Geografisch thema

Molenstraat

ID
12427
URI
https://id.erfgoed.net/themas/12427

Beschrijving

Noordoost-zuidwest georiënteerde brede betonbaan met bochtig verloop die de Ooigemstraat ten zuiden verbindt met de Rijksweg ten noorden. Het tracé loopt voorbij de Rijksweg naar het noordoosten door in de Heirweg, in de richting van Wakken. Z.g. naar de wijk/ gehucht "Molenhoek" en de verschillende molens die in de straat voorkwamen. Voegt zich aan de zuidwestzijde samen met de Ooigemstraat, vormden samen een oud tracé dat langsheen de Leie over Ooigem, Bavikhove, etc. in de richting van Kortrijk liep.
Het noordoostelijke straatdeel wordt in het landboek van Wielsbeke uit 1720 vermeld als "strate vanden Cocqueldries naer den meulen", het zuidwestelijke straatdeel vanaf het kruispunt met de Schoolstraat als "strate vanden meulen naer het stampcot" of "straete loopende vande meulen naer Oijghem". De straat vormt de grens tussen vier kantons, tussen "Doornewijck" (5de) - "Meulewijck" (6de) en "Vierlindenwijck" (9de) - "Middelwijck" (8ste).
Het tracé van Molenstraat en Heirweg wordt op de Atlas der Buurtwegen (1843) vermeld als "Wackenstraet", beschreven als "chemin de Wacken à Courtrai, partant du hameau dit Den Abeele". Op mutatieschetsen uit 1892 "Weg van Wacken naar Oyghem" genoemd.
Een korte verbinding van de Pannenstraat met de Molenstraat, lopende aan de westzijde van de hoeve nr. 124, wordt op de Atlas der Buurtwegen (1843) "Knokstraat" genoemd. De drie wegen vormden aldus een driehoek die "Den Knok" werd genoemd. Bij aanleg van de spoorlijn wordt dit straatje onderbroken en gesupprimeerd. Ter hoogte van de splitsing bij de Ooigemstraat bevindt zich thans nog de "Knokbeek".
Aan westzijde naast de molen nr. 58 loopt in de 19de eeuw nog de "Roosebeke Weg", die verderliep naar Wielsbeke toe in de "Grooten Kerkweg" (cf. Schoolstraat).
In 1956 wordt een stuk van de Molenstraat, van de Rijksweg tot de baron van der Bruggenlaan, "Majoor Lamystraat" genoemd, naar de bevelhebber van het 13de Linieregiment die er op 26 mei 1940 sneuvelde. Vanaf 1980 wordt dit straatdeel opnieuw Molenstraat genoemd.
De straat kruist even ten westen van de "Reynaertstraat" de "Reynaertbeek", op het landboek van 1720 vermeld als "Meulebeke" (thans overwelfd). Ter hoogte van de Pannenstraat kruist de straat de expresweg die werd aangelegd op het tracé van de vroegere spoorlijn Anzegem-Ingelmunster, in gebruik genomen in 1868.

Op de Ferrariskaart (1770-1778) wordt één molen afgebeeld ten zuiden van de weg op de hoek met de Schoolstraat, met vermelding: "Moulin de Wielsbeke". Het gehucht wordt "Grae Molenhoeck" genoemd. De molen was in het midden van de 19de eeuw eigendom van de kasteelheer, baron Charles van der Bruggen (Atlas der Buurtwegen, 1843). Molenaar was Servatius Dervaux. Meer naar het zuidwesten lag de tweede Wielsbeekse molen, eveneens vermeld als "Moulin de Wielsbeke", in de volksmond het "Stampcot" genoemd en op Ferraris vermeld als "Olie Stomp Molenhoeck" (cf. Vierlindenstraat). Rond 1870 wordt de molen afgebroken en later ook de molenbelt afgegraven, in de plaats volgt de bouw van een nieuwe herberg "In de Molendam" (nr. 71).

Er is sprake van georganiseerd onderwijs te Wielsbeke op het einde van de 18de eeuw, vanaf 1799 werd onderwezen in de privéwoning van een niet-gediplomeerde onderwijzer. In het begin van de 19de eeuw komen in Wielsbeke twee werkscholen voor. De wet Van Humbeeck van 1842 op het lager onderwijs bepaalde dat iedere gemeente moest zorgen voor het inrichten van een lagere school. Reeds in 1841 worden door provinciaal bouwmeester Pierre-Nicolas Croquison (Kortrijk, °1805-†1887) ontwerpen gemaakt voor de bouw van een school met onderwijzershuis in de Molenstraat te Wielsbeke. In 1842 wordt de bouw van de school op de "Molenhoek" voltooid, een onderwijzershuis met klaslokaal omvattend. In 1866 wordt een tweede klaslokaal toegevoegd en de speelplaats vergroot. Een mutatieschets uit 1875 toont de aanbouw van een haakse oostelijke vleugel en de aanbouw van een (nieuwe?) schoolmeesterswoning aan de noordzijde. Tijdens de schoolstrijd rond 1880 loopt het gemeenteschooltje leeg. Na de schoolstrijd wordt de school in 1884 ingericht als jongensschool. In 1903 wordt het schoolhuis ingericht als huishoudklas. Rond 1927 wordt het schoolgebouw vergroot door verlenging aan de zuidzijde.
Daarnaast was in 1841 ook een schooltje ingericht door Barbara Buyze in haar eigen woning in de Molenstraat, dat bleef bestaan tot ca. 1880.
In 1873 of 1874 wordt door de Zusters van Waregem een klooster opgericht, gevestigd in een bestaande woning in de Molenstraat. In dit kloostertje op de "Boffon" bevond zich een vrije meisjesschool met drie klassen. Vanaf deze datum hield de gemeenteschool op gemengd te zijn. In 1885 wordt het meisjesonderwijs overgenomen door de Zusters van O.-L.-Vrouw der Zeven Weeën uit Ruiselede. In 1894 verhuist de meisjesschool naar een nieuw complex in de "Dreve", de huidige Baron van der Bruggenlaan (zie aldaar).

De huidige gebouwen van de Vrije Gesubsidieerde Basisschool (nr. 69) worden volgens de literatuur gebouwd in 1949. Het kadaster vermeldt in 1959 een vergroting van de haakse vleugel, en de bijbouw van een volume langsheen de Schoolstraat. Tot halverwege de jaren 1960 bevond er zich ook het gemeentehuis. Nadien verhuist het gemeentebestuur naar het kasteel "Ten Broucke" of "Hernieuwenburg" (cf. Rijksweg nr. 314). Thans nog in gebruik als Vrije Gesubsidieerde Basisschool en gemeentelijke bibliotheek. Nr. 69, schoolgebouw uit 1949, in rode baksteenbouw met rechthoekige muuropeningen. Natuursteen accenten. Vernieuwd schrijnwerk. De oude schoolmeesterswoning werd afgebroken in 2005-2006, thans braakliggend terrein.

Straat met dichte bebouwing die zich voornamelijk heeft ontwikkeld in het derde kwart van de 20ste eeuw, na de creatie van het nieuwe dorpscentrum. Resterende oudere bebouwing situeert zich vooral rondom de "Molenhoek", het kruispunt met de Schoolstraat en met de Maurissensstraat.
In 1720 wordt op de hoek met de Maurissensstraat de herberg "De Dry Meulens" aangeduid, eigendom van Carel Goemaere. In de tweede helft van de 18de eeuw worden op hetzelfde perceel enkele kleine woningen opgetrokken (thans vervangen door nieuwbouw). De Ferrariskaart (1770-1778) geeft voor de noordzijde van Wielsbeke een verkeerde weergave.
Nr. 66, voormalige smidse, opgetrokken in 1905 voor smid Felix Van den Broeck, later verbouwd en gebruikt als herberg "Banania". Geelgeschilderde baksteenbouw van anderhalve bouwlaag onder pannen zadeldak, aflijnend muizentandfries, gewijzigde en vergrote muuropeningen. Nr. 29-31, samenstel enkelhuizen uit het begin van de 20ste eeuw, van anderhalve bouwlaag, nr. 31 verhoogd en nieuw parement, nr. 29 nieuw schrijnwerk. Nrs. 70-76, rij van woningen opgetrokken in 1912, vermoedelijk na de Tweede Wereldoorlog voorzien van nieuwe straatgevels.

Gronden van de kerkfabriek, gelegen aan de oostzijde van de weg vanaf de bocht tot de Baron van der Bruggenlaan, worden verkaveld in de jaren 1930. Nr. 53, opgetrokken in 1932, enkelhuis rode baksteenbouw met witte banden, tandlijst met afwisselende witte baksteen. Rechte muuropeningen waarin nieuw schrijnwerk. Nr. 55, naoorlogse vernieuwing van interbellumwoning, cf. oorspronkelijk bouwplan. Nieuw baksteenparement, gevel geritmeerd door drie pilasters. Volgens kadaster opgetrokken in 1941 voor metselaar André Declerck. Nr. 56, opgetrokken volgens kadaster ca. 1880, vernieuwd bij de bouw van woningen nrs. 58-64 in 1938.

De zuidelijke doodlopende zijstraat ter hoogte van de Boffonstraat is een vroegere hoeveoprit. Deze plaats wordt op kadastrale mutatieschetsen de "Kapelhoek" genoemd. Op de plaats van het vroegere boerenhuis wordt in 1933 een eenlaags samenstel van twee kleine woningen onder zadeldak opgetrokken voor vlaswerker Michael Lapierre en vlashandelaar Theophile Lapierre (nrs. 145-147), voorzien van gecementeerde zuidgevel met voegwerkimitatie. Nr. 145 voorzien van grotere vensteropeningen, nr. 147 met behouden rechthoekige vensteropeningen met houten schrijnwerk met bovenlicht in verticale roedeverdeling. Noordgevels met gecementeerde plint en betonnen lateien. In 1938 wordt ten noorden van de woningen een nieuwe zwingelarij opgericht. Nrs. 153-155, langs dezelfde voormalige hoeveoprit gelegen interbellumwoonhuizen met rechthoekige muuropeningen met granito lateien en luifel boven voordeur. Opgetrokken in 1938 voor de gebroeders Marcel en Andreas Vervaeck, vlaswerkers te Wielsbeke.

Nrs. 108-110. In 1930 laat vlaswerker Alphonse De Leersnyder (cf. nr. 104) naast zijn vlasmagazijn een nieuw woonhuis optrekken, dat volgens kadaster in 1938 in twee woningen wordt onderverdeeld. Rode baksteenbouw, drie/vier traveeën onder zadeldak, houten kroonlijst. Korfbogige muuropeningen, nieuw schrijnwerk.

Langsheen de straat liggen restanten van verspreide historische hoevebebouwing en van 20ste-eeuwse vlasverwerkingsindustrie.
Hoeve nr. 20, op het landboek (1720) wordt op deze plaats reeds een hoeve weergegeven, eigendom van jonker de Crombrugghe. Ten zuiden ervan staat een kleine woning. Op het primitief kadasterplan (ca. 1830) en de Atlas der Buurtwegen (1843) worden twee parallelle volumes weergegeven, boerenhuis ten noorden en schuur ten zuiden. Rond het midden van de 19de eeuw wordt een nieuw boerenhuis opgetrokken, een nieuwe schuur wordt opgetrokken op de plaats van het oudere landgebouw. De hoeve was op dat moment eigendom van de kasteelheer Fredericus en later Maurice van der Bruggen. In 1880 wordt een kleine noordelijke aanbouw onder lagere nok opgetrokken, volgens kadaster in gebruik als aparte woning (landarbeider, knecht?) en in 1904 omgevormd tot nutsgebouw (stalletje, berging). Vermoedelijk wordt in 1944 de erfgevel van de woning aangepast en vroegere veranderingen (verlenging schuur, bouw bijgebouw) geregistreerd. Hoeve met losstaande witgekalkte hoevegebouwen onder pannen zadeldaken, rond semi-verhard erf. Noord-zuid georiënteerd boerenhuis met gecementeerde erfgevel met voegwerkimitatie en grote rechthoekige vensteropeningen. Zuidpuntgevel met vlechtingen en jaartalanker: "1831". Haakse schuur omgevormd tot stal, met later ingebrachte staldeuren en -vensters onder betonlateien.
Hoeve nr. 126, vermeld op het landboek (1720) als "Goet de Vier Linden" en omschreven als "hofstede bestaen met een huys, twee scheuren, poort, waegenhuys en overbeur". Door een dreef verbonden met de Molenstraat. In het midden van de 19de eeuw bevond zich ten noorden daarvan nog een circulaire structuur met walgracht. Op het landboek (1720) wordt binnen de omwalling en ten noorden daarvan nog bebouwing weergegeven (thans Pannenstraat nr. 1), die mogelijk bij het "Goet de Vier Linden" hoorde. De pachthoeve was in de 19de eeuw eigendom van de familie della Faille - vander Gracht. In het begin van de 20ste eeuw wordt de hoeve uitgebaat door de familie Van Canneyt. Schuur uit de tweede helft van de 19de eeuw, eertijds in donkerrode baksteenbouw onder zadeldak in Vlaamse pannen, met segmentbogige schuurpoort en kleine getoogde en beluikte vensters, cf. oude foto. Thans witgekalkt en met gewijzigde muuropeningen, nieuw dak in mechanische pannen. Zijgevels met vlechtingen. Afgeronde en ingesneden hoeken. Aan de westzijde aangebouwd, een overdekte mestvaalt, in donkerrode baksteenbouw onder schilddak in Vlaamse pannen. Ten zuiden van de schuur is een witgekalkt bakhuis onder pannen zadeldakje bewaard, getoogde muuropeningen. Thans met nieuw woonhuis en recente hangars. Tot stal verbouwde schuur, nieuw boerenhuis. Op topografische kaarten wordt aan de zuidzijde van het erf nog een kapel aangeduid, thans verdwenen.

De straat kent talrijke restanten van een bloeiende vlasnijverheid, voornamelijk daterend uit het interbellum. Voornamelijk de grote typerende bakstenen vlasschuren waar het gezwingelde vlas werd opgeslagen, zijn nog bewaard gebleven. Vlasschuren van het eerste type zijn eenbeukig, met pannen zadeldak parallel met de straat, vaak onder dezelfde nok met het aanpalende woonhuis, cf. nrs. 97 en 123.
Een tweede type is de meerbeukige variant, getypeerd door opeenvolgende zadeldakjes waardoor meer stapelruimte werd gecreëerd. Nr. 118, driebeukig bakstenen vlasmagazijn uit 1928 met opeenvolgende golfplaten zadeldaken (nokken parallel met straat), rechthoekige poortopening waarboven korfbogige gevelkapel met beeld H. Hart. Ten westen aansluitende zwingelarij uit 1925 in lichtrode baksteenbouw met betonlateien. Vlasbedrijf van gebroeders Remi en Alfons Kerckhof. Het huidige woonhuis is opgetrokken in 1961 ter vervanging van een oudere woning uit 1838. Het kleine bijgebouw is een restant van de voormalige herberg "Boffon", afgebroken in 1973.
Een derde type zijn de bakstenen vlasschuren onder stompe zadeldaken. Naoorlogse exemplaren nemen enorm in omvang toe. Z.nr. (tussen nrs. 20 en 26), vlasschuur/ loods met gedichte poortopening onder ijzeren latei (I-profiel) in de langsgevel. Opgetrokken in 1930, ten noorden stond een zwingelarij uit 1928 (verdwenen). Nr. 151, grote bakstenen vlasloods, in 1938 opgetrokken voor weduwe De Vlaminck-Vandesompele, met trapgevel, schuifpoort in kopgevel waarboven gevelkapel. Naastliggend woonhuis opgetrokken in 1940. Nr. 161, grote bakstenen vlasloods met schuifpoort (nok haaks op straat), centrale mijtervormige kapelnis met beeld H.Hart. Het vlasmagazijn werd samen met een achtergelegen "kiekenhangar" in 1946 gebouwd voor J. Blomme. Het naastgelegen woonhuis wordt opgetrokken in 1951. Nrs. 21 en 25 hangars met rondbogige gevelkapellen en schuifpoorten in kopgevel, haaks op de straat, jaren 1940-1950. Naast nr. 183, grote naoorlogse bakstenen vlasloodsen (nok haaks op straat). Kopgevels bestaande uit trapgevel met grote schuifpoorten waarboven rechthoekige kapelnissen.
Hier en daar zijn nog kleine zwingelarijen bewaard. Achter nrs. 30-32 ligt nog een restant van een zwingelarij uit 1923, opgetrokken voor vlaswerker Edmond Soetaert.
Nr. 70, Kipco. Roodbakstenen schuur onder zadeldak in Vlaamse pannen (nok haaks op straat), getoogde hoge vensteropeningen. Deels witgekalkt met gepekte plint. Opgetrokken in 1908 als magazijn voor handelaar Alfons Seynaeve-Duyck.
Nabij het kruispunt met de Ooigemstraat bevindt zich recente industrie.

KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Wielsbeke, 1848/1, 1864/16, 1868/7, 1875/7, 1882/3, 1892/1, 1904/6, 1905/1, 1923/1, 1927/12, 1927/28, 1928/7, 1930/10, 1932/9, 1938/2, 1938/4, 1938/20, 1940/13, 1941/15, 1944/3, 1946/10, 1951/40, 1961/7.
Buitentekstillustratie, in Leiesprokkels 1996-1998, jaarboek 6, 1999, p. 38.
DELANGE M., Wielsbeke, in HOLLEVOET F., Als straten gaan praten..., Tielt, 2005, p. 273.
DELMOTTE M., Om de ziel van het kind. De schoolstrijd in het liberale Sint-Eloois-Vijve (1878-1895) en de klerikale Gaverstreke (1878-1884), in De Gaverstreke, jaarboek 19, 1991, p. 333-372.
NOORSON P., Baron van der Bruggen 1852-1919, in Leiesprokkels 1989, jaarboek 1, 1989, p. 7-32.
VAN DE MAELE P., 125 jaar schoolwezen in Wielsbeke: 1799-1924. Deel 1: 1799-1879, in Leiesprokkels, jg. 3, nr. 1, 1984, p. 23-36.
VERBRUGGHE C., De toestand te Wielsbeke in het jaar 1720 en relaties met vroegere en latere tijden (deel 1), in Leiesprokkels 2005-2006, jaarboek 9, 2006, p. 229.


Bron     : Santy P. & Devooght K. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Wielsbeke, Deelgemeenten Ooigem en Sint-Baafs-Vijve, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL36, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed


Relaties

  • Omvat
    Dorpswoning

  • Omvat
    Dorpswoning met vlasschuur

  • Omvat
    Dorpswoning met vlasschuur

  • Omvat
    Dorpswoning van vlashandelaar

  • Omvat
    Dorpswoning Vandemoortele

  • Omvat
    Herberg In de Molendam

  • Omvat
    Hoeve

  • Omvat
    Molen Moreau

  • Omvat
    Onze-Lieve-Vrouwekapel

  • Omvat
    Rij dorpswoningen

  • Omvat
    Vlasbedrijf

  • Omvat
    Wegkruis

  • Omvat
    Woonhuis met vlasschuur


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Molenstraat [online] https://id.erfgoed.net/themas/12427 (Geraadpleegd op )