Links van de ingang, een arduinen, pijlervormig oorlogsgedenkteken voor de gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog, ingehuldigd in 1922. In de zuidoostelijke hoek, binnen de kerkhofmuur, de pastorie van 1962 (cf. Processieweg). Ten oosten van de kerk is het tracé van de opgegraven Romaanse kerk met klinkers op de grond weergegeven.

Huidige kerk is opgetrokken in 1952-54 als een getrouwe reconstructie van de toestand van het gebouw vóór de vernielingen van 1944, waarbij op vlak van materiaalgebruik wel vereenvoudigingen werden gemaakt.
Plattegrond ontvouwt een westtoren op vierkante basis met zware hoeksteunberen, een driebeukig schip van zeven traveeën, telkens met steunbeer, met vlakke afsluiting, achter de zuidbeuk een rechthoekige sacristie.
Monumentale vroeggotische afgeknotte westtoren in natuursteen. Toren was opgebouwd in verschillende soorten natuursteen: Balegemse, lokale veldsteen; hoekblokken onderaan en afgeschuinde boord in Doornikse steen. Westelijke ingang in vooruitspringend muurvlak, oorspronkelijk uitgevoerd in Doornikse steen, maar rechtstanden later vervangen door arduin van Ecaussines. Aan weerszijden tegen de rechtstanden drie driekwartzuiltjes met haakkapitelen ingewerkt. Boven de ingang zit spitsboogvenster. Toren aan elk van de drie vrije zijden geschoord door twee steunberen die door versnijding verjongen naar boven toe. Trapkoker in zuidwestelijke hoek.
Tweede torengeleding gekenmerkt door drie blindnissen in west- en oostgevel. Elke nis afgedekt door twee spitsboogjes die rusten op een console en op de vlakke rechtstanden, aan oostgevel oversneden door dak. Gelijkaardige langere blindnissen sieren per twee de noord- en zuidgevel. Bakstenen klokverdieping bijgebouwd in 1650-51, op elke zijde twee smalle galmgaten, geflankeerd door twee nissen.

Het schip van zeven traveeën is breder dan de toren; de midden- en zijbeuken zijn gevat onder één groot leien zadeldak. Noord- en zuidlangsgevel gelijkaardige typologie maar verschillende materialen. Noordelijke gevel bestaat uit baksteen met natuurstenen accenten. Plint in Doornikse steen. Elke travee bevat een segmentboogvormig venster met kalkzandstenen omlijsting gevat in segmentboogvormige nis, die gevormd wordt door de rechtstanden van steunberen en een natuurstenen lijst. Versneden steunberen met hoekblokken in kalkzandsteen. Dichtgemetselde barokke deuropening met natuurstenen omlijsting in meest westelijke travee. Zuidelijke gevel soberder uitgevoerd, egaal in baksteen zonder enig gebruik van natuursteen. Omlijsting van segmentboogvensters in geprofileerde baksteen.
Vlakke oostmuur was vóór 1944 nog gedeeltelijk in veldsteen, zijnde de resten van de Romaanse kruisbeuk. Op de oorspronkelijke muur waren nog verschillende Romaanse sporen waarneembaar: een helling van het vroegere 13de-eeuwse lessenaarsdak van de zuidelijke zijbeuk, een gedichte rondboogopening naar het Romaanse transept, en een dichtgemaakt segmentboogvenster in de grote dichtgemaakte gotische boogdoorgang. Sporen van dak en segmentboogvenster bij reconstructie achterwege gelaten.
Sacristie onder leien zadeldakje, aangebouwd tegen de oostelijke muur van de zuidelijke zijbeuk; kleine segmentboogvenstertjes.

Interieur. Bij de reconstructie werd analoog met het exterieur een vereenvoudiging in het gebruik van materialen doorgevoerd, vnl. resten van historisch materiaalgebruik zijn nu geëgaliseerd. De binnenwanden van de toren waren voorheen uitgevoerd in verschillende soorten stenen in lagen: rode, grijze, gele en weer grijze zandsteen gelijkvloers; nu met één steensoort heropgebouwd. Noord- en zuidwand elk versierd met drie spitsboognissen, waarvan middennis iets hoger. Kruisribgewelf in toren toegevoegd in 1661, steunend op 13de-eeuwse hoekzuiltjes op consoles.
Tussen toren en middenbeuk is een spitsbogige doorgang die leidt naar het driebeukig schip met kruisribgewelven in middenbeuk en zijbeuken. Scheiding tussen middenbeuk en noordelijke beuk door korfbogen uit 1769-71, tussen midden- en zuidbeuk door Doornikse zuilen met bakstenen spitsbogen. Oostmuur scheidde het barokke schip van het bouwvallige Romaanse transept en koor, later afgebroken.
Eikenhouten lambrisering waarboven witgeschilderde wanden en gewelven. In vloer van middenbeuk was ter hoogte van de communiebank een ster ingewerkt, bestond uit een centrale punt en acht stralen die ieder een wapenschild bevatten. Verwees naar een rond glasraam in de oostmuur boven hoogaltaar.

