Landhuis Misonne

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Landhuis Echelkuil
Provincie Antwerpen
Gemeente Oud-Turnhout
Deelgemeente Oud-Turnhout
Straat Schuurhovenberg
Locatie Schuurhovenberg zonder nummer, Oud-Turnhout (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Oud-Turnhout (actualisaties: 08-05-2007 - 08-05-2007).
  • Ad hoc-beschermingen 2017 (beschermingen: 01-01-2017 - 31-12-2017).
  • Ad hoc-beschermingen 2018 (beschermingen: 01-01-2018 - 31-12-2018).
  • Adrescontrole Oud-Turnhout (adrescontroles: 07-03-2007 - 07-03-2007).
  • Inventarisatie Oud-Turnhout (geografische inventarisatie: 01-01-1997 - 31-12-1997).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Landhuis Echelkuil

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Landhuis Misonne

Deze bescherming is geldig sinds 23-10-2017.

is deel van de bescherming als cultuurhistorisch landschap De Liereman-fase 1: uitbreiding

Deze bescherming is geldig sinds 23-02-2006.

Beknopte karakterisering

Typologielandhuizen
Dateringinterbellum

Beschrijving

Ruimtelijke context en inplanting

Het landhuis is te situeren in het voormalige domein Misonne te midden van het beschermde landschap De Liereman aan de zogenaamde ‘echelkuilen’. Het domein Misonne dat door de familie aanvankelijk als park werd aangelegd, vertoont tegenwoordig een verboste biotoop met in- en uitheemse bomen en struiken, waterplassen, moerassen, en in mindere mate ook heiden en vennen. Het landhuis is gelegen in een bosrijke omgeving met een voormalige parkaanleg inclusief vijvers, bruggetjes, een cementrustieken boomstambrug en de zogenaamde 'echelkuilen'. Deze kuilen maakten deel uit van de befaamde echelkwekerij van de dokter Smagghe uit Turnhout.

Historiek

Het landhuis Misonne werd in 1934 gebouwd in opdracht van de heer Josephus Franciscus Misonne. De familie Misonne woonde op dat moment op het domein Het Zwaneven te Oud-Turnhout. Dit monumentale landhuis, opgetrokken in eclectische stijl door de familie Bruggeman, was de hoofdresidentie van de familie Misonne.

De aankoop van het domein met de echelkuilen door de familie Misonne en het oprichten van een buiten- en jachtverblijf voor de familie kaderde binnen de typisch 19de-eeuwse context van de stadsvlucht, waarbij de gegoede burgerij het platteland opzocht ter vertier en ontspanning. De drang naar de natuur en het ongecultiveerde leven buiten de stad sprak ook kunstenaars aan die zich vanaf de tweede helft van de 19de eeuw vaak in kolonies op het platteland vestigden. Zo ook schilder Joseph Misonne (1882-1960), telg van de familie, die deel uit maakte van de zogenaamde Lieremanschilders, en het huis Misonne gedurende de jaren 1940 als uitvalsbasis gebruikte om samen met bevriende kunstenaars de ongerepte natuur van de Liereman op doek te vatten.

Naast het feit dat het huis als uitvalsbasis diende voor de creatie van menig artistiek tafereel, bezit het landhuis zelf ook een artistiek en pittoresk karakter omwille van de unieke applicatie van cementrustiek in, in- en exterieur. Er werd gekozen voor een baksteenbouw met parement en balkons van cement. Op de plint is een imitatie van breuksteen in cement aangebracht, terwijl er op de begane grond een steenimitatie met schijnvoegen is geappliqueerd. Op de geleding van de tweede bouwlaag en bij de vensteromlijstingen zijn consequent knoestige boomstammen aan de hand van cementrustiek geïmiteerd. Ook het gevelbreed balkon heeft een leuning met pseudo-knoestige boomstammen die via een trapje doorlopen naar een tweede, gelijkaardig balkon ter hoogte van de zolderverdieping van de zijgevel.

