Geografisch thema

Knokke - Albertstrand

ID: 14399   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14399

Beschrijving

Tweede uitbreiding vanuit het centrum van Knokke, naar het westen toe, verwezenlijkt door projectontwikkelaar Joseph Nellens in de jaren 1920-1930. De verkaveling wordt uitgevoerd op het tot dan toe onaangetast duinengebied volgens een vrij rationeel patroon dat geen rekening houdt met de bestaande landschappelijke structuur.

De benaming "Albertstrand" komt ca. 1922 in voege voor de volledige westelijke uitbreiding of "Extension" 1900 m zeefront tussen Knokke-Bad en Duinbergen, en 1600 m zuidwaarts tot aan de dorpskerk; de benaming wordt nu enkel gebruikt voor de afbakening van de westelijke strandzone. De westelijke stadsuitbreiding wordt begrensd door de tramlijn ten zuiden, de Koningslaan ten oosten en ten westen door de grens met Heist. Sinds een grenscorrectie en ruil van gronden in 1931 vormt de Meerlaan de grens tussen die beide voormalige gemeenten; daarvóór was de grens een rechte lijn door het duinengebied.

In 1855 verwerft Charles-Joseph Serweytens het duinengebied tussen het reeds uitgebouwde Knokke-Bad en Heist, ten zuiden begrensd door de Graaf Jansdijk, deels door aankoop, deels door erfenis. Onder leiding van Philippe Amys en Pieter Meersman wordt het droogleggen van de lage gronden bij de Lispanne ("Brabantsche Pan") met een stoompomp aangevangen om het om te zetten in akkerland. Serweytens plant er een modelhoeve met 26 ha voor rogge, aardappelen e.a. ter hoogte van de huidige Vandammestraat en Koningslaan en verbindt de hoeve door een steenweg met het dorp, gr.m. ter hoogte van de huidige Koningslaan. Na de dood van Serweytens in 1864 oefent de weduwe Felicie de Mercx de rechten uit over het domein. Zij besluit om het westelijke gedeelte van de duinen, aansluitend bij Heist, een andere bestemming te geven, namelijk een inrichting als badcentrum. Dit is de eerste stap in de richting van het latere Duinbergen. Het plan wordt verstoord door geschillen i.v.m. eigendomsrechten met de staat in 1874; in 1887 beslecht ten voordele van de eigenares. In de eerste jaren van de 20ste eeuw bouwt de "Société de Duinbergen" dit gebied uit naar het urbanisatieplan van Stübben. Zij leggen in 1901 een gedeelte van de dijk, de wandelplaats en de Koninklijke Laan (huidige Koningslaan) tussen de dijk en de Elisabetlaan aan.

Na de dood van de weduwe Serweytens in 1902 geven de erfgenamen de duinenhoeve op en slaan ze voor de 1900 m zeefront tussen Duinbergen en Knokke dezelfde weg in: ze beginnen de primaire urbanisatieplannen op te stellen voor de uitbouw van "Plage St-Arnold". In 1911 wordt de bouwmaatschappij "Knocke-Duinbergen-Extension" opgericht, belast met de verkaveling van de terreinen tussen de concessie Duinbergen en de oostgrens van het domein met Knokke. Ze maken een plan op voor het volledige gebied, met als basis voor het stuk in Knokke een rasterpatroon langs een nieuw aan te leggen zeedijk, en een aantal straten rond een te graven meer ter hoogte van de Lispanne. Voor de aanleg van de westelijke stadsuitbreiding van Knokke en de oostelijke uitbreiding van Heist (Heist-aan-zee) worden de principes die Stübben uitwerkte voor het Zoute en de concessie Duinbergen niet gevolgd, waardoor de bestaande glooiingen van de duinen niet worden benut en er een gedeeltelijk rasterpatroon voor de straten ontstaat.

De verlenging van de dijk is nog niet volledig voltooid als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, die een einde maakt aan de verkavelingplannen.

Tijdens de oorlog wordt het duinengebied door de Duitsers uitgebouwd als bescherming van de duikbotenbasis in Zeebrugge. Bij de zee, ter hoogte van de huidige Meerlaan bouwt men de Hamburg-Batterij, de duinen zijn tot ca. het Rubensplein bezaaid met bunkers. De voornaamste stelling, één van de best ingerichte van de hele kustlijn, is de Kaiser Wilhelm II-Batterij, die een groot gedeelte van het duinengebied inneemt ten zuiden van de Lispanne (duinpan). Na de oorlog wordt deze site uitgebaat als museum o.l.v. conservator majoor E. Vandamme.

In 1922 worden de aandelen van de Extension overgenomen door een groep Antwerpse financiers, vertegenwoordigd door Joseph Nellens, samen de "Société Immobilière Knokke Balnéaire". Deze bouwmaatschappij zal zorgen voor de ontwikkeling van het "Albertstrand", de benaming die naast "Extension" of "Uitbreiding" vanaf dan in voege komt. De nakomelingen van Nellens spelen tot op dit moment een belangrijke rol in de uitbouw van dit stadsdeel.