Mobilair. Barok mobilair grotendeels verdwenen bij verwoesting in 1944. Historisch geïnspireerde nieuwe meubelen uit de jaren 1980. Enkele elementen uit het 17de-eeuwse mobilair bleven bewaard. Van het hoogaltaar bleven twee getorste zuilen en vier kapitelen over, van het Onze-Lieve-Vrouwe-altaar werd het albasten beeld van Maria met kind bewaard en hersteld, anonieme schilderijen op doek afkomstig van twee altaren, Marmeren doopvont van Anthone Gaillaet uit 1644.
Andere stukken zijn schenkingen: 18de-eeuws gestoelte uit Wallonië, geschonken in 1959; moderne kruisweg met 14 staties van de hand van Georgette d' Ydewalle, geschonken in 1965; Beeld O.L.V. van Fatima uit Portugal in 1951 geschonken door barones van der Elst.
Nieuw orgel (1968) door Paul Anneessens uit Menen.
Obiits familie van der Elst, mecenassen.
Gepolychromeerd houten beeld van de Gekruisigde Christus, uit 1748, door Scheerlaken uit Brugge. Hing tegen noordmuur van toren. Overleefde de verwoesting van 1944. Nu opnieuw opgehangen tegen noordmuur in beschermende glazen vitrine.

ROHM WEST-VLAANDEREN, CEL MONUMENTEN EN LANDSCHAPPEN, Dossier DW6, Archiefnummer W/00260.
Aanwijzende fotografische inventaris van de drie rechterlijke kantons Brugge, Brussel, 1965, p. 380.
BALLEGEER J., Gids voor de Zwinstreek. Antwerpen, 1986, p. 86-89.
BALLEGEER J. en BRAEMS J.-P., De Zwinstreek in oude prentkaarten, deel 2, Zaltbommel, 1977, nr. 54.
BRAEMS J.-P., Zwinstreek in oude prentkaarten, deel 1, Zaltbommel, 1972, nr. 54.
CORNILLY J., Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen, deel III: Arrondissementen Brugge, Diksmuide, Oostende en Veurne, Brugge, 2005, p. 65.
DE KEYSER R., De Sint-Kwintinuskerk te Oostkerke, Oostkerke, 1989, 55 p.
DE KEYSER R., Zo was Oostkerke. Oostkerke, s.d., s.p.
DE KEYSER R., Het kerkhof te Oostkerke, in Rond de poldertorens, jg. 39, nr. 3, 1997, p. 105-107.
DE VLIEGHER L., De Sint-Kwintenskerk te Oostkerke-bij-Brugge, in Bulletin van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, IV, 1953, p. 113-131.
DE VLIEGHER L., De Zwinstreek, in Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, deel 4, Tielt, 1970, p. 147-161.
DE VLIEGHER L., Oudheidkundig onderzoek van de St.-Kwintenskerk te Oostkerke-bij-Brugge. Archaeologia Belgica, 38, Brussel, 39 p. (Overdruk uit: Bulletin van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, VIII, 1957)
HILLEWAERT B., Archeologische inventaris Vlaanderen. Band II: Oostkerke-bij-Brugge, Gent, 1984, p. 517 e.v.
JACOBS M., Zij die vielen als helden… Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2, Brugge, 1996, p. 297.
MAEGHE L. e.a., Kerkhoven van de stad Damme. Toestandbescherijving - Behoud graftekens, Damme, 2005.
WEYMEIS C., Het land van Uilenspiegel. Damme, Knokke, Sluis, Leuven, 2001, p. 47-49.
VAN HAECKE B., Wegwijs in Damme en omgeving, Brugge, 1985, p. 70-72.
VAN POUCKE G., Archiefbeelden Damme, Gloucestershire, 2002.

Bron: Callaert G. & Hooft E. met medewerking van Santy P. & Snauwaert L. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Damme, Deel I: Stad Damme, Deelgemeenten Hoeke, Lapscheure en Moerkerke, Deel II: Deelgemeenten Oostkerke, Sijsele en Vivenkapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL17, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda & Hooft, Elise

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van St.-Kwintensstraat

St.-Kwintensstraat (Damme)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.