Cementrustiek is een 19de-eeuwse en vroeg-20ste-eeuwse stijl en techniek. Het gaat om een bouw- en decoratietechniek die onlosmakelijk verbonden is met een rustieke stijl waardoor het neologisme 'cementrustiek' is ontstaan. De techniek wordt meestal aangewend in de vorm van cement aangebracht op een skelet van baksteen en een wapening van kippengaas of een andere metalen structuur. Het cementoppervlak wordt vervolgens gemodelleerd naar het voorbeeld van natuurlijke materialen zoals rotsen, boomschors of knoestige takken. In sommige gevallen wordt de imitatie verder geperfectioneerd door een beschildering van het oppervlak.

In België waren tijdens de 19de en 20ste eeuw verschillende firma’s in cementrustiek actief zoals het bedrijf van de gebroeders Picha te Gent, F. Dumilieu en Blaton-Aubert beiden te Brussel, het Antwerpse Segar-Dupas, en de firma Janssens uit Westmeerbeek. Westmeerbeek bleek een waar centrum voor rotseerders, ook wel 'rocailleurs' genoemd, een praktijk die ook vaak een familieaangelegenheid bleek te zijn. Er waren maar liefst drie verschillende firma’s gevestigd in Westmeerbeek die van vader op zoon werden doorgegeven en daardoor jarenlang actief konden blijven. Twee daarvan luisterden naar de naam Janssens en een derde betrof de firma Geysels. Het was één van deze twee firma’s Janssens die instond voor de cementrustiek van het landhuis Misonne.

De firma Janssens kreeg de opdracht voor de aankleding van het huis Misonne waarschijnlijk in 1934 en beëindigde de opdracht in 1936. Over de ontwerpgeschiedenis van het pand voor de opdracht aan Janssens is weinig geweten. Hoewel een eventuele ontwerper-architect helaas dus niet gekend is, wordt de woning vooral door de cementrustieke aankleding getypeerd. In de stijl van de firma Janssens werden de volledige buitenwanden bekleed met cement, evenals de balustrades van de balkons, en het interieur van de inkomhal. Het landhuis Misonne is een uniek voorbeeld van de applicatie van cementrustiek over de gehele buitengevel van het gebouw. Bovendien werd ook in het interieur met cementrustiek en imitatiehout gewerkt, waardoor het artistieke en esthetische karakter van dit gebouw als een totaalconcept over binnen- en buitenkant kan worden beschouwd.

Beschrijving

Het landhuis Misonne is een imposant dubbelhuis van vijf traveeën en twee bouwlagen met kelder- en zolderverdieping. Het volume omvat lijst- en afgeknotte puntgevels en een voorgevel met puntgeveltje. Het gebouw werd opgetrokken in baksteen en werd afgewerkt met een parement en balkons van cement. Over de hele gevel bevinden zich in een regelmatig patroon kleine spouwroosters. Op de plint is een imitatie van breuksteen in cement aangebracht, terwijl er op de begane grond een steenimitatie met schijnvoegen is geappliqueerd. Aan één van de zijgevels zijn de voornamen van de opdrachtgever en zijn familieleden en de datering '22 Nov. 34' in het cement van de steenimitatie gekerfd.

Op de geleding van de tweede bouwlaag en bij de vensteromlijstingen zijn consequent knoestige boomstammen aan de hand van cementrustiek geïmiteerd. Een deurvenster geeft uit op een gevelbreed balkon, ondersteund door pilaren vormgegeven als boomstammen. Een trap die langs de buitengevel loopt, verbindt het gevelbreed balkon met een tweede, gelijkaardig balkon ter hoogte van de zolderverdieping van de zijgevel. De balustrades van beide balkons zijn opgebouwd uit pseudo-knoestige boomstammen met takken in cementrustiek die door hun kluwen en organische structuur een natuurlijke afrastering van de balkons lijken te vormen. De rechthoekige vensters met kruiskozijnen van het gebouw zijn omlijst met imitatie boomstammen. In combinatie met de balustrades zijn deze imitatieboomstammen beeldbepalend voor het rustieke karakter van de gevel.

Langs het merendeel van de vensters en tussen de imitatiestammen zijn blauwgeverfde draaiende luiken afhangend op duimen aangebracht en voorzien van zwart geschilderde hengsels. Aan elke kant van het venster is een luikwervel met florale motieven en vormgegeven als een vrouwenkopje in de muur verankerd. De twee houten buitendeuren zijn in dezelfde blauwe kleur als de luiken geverfd. In de rondbogige lijst van imitatienatuursteen boven de rondbogige voordeur met rond venster is het Latijnse opschrift aangebracht: 'sICUtI nYCtICoraX In paLUDIbUs LIMosIs'. Een trekbel en lantaarn zijn naast de voordeur bevestigd. Rechts van de voordeur, onderaan in de plint van imitatiebreuksteen bevindt zich een rechthoekig keldervenster met traliewerk. Links van de voordeur is een ingang met dubbele deuren met rechthoekige vensters, die toegang verleent tot een eenvoudige bergruimte.

Het gebouw wordt bekroond met een wolfsdak van rode dakpannen met verticale imitatietakken die de nok van het dak bekronen. Eén dakkapel aan de voorkant van het gebouw wordt eveneens bekroond met een imitatietak in cementrustiek.

  • Kadasterarchief Antwerpen, Legger Oud-Turnhout, afdeling I (Oud-Turnhout), artikel 01356; Mutatieschetsen Oud-Turnhout, afdeling I (Oud-Turnhout), 1934/16 en 1880/2.
  • Onroerend Erfgoed Antwerpen, Beschermingsdossier 4.03/13031/101.1, De Liereman – fase 1 (S.N., 1940).
  • Onroerend Erfgoed Antwerpen, Beschermingsdossier 4.03/13031/103.1, De Liereman – fase 1: uitbreiding (S.N., 2006).
  • DE SADELEER S. & PLOMTEUX G. 1997: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Turnhout, Kanton Turnhout, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 16N1, Brussel - Turnhout.
  • MEULENKAMP W. & DE NIJS P. 1998: Cementrustiek en het rotseren in Nederland en België, Buiten de kerk: processieparken, lourdesgrotten en calvariebergen in Nederland en België, 48-58.
  • MEULENKAMP W. 1995: Follies, Bizarre bouwwerken in Nederland en België, Amsterdam en Antwerpen.
  • VAN DRIESSCHE T. & VAN DEN BREMT P. 2015: Methodologie voor het beheer van historische tuinen en parken in Vlaanderen, Brussel.
  • GEERAERTS G. 2014: De rotseerders van Westmeerbeek. Een eeuw cementrustiek uit de Antwerpse Kempen, PorteFolly, 40, 3-8.
  • MEULENKAMP W. 1998: Cementrustiek: een vergeten negentiende- en vroeg twintigste-eeuwse stijl en techniek, PorteFolly, 12, 2-6.
  • MEULENKAMP W. 1998: Cementrustiek: een vergeten negentiende- en vroeg-twintigste-eeuwse stijl en techniek: checklist van Nederlandse en Belgische ateliers en locaties, PorteFolly, 13, 11-12.
  • NUIJTEN A. 2011: Tabula Memorialis, Het park Louis De Naeyer te Willebroek, PorteFolly, 36, 37-39.
  • NUIJTEN A. 2016: Cementrustiek, een internationaal verschijnsel, PorteFolly, 43, 12-13.
  • VAN HUNNEN M. 2006: Cementrustiek, Monumenten 27.10, 6-11.

Bron: Wijnsouw J. 2017: digitaal beschermingsdossier 4.001/13031/102.1, Landhuis Misonne

Auteurs: De Sadeleer, Sibylle & Wijnsouw, Jana

Datum tekst: 2017

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Oud-Turnhout

Oud-Turnhout (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.