Geografisch thema

Zellik

ID: 14621   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14621

Beschrijving

Verstedelijkte woon- en industriegemeente met heuvelachtig landschap, sinds 1 januari 1977 deelgemeente van Asse en gelegen ten zuidoosten ervan. De totale oppervlakte bedraagt 628 ha.

De naam Zellik, in 974 vermeld als Sethleca, zou getuigen van een Gallo-Romeinse oorsprong naar de oudste bezitter Setilius; zijn nederzetting Setiliacum was gelegen op een hoogte en ontwikkelde zich later tot Op-Zellik (het huidige dorpscentrum). Verder naar het noordwesten, in het lager gelegen Neer-Zellik bestond op het einde van de vierde eeuw een Frankische nederzetting Bettegem (Bettingaheim). Vermoedelijk al in de achtste of het begin van de negende eeuw kwam Zellik volledig in handen van de Sint-Baafsabdij te Gent die op het einde van de tiende eeuw en in de loop van de elfde echter een groot deel van haar bezittingen moest prijsgeven; in de twaalfde eeuw kreeg de abdij van Affligem ongeveer twee derden van Zellik in handen; haar bezittingen strekten zich vooral uit in Neer-Zellik waar toen trouwens het thans nog bestaande Hooghof, Jan Longinstraat nummer 113, werd opgericht. De twee nederzettingen te Op-Zellik en te Bettegem bleven onder het gezag van Sint-Baafs, maar werden naderhand gesplitst in een Groot en een Klein Hof te Op-Zellik enerzijds, het Hof te Bettegem en het Hof Piermont te Bettegem anderzijds. Het Klein Hof en het Hof te Bettegem verdwenen uit het straatbeeld in de jaren 1960; het Groot Hof werd gesloopt in het laatste kwart van de twintigste eeuw.

Zellik maakte deel uit van de meierij Merchtem en viel samen met Kobbegem onder de hertogelijke schepenbank van Jette. In 1559 verwierf de Viglius, proost van Sint-Baafs de drie rechtsgraden. Van groot belang voor de verdere ontwikkeling van Zellik was de ligging aan de aloude verbinding tussen Brussel en Gent, een van de voornaamste verkeerswegen tussen Vlaanderen en Brabant. Deze toen nog aarden weg liep eertijds voorbij de kerk (huidige J. De Keersmaeckerstraat); bij het rechttrekken in de achttiende eeuw kwam het dorpscentrum ten zuiden ervan te liggen.

De parochie, waarvan algemeen wordt aangenomen dat ze ontstaan is uit een villakerk, klimt op tot het midden van de negende eeuw; vermoedelijk richtte de abdij van Sint-Baafs hier een kleine bidplaats op die logischerwijze werd toegewijd aan Sint-Bavo; in 974 was er al sprake van een kerk; niettegenstaande het feit dat de abdij van Affligem ondertussen het grootste deel van Zellik had verworven, kwam het patronaatsrecht voor de parochiekerk, gelegen te Op-Zellik en haar dochterparochie Sint-Quirijn te Neer-Zellik vanaf 1107 of 1108 toe aan de abdij van Sint-Baafs die dit recht behield tot de Franse Revolutie. Vermelden we nog dat de parochie tot de dertiende of de veertiende eeuw veel uitgestrekter was dan nu en een aanzienlijk deel van de huidige gemeente Groot-Bijgaarden omvatte.

Thans typisch Brusselse randgemeente, door de Ring in twee gesplitst; het meest oostelijke deel sluit qua uitzicht en verstedelijkingsgraad aan bij het Hoofdstedelijk Brussels Gewest; de woonfunctie is hier intens toegenomen in de loop van de twintigste eeuw zodat het huidige uitzicht voornamelijk bepaald wordt door een zeer heterogene, doch overwegend eenvoudige lintbebouwing; deze tendens zet zich de laatste decennia ook door in het westelijke deel met daarnaast beeldbepalende en schaalbrekende hoogbouw uit de jaren 1960 in het Breugelpark, dit in schril contrast tot de landelijk gebleven kern rondom de kerk die verder naar het westen aansluit bij Bekkerzeel. Het huidige Neer-Zellik, gelegen tussen de Ring en Relegem en tot de jaren 1960 bijna onbebouwd, wordt thans voor het grootste deel ingenomen door een woonuitbreiding van vrijstaande eengezinswoningen met ten zuidoosten ervan de beeldbepalende inplanting van het historisch belangrijke Hooghof, dat door zijn verheven, geïsoleerde ligging de hele omgeving domineert.

Bovendien wordt de gemeente van oost naar west nagenoeg gehalveerd door de Brusselsesteenweg, van oudsher een drukke transitbaan, thans gedeeltelijk ontlast door de aanleg verder ten noorden van de parallelle Pontbeek(straat). In de onmiddellijke omgeving hiervan liggen meerdere industrieparken of bedrijvenzones, zie inleiding Asse, waarvoor de Pontbeek fungeert als directe verbinding met de Brusselse Ring. Nog verder naar het noorden wordt de gemeente doorkruist door de spoorlijn Brussel-Dendermonde, aangelegd in 1879-1881.

  • DE SEYN E., Geschied en aardrijkskundig woordenboek der Belgische gemeenten, 2 delen, Turnhout, s.d., p. 1547.
  • HASQUIN H., Gemeenten van België. Geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek 2. Vlaanderen-Brussel, Brussel, 1980, p. 1276-1277.
  • LINDEMANS P., Het domein der Sint Baafsabdij van Gent, in Eigen Schoon en de Brabander, jaargang 21, nummers 6-7, 1938, p. 209-228.
  • SCHOONJANS F., Kijk- en leesboek over Zellik, Zellik, 1976.
  • TORISAEN G., Bijdrage tot de toponymie van Zellik, in Ascania, jaargang 31, nummer 4, 1988, p. 126-129.
  • VAN NIEUWENBORGH J., Geïllustreerde inventaris van het kunstpatrimonium in Asse. Deel IV: Zellik, Asse, 1986.
  • VAN OVERSTRAETEN J., Gids voor Vlaanderen, Antwerpen, 1966; herwerkte uitgave onder leiding van VANDEPUTTE O., 1995, p. 118-119.
  • VERBESSELT J., Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de dertiende eeuw. Deel IV. Tussen Zenne en Dender III, Pittem, 1965, p. 247-290.

Bron     : Kennes H. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Asse, Deelgemeenten Asse, Bekkerzeel, Kobbegem, Mollem, Relegem en Zellik,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB6, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Kennes, Hilde
Datum  : 2005


Relaties