De bouwmaatschappij zorgt meteen voor de kustverdediging aan het Albertstrand met de aanleg van zeven strandhoofden. Uiteindelijk wordt in 1925-1926 een nieuwe dijk aangelegd, aansluitend bij Duinbergen, nadat in 1921-22 de oude door storm en ontploffingen van oude zeemijnen uit de Eerste Wereldoorlog was ingestort. De nieuwe dijk wordt 100 m meer zuidwaarts aangelegd, waardoor de baai aan het Albertstrand ontstaat. Uit deze periode dateert een verkavelingplan van de "Extension", dat het model vormde voor alle straten die vanaf dan worden getrokken.

J. Nellens geeft de aanzet tot enkele grote projecten die het Albertstrand zijn populariteit zal verlenen ten nadele van het strand van Knokke-Bad, dat reeds dan te lijden heeft onder ontzanding. Vanaf 1922 wordt een voetbalveld aangelegd voor de Royal Knocke Football Club, ten zuiden van de Wilhelm II-Batterij. De uitgraving van de Lispanne in 1924 tot het Zegemeer, genoemd naar de zege van de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog, is het eerste grote project dat uitgevoerd wordt. Het wordt gebruikt voor roeiwedstrijden en recreatievaren, aan de westoever wordt een strandje uitgebaat. Aan de noordelijke oever komt het "Pavillon du Lac" in 1926, n.o.v. bouwmeester J. Stockx en uitgevoerd door aannemer F. De Cuypere. In 1925 worden bij de dijk van het Albertstrand de eerste hotels gebouwd: "Rubens", "Albert Plage" en "Soleil". Tussen de twee laatste realiseert de "Société Immobilière Knocke Balnéaire" in 1929-1930 het Casino (er waren reeds plannen in 1923), wat definitief de uitbouw van de badstad met een kosmopolitisch strand lanceert. Vanaf dan is de bouwwoede in het nieuwe stadsdeel niet meer te stuiten. In 1930 wordt de Koninklijke Baan met dubbel rijvak van Duinbergen tot aan de Lippenslaan doorgetrokken. De zijstraten naar de zeedijk worden vanaf 1931 aangelegd. Rond het Zegemeer worden wandelpaden voorzien.

De Meerminlaan vormt de eerste verbinding tussen Knokke-Bad en het Albertstrand. In 1930 worden de duinen vanaf de Leopoldlaan bij de Hul van Blancgarin tot de Meerminlaan platgelegd om de Koningslaan en de Parmentierlaan over anderhalve kilometer rechtdoor te trekken van het station tot de dijk. Tot dan toe zijn dit allemaal zandstraten waarlangs vrij los doorheen de duinen wordt gebouwd. Er blijven enkele buurten voor villa's, vooral bij het Zegemeer. In dat jaar wordt de stoomtram naar Brugge vervangen door een elektrische tram.

In 1931 volgt de verdere uitbreiding van het Albertstrand met nieuwe en brede lanen, met hotels en villa's; wandelpaden rond het Zegemeer. In 1932 wordt de bouw van de "Kapel van de Heilige Theresia van Lisieux" aan het Albertstrand aangevangen (arch. Coppieters, Gent); het gebouw blijft echter onvoltooid en de bouwmaterialen worden tijdens de Tweede Wereldoorlog "geplunderd" door de bevolking. Vanaf de jaren 1930 verhuist het toerisme voor een lange tijd naar het Albertstrand, nadat de eerste grote zandopspuiting van Knokke-Bad is mislukt.

Het Albertstrand krijgt het zwaar te verduren onder de Tweede Wereldoorlog, omdat Knokke wordt opgenomen in de Atlantikwall. De Wilhelm II-Batterij wordt gebruikt door een Belgische artillerie-eenheid, op de dijk worden talrijke kannonnen geplaatst. Het Casino wordt voorzien van een houten kanon en camouflage, zodat het er gaat uitzien als een bunker. Net als het Pavillon du Lac en vele andere gebouwen aan de kustlijn wordt het casino zwaar beschadigd door beschietingen. Dit leidt na de oorlog tot een grootscheepse heropbouw, waarbij vele interbellumgebouwen worden vervangen door jaren '50-architectuur. Het Casino wordt verbouwd, het Pavillon du Lac maakt plaats voor het prestigieuze "La Réserve".

Na de oorlog bloeit het Albertstrand steeds meer op. Het casino, aan de zonnekant van de Canadasquare, en "La Reserve" floreren. Op het Zegemeer worden sportwedstrijden ingericht, de straten errond worden volgebouwd met grote villa's; ten zuiden van het meer worden de resten van de Wilhelm II-Batterij opgeblazen om plaats te maken voor de nieuwe kantoren van de belastingen (1952). Zelfs na de overstroming van 1953 blijft het Albertstrand groeien op toeristisch vlak.

Er ontstaat dus een tweede grote bouwgolf in de jaren 1950, waarbij het een belangrijk gegeven is dat de appartementsbouw steeds meer de hotels verdringt. Ook woonhuizen moeten wijken voor de massabouw. In 1951 wordt het St.-Bernardusinstituut, de nieuwe school van de Broeders Xaverianen in de Smedenstraat gebouwd, ter vervanging van de vanaf 1927 gebruikte gebouwen van de zustergemeenschap daar.

In de jaren 1960 neemt de ontzanding van het centrale strand een hoogtepunt, waardoor normale stranduitbating niet meer mogelijk is: de stranduitbating wordt bijna volledig verlegd naar het Albertstrand. In de jaren 1970 worden enkele grote bouwprojecten opgezet. In 1972 leidt Jacques Nellens de grootscheepse vernieuwing van het Casino; in 1974 wordt bij "La Réserve" het Instituut voor Zeewaterkuren, de Thalassotherapie, gebouwd. Inhuldiging van beide in 1976. Van 1971 tot 1975 bouwt de gemeente het cultureel centrum "Scharpoord" op de plaats van de verdwenen Wilhelm II-Batterij uit de Eerste Wereldoorlog. In 1987 volgen er nieuwe grondige vernieuwingen aan het Casino door de groep Nellens. De bouw van appartementsgebouwen gaat ook op het einde van de 20ste eeuw en in de 21ste eeuw gestaag verder, met een grootscheepse sloop van oudere gebouwen vanaf de jaren 1990.

Het verkavelingplan voor de westelijke uitbreiding "Albertstrand" wordt in 1925 definitief opgetekend, en wordt heel getrouw nagevolgd. Enkel in de zuidelijke rand zijn ondertussen wijzigingen aangebracht. Voor de aanleg van de westelijke stadsuitbreiding van Knokke en de oostelijke uitbreiding van Heist (Heist-aan-zee) worden de principes die Stübben uitwerkte voor het Zoute en de concessie Duinbergen niet gevolgd, waardoor de bestaande glooiingen van de duinen niet worden benut en er een gedeeltelijk rasterpatroon voor de straten ontstaat.

Typerend is de terugwijkende zee, die een baai ter hoogte van het Rubensplein creëert. De Meerlaan is de westelijke begrenzing van het gebied die ca. 1920 als één van de eerste straten van de stadsuitbreiding werd getrokken.

De plattegrond van dit gedeelte van de stad bestaat uit twee gedeeltes gescheiden door de Elisabetlaan, een deel van de Koninklijke Baan die hier in 1930 wordt doorgetrokken. Het noordelijke gedeelte vertoont een rasterpatroon van schuine straatjes tussen de Elisabetlaan en de Zeedijk, met de kronkelende Jozef Nellenslaan als centrale as. De aanleg van dit raster gebeurde in de jaren 1930-31. Centraal hierin staat het Casino. De bebouwing bestaat in dit gedeelte bijna uitsluitend uit appartementsgebouwen, tot zeven bouwlagen hoog. De oorspronkelijke bebouwing bestond uit verspreide kustvillaatjes en hotels, waarvan de "Rubens" is overgebleven; vanaf de jaren 1950 wordt bijna alles vervangen door nieuwe appartementsblokken. Er zijn enkele oudere appartementsgebouwen over, vb. in de Zonnelaan. De meeste zijn echter in de laatste decennia van de 20ste eeuw vervangen; aan de zuidkant van de J. Nellenslaan vinden we appartementsgebouwen van het "villatype", een concept dat opgang vindt vanaf de jaren 1980-1990.

Het patroon vanaf de Elisabetlaan naar het zuiden toe is minder schematisch en is opgevat als omranding van het Zegemeer (1924-1925). De straten zijn aangelegd als wandelpaden en zijn gekenmerkt door rijke groenvoorziening. Er worden villa's gebouwd vanaf de jaren 1930, met een tweede bouwgolf in de jaren 1970. In tegenstelling tot het Zoute, wordt voor deze villawijk geen bouwprogramma opgelegd, waardoor de villa's een heterogene vormgeving hebben, met een lichte overhand van de cottagestijl. Eveneens in een variant op deze stijl is "La Reserve", de vervanger uit 1948 van het Pavillon du Lac, dat een grote kavel aan de noordelijke oever inneemt. Centraal ten zuiden van het meer ligt het cultureel centrum "Scharpoord", op de plaats van de Wilhelm II-Batterij van de Eerste Wereldoorlog.

D'HONDT A., 't Albertstrand,: Cnoc is ier, Knokke, 1991.

D'HONDT A., Langs strand en dijk, in: Cnoc is ier, Knokke, 1992.

LANNOY D., Knokke en de Belle Epoque, Maldegem, 1993.

LANNOY D., Knokke-Heist. Terugblik, Maldegem, 1998.


Bron     : Callaert G., Vanneste P. & Hooft E. met medewerking van De Leeuw S. & Struyf J. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Knokke-Heist, Deel I: Deelgemeente Knokke, Deel II: Deelgemeenten Heist, Ramskapelle, Westkapelle,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL4, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed