erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Ludgerus

bouwkundig element
ID: 84189   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/84189

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek

De eerste kerk van Zele werd, evenals een priorij, opgericht reeds voor 1141 door de abdij van Werden, een stichting van de Heilige Ludgerus ten tijde van keizer Karel de Grote, die het grondgebied van Zele aan de abdij van Werden geschonken had. De proosdij en vermoedelijk ook de kerk werden vernield door de Gentse milities in 1452 en de monniken keerden terug naar Werden. Op de plaats van de huidige barokke kerk heeft voorheen een zaalkerk met drie rondboogvensters en een vierkante westtoren gestaan, minstens daterend uit de 15de eeuw, afgebeeld op een tekening uit de periode 1550-1590. Enkele restanten van het vierkante koor bleven in de barokke kerk behouden.

Omstreeks het begin van de 17de eeuw werden er twee zijbeuken bijgebouwd en werd de kerk in westelijke richting vergroot met een aanbouw van een voorkerk en zuidwaarts met een transept. Er zijn van de gotische kerk, opgetrokken in grijze kalkzandsteen van Gobertange, nog elementen bewaard in de barokke kerk, opgetrokken in okerkleurige Ledische kalkzandsteen. De kerk werd te klein en er waren ook dringende verbouwingswerken nodig.

In 1699 werd begonnen met de verbouwingswerken onder leiding van architect Jan Vrijeels, monnik in het augustijnenklooster van Dendermonde. Er werd een nieuw schip met een nieuwe westgevel gebouwd, vervolgens werd het zuidelijk transept en meteen ook de centrale toren afgebroken. De sacristieën en het koor bleven behouden. De bouw van de oosttoren ving aan in 1703. Op 5 oktober 1704 werd de bijna voltooide kerk ingewijd door bisschop Philippus Erardus Van der Noot. In 1705 werd een torenspits uit wilgenhout op de torenromp geplaatst. De overwelving van de beuken gebeurde pas in 1710. De torenhelm bleek niet bestand tegen het weer en werd in 1718 vernieuwd in eik.

In 1879 werden de oude sacristieën verruimd met een nieuw aangebouwde sacristie en een catecheselokaal naar een ontwerp van architect E. Van de Vijvere uit Sint-Gillis bij Brussel. In 1886-1887 werden herstellingswerken uitgevoerd aan het dak van het koor en de toren, volgens de plannen van architect Van de Vijvere. Tussen 1891 en 1895 werd het dak van het kerkschip vernieuwd. Tussen 1907 en 1912 werden restauratiewerken uitgevoerd door de Zeelse aannemer Jozef De Block, vermoedelijk onder leiding van architect Alphonse Depauw uit Brugge, de bewaarde plans in het rijksarchief van Gent zijn gedateerd 1906 en 1909. Restauratie van toren van 1978 tot 1982 onder leiding van architect F. Weyers, zie herdenkingssteen.

Beschrijving

De barokke kerk is opgetrokken van baksteen met een parement van okerkleurige Ledische kalkzandsteen, met behoud van elementen van de gotische kerk, opgetrokken in grijze kalkzandsteen van Gobertange. Het schip en het koor zijn overdekt door een leien zadeldak met aan weerszijden vijf kleine dakkapellen.

De plattegrond ontvouwt een driebeukige transeptloze kerk van zeven traveeën en een smaller koor van twee traveeën met afgeronde afsluiting gevolgd door een achtzijdige klokkentoren. Aan weerszij van het koor kleine sacristieën en in 1878 toegevoegde sacristieën.

De westgevel van de kerk is een barokke klokgevel, geritmeerd door pilasters, en met een geveltop in twee geledingen. Het bovenstuk van de geveltop, eindigend op een gedrukte boog, draagt in vergulde koperen letters de bouwdatum "MDCC" (1700), en wordt bekroond door een kruis. De vier geprononceerde en verticaal ritmerende pilasters worden bekroond door monumentale siervazen, oorspronkelijk in blauwe hardsteen van Soignies, vervaardigd in het atelier van Willem Kerricx, in 1943 vernieuwd door de Gentse beeldhouwer Oscar Sinia in witsteen van Massangis. Eén der oude siervazen staat nu in de voortuin van de dekenij. Twee geprofileerde horizontale lijsten verdelen de klokgevel gevat tussen vleugelstukken op voluten. Centraal portaal met rondboogvormige vleugeldeur met booglijst op imposten, geflankeerd door Ionische pilasters en bekroond door een hoofdgestel en gebogen fronton. Geflankeerd door gelijkaardige doch kleinere portalen van doopkapel en rouwkapel in de zijbeuken. Boven het hoofdportaal, hoog steekboogvenster van het doksaal in vlakke omlijstingen en afgedekt met gebogen kroonlijst. In de zijtraveeën ovale vensters en in de geveltop rond venster, in gelijkaardige omlijstingen.

De zijgevels worden geritmeerd door vlakke pilasters met per travee segmentboogvormige vensters in een vlakke omlijsting met waterlijst en guttae aan de dorpels. In het midden aan de zuidkant is er een blind portaal, met een grafzerk ervoor waarvan de tekstplaat werd verwijderd, behalve de bekroning met de letters D.O.M. Het portaal werd gemaakt op aandringen van de boeren van de wijk Veldeken, die gratis met paard en kar de bouwmaterialen hadden vervoerd van de Scheldekade tot op de Markt. Ze eisten in mei 1699 een zuidelijke ingang, zoals bij de vorige kerk, om niet door de lijkdeur te moeten gaan, want dit bracht onheil mee. Het portaal werd gebouwd met een portiekomlijsting, maar door het verzet van de pastoor kwam er een blinde deur. Ter hoogte van de zijkoren, blinde travee, gevolgd door de doorlopende travee met twee barokraampjes van de oude sacristieën. Boven het raam van de noordelijke bovensacristie staan twee stenen gemerkt "Jozef De Block".

De imposante achthoekige klokkentoren oprijzend achter het koor heeft een romp opgetrokken van baksteen met witstenen parament. De hoogopgaande toren telt zeven verdiepingen en wordt bekroond door een sierlijke houten spits met leien, voorzien van kleine dakkapellen, een open lantaarn met balustrade en daarboven een gesloten peer met het kruis met de weerhaan. De hoeken van de toren zijn geaccentueerd door dubbele lisenen. Een uitspringende gekorniste kroonlijst ter hoogte van de daklijst van het koor snijdt de romp middendoor. In de noordzijde van de toren bevindt zich een ingangsdeur. Naarmate de toren oprijst verlengen de blinde vensters, ramen en galmgaten. In de horlogekamer staat een mechanisch uurwerk, vervaardigd door Paul Odobey uit Frankrijk in 1895 en geplaatst door Germain Hertecant en zonen uit Zele, zoals ook vermeld op de wijzerplaat. Aan de zuidzijde van de toren bevindt zich een astronomisch uurwerk. In de toren hangen drie klokken.

Ten zuiden aan de voet van de toren staat er een gepolychromeerde calvarieberg met houten beelden van de hand van Willem Ignaas Kerricx en vervaardigd omstreeks 1729-1730. De calvarieberg werd in 2003 gepolychromeerd door Roger de Wilde uit Zele. Links van de gekruisigde Christus zit Maria half geknield en rechts verwijst de Heilige Johannes de voorbijgangers naar Christus. Onderaan het kruis kronkelt de slang van het aards paradijs en ook aan de voet van Maria zit een slang, die zij vertrapt. Een muurschildering met een sombere lucht en een zicht op de stad Jeruzalem vormt de achtergrond voor de beeldengroep. De knekelplaats onderaan het kruis is afgedekt met een ovaalvormig, stenen bas-reliëf met de voorstelling van het vagevuur.

Vier funeraire gedenktekens staan tegen de toren, het grafteken van de familie De Decker-De Belie (1891), de gedenkplaat van pastoor Livinius Marquenie (1888), het gedenkteken van pastoor Van Oosthuyse (1875) en het gedenkteken van pastoor Sinave (1827). Toen in 1878-79 de sacristie vergroot en het catecheselokaal bijgebouwd werd, plaatste men voor de grafmonumenten een buitenhek in smeedwerk met palm- en kruismotieven.

In 1952-53 werd op de hoek van de noordgevel ook een klein hek geplaatst, dat geschonken werd door de Zeelse mijnwerkers.

Interieur

De driebeukige pseudo-basilica is bepleisterd en in lichte, witbeige tinten geschilderd. De middenbeuk wordt van de zijbeuken gescheiden door een arcade met scheibogen gevormd door zes Toscaanse zuilen en twee halfzuilen op een achthoekig basement, bekleed met roodachtige marmerplaten. De twaalf zuilen staan symbool voor de twaalf apostelen die de Kerk dragen. Overwelving door middel van kruisribgewelven verfraaid met vergulde sterren op de sluitstenen en de gewelfschilden. De gordelbogen dragen een gedecoreerde cassetteversiering, in de middenbeuk rustend op sierlijke zandstenen consoles, versierd met puttihoofdjes, bloem- en vruchtenfestoenen, een leeuwenkop en hoornen van overvloed, rocaillekrullen en acanthusbladeren. In het kerkschip werd in 1857 een bescheiden, doorlopende kroonlijst aangebracht om meer eenheid te bekomen met de kroonlijst van het koor. De zijbeuken eindigen op een halfrond koor, overwelfd met een halfkoepel. Zij werden zoals de zuilen onderaan bekleed met marmer in 1858. In de apsis van het hoogkoor staat het hoofdaltaar op vijf trappen. Aan de zijwanden van het koor dragen acht pilasters met composietkapiteel een sterk geprofileerde kroonlijst. Achter het hoofdaltaar geeft een deurtje toegang tot een bijzondere torensacristie en aan beide zijden leidt een deur, afgeboord met een zandstenen omlijsting in Vlaamserenaissance-stijl, naar de sacristieën met hun bovenverdieping. Van hieruit brengen barokke tribunes voorzien van balusters licht in het koor. In de kerktoren verleent een wenteltrap in blauwe hardsteen en baksteen toegang tot de verschillende verdiepingen tot aan de torenspits.

In de zijbeuken zijn oude grafzerken ingewerkt, waarvan de inscripties echter (gedeeltelijk) verdwenen zijn. Dit gebeurde bij het plaatsen van een nieuwe vloer in 1837. In 1956 werd ook de vloer in de middengang vernieuwd met vierkante gepolijste hardstenen plavuizen en stroken witte marmer.

Ten westen bevindt zich de doopkapel die over een eigen buitendeur beschikt en van de kerk wordt afgesloten door een eikenhouten barokke deur vervaardigd door Willem Ignaas Kerricx uit Antwerpen omstreeks 1738. Als tegenhanger van de doopkapel werd het zijportaal aan de westkant ingericht als rouwkapel, eveneens afgesloten door een rijk gesculpteerde deur.

Het portaal heeft een rechthoekig grondplan. De dubbele lijkdeur met korfboog en twee kleinere zijdeuren sluiten het tochtportaal af. Het doksaal, daterend van 1704, wordt afgesloten met een hoge, houten borstwering, waar balusters afwisselen met consoles, verrijkt met grotesken en guirlandes. Ter herinnering aan de kerkwijding op 5 oktober 1704 is op het doksaal, boven het westelijke segmentboogvormige venster, een herdenkingssteen geplaatst met het wapenschild van mgr. Philippus Erardus van der Noot (1638-1730) en het jaartal "MDCCIIII".

Glasramen

In het koor, aan weerszij van het hoofdaltaar twee glasramen gesigneerd en gedateerd Jean-Baptist Capronnier, 1871. Aanbidding der Wijzen (links) en Karel De Grote overhandigt aan Ludger de pauselijke breve (rechts), geplaatst ter gelegenheid van het vijftigjarige priesterschap van Egidius Van Oosthuyse (1789-1874). In de rechter zijbeuk, Offer van Melchisedech, aan de deken De Stoop geschonken door de parochianen ter gelegenheid van zijn jubileum in 1923, confer jaarschrift en opschrift, vervaardigd door Camille Ganton-Defoin. In de linker zijbeuk, glasraam met de Heilige Ludgerus geplaatst ter gelegenheid van het jubileumfeest 1200 jaar Zele, geschonken door de gemeente en de parochianen, gesigneerd en gedateerd Bavo Tiebos, 2000.

