Sint-Godelieveabdij

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Benedictinessenklooster
Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Brugge
Deelgemeente Brugge
Straat Boeveriestraat
Locatie Boeveriestraat 45-49, Brugge (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Brugge (adrescontroles: 01-11-2007 - 30-11-2007).
  • Inventarisatie Brugge - deel B (geografische inventarisatie: 01-01-2004 - 31-12-2004).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Sint-Godelieveabdij of benedictinessenklooster

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is deel van de bescherming als monument Sint-Godelieveabdij: kapel, ingangsgebouw, zuidvleugel, noordvleugel en boerderij

Deze bescherming is geldig sinds 16-12-1991.

Beschrijving

★ Nr. 45-47. St.-Godelieveabdij of benedictinessenklooster.

Het klooster is geleidelijk aan gebouwd en uitgebreid. Geheel beslaat een ruime oppervlakte tussen de Boeveriestraat en de Koning Albertlaan.

1586: de benedictinessen van Sint-Godelieve van Gistel zoeken hun toevlucht binnen de stad Brugge.
1623: aankoop, op verzoek van de bisschop, van een huis met erf aan de Boeveriestraat; een drietal zusters nemen er hun intrek, de overige zusters blijven in de Ganzenstraat wonen (zie Ganzenstraat, 18n b noord).
1626: nieuwe stichting door de abdis van Douai in Frankrijk en hergroepering van de zusters in de Boeveriestraat. Bouwen van de kerk en het zusterkoor aan de Boeveriestraat in plaats van drie bestaande huisjes.
1627: verfraaiing van de kerk dankzij giften.
1628: omvorming van het bestaande huis het "Fontainken" tot refter en keuken en inrichting van slaapcellen op de bovenverd.
1629: aankoop van het aanpalende eigendom Romain.
1633: oprichting van een ingangsgebouw met spreekkamer en op de bovenverd. een werkkamer.
Ca. 1640: inrichting van het voormalige huis Romain als brouwerij met rosmolen.
1642: aankoop van een aanpalend stuk tuingrond met woning. Eerste steenlegging van de Z.-vleugel, ⊥ op de kerk gebouwd.
1643-1645: de pandgang tegen de Z.-vleugel wordt gebouwd.
1645: beëindiging van de werken aan de Z.-vleugel.
1654-1695: uitvoering van noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken.
1660: bouwen van een nieuwe oven door meester-metselaar Michiel de Wachter.
1664: levering van twintig koorgestoelten, die reeds in 1726 worden vervangen.
1675: aanpassing van de vroegere melkkelder onder de kerk tot begraafplaats voor zusters.
1680: oprichting van het huis voor de meid.
1722: plaatsing van barokportaal aan de straatgevel, gemaakt door meester-steenhouwer Damers.
1722-1726: verbouwingswerken aan de kerk, o.m. invoeging segmentboogvensters in eenvoudige bakstenen omlijsting. Heraankleding van het interieur door o.m. de kunstenaars Marvis, Pieter Van Walleghem, Arnout Pullinx, Nicolas Roose en Brusselaere. Oprichting van twee trav. van de pandgang.
1739-1792: uitvoering van herstellingswerken.
1755: vervangen van de vloer in de pandgang die tot op heden bewaard is gebleven.
1787-1789: plaatsing van een nieuwe dakruiter op de kerk.
1797: verkoop van de abdij onder het Franse bewind en tijdelijke herbestemming van de gebouwen.
1800: terugkeer van de monialen.
1856: plaatsen van dakruiter op het einde van het zusterkoor.
1877: oprichting van de zaal z.g. "S. Benedict" die aansluit op de Z.-vleugel van 1645.
1885: oprichting van een vleugel, ⊥ gebouwd op het ingangsgebouw. Ook bouwen van de pandgang tegen de N.-vleugel.
1913: vervanging in de kerk van het XVIII a- altaar van A. Pulinx door een marmeren altaar gebeeldhouwd door H. Fonteyne.
1918-1925: uitvoering van herstellingswerken.
1928: verbouwingen n.o.v. architect A. De Pauw (Brugge): o.m. plaatsen van twee nieuwe vensteropeningen in de voorgevel van het ingangsgebouw. Ook inrichting van nieuwe kamers. De kerk wordt aan de straatzijde gestut door steunberen aangebracht tegen de penanten en de het boogdeurtje van tweede l. trav. wordt gedicht. Oprichting van de overige vier trav. van het W.-pand.
1953: bouwen van vleugel n.o.v. architect A. de Geyter (Brugge) als verbinding tussen de vleugel van 1643 en 1885. Hierdoor wordt de O.-zijde van de tuin afgesloten. Hier werd geen pandgang tegenaan gebouwd. De zaal S. Benedict uit 1877 wordt afgebroken.

Het kloostercomplex behoudt nagenoeg zijn historisch gegroeide aanleg met de kerk en zusterkoor van 1626 aan de O.-zijde van de Boeveriestraat (Fig. LXV, 1). In het verlengde hiervan het ingangsgebouw van 1633 (2). Haaks op de kerk staat de Z.-vleugel van 1643 (3), (fig. 273). Tegen de O.-gevel van de kerk, kloostergang rondom een vierkant binnenhof (4). Haaks op het ingangsgebouw ligt de vleugel van 1885 (5). Vleugel van 1953 (6) aan de O.-zijde

1. Kerk en zusterkoor
Eenbeukige kerk van vijf trav. en een zusterkoor van vier trav. gebouwd in 1626. Donkerrode, verankerde baksteenbouw onder leien zadeldak gevat tussen eenvoudige bakstenen puntgevel met XIX-dakruiter op het einde van het zusterkoor. Lange gevel aan de straat geritmeerd door steunberen en segmentboogvensters in vlakke omlijsting van baksteen met oren en neuten; glas-in-loodramen met ijzeren harnas; hoger geplaatste vensters in het zusterkoor (515). Tussen zusterkoor en schip, barokportaal van natuursteen getypeerd door een ingeschreven geblokte rondboog verrijkt met opgesmukte zwikken; gestrekte druiplijst met voluten en aansluitende nis met borstbeeld van St.-Godelieve; bekronend wapenschild van de prelaat van de St-Andriesabdij, Guillelmus Pieters (fig. 274).
Interieur. Bepleisterde en beschilderde éénbeukige ruimte onder tongewelf tussen gordelbogen aanzettend op afwisselend enkele en dubbele gevleugelde engelenkopjes. De aankleding van het interieur dateert uit 1722-1726.

Mobilair. Schilderijen. "De H. Scholastica geeft de regel van de H. Benedictus aan de H. Austreberte", XVII B. "De H. Scholastica overhandigt het kloosterkleed aan een konin- gin", XVII B. Altaarschilderij met voorstelling "De Kroning van Onze-Lieve-Vrouw" toegeschreven aan J.B. Herregouts, XVII d. "De H. Godelieve geeft de regel van de H. Benedictus aan Abdis Bertulfa", XVII B.
Beeldhouwwerk Borstbeeld van de H. Godelieve, omstreeks 1740. Beeld van de H. Benedictus als voet van de preekstoel. Eikenhouten Madonnabeeld oorspronkelijk voorzien van polychromie, begin XVI.
Meubilair: Hoogaltaar van 1723 n.o.v. schrijnwerker Arnoudt Pulinx. Eikenhouten koorgestoelte van 1726 door dezelfde Arnoudt Pulinx. Rugwand is versierd met drie medaillons aan de twee kanten, l. H.H. Benedictus, Maurus en Placidus; r. H. Scholastica, H. Godelieve en H. Barbara. Eenvoudige koorafsluiting. Eikenhouten preekstoel van ca. 1740. Ebbenhouten tabernakel uit begin XVIII met ijzerbeslag versierd. Nis met relikwieschrijn van de H. Godelieve.
2. Ingangsgebouw van 1633
Acht trav. en twee bouwl. onder zadeldak (Vlaamse pannen). Aan straatzijde verankerde bakstenen lijstgevel van 1633 met kwartholle lijst onder dakrand. Rechth. muuropeningen met gekoppelde ontlastingsbogen en afgeschuinde dagkanten. In de vier l.trav. zandstenen onder- en bovendorpels en blinde bovenverd.; in de drie r. trav., bolkozijnen op de benedenverd. en zandstenen kruiskozijnen op de bovenverd., twee l. vensters in 1928 bijgemaakt. Tudorboogdeur met afgeschuinde dagkanten waarboven onder een afdakje drie beelden: Maria met Kind, de H. Scholastica en de H. Benedictus (516).
Interieur. Gewijzigde indeling i.l.v. laatste decennia. Bewaarde oorspronkelijke samengestelde balklaag met kwartrond geprofileerde sleutels voor de moerbal- ken. Eenvoudige houten spiltrap. Balklagen op de bovenverd.

3. Z.-vleugel van 1643
Dwars op de kerk gebouwd. Bakstenen gebouw van veertien trav. en twee bouwl. onder zadeldak (Vlaamse pannen); aan de tuinzijde drie bakstenen dakkapellen met tuitgeveltjes en jaarankers 1643. Rechth. betraliede vensters met afgeschuinde dagkanten, natuurstenen dorpel en ontlastingsbogen. Boven de tudorboogdeur met bordes verweerde gevelsteen vermoedelijk met wapenschild van abdis Ludgardis vande Kerckhove, opdrachtgeefster van dit gebouw. Kleine bovenvensters met afgeschuinde dagkanten, natuurstenen onder- en bovendorpels en rollaag. Gelijkaardige gevel aan de zijde van de kloostertuin met er tegenaan gebouwde vleugel van pandgang.
Interieur. Volledig onderkelderd. Drie rechth. kelders onder tongewelf. Kelder onder keuken met achtzijdige middenpijler waarop graatgewelven aanzetten. Op de begane grond: keuken, verbindingsgang, refter, vroegere apotheek en vroegere infirmerie en z.g. "Cluyseken der Engelen". Samengestelde balklagen en sleutelstukken met kwartrond profiel. Vernieuwde vloeren, in de refter zou onder de huidige vloer nog een oude tegelvloer liggen.
Keuken gelegen in O. deel van vleugel. Wanden van de keuken zijn volledig bekleed met z.g. "Delftse" tegels en O.-muur met laatgotische zandstenen schouw voorzien van geprofileerde rechtstanden en eiken schouwbalk.
In de gang tussen de keuken en refter houten spiltrap. Deels vernieuwde aantreden voorzien van een telmerk. Refter met tochtportaal in late renaissancestijl. Vroegere infirmirie met aankleding uit XVIII.
Op de bovenverd. twee rijen slaapcellen met eikenhouten bebording, door een middengang verdeeld. Zoldering: moer- en kinderbalken. Thans zijn twee cellen samengevoegd om een grotere slaapruimte te bekomen. Venstertjes afgesloten door tweedelige luikjes met oud hang- en sluitwerk.
Dwarsvleugel overkapt met eikenhouten dakconstructie bestaande uit twaalf dubbele schaargebinten.

4. Kloostergang.
Kloostertuin aan N.-, Z.- en W.-zijde omringd door panden.
Tegen Z.-vleugel: lage baksteenbouw onder een lessenaarsdak, van 1643-1645. Centrale tudorboogdeur met dubbel afgeschuinde dagkanten; l. en r. vier tudorboogvensters met gelijkaardige dagkanten. De dagkanten zijn afwisselend van gele en van rode baksteen.
Interieur. Afgedekt door een houten beplanking in de vorm van een zadeldak. Sobere bevloering met zwarte en witte tegels van 1755.

Tegen de kerk bakstenen constructie van één en een halve bouwl. onder zadeldak. In twee bouwcampagnes tot stand gekomen, nl. twee l. trav. van 1722-1726, overige bijgebouwd in 1928. Tudorboogvormige deur en vensters met dubbele afgeschuinde dagkanten.

Tegen N.-vleugel. Laag bakstenen gebouw onder lessenaarsdak. Samen met vleugel van 1885 gebouwd (5). Centrale Tudorboogingang, l. en r. ervan gelijkaardige vensteropeningen.
Interieur. Afgedekt door een houten beplanking in de vorm van een zadeldak.

6. O.-vleugel van 1953
Vleugel van vijf trav. breed in baksteenbouw. Tudorboogvormige vensteropeningen. Centrale neobarokke deur.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archief, doss. DW000290.
  • BEERNAERT B., De Sint-Godelieveabdij, Monumentenbeschrijving en bouwgeschiedenis, in De St.-Godelieveabdij te Brugge, J.K.T.O., Brugge, 1984, p. 65-101.
  • BEERNAERT B., Open Monumentendag Vlaanderen, 17de-eeuwse architectuur in de binnenstad, 1993.

Bron: Gilté S., Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Middeleeuwse stadsuitbreiding,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NB Noord, Brussel - Turnhout.

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Boeveriestraat

Boeveriestraat (Brugge)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.