Mobilair

Schilderijen. Golgotha, afkomstig van het voormalige hoofdaltaar en vervaardigd door Gaspar De Craeyer in 1608. De vervoering van de Heilige Franciscus van Assisi, toegeschreven aan Carravaggio en aan Francisco Zurbaran en daterend uit de 17de eeuw, door pastoor P. F. Sinave in 1807 geschonken ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum; Heilige Familie (einde 16de - vroeg 17de eeuw). Schilderijen vervaardigd door Jan Jozef De Loose uit Zele. Verheerlijking van de Heilige Ludger van Utrecht (1803) boven het hoofdaltaar; Aanbidding der Herders (1806); Heilige Ludger ontvangen door Karel de Grote (1809); Heilige Ludger ontvangt zijn zending door paus Adrianus I (1811); Boetvaardige Maria Magdalena (1812), geïnspireerd op de Maria Magdalena van Titiaan, lijst van dit schilderij in 1814 verguld door J.F. Samaen; Marteldood van Heilige Sebastiaan, volgens chronogram in 1816 geschonken door de Sint-Sebastiaansgilde; Laatste Avondmaal geschonken door de familie E. De Decker- De Belie (1816); Heilige Cecilia aan het orgel, geschonken door het muziekgenootschap van Zele in 1817, confer chronogram; Vier medaillons aan de zijaltaren met vier evangelisten van 1818-1819; De Zegepraal van de Katholieke Godsdienst, volgens chronogram geschonken door de parochianen in 1823.

Kruisweg, eerste tafereel gesigneerd en gedateerd van Basile De Loose, Zele, 1873. Maria-icoon, drieluik, olieverf op zink, 1920.

Beeldhouwwerk. Twee eiken bustes van de Heilige Ludger van Utrecht en van de Heilige Rochus van Montpellier, thans hangend aan de halfzuilen aan weerszij van het koor, omstreeks 1714 vervaardigd door Willem Ignaas Kerricx uit Antwerpen, polychromie na 1943 verwijderd. Marmeren beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind in het Maria-altaar, toegeschreven aan Arthus Quellinus de Oude uit Antwerpen (1640-1645), door pastoor Sinave in 1806 gekocht. Marmeren beeld van de Heilige Sebastiaan uit de 18de eeuw op zuidelijk zijaltaar. Twee stenen (?) beelden van De Hoop en Het Geloof door Charles Van Poucke uit begin 19de eeuw, op een sokkel naast het hoofdaltaar. Houten heiligenbeelden op sokkel vervaardigd door Jean-Baptist Mareels uit Antwerpen van de Heilige Barbara (1861), Heilige Nicolaas van Tolentijn, van Moeder Anna met Maria. Houten beeld van Julie Billiart, gesigneerd Henri Gérard uit Namen (1911), de oorspronkelijke sokkel van het beeld werd omgevormd tot lezenaar. Heilige Ambrosius (17de eeuw). Voorts beelden van Heilige Jozef, Heilige Antonius en Heilige Michiel. Triomfkruis van eik vervaardigd door Albert De Beule en Modest van Hecke uit Gent (1937). Missiekruis in de rouwkapel van Mathias Zens, 1891.

Meubilair

Hoofdaltaar in diverse marmersoorten vervaardigd door Charles van Poucke uit Gent en geplaatst tussen 1794 en 1807. Noordelijk zijaltaar, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, gemarmerd houten portiekaltaar vervaardigd door J.-B. Voituron en Pierre-Jean Buels uit Gent en geplaatst tussen 1815 en 1818. De ovaalvormige medaillons bevatten de portretten van de vier evangelisten van de hand van Jan Jozef De Loose uit Zele (1818-1819). Zuidelijk zijaltaar gewijd aan Heilige Sebastiaan, portiekaltaar eveneens vervaardigd door J.-B. Voituron uit Gent en geplaatst tussen 1815 en 1818.

Eiken koorgestoelte in Lodewijk-XIV-stijl vervaardigd door Willem Kerricx en zoon uit Antwerpen omstreeks 1712-1714, met twee maal negen heiligen in medaillons. Eiken lambrisering met zitbanken. Communiebank van eik, versierd met taferelen uit de Klassieke Oudheid en het Oude en Nieuwe Testament, vervaardigd door Egidius Adriaan Nijs en zijn zoon Philips Alexander, uit Temse, gedateerd 1750. Preekstoel, eik, vervaardigd door Willem Ignaas Kerricx uit Antwerpen in 1716, confer jaarschrift in banderol, geschonken door de parochianen, met aan de trap, vernieuwd door Mathias Zens in 1902, twee hermenbeelden van Mozes en Aaron, het ijzeren hek rondom de preekstoel is gesigneerd door Jean-Baptiste Nobels uit Zele en gedateerd 1784. Zes eiken biechtstoelen: twee biechtstoelen vervaardigd door Willem Ignaas Kerricx uit Antwerpen, één gedateerd 1713, respectievelijk met de buste van Heilige Paulus en Heilige Petrus in het fronton, toegevoegd omstreeks 1850 door de J.-B. Mareels; imposante decanale biechtstoel vervaardigd door Adriaan Nijs uit Temse omstreeks 1750; twee biechtstoelen in rococostijl vervaardigd door Philip Nijs uit Temse omstreeks 1764 en 1767 (?).

Orgel van Lambert-Benoit Van Peteghem (Gent) van 1779-1780, herhaalde malen hersteld in de 19de eeuw, onder andere in 1840 door Smits (Keulen) en gewijzigd in 1946 door de firma Loncke (Esen), hersteld in 1981-1986 door Potvlieghe-De Maeyer. De orgelkast is een ontwerp van Pieter Landuyt uit Zele (1778) en werd vervaardigd door Joannes Montoisi uit Rupelmonde (1780).

Gotische, achtkantige doopvont van blauwe hardsteen uit de oude kerk, volgens de steenhouwersmerken vervaardigd door de steenhouwers Nopère in Ecaussinnes eind van de 15de eeuw, nu opgesteld in het koor. Doopvont met kuip en vierkant voetstuk van albast en koperen deksel, vervaardigd door Willem Ignaas Kerricx uit Antwerpen omstreeks 1738. Twee eiken kerkmeestersbanken vervaardigd door Henri de Smedt (schrijnwerker) en Willem Ignaas Kerricx (beeldhouwer) omstreeks 1739.

  • Gemeentearchief Zele, 190, Rekeningen van de kerkfabriek te Zele.
  • Rijksarchief Beveren, Provinciaal Archief, 1/3543/17, 1/3352/26, 1/3352/27, 1/3349/4.
  • Rijksarchief Gent, Kaarten en plans, nummer 3380, nummer 2417.
  • Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoed, Agentschap Ruimtelijke Ordening Vlaanderen, Ruimtelijke Ordening Oost-Vlaanderen, Onroerend erfgoed, archief.
  • COENE F., e.a., 1200 jaar Zele, Heem- en Oudheidkundige Kring Zele, Zele, 1999, p. 45-93.
  • FAUCONNIER A. Historische schets van het L.B. Van Peteghem-orgel in de St.-Ludgeruskerk te Zele, (Heem- en Oudheidkundige Kring van Zele, Jaarboek 6, 1974-1975, p. 82-102).
  • MICHEM F., Zele en zijn geschiedenis, Antwerpen-Brussel-Amsterdam, 1957.
  • Sint-Ludgeruskerk Zele, brochure Heem- & Oudheidkundige Kring van Zele, Zele, 1990.
  • VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Oost-Vlaanderen. Kanton Zele, Brussel, 1981, p. 22-27.
  • VERSTREPEN E., De Sint-Ludgeruskerk van Zele met het Van Peteghemorgel, Gent, 2004 .

Bron     : Bogaert C. , Duchêne H. , Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Duchêne, Helena, Verbeeck, Mieke
Datum  : 2006


Relaties

  • Is deel van
    Markt
    Markt (Zele)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Ludgerus [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/84189 (Geraadpleegd op 13-11-